Plenair Van Strien bij behandeling Deregulering beoordeling arbeidsrelaties



Verslag van de vergadering van 26 januari 2016 (2015/2016 nr. 17)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.13 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Strien i (PVV):

Voorzitter. Na een wat langere voorbereiding dan gebruikelijk spreken we vandaag over het wetsvoorstel Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. Langer dan gebruikelijk, omdat er nogal wat te doen is geweest over deze wet. Het gaat hierbij in het bijzonder om de relatie tussen zzp'ers en hun opdrachtgevers. We kunnen zonder meer constateren dat zzp'ers zo langzamerhand een zeer belangrijke, niet meer weg te denken rol spelen in onze maatschappij. Niettemin doet zich de vraag voor of de flexibilisering van de arbeidsmarkt, die met de komst van de zzp'er een belangrijke stimulans heeft gekregen, in alle gevallen goed verloopt. Tenminste is er de vrees dat de ongelijke behandeling tussen zzp'ers en werknemers in loondienst in de fiscale sfeer en de premiesfeer negatieve effecten met zich brengt. Inmiddels hebben we wel 1 miljoen zzp'ers, van wie de meerderheid overigens onder modaal zit. Reden genoeg om zorgvuldig met deze groep mensen om te gaan.

De oude verklaring arbeidsrelatie, de zogenaamde VAR, waarvan wij vier soorten hadden, geeft opdrachtgevers duidelijkheid of ze loonheffingen moeten inhouden en betalen over de inkomsten van de opdrachtnemer. Deze wordt nu vervangen door honderden voorbeeldovereenkomsten. Dat klinkt niet als deregulering en het heeft veel mensen aan het schrikken gebracht. De praktijk is natuurlijk dat er contractvrijheid is, waardoor in principe een onbeperkt aantal overeenkomsten mogelijk is, waarbij partijen zich gemakshalve tot voorbeeldovereenkomsten beperken. Een belangrijk voordeel is dat de controle door de Belastingdienst hierbij niet meer eenzijdig bij de opdrachtnemer plaats vindt. Ook de opdrachtgever is in het nieuwe systeem aan controle onderhevig. Dat lijkt mijn fractie redelijker.

Het nieuwe systeem roept evenwel ook gelijk mijn eerste vraag op. In de brief van de staatssecretaris van 18 januari lees ik dat op dit moment de Belastingdienst al 400 voorbeeldovereenkomsten heeft beoordeeld, terwijl er nog 350 voorbeeldovereenkomsten in behandeling zijn. Mijn vraag aan de staatssecretaris is: is er dan wel sprake van een efficiencyslag en van deregulering?

In het nieuwe stelsel hebben opdrachtnemer en opdrachtgever een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ze stellen immers samen een contract op of sluiten samen een of ander standaardcontract, terwijl die verantwoordelijkheid eerst vrijwel uitsluitend bij de opdrachtnemer lag. De opdrachtnemer hoefde immers alleen die VAR aan te vragen en toonde die desgewenst aan de opdrachtgever. Doordat nu de opdrachtgever ook effectief onderwerp van handhaving door de Belastingdienst kan worden, wat overigens op zich heel logisch lijkt, bestaat het risico dat opdrachtgevers middelen zoeken om eventuele risico's van inhuur van zzp'ers uit te sluiten. Het ontstaan van een tussenlaag van zzp-bemiddeling is in de pers genoemd. Een situatie waarbij de marges voor tussenpersonen bizar hoog zijn. Vooral in de zorg zou dit voorkomen. Het uiteindelijke gevolg zou kunnen zijn dat de zelfstandige hierdoor een lager tarief krijgt. Dat lijkt mijn fractie een ongewenste situatie. Ik zou het dan ook op prijs stellen als de staatssecretaris vooral op dit punt uitgebreid in zou willen gaan. Mogelijk kan hij onze zorgen op dit punt wegnemen. Het gaat ons daarbij vooral om de volgende vragen. Ziet de staatssecretaris ook die ontwikkeling van tussenpersonen tussen zzp'er en uiteindelijke opdrachtgever? Zo ja, acht hij die ontwikkeling ook ongewenst? Is hij bereid om ongewenste ontwikkelingen als deze, indien die zich voordoen krachtig te bestrijden?

Hierbij wil ik het in eerste instantie laten.