Plenair Ten Hoeve bij Voortzetting Algemene financiële beschouwingen en behandeling pakket Belastingplan 2018



Verslag van de vergadering van 12 december 2017 (2017/2018 nr. 12)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.15 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Ook ik heet natuurlijk de beide bewindslieden welkom. Wij hebben ze nog niet gehoord, maar zonder dat is het al plezierig om ze hier te hebben.

Er is intussen veel aan de hand. Er is een nieuwe regering met plannen die voor een groot deel nog geconcretiseerd moeten worden, maar ook voor een deel al uitgewerkt zijn en ter discussie staan. En er is een Europese Commissie, die ook grote plannen heeft en haar bedoelingen met de Unie en de eurozone ook juist nu ter discussie stelt. Het allerbelangrijkste uitgangspunt, of het nu gaat over belastingheffing of over institutionele arrangementen, blijft in vervolg op vorig jaar wat mij betreft: houd het zo eenvoudig mogelijk, zo overzichtelijk mogelijk, zo transparant mogelijk.

Er is de laatste weken ook al het nodige afgewerkt. Over het Europees loket voor de btw-heffing op e-commerce is Europese overeenstemming. En, voor ons misschien nog wel belangrijker, er is een lijst vastgesteld van 17 landen die op belastinggebied non-coöperatief zijn, plus nog 47 landen die beloofd hebben om wat aan hun belastingwetgeving te doen; bij die laatste landen zijn overigens ook Curaçao en Aruba. Ik heb daarover direct twee vragen. Waarom stelt eurocommissaris Moscovici zo uitdrukkelijk dat dit een lijst van de lidstaten is en niet van de Commissie? Ik heb mij daarover verbaasd. Wat bedoelt hij daarmee? Mijn tweede vraag houdt verband met de plannen voor de afschaffing van de dividendbelasting. Is deze lijst geschikt om straks te worden gebruikt om bij betalingen naar deze nu geclassificeerde jurisdicties dividendbelasting te blijven heffen en ook overgemaakte renten en royalty’s te belasten?

Ik blijf nog even bij de EU, voorzitter. Commissievoorzitter Juncker heeft gelijk als hij benadrukt dat de euro de geldeenheid van de Europese Unie is en dat alle lidstaten behalve Denemarken, en nu nog het Verenigd Koninkrijk, gehouden zijn naar invoering van de euro te streven. Hij heeft een punt als hij landen wil helpen en stimuleren om daarvoor in positie te komen. Wat vindt de minister daarvan? Het kan iets kosten. Juncker heeft wat mij betreft ook gelijk als hij om dezelfde reden een aparte eurogroepbegroting en een eurogroepparlement afwijst, want zo’n extra circus komt de inzichtelijkheid niet ten goede. Maar hij heeft wat mij betreft ook gelijk als hij pleit voor een vaste voorzitter van de eurogroep, die deel uitmaakt van de Commissie. Dat komt wél de duidelijkheid ten goede, want het bedt de tot nu toe toch op een zijspoor opererende eurozone uitdrukkelijk in in de EU-structuur en maakt die daarmee ook voor het Europees Parlement toegankelijker, dus democratischer. Is de minister het daarmee eens?

Terugkomend op de landen die nu als belastingparadijzen zijn aangewezen, moeten we ons er ook rekenschap van gaan geven dat er ook Europese landen worden beschuldigd van te vrijmoedige regelingen of deals. Het is een goed ding als Nederland, na altijd al geroepen te hebben dat wij beslist geen belastingparadijs zijn, nu eens echt maatregelen gaat nemen om brievenbusfirma’s het leven hier wat moeilijker te maken. Dat kan landen die er meer recht op hebben mogelijk extra belasting opleveren en het kan ondernemingen tot een grotere bijdrage aan het nut van het algemeen dwingen. Maar om dat laatste te bereiken blijft druk op alle belastingparadijzen, of ze zich zo willen noemen of niet, noodzakelijk.

Trouwens, of Nederland met deze maatregelen zijn slechte naam echt kwijtraakt, is ook nog maar de vraag. Wanneer is nu duidelijk dat Nederland niet via allerlei regelingen toch oneerlijke concurrentie pleegt? Waarschijnlijk pas echt wanneer wij akkoord gaan met de Europese gemeenschappelijke grondslag voor de winstbelastingen, dus met de CCCTB. Daar moet juist vanuit Nederland werk van gemaakt worden. Probeer bij te dragen aan een zo eerlijk mogelijke grondslag, maar erken alsjeblieft wel het geweldige voordeel van zo’n gemeenschappelijke grondslag voor de transparantie van de belastingheffing. Aan de eigen soevereiniteit doet dat niet af, zolang wij zelf een tarief mogen vaststellen.

Wat die tarieven betreft is overigens te hopen dat we met z’n allen de druk weten te weerstaan om mee te doen aan de race naar de bodem. De plannen voor verlaging van de tarieven voor de vennootschapsbelasting bewijzen dat wij daar nog volop in zitten. De Nederlandse concurrentiepositie lijkt mij niet zodanig dat wij wel genoodzaakt zijn om zulke maatregelen te nemen. Wij zijn geen Letland of Litouwen. Het lijkt mij dus geen goed plan. Waarom zou een minister dit willen verdedigen? Systematisch vind ik dit eigenlijk erger dan de plannen met de dividendbelasting, hoewel de achtergrond daarvan natuurlijk vergelijkbaar is.

Overigens, door de Europese fractie van De Groenen/Europese Vrije Alliantie — dat zijn eigenlijk mijn vertegenwoordigers in het Europees Parlement — is gesuggereerd dat in de brexitonderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk weleens geprobeerd zou kunnen worden om hen te laten afzien van rigoureuze verlaging van de winstbelasting. Dat zou het ons natuurlijk gemakkelijker maken om dat ook te doen. Wat vindt de minister daarvan?

Wat wel een goed plan is, is de vereenvoudiging van de tariefstructuur van de inkomstenbelasting, in de richting van een flatrate met toptarief. Wat mij daarbij dan weer wat stoort, is dat de algemene heffingskorting beperkt wordt en dat andere kortingen verhoogd worden. Juist die algemene heffingskorting zou er voor kunnen en moeten zorgen dat een basisbedrag dat nodig is voor levensonderhoud, vrij blijft van belastingheffing. Daarvoor blijft overigens ook nodig dat die heffing overdraagbaar blijft tussen fiscale partners. Ik was het al bij voorbaat met collega Schalk eens als hij klaagt over het feit dat het gat tussen eenverdienersgezinnen en tweeverdienersgezinnen nog lang niet gedicht is, en ik ben het met collega De Grave eens dat de oplossing in ons systeem gezocht moet worden in nivellering van de marginale druk. We zetten een stap daarnaartoe met een flatrate. Dat helpt. Overigens spelen daarbij meer elementen een rol. De keuze van heffingskortingen en de manier waarop wij ze laten doorwerken in belastingheffing spelen in dit systeem natuurlijk ook een rol.

De vereenvoudiging van de tariefstructuur en de verlaging van de inkomstenbelasting worden gerealiseerd door het lage tarief van de btw te verhogen van 6% naar 9%. Daarover ligt ook een motie op tafel. Door de verruimingen van de bestedingsmogelijkheden dankzij de andere maatregelen lijkt daar op zich geen groot probleem uit te kunnen ontstaan, en het is een stapje in de richting van één btw-tarief. Alleen voor de ondernemingen in de grensstreek betekent het natuurlijk wel een heel duidelijke verslechtering van de concurrentiepositie, terwijl die toch al niet heel florissant was. Daar wordt een al lang bestaand probleem toch echt verergerd. Hoe ziet de minister dat? Ik ben het met collega Rinnooy Kan eens dat, als hier wat misgaat en als hier nog onderzoek gedaan moet worden, vooral daar een grond ligt om nog eens goed naar te kijken.

Voorzitter, ik heb nog twee min of meer losstaande opmerkingen. De FNV vraagt heel uitdrukkelijk om de AOW-leeftijd niet verder te laten stijgen dan tot 67 jaar. De FNV is zeker niet de enige die daarom vraagt, en ik moet zeggen dat ik het met deze vraag uitdrukkelijk eens ben. Verder doorstijgen van de AOW-leeftijd gaat voor veel mensen in de zogenoemde zware beroepen, maar ook bijvoorbeeld in het onderwijs, problemen opleveren. Het is beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Vanochtend gebruikte iemand anders die uitdrukking ook al, overigens niet hierover.

Mijn laatste punt: bij de overige maatregelen vond ik de vrijstelling van vastgoedbelasting voor sociaal-culturele, charitatieve en culturele instellingen op de BES-eilanden. Dat lijkt mij een buitengewoon goede maatregel. Er moet daar meer gebeuren, maar dit helpt in ieder geval.

Voorzitter, ik zie graag de beantwoording van de bewindslieden tegemoet.

De voorzitter:

Dank u, meneer Ten Hoeve. Wenst een van de leden in eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Ik kijk even naar de bewindspersonen. Kunt u instemmen met een schorsing tot 17.00 uur of heeft u iets meer tijd nodig? 17.15 uur? 17.15 uur.

Voordat ik ga schorsen meld ik nog dat de commissievergaderingen van Financiën, BDO en EUZA alle vijftien minuten later beginnen, respectievelijk om 16.25 uur, 16.30 uur en 16.45 uur in commissiekamer 1.