Plenair Kuiper bij Algemene politieke beschouwingen



Verslag van de vergadering van 4 december 2017 (2017/2018 nr. 10)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.48 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Dank u, voorzitter. Ook mijn fractie heet dit kabinet van harte welkom in dit huis en ziet uit naar de samenwerking met ieder lid daarvan.

Afgelopen woensdag was het precies 100 jaar geleden dat in deze Kamer, op deze plek, een grote grondwetswijziging werd aanvaard — misschien wel de belangrijkste. De Pacificatie van 1917 regelde de invoering van het algemeen kiesrecht, een vurige wens van toenmalig links, en de gelijke behandeling van het bijzonder onderwijs, een vurige wens van toenmalig rechts. Achter de regeringstafel bevond zich, precies tussen beide vleugels in, de partijloze premier, de liberaal Cort van der Linden. De voorzitter van de Kamer, dus uw voorganger, mevrouw de voorzitter, sprak na de aanvaarding over — ik citeer — "nieuwe grondslagen" die "het geluk en den voorspoed van land en volk zouden kunnen vermeerderen". Het klonk nog voorzichtig.

De grondslagen die toen in die grondwetswijziging zijn gelegd, zijn de verworvenheden van nu. De volledige uitoefening van het staatsburgerschap door iedere meerderjarige en de aanmoediging van dat recht gebruik te maken is zo'n verworvenheid, evenals een samenleving waarin richtingen en levensovertuigingen worden erkend en over en weer worden ondersteund om zich met idealen en waarden te ontplooien en zich in te zetten voor het publiek belang.

Dat was het begin van de eeuw van de burger. Zou in de inzet voor juist deze verworvenheden een verhaal kunnen zitten voor dit kabinet? Wij hebben onze eigen Cort van der Linden weer achter de regeringstafel, dus laat ik het daarom vandaag eens proberen. Ik knoop daarvoor uiteraard niet aan bij de situatie in 1917, maar bij de zorgen van dit kabinet zelf. Bij alles wat er goed en beter gaat, wordt door het kabinet gesproken over tegenstellingen en spanningen in de samenleving, gebrekkige integratie, gevoelens van onbehagen en vervreemding in eigen land. Ik citeerde het regeerakkoord. Wij kunnen ons er allemaal iets bij voorstellen. Maar juist dan is het nodig opnieuw een sterk begrip tot stand te brengen rond burgerbetrokkenheid en rond waarden die dit land verder helpen. Ik begrijp dat het kabinet dat ook wil. Graag hoor ik op dit punt een analyse van de minister-president: hoe hebben wij die passages in het regeerakkoord te lezen?

Er zit een nieuw kabinet achter de tafel en dat kon er alleen komen door een welwillende houding van partijen. De verkiezingsuitslag maakte de formatie tot een puzzel, maar het is weer gelukt. Het is belangrijk dat het kabinet steunt op een gewone meerderheid in de Tweede en Eerste Kamer, al zijn de marges smal. Het zou daarom goed zijn — en ik ben vandaag niet de eerste die dat zegt — als er op inhoud zo veel mogelijk overeenstemming kan worden bereikt, ook waar er continuïteit is met het vorige kabinet. Mevrouw Barth noemde daar al een aantal voorbeelden van. Zo kan de basis onder de besluitvorming worden verbreed. Ook dat past in onze tradities. Dat werd zichtbaar in 1917 en het werd in voorgaande perioden begrepen door fracties in dit huis.

Er is een regeerakkoord van enige omvang tot stand gekomen dat als basis kan dienen voor het kabinetsbeleid. Er is veel vastgelegd en aangekondigd. Hoe dan ook spreekt hier ambitie en daadkracht uit. Dit wordt geen kabinet dat op de handen zit. Dat waardeert mijn fractie. Er gaan veel handen uit de mouwen, er zijn nieuwe posten en we zien onder meer de terugkeer van het ministerie van Landbouw, tot onze tevredenheid met deze vicepremier.

De omstandigheden waaronder dit kabinet kan beginnen aan de klus zijn gunstiger dan in 2012. De economie trekt aan en er is, ook dankzij het beleid van het vorige kabinet, ruimte om gaten te dichten die waren ontstaan; om stappen vooruit te zetten in onderwijs, zorg en veiligheid; om de herziening van het belastingstelsel, de arbeidsmarkt en het pensioenstelsel aan te pakken. En er zijn krachtige voornemens voor het verduurzamen van de economie en de woningvoorraad, voor de energietransitie en voor het behalen van de doelstellingen van Parijs; noodzakelijk beleid, gericht op de toekomst. Maar er moet meer zijn dan het injecteren van geld. Het gaat er uiteindelijk om wat er wordt beoogd met het weer op orde brengen van Nederland, nu het kan.

Voorzitter. Ik kan slechts enkele zaken aanstippen van het algemene regeringsbeleid die in dat verband onze bijzondere belangstelling hebben. Ik houd daarbij voor ogen wat er naar de mening van mijn fractie bij onze verworvenheden aan onderhoud nodig is. Het kabinet wil burgers centraal stellen en heeft daarbij iets normatiefs voor ogen. Nieuwkomers moeten inburgeren, participeren en weten hoe Nederland als rechtsstaat werkt. Op scholen krijgt burgerschapsvorming extra gewicht. Er mag ruimte komen voor burgers die zich in willen zetten voor hun omgeving. Het is goed dat dit krachtig wordt benadrukt. Mijn fractie heeft hier sympathie voor, maar zou ook hierbij een meer samenhangend verhaal willen horen over de burger, de democratie en de gemeenschappen. Wat voor soort gesprek zoekt het kabinet met die burger en met de samenleving?

Er is nog een ander aspect in deze discussie. Dat vergt een reflectie op een overheid die op afstand is komen te staan, over onbereikbare loketten, over de kwaliteit van publieke dienstverlening, over handhaving en toezicht in ons land. De Raad van State en de Rekenkamer wezen op de kwaliteit van uitvoeringsorganisaties, die kampen met personeelstekorten, ICT-problemen en de wissel die bezuinigingen op de organisaties hebben getrokken. Dat geldt ook voor toezichthoudende diensten. Ik zie aanzetten tot verbetering in het regeerakkoord, bijvoorbeeld met betrekking tot de NVWA of diverse inspecties, maar mijn fractie mist hier de zelfreflectie van een overheid die de verbinding met de burger ook zelf tot stand moet brengen.

Voorzitter. De overheid moet haar eigen kerntaken op orde hebben om burgers te beschermen. Het moet niet zo zijn dat overal waar een tegel wordt gelicht grote tekorten en misstanden tevoorschijn komen. Er moet een antwoord komen op de verontrustende geluiden over de groei van allerlei vormen van criminaliteit, die te vaak gerelateerd zijn aan drugs en mensenhandel. Veiligheid, toezien op naleving van regels en handhaving van beleid zijn belangrijk. Hoe gaat het kabinet om met de conclusies van de commissie-Kuijken over de nationale politie?

Gelukkig is er nu een zichtbare inzet om partijen in de strafrechtketen te versterken. Maar het gaat ook om de cultuur die we laten ontstaan. Het bestrijden van drugscriminaliteit is symptoombestrijding als we het alledaagse gebruik van drugs normaliseren of bagatelliseren. Hoe staan de experimenten met wietteelt in verhouding tot de wens om te komen tot een rookvrije generatie? Je zou haast zeggen: als je een rookvrije generatie hebt, is per definitie al dat andere niet meer nodig.

Voorzitter. Steeds breder ontstaat weerstand tegen een cultuur die de vrije beschikbaarheid van vrouwenlichamen normaal is gaan vinden. We moeten onderkennen dat onze zogenaamde liberaliteit grote ellende in vrouwenlevens heeft gebracht. De opheffing van het bordeelverbod heeft niet tot normalisering van de prostitutie geleid. Het is goed dat dit kabinet dat onderkent en stappen zet, waaronder het pooierverbod. We dringen aan op spoedige behandeling hiervan. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel geeft aan dat het aantal slachtoffers veel hoger is dan we denken en dat men in 35% van de gemeenten geen idee heeft of er mensenhandel voorkomt en hoe het zit. Hoe gaat het kabinet het gesprek met de gemeenten hierover aan?

Voorzitter. Na vele jaren van bezuinigen en een bescheiden trendbreuk wordt er nu weer geïnvesteerd in defensie. En dat is hard nodig, want we bewegen ons langs ondergrenzen. Deze Kamer heeft zich bij motie uitgesproken over een ontwikkeling van de uitgaven in de richting van de NAVO-norm van 2%, zoals ook is afgesproken met de bondgenoten in 2014, met een horizon van tien jaar naar 2024. Hoe bewegen we ons daarnaartoe? De vraag is al eerder gesteld. Ook mijn fractie wil graag een antwoord op die vraag.

Voorzitter. Kunnen we het opnieuw over bildung hebben? Het kabinet spreekt over het uitdragen van waarden, onder meer in het onderwijs, en dat heeft onze steun. Het onderwijs heeft hier een wezenlijke bijdrage aan te leveren, onder meer door oog te hebben voor burgerschapsvorming. Daar is die weer. Vanuit het kabinet moeten er daarvoor ook stimulansen zijn. Gelukkig staat honderd jaar na de Pacificatie de onderwijsvrijheid recht overeind. Niet helemaal duidelijk is waar op gedoeld wordt wanneer gezegd wordt dat de belangstelling van ouders een basis kan zijn voor nieuwe schoolstichting. Ik meende dat het in de discussie tot nu toe ging om aanvulling met een pedagogisch-onderwijskundig richtingbegrip. Graag hoort mijn fractie een toelichting.

Wat het hoger onderwijs betreft, pleit mijn fractie voor een eerlijke verdeling van de investeringen over alle soorten van hoger onderwijs. De afschaffing van de basisbeurs was een generieke maatregel en raakte alle studenten in het hoger onderwijs. Wij hebben hier regelmatig een lans gebroken voor kleine studies en de rol van de geesteswetenschappen en wij zullen dat blijven doen. Investeer daar in. Ook dat past bij de aandacht voor bildung, voor burgerschap en het uitdragen van waarden in de samenleving.

Voorzitter. Tot slot een enkel woord over het klimaat en de zorg voor de schepping. Het kabinet toont visie voor wat als hoogontwikkeld land onze bijdrage moet zijn aan de internationale klimaatdoelstellingen. Het verscherpen van de ambitie, en de inzet dat ook in Europa voor elkaar te krijgen, heeft onze steun. We zullen er onze handen aan vol hebben. Wij wachten op de daden van het kabinet en vragen aandacht voor het nieuwe energieakkoord en de rol daarin voor hernieuwbare energie.

Wij zullen ons in deze Kamer blijven inzetten voor de kwetsbaren in de samenleving, voor mensen met een handicap, welke rol ze ook hebben te spelen.

Voorzitter. Deze premier heeft, als ik het goed heb begrepen, een portret van Cort van der Linden in het Torentje hangen, naast dat van Thorbecke. Hij lijkt er nog niet op, want dan zou er zo langzamerhand een grote baard moeten komen. We zitten daar nog steeds op te wachten, want hij spiegelt zich al heel lang aan Cort van der Linden. Misschien komt het nog eens. Zeker in deze dagen is dat misschien iets om te doen. Laat de premier zich inderdaad inzetten voor wat de kern was en de betekenis was van de grote verrichtingen van Cort van der Linden, uitmondend in 1917. Laat hij zich inzetten voor de verworvenheden die ooit vurig zijn verdedigd en die ons land niet missen kan: de betekenis van hedendaags burgerschap voor iedereen, de betekenis van waarden die onze samenleving bouwen en de betekenis van een overheid die burgers beschermt en haar zaken op orde heeft. Nu is er de kans. De omstandigheden zijn gunstig om dit te doen. We hopen dat we de minister-president veel zullen zien in de noodzakelijke debatten die hierover gaan.

Voorzitter. Wij zullen ons als fractie positief verhouden tot het kabinet dat is ontstaan. Wij wensen u Gods zegen bij uw belangrijke taak.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kuiper. Ik geef het woord aan de heer Koffeman. O, meneer Kuiper, komt u nog even terug? Mevrouw Strik heeft nog een vraag.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Ik feliciteer de heer Kuiper nogmaals met zijn deelname aan het kabinet. U heeft veel voor elkaar gekregen. Ik weet ook dat er een aantal heel gevoelige punten waren, waar de ChristenUnie ook haar best voor heeft gedaan maar die niet zijn gelukt, waaronder het kinderpardon. Hier, maar ook in de Tweede Kamer, heeft de ChristenUnie zich er altijd erg hard voor gemaakt. Het gaat maar om een kleine groep kinderen, die nu toch het land wordt uitgezet. Kan de heer Kuiper iets zeggen over de afweging die daarbij is gemaakt? Hoe staat de heer Kuiper hier zelf tegenover? Vindt hij het de moeite waard om het op te geven?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ik dank mevrouw Strik voor de felicitaties, maar die adresseer ik even door naar het kabinet. Daar zit de club die gevormd is. Zo'n regeerakkoord is natuurlijk een pakket van dingen. Er is over gesproken. Ik was daar niet bij betrokken. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in de passage in het regeerakkoord dat de regeling van het kinderpardon niet veranderd zal worden. Maar er is een regeling en die regeling blijft bestaan. Je zou kunnen vinden dat die criteria ruimer moeten worden toegepast. Dat was inderdaad ook de lijn van mijn partij. Maar ik heb nu te maken met een regeerakkoord waarin de zin staat dat de regeling voor het kinderpardon blijft zoals die nu is. Het is in ieder geval heel belangrijk dat wij uniforme regels hebben. Bij het hele asielbeleid is het uiterst belangrijk dat er regels zijn, dat iedereen precies weet waar hij aan toe is en dat die regels worden toegepast. Mijn partij kan vinden dat de criteria ruimer hadden moeten worden toegepast, maar er is een regeling, waarvan iedereen zegt dat die in principe deugt, met die vijf jaar bij achttien jaar, enzovoorts, waarbij verblijf kan leiden tot een vergunning. Het is zoals het is. Er is een regeling. Dit is het besluit van de partijen die de regering hebben gevormd en ik heb het daarmee te doen.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

De heer Kuiper zegt dat er een regeling is. Juist zijn partij heeft zich in de Tweede Kamer vier jaar lang verzet tegen de strenge criteria van die regeling, die veel strenger uitpakte dan oorspronkelijk was bedoeld. Daar is helemaal geen verandering in gekomen. De heer Kuiper zegt dat we het hiermee moeten doen, maar zijn partij is natuurlijk ook onderdeel geweest van die onderhandelingen en heeft dit uiteindelijk ingeleverd. Daar ging mijn vraag enigszins over. Hoe heeft dit gewerkt? Is dat dan een kwestie van dat je iets heel anders krijgt en dat je dan de rechten en belangen van die kinderen opoffert? Hoe is dat gegaan?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Uw constateringen zijn terecht en correct. Zo is het gegaan. Ik was niet betrokken bij de onderhandelingen. Ik sta hier ook in een andere verantwoordelijkheid. U heeft gehoord hoe mijn partij hierop heeft gereageerd. Uiteindelijk hebben wij ja gezegd tegen het regeerakkoord, althans de fractie in de Tweede Kamer heeft dat gedaan. Daarom zullen we het hiermee moeten doen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Strik.

Mevrouw Strik (GroenLinks):

Het lijkt me heel pijnlijk, maar ik hoop dat de fractie, hier en aan de overkant, zich blijft inzetten voor het toch iets meer humaniseren van de regeling.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Wij zullen ons zeker voor die kinderen blijven inzetten; daar kunt u op rekenen. Er is een regeling, die functioneert. Er komt geen verandering in hoe het nu gaat.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Kuiper. Ik geef het woord aan de heer Koffeman.