Plenair Slagter-Roukema bij voortzetting behandeling Wet langdurige zorg



Verslag van de vergadering van 25 november 2014 (2014/2015 nr. 9)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.07 uur


Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Voorzitter. Ik heb in mijn eerste termijn gezegd dat ik het onverantwoord vond om dit wetsvoorstel in te voeren. Het is overhaast, onvoldragen, onverantwoord en niet genoeg uitgekristalliseerd. Dat vind ik eigenlijk nog steeds. Er zijn te veel mensen onzeker tot op het laatst. Ik moet er overigens wel bij zeggen dat in deze discussie, in dit debat veel toezeggingen zijn gedaan, waardoor in ieder geval een stukje van onze ongerustheid is weggenomen.

Ik loop eerst de toezeggingen langs. De staatssecretaris heeft een vernieuwingsagenda aangekondigd. Deze zal voor de zomer zijn beslag krijgen. In het actieplan kwaliteit zal met name worden gekeken naar de kwaliteit van de verpleeghuiszorg, naar de vraag of er voldoende goed opgeleid personeel is, naar de opleiding en naar de bezettingsgraad. Daarom steunen we ook de motie van de PVV. Gelukkig heeft de staatssecretaris erbij gezegd dat het niet een discussie over budget moet worden, maar dat het erom gaat dat de veiligheid en de zorg geborgd zijn.

Mevrouw Barth (PvdA):

Waarom heeft mevrouw Slagter er zo'n probleem mee dat het aspect dat in de motie wordt genoemd, niet in de wet zelf wordt geregeld maar bij AMvB? Het is toch ook prima geborgd als het bij AMvB is geregeld?

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Ik wil gewoon maar even doorgaan. Ik heb eigenlijk niet zo veel zin meer om nog in discussie te gaan met mevrouw Barth. Ik begrijp dat dit niet helemaal volgens de regels is, maar ik vind dat mevrouw Barth al zo veel aandacht en tijd heeft gevraagd van ons allemaal dat ik het niet nodig vind om hier nog verder op in te gaan.

Ik vind het belangrijk, en ik ben blij dat de staatssecretaris dit ook ondersteunt, dat er goed opgeleid personeel in de verpleeghuizen werkzaam is en dat daar ook onderzoek naar wordt gedaan. Ik vind het nog belangrijker dat hij heeft benadrukt dat daarbij het budget niet belangrijk is, maar dat het erom gaat dat de veiligheid en de zorg zijn geborgd.

Een andere toezegging van de staatssecretaris was dat de cliëntondersteuning vanuit het zorgkantoor per 1 januari beschikbaar moet zijn. Ik heb begrepen dat het nog wel doorontwikkeld moet worden en dat dat nog wel twee jaar kan duren, maar het moet wel beschikbaar zijn. Ik denk dat dit voor veel mensen een geruststelling is.

Ik kom op de meerzorgprofielen. De staatssecretaris heeft heel duidelijk gezegd dat dit maatwerk moet worden en dat het tijd zal vragen om dat te ontwikkelen. Ik heb er wel bij opgemerkt dat de dominante diagnose arbitrair kan zijn, dus dat daar wel heel goed naar moet worden gekeken. Dat kost tijd. Gelukkig heeft de staatssecretaris daarbij gezegd dat in de tussentijd de zorgpraktijk bewaakt wordt.

Ik kom op de toezegging ten aanzien van de WTZi en logeerhuizen. Ik ben blij dat de staatssecretaris zelf ook onder ogen ziet dat het wel erg zware eisen voor dat bepaalde doel zijn.

Ik kom op het tarief voor formele en informele zorg. Dit punt speelt ook een rol in de wijze waarop de staatssecretaris met de zorgverzekeraars omgaat. Het gaat erom wat voor invloed hij daarop heeft. Ik denk dat dit nog wel een moeilijk stuk zal worden, met name omdat de zorgverzekeraars ook een rol hebben in de strijd om de patiënt. Ik heb ten aanzien daarvan opgemerkt dat zorgverzekeraars zelf hebben aangegeven dat ze niet zo zitten te springen om "dure patiënten", omdat die erg op hun budget kunnen drukken. Ik hoor daarover graag nog de mening van de staatssecretaris. Ik blijf er dus wat sceptisch over. Ik ben heel blij dat de staatssecretaris zegt dat hij erg tevreden is over de manier waarop gemeenten en zorgverzekeraars communiceren, maar ik hoor er ook heel andere berichten over.

Ik kom op de specialist ouderengeneeskunde. Ik zie uit naar de brief die voor volgende week zal binnenkomen over de financiering van de specialist ouderengeneeskunde, met name in de toekomst. Het is mooi dat er een subsidieregeling is. Ik betwijfel of die voldoende zal zijn. Ik zie echter uit naar de brief. Ik heb overwogen om een motie over dit onderwerp in te dienen, omdat ik het heel belangrijk vind dat er onderzoek komt naar de plek van de specialist ouderengeneeskunde in de Zorgverzekeringswet. Ik hoop dat de brief van volgende week daarop antwoord geeft.

De staatssecretaris heeft ook nog gezegd dat hij luid en duidelijk bij gemeenten het punt van het beroepsgeheim en de geheimhoudingsplicht van ambtenaren onder de aandacht zal brengen. Ik wil nog één keer van hem horen hoe hij dat "luid en duidelijk" doet. Doet hij dat nog in een afzonderlijke brief? Op wat voor manier doet hij dat?

Tot slot, ik heb met name in mijn inbreng in eerste termijn een vraag gesteld bij de taakstelling, de bezuiniging die er hoe dan ook toch in zit. Ik heb daarbij geen getallen genoemd, want dan gaat het al gauw over getallen, terwijl we het over mensen zouden hebben. Welke voorzieningen een land heeft voor mensen die langdurige zorg nodig hebben, zegt iets over het beschavingspeil, zoals ik vanmorgen heb gezegd. Daarnaast heb ik gezegd dat ook wij van mening zijn dat de zorg geherstructureerd moet worden en dat er uitwassen zijn ontstaan in de afgelopen jaren. Dat er omwenteling, herstructurering en reorganisatie nodig is, is dus allemaal waar. Maar om efficiency te bereiken, moet je eerst investeren. Dat er direct bezuinigd wordt, is voor ons een van de zwaarstwegende punten. Je zou er ook iets meer geld in kunnen steken in de eerste jaren, waarvan je daarna de vruchten zult plukken. Zo gaat het met de meeste reorganisaties.

De voorzitter:

Houdt u de tijd een beetje in de gaten, mevrouw Slagter?

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Ja, ik ben bijna klaar. Ik wil alleen nog iets zeggen over cultuurveranderingen. Wij vinden dat de invoering verantwoord en geleidelijk moet zijn. Ik heb met name gevraagd om een vangnet voor schrijnende gevallen. De staatssecretaris heeft gezegd dat hij eindverantwoordelijk is en dat hij voor de zomer een brief zal sturen over de eindverantwoordelijkheid voor de stelselwijzingen in het kader van de Wmo, de Jeugdwet en de Wlz. Enerzijds is dat een geruststelling. Anderzijds legt het een heel zware last op de schouders van de staatssecretaris. Ik weet dat hij sterke schouders heeft, net als een onafhankelijke, doelgerichte en empathische houding. Dat waardeer ik, maar het zou ook zijn zwakte kunnen zijn. Ik wens hem er heel veel sterkte bij.