Plenair Ten Hoeve bij Algemene politieke beschouwingen



Verslag van de vergadering van 4 december 2017 (2017/2018 nr. 10)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 23.40 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Ik ben de laatste. Als ik klaar ben, kunt u de vergadering schorsen tot morgenochtend.

De dinsdagmiddagen van de laatste weken gaven mij een plezierig gevoel, niet zozeer omdat er de laatste tijd niet zo heel veel ingrijpende zaken aan de orde waren, maar vooral omdat wij de gelegenheid kregen om in kennismakingsgesprekken een eerste contact te hebben met de diverse nieuwe ministers en staatssecretarissen. Die gesprekken verlopen heel prettig en geven een mooie eerste indruk van de personen van de bewindslieden en hun ideeën. Het feit dat vier toch zeker niet gelijk denkende partijen in staat waren om een regering te vormen, ook al duurde dat wel erg lang, en eigenlijk toch ook de toon en inhoud van het regeerakkoord stemden mij redelijk positief. Ik zal het niet altijd eens zijn met de regeringsvoorstellen die ongetwijfeld de komende tijd op ons afkomen, maar ik ben tevreden dat juist deze gemêleerde regering van plan is om grote zaken aan te pakken: de arbeidsmarkt, de pensioenen, het klimaat, Europa — eindelijk echt positief — en ook enigszins de belastingen. Daar zitten nog wel enkele botjes in waarop gekauwd kan worden. Op veel punten moet de concretisering nog volgen, maar ik wens de regering graag toe dat zij tijd van leven krijgt om haar ambities waar te maken.

Niet op alle fronten is er nog sprake van een duidelijk perspectief. Wij zijn opgeschrikt door de grootschalige mestfraude in Brabant en Noord-Limburg. En de grondgebonden boeren, die nu juist niets aan de mestproblematiek toedoen, zijn ook opgeschrikt, doordat zij na de rechterlijke uitspraak daarover toch ook over dit jaar hun aandeel in de inkrimping van de veestapel moeten leveren en boetes te verwachten hebben. Ons beleid zet nog steeds in op ingewikkelde regulering om de bijverschijnselen van een meer industriële dan puur agrarische productiewijze de baas te blijven. De overheid kan de bestaande verhoudingen niet van het ene moment op het andere veranderen, maar wat mij ernstig lijkt is vooral dat nog steeds geen duidelijk perspectief wordt geboden op een ontwikkeling in de richting van een wenselijke, door de overheid gestimuleerde, in klimaat- en milieubeleid passende toekomstige sector, die geen grote schadelijke en dus te reguleren effecten meebrengt. Waarom durft de overheid, en dat geldt ook voor de meeste provincies, geen duidelijke keuzes te maken? Het feit dat Nederland vorige week, met Duitsland, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld België en Frankrijk, voor de toelating van glyfosaat voor nog eens vijf jaar stemde, onderstreept dat nog eens. Hoe wil de regering de milieugevolgen van zo'n besluit tegengaan?

Overigens, eigenlijk als terloopse opmerking tussendoor: waar de mestfraude vooral speelt, daar speelt ook de productie van drugs een grote rol, voor een deel ook een soort landbouw, maar voor een groot deel chemie. Gebieden waar de beide vormen van criminaliteit floreren en waar voor beide bedrijfstakken hulp aanwezig lijkt te zijn vanuit de burgermaatschappij, daar lopen boven- en onderwereld door elkaar. Het zou misschien goed zijn deze ontwikkelingen te zien als één complex en als indicatie voor het afdrijven van een deel van onze samenleving, waarschijnlijk op meer plaatsen, maar daar in het bijzonder. Ik denk dat het verstandig is van de regering om te proberen of legalisering van hennepteelt kan bijdragen tot ontcriminalisering van drugsproductie, maar daarmee wordt natuurlijk niet het hele probleem opgelost. Wij blijven voorlopig een land met een onmogelijk groot mestprobleem en een op grote schaal drugs producerend, exporterend en doorvoerend land, een narcostaat. Hoe ziet de regering dat eigenlijk?

Een vraag op een heel ander terrein. Er liggen enkele wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer die betrekking hebben op gemeentelijke herindelingen en waarbij serieus de vraag gesteld kan worden of de regering van mening blijft dat voor herindelingen draagvlak in de gemeenten aanwezig moet zijn. De zinsnede in het regeringsakkoord hieromtrent geeft niet echt uitsluitsel: "Het is dan" — namelijk wanneer een gemeente sterk afhankelijk is van gemeenschappelijke regelingen — "aan de provincie de herindelingsprocedure op basis van de Wet Algemene regels herindeling (Wet Arhi) te starten." Wordt hier een opening geboden om eventueel ook zonder zelfs maar enig draagvlak een herindeling tegen de zin van een gemeente door te zetten? Als dat het geval zou zijn, hoe erg moet het dan wel wezen met de afhankelijkheid van de betreffende gemeente? Een extra vraag: zal het een provincie ook toegestaan worden, ondanks eventuele onjuiste gegevensverstrekking met betrekking tot de financiële situatie, de bestuurskracht of de bereidwilligheid tot herindeling van een gemeente, toch een herindelingsvoorstel tot in de Kamer te krijgen?

Nu het toch over gemeenten gaat: in het regeringsakkoord heb ik een passage gemist over het verschuiven van belastingmogelijkheden van het Rijk naar provincie en gemeente. Ik meende dat er brede consensus was over de constatering dat de lokale en provinciale belastingcapaciteiten in internationale vergelijking uitzonderlijk beperkt zijn, dat dit de eigen prioriteitstelling van provincies en gemeenten beperkt en dat daar dus wat aan zou moeten gebeuren. Is de regering daar nog mee bezig?

Dan het Koninkrijk. Ik zal de situatie van Sint-Maarten verder niet aan de orde stellen, maar ik ben wel van mening dat de hulp aan de wederopbouw zo snel mogelijk van start moet gaan. Eigenlijk begrijp ik niet waarom het zo lang heeft moeten duren terwijl al veel eerder duidelijk was geworden dat de Staten hun regering hadden laten vallen en akkoord waren met de door Nederland gestelde eisen. Was het niet beter geweest als wij getoond hadden dat het ons meer ernst is met de bereidheid tot hulp dan met het verlangen om eerst alle wettige en overtuigende bewijzen te krijgen dat aan onze verlangens zal worden voldaan? Overigens heb ik de indruk dat de staatssecretaris voor Koninkrijkszaken oprecht zijn best doet om goede verhoudingen te scheppen. Dat hoort ook zo in het Koninkrijk.

Toch is er nog een punt waar wel iets meer aandacht voor mocht zijn. Aruba voldoet nog niet aan de eisen die wij stellen om laagrentende leningen van Nederland beschikbaar gesteld te krijgen. Maar het eiland is tegenwoordig onderworpen aan financieel toezicht, de tekorten zijn sterk teruggedrongen en voor de aanstaande regering is dat ook een duidelijke prioriteit. Als Aruba bij Nederland zou kunnen lenen, zou het al een overschot op de begroting hebben. En het kost Nederland niets, want wij kunnen vrijwel gratis lenen. Waarom maakt de minister van Financiën geen eind aan deze geld kostende dwaasheid?

Ten slotte een wel delicaat onderwerp, Catalonië. Toen in 1830 Brussel in opstand kwam tegen koning Willem I ontstond in het noorden al snel een sterk nationalistisch gevoel tegen "het muitziek rot der Belgen" en om mee te doen aan de Tiendaagse Veldtocht was er animo genoeg. Een gelijksoortig nationalisme heeft natuurlijk ook Madrid in zijn greep gekregen, waar de Partido Popular al tien jaar lang bezig geweest is een al overeengekomen autonomieovereenkomst met Catalonië onschadelijk te maken. Als Catalonië het stierenvechten verbiedt is de autonomie niet groot genoeg om dat te mogen doen. En het Catalaanse volk mag zich ook geen …

De voorzitter:

Wilt u op uw tijd letten, meneer Ten Hoeve?

De heer Ten Hoeve (OSF):

Ja, ik ben bijna zover, voorzitter.

Het Catalaanse volk mag zich ook geen natie noemen, want dat doet tekort aan de ene Spaanse natie. En een referendum houden over de door dit Spaanse nationalisme gevoede drang naar dan maar volledige onafhankelijkheid mag natuurlijk ook niet. Natuurlijk is het niet verstandig om na een toch gehouden maar chaotisch verlopen referendum daadwerkelijk de onafhankelijkheid uit te roepen. En natuurlijk heeft Europa, en zeker ook Nederland, er belang bij om te blijven volhouden dat Spanje een echte democratie is waar niemand onderdrukt wordt. Maar ik zou toch ...

De voorzitter:

Meneer Ten Hoeve, u bent al 40 minuten over uw tijd heen. 40 seconden bedoel ik.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Mag ik nog één vraag stellen aan de regering?

De voorzitter:

Nee, nee, nee. Meneer Ten Hoeve, moet u luisteren. U sluit nu af. Dan heeft u morgen nog twee minuten voor de tweede termijn. Maar als u nu doorgaat, krijgt u morgen geen tweede termijn meer.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Dan heb ik morgen minder tijd.

De voorzitter:

Nee, geen tijd! U bent over uw tijd heen.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Uitstekend. Dan stel ik nu toch mijn vragen aan de regering.

De voorzitter:

Maar dan hebt u geen tweede termijn.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Dat is mij duidelijk, voorzitter.

Ik zou toch van de regering wel graag willen weten of zij het in overeenstemming met de geest van de democratische rechtsstaat vindt dat gekozen parlements- en regeringsleden die lang proberen in onderhandeling te komen met de centrale regering, maar die als alles vruchteloos blijkt uiteindelijk toch doen wat hun kiezers onder die omstandigheden van ze verwachten, worden opgesloten en aangeklaagd voor misdaden die tot 30 jaar gevangenisstraf kunnen opleveren. En ik zou ook graag willen horen of de regering van mening is dat een keuze voor onafhankelijkheid, die overigens helemaal niet echt voor de hand ligt — laat ik daar duidelijk over zijn — gemaakt mag worden door het Catalaanse volk of gemaakt moet worden door de Spaanse bevolking in totaal, waarbinnen Catalonië dan altijd een minderheid is. Wat is hier nu democratie? Of mag die keuze helemaal niet, nooit gemaakt worden, omdat de Spaanse grondwet daar niet op berekend is?

Een lastig onderwerp om mee te eindigen, voorzitter. Het spijt me dat het te lang geduurd heeft, maar ik wacht graag op een reactie van de minister-president.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve. Nogmaals, u heeft dus geen tweede termijn morgen.

Ik zal niet vragen of nog iemand het woord wil voeren in eerste termijn; dat ga ik niet vragen.

De beraadslaging wordt geschorst.