Plenair Kuiper bij behandeling Goedkeuring overeenkomst van Parijs



Verslag van de vergadering van 27 juni 2017 (2016/2017 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.41 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook ik feliciteer collega Van der Sluijs met zijn maidenspeech. Het is te waarderen dat hij verscheidene wetenschappelijke inzichten aandraagt. Wat ons betreft vragen die inzichten nog wel om een aanvulling als het gaat over het effect van de broeikasgassen in de huidige omstandigheden op onze atmosfeer en daarmee op het klimaat. Dat maakt het verschil uit tussen de benadering van de heer Van der Sluijs en onze benadering.

Er zijn maar weinig stappen nodig in de milieuethiek om in te zien dat het terugdringen van het broeikaseffect tot onze categorische plicht behoort. Door menselijk toedoen stijgt de temperatuur op aarde, warmt het zeewater op, raken klimatologische systemen en bijzondere evenwichten verstoort, neemt de biodiversiteit af, staan leefomstandigheden onder druk en zullen ecologische en daarmee ook humanitaire rampen zich vaker voordoen. Het tempo van deze klimaatveranderingen neemt toe, en dat is verontrustend. Het terugdringen van broeikasgassen in de atmosfeer is nu onze categorische opgave. Wij moeten dat doen. Voor ingrijpen op mondiale schaal is het al verscheidene keren vijf voor twaalf geweest. Er is te veel uitstoot van met name CO2 en methaan in de atmosfeer. Het is van groot belang dat, zoals nu wordt voorgesteld, we daarin snel onze piek bereiken — dat zijn de woorden van het akkoord — en daarna de daling inzetten.

Ik sprak net over milieuethische overwegingen. Daar zou ons verhaal inderdaad moeten beginnen, zowel bij onze verantwoordelijkheid als bij onze gezindheid. De aarde is aan de mens toevertrouwd, niet om te exploiteren voor eigen doeleinden maar om deze te beheren en te bewaren voor volgende generaties. De aarde is een uniek bezit. Hij is ook kwetsbaar, zo blijkt. Ik ben in het onvolprezen christelijk onderwijs dat dit land rijk is, grootgebracht met het idee dat de mens een cultuuropdracht heeft met betrekking tot de aarde, die niet door mensenhand is voortgebracht maar wel door mensenhand vernietigd kan worden.

Mijn fractie is ingenomen met het klimaatverdrag van Parijs, een mijlpaal voor de wereldgemeenschap. Het is een lang en taai proces geweest om bij dit kader van bindende afspraken uit te komen. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is in een aantal stappen niet alleen het besef van verantwoordelijkheid gegroeid, maar ook de bereidheid om concrete maatregelen te nemen. Via het raamverdrag in 1992, het Kyotoprotocol en een serie van conferenties hebben 196 landen in 2015 in Parijs ingestemd met dit klimaatakkoord, dat verplichtingen oplegt in het kader van de 2°C-doelstelling. Het zal nog een hele opgave zijn daarbinnen te blijven. Raken we daarboven aan het eind van de eeuw, dan ontstaan onomkeerbare processen in de biosfeer, zo is de vrees.

Het is bijzonder triest dat de Verenigde Staten zich aan het klimaatakkoord meenden te moeten onttrekken, zeker gelet op de motivatie daarvoor. Intussen blijven China, Rusland en ook steden en staten in de Verenigde Staten zich binden aan de doelstellingen van het akkoord, gelukkig maar. Graag hoor ik van de staatssecretaris wat haar taxatie is van deze ontwikkeling. Ook een aantal collega's heeft daarom gevraagd. Wat betekent het uitstappen van de Verenigde Staten voor de gestelde doelen, voor de manier waarop we die kunnen halen met elkaar? Welke maatregelen kunnen in de toekomst worden genomen om de Verenigde Staten te bewegen alsnog mee te doen? Immers, president Trump zal toch niet het eeuwige leven hebben; als president bedoel ik?

Met het aanvaarden van het klimaatakkoord verplichten wij ons tot een hervorming van onze economie en samenleving die omvattend is. Om een broeikasgasneutrale situatie te bereiken, moeten wij de CO2-uitstoot fors beperken en het gebruik van fossiele brandstoffen afbouwen. Mijn partij is er voorstander van om zo snel mogelijk de noodzakelijke stappen te zetten in de industrie en de bouw en met betrekking tot transport en verkeer, mobiliteit. Laten wij vol inzetten op hernieuwbare energie en daarvan een economisch en maatschappelijk succes maken. Een voorsprong op dat gebied zal ons geen windeieren leggen. Dat woord viel me in, maar daarna bedacht ik me dat het in dit verband een heel vreemde beeldspraak is.

Gelukkig is de energietransitie al in gang gezet en raakt menigeen zich bewust van de noodzaak om waar het maar kan over te schakelen op alternatieve energiebronnen. Maar in Europa zijn wij als Nederland geen koploper en is de CO2-uitstoot hier in met name de sector industrie de afgelopen jaren zelfs gestegen, vooral door het gebruik van nieuwe en oude kolencentrales. De meeste partijen zijn het erover eens dat de kolencentrales moeten worden afgebouwd. Op welke wijze en in welk tempo kan dat volgens de staatssecretaris?

En dan dit. In Groot-Brittannië is voor de elektriciteitssector een minimumprijs voor CO2 ingevoerd. Dat maakt het gebruik van kolen duurder ten opzichte van bijvoorbeeld minder vervuilende energiebronnen als gas. Hoe denkt de staatssecretaris over een dergelijke meer ambitieuze beprijzing van CO2? Natuurlijk in de Europese context en in de combinatie met het ETS, het emissiestelsel. Het verdrag van Parijs spreekt over het in lijn brengen van geldstromen met een traject naar broeikasgasarme ontwikkelingen. Hier hebben wij er een die voor het oprapen ligt.

Er wordt met betrekking tot de reductie van CO2-uitstoot gesproken over percentages die in 2030 en in 2050 zouden moeten worden gehaald. Uitgaande van 80% tot 95% reductie in 2050 zouden we in 2030 43% tot 49% reductie moeten bereiken volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. Duidelijk zal zijn dat de benodigde aanpak zich uitstrekt over de volle breedte van onze economische en maatschappelijke activiteiten en ook onze levensstijl zal raken. Versobering en matiging in onze consumptie van energie zal nodig zijn. De kosten zullen daarbij zoveel mogelijk gemeenschappelijk moeten worden gedragen en geen extra belasting moeten vormen voor mensen met lage inkomens.

Hoewel wij ons sterk richten op de reductie van CO2, draagt ook de uitstoot van methaan bij aan de opwarming van de aarde. Dat raakt onze landbouw. Volgens welk patroon zal de reductie van methaan moeten plaatsvinden volgens het kabinet?

Het klimaatverdrag van Parijs zal ons dwingen tot scherpe keuzen. Het opent onze ogen voor de mondiale verwevenheid van vraagstukken, ook met betrekking tot het verdwijnen van bronnen van bestaan in sommige delen van de wereld. Ik heb het dan over de samenhang tussen droogte, honger en armoede. We zijn het energie- en klimaattijdperk ingetreden, zoals de Amerikaanse journalist Thomas Friedman het noemt. We kunnen ons aan de problemen die wij zelf hebben opgeroepen niet onttrekken. We zullen zuinig moeten zijn op onze planeet, die er vanuit de ruimte nog altijd uitziet als een groene bol. Voor verdere concrete maatregelen zal het wachten zijn op een nieuw kabinet, dat moet gaan bouwen op dit akkoord. We wensen het kabinet daarbij alvast veel wijsheid en vooral moed toe om keuzen te maken.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Ik heb toch nog een vraag. De heer Kuiper steunt het klimaatakkoord voluit. Dat geldt ook voor allerlei vergaande maatregelen. De afspraken die tot nu toe in Europa zijn gemaakt, zijn echter onvoldoende om dit klimaatakkoord te realiseren. Dat geldt dus ook voor het beleid dat Nederland op basis daarvan maakt. Vindt de ChristenUnie dat deze afspraken in Europa en dus ook in Nederland aangescherpt moeten worden omdat de doelen van Parijs in ieder geval moeten worden gerealiseerd?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Als wij dit klimaatakkoord ratificeren — het lijkt erop dat wij dat gaan doen — dan binden wij ons aan de doelstelling van 2°C, wellicht 1,5°C. Dat teruggerekend, leidt tot allerlei maatregelen. Daar beginnen wij niet voor het eerst mee. Dit kabinet was er al mee bezig. Het zal duidelijk zijn dat een volgend kabinet een en ander moet omzetten in maatregelen. Ik heb ook gelezen in de pers dat die afspraak in de Europese landen stroef loopt; niet dat het er niet van gaat komen, maar het loopt stroef. Er wordt volop gesteggeld over de percentages en hoe we die gaan halen. Mijn vragen aan de staatssecretaris zijn ook daarop gericht. Ik vind inderdaad dat er veel nieuw beleid moet komen. Dat moet de komende jaren gebeuren.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Er wordt op dit moment in Europa al over heel belangrijke zaken gesproken, ook over het emissiehandelssysteem, het ETS, en over de afspraken voor transport en landbouw. Het huidige kabinet spreekt daarover in het kader van de Milieuraad en de Energieraad. Vindt de heer Kuiper dat Nederland in die raden moet inzetten op een aanscherping van het Europese beleid, zodat wij de Parijse doelstellingen echt gaan halen?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ja. Ik gaf in mijn verhaal het voorbeeld van het beprijzen van CO2, een minimumprijs. Het Europese emissiestelsel geeft daarvoor een soort plafond, maar het blijft mogelijk om heel veel CO2-rechten te kopen. Als die duurder worden, dan zal dat een steviger effect hebben. Dat zal per saldo inderdaad een aanscherping van het beleid zijn.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

De heer Kuiper vindt dus dat bijvoorbeeld het emissiehandelssysteem moet worden aangescherpt, zodat het echt gaat werken, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de prijzen van CO2 omhoog gaan.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Er zijn in het kader van dat stelsel rechten uitgegeven, dus er is nog steeds heel veel ruimte. Het plafond is nog steeds onvoldoende om toe te komen aan de doelstellingen. We hebben het ook over heel ambitieuze doelstellingen als het gaat om die 2% of 1,5%. Ook in de Tweede Kamer is daar uitvoerig over gesproken. Daarbij is de vraag gesteld of het niet 1,5 moet zijn. Wat ons betreft betekent goede zorg voor de aarde, voor de planeet dat je niet genoeg kunt doen. Je kunt niet zorgvuldig genoeg zijn. We zullen komend jaar echt met ambitieuze plannen en maatregelen moeten komen. Laat het komend kabinet en de kabinetten die daarop volgen zich daarop beraden, maar er zal inderdaad heel wat moeten gebeuren.

Mevrouw Vos (GroenLinks):

Betekent dit voor de ChristenUnie het daadwerkelijk nakomen en het realiseren van de doelen van Parijs, dus ruim onder de 2°C en streven naar 1,5°C? Is dat een bodem die hoe dan ook, met welk kabinet dan ook, moet worden gerealiseerd?

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Als wij het klimaatverdrag van Parijs aanvaarden, dan is dat ons uitgangspunt.