Plenair Schnabel bij voortzetting behandeling Opzegging Algemeen Verdrag met Marokko inzake sociale zekerheid



Verslag van de vergadering van 16 februari 2016 (2015/2016 nr. 20)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 18.52 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schnabel (D66):

Voorzitter. Ik begon onze interventie vanmiddag met te zeggen dat dit een zaak is die eigenlijk voorkomen had moeten worden. Waarom dit niet kon, moeten wij allemaal voorkomen, lijkt het wel. Dat is wel lastig. Ik merk het ook bij de collega's dat het ontzettend lastig is om aan de ene kant te accepteren dat er iets is gebeurd wat eigenlijk tegen ieders inzet ingaat. De minister heeft zich er zeer duidelijk voor ingespannen. Wij hebben dat gezien en hij heeft het vanmiddag nog eens uitgebreid toegelicht. Ook heeft hij gezegd dat de pogingen tot nu toe niet zijn geslaagd, maar dat hij zal proberen om in de komende maanden en zelfs bijna dit hele jaar — die ruimte is er nog — met Marokko tot overeenstemming te komen. Ik heb in mijn eerste termijn aangegeven dat wij ons principieel kunnen verenigen met het idee dat, als je op zo'n manier voor het blok wordt gezet op het moment dat handtekeningen eigenlijk al zijn gezet en je na zeer lange tijd en zeer intensief onderhandelen tot een overeenkomst bent gekomen, er ook een principieel punt gaat spelen, namelijk hoe je je als partners tot elkaar verhoudt en tot hoe ver je wilt gaan in het meegaan met mogelijke bezwaren en mogelijke reacties van de andere kant. Wij hebben dat afgewogen, ook gezien de antwoorden die wij van de minister hebben gekregen op vragen van onszelf en van collega's. Onze conclusie is — het klinkt een beetje raar, want zo kunnen wij dat niet echt doen — dat wij de minister met zijn interventie, zijn poging om Marokko een heel duidelijk signaal te geven dat je niet eindeloos kunt doorgaan, het voordeel van de twijfel willen geven, zou je kunnen zeggen, en dus het wetsvoorstel zullen steunen. Wij doen dat met alle twijfels die wij daar in ons hart bij hebben en de zorgen over de mensen om wie het werkelijk gaat, van wie wij maar moeten hopen dat zij er zo min mogelijk de nare gevolgen, die toch mogelijk zouden kunnen zijn, van zullen ondervinden.