Plenair Slagter-Roukema bij voortzetting behandeling Wet maatschappelijke ondersteuning 2015



Verslag van de vergadering van 8 juli 2014 (2013/2014 nr. 38)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.22 uur


Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Voorzitter. We hebben al een behoorlijk lang debat gehad. Ik merk de vermoeidheid en ik denk dat meer van ons daar last van hebben. In dat debat hebben we het veel over vergezichten gehad. Die vergezichten delen wij. Het gaat ook over ónze idealen als we het hebben over een inclusieve samenleving. Desondanks hebben we het ook over een grootse verandering. Wij zijn nog steeds bezorgd dat deze grote verandering op dit moment nog geen zachte landing zal krijgen, ondanks vliegende brigades die van alles gaan monitoren.

Onze zorg is met name dat het onvoldragen en overhaast is. Natuurlijk zouden we moeten loslaten, maar loslaten doe je als het voldragen is. Om even te refereren aan de pijn waarover mevrouw Barth het had: die pijn voelen wij ook, maar wij vinden dat die pijn onevenwichtig wordt verdeeld, en dat het daarom niet aangaat om het te hebben over "geloven", "hopen" en "vertrouwen". We zouden het ook zeker moeten weten, en dat zeker weten is er bij ons nog niet.

Het is heel mooi en ook heel goed dat de bewindslieden luisteren en erg hun best doen om draagvlak te creëren. Dat verdient onze bewondering en ons respect. Dat geldt natuurlijk ook voor de ambtenaren, zoals altijd, en voor de politiek assistenten, die af en toe als goede smeerolie functioneerden. Heel erg bedankt daarvoor.

Het gaat ook om de gemeenten en de belangengroeperingen en al die commissies die gaan monitoren en mee gaan luisteren. Het gaat om het betaalbaar en beschikbaar houden en over het herleven van verantwoordelijkheidsbesef. Dat is weer zo'n uitdrukking waar ik toch een beetje kriebel van krijg. Volgens mij gaat het ook om de haves en de havenots, zoals ik in mijn inleiding heb gezegd; de mensen die niet zelfredzaam, niet sociaal en niet slim zijn. Natuurlijk hebben zij wel een beetje eigen kracht, maar zij hebben toch een vliegwiel en ondersteuning nodig. Juist die mensen, die echt kwetsbaar zijn, verkeren in onzekerheid, zoals ik uit eigen ervaring weet. Daar is onrust, zowel bij de cliënten als bij de medewerkers.

Over het algemeen ben ik niet zo geneigd om vanuit mijn eigen referentiekader anekdotes te vertellen, maar in mijn gemeente leidden de eerste keukentafelgesprekken bij een van mijn patiënten ertoe dat de ondervraagde met hartklachten naar het ziekenhuis werd afgevoerd, omdat hij moest verantwoorden waarom hij toch echt zijn hulp nodig zou hebben. Dat is in het klein een voorbeeld, maar dat kan ook in het groot gebeuren. Wij hebben ervoor gewaarschuwd dat er calamiteiten kunnen optreden. Daarmee wil ik niet zeggen dat dit nu ook niet gebeurt, maar als je verantwoordelijkheid neemt voor een transitie, moet je ook dit soort dingen onder ogen zien.

De voornaamste bezwaren van mijn fractie betreffen de snelheid en het budget. Over beide punten heb ik een motie opgesteld. Ik zal deze allebei aan de voorzitter overhandigen.

De voorzitter:

Door de leden Slagter-Roukema, Thissen, Nagel, Koffeman en De Lange wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien de aard, omvang en intensiteit van de decentralisatie van beleid die de invoering van de Wmo 2015 met zich meebrengt;

overwegende dat de dwingende omvang van de bezuinigingen een optimale uitvoering van de decentralisatie kan bedreigen;

overwegende dat er onduidelijkheid bestaat over de precieze omvang van de te realiseren bezuinigingen;

gehoord de waarschuwing van de vakbonden en ActiZ over de dreigende ontslagen in de zorg door de beperkte financiële middelen waar de gemeenten het mee moeten doen;

verzoekt de regering, de transitie van de Wmo naar gemeenten vooralsnog niet te koppelen aan een taakstellende bezuiniging en een definitieve beslissing over de omvang van de bezuiniging uit te stellen tot twee jaar na de uitvoering van de transitie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter P (33841).

De voorzitter:

Door de leden Slagter-Roukema, Nagel, Koffeman, Flierman en De Lange wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

gezien de aard, omvang en intensiteit van de transitie van de Wmo naar de gemeenten;

gehoord de zorgen van de vakbonden, zorgaanbieders en grote groepen van de bevolking;

gehoord de zorgen van onder andere de Algemene Rekenkamer en het SCP;

overwegende het belang van het succesvol volbrengen van de transitie van de Wmo;

verzoekt de regering, de invoering van de Wmo 2015 uit te stellen tot 1 januari 2016 zodat de gemeenten in staat zijn aan alle hun door de wet opgelegde verplichtingen te voldoen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter Q (33841).

Mevrouw Slagter-Roukema (SP):

Voorzitter. Een aantal punten zijn wat mij betreft nog blijven liggen of onvoldoende uit de verf gekomen. De voorlichting is denk ik een heel belangrijk onderwerp. De staatssecretaris heeft er wat over verteld. Ik denk dat het een punt van aandacht is dat het heel eenduidig en duidelijk moet zijn. Als gemeenten, cliëntengroeperingen en het Rijk informatie gaan geven, ben ik bang dat mensen zo overladen worden met verschillende informatie dat het niet meer duidelijk is, temeer daar er ook per gemeente verschillen kunnen zijn. Ik denk even terug aan de boodschap die ooit vanuit het Rijk over het epd naar de burgers is gegaan en die zo veel onrust en onduidelijkheid heeft veroorzaakt. Laat de mensen die met de communicatie belast zijn daar met elkaar op bedacht zijn.

Ik zou ook nog iets duidelijker willen hebben waar gemeenten, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en zorgvragers het kunnen melden als het niet goed gaat. De relatie tussen de verschillende transitiecommissies is niet helemaal duidelijk. Beantwoordt de Transitie Autoriteit Jeugd bijvoorbeeld ook vragen die annex zijn aan de Wmo? Waar dat gesignaleerd kan worden, is mij nog niet helemaal duidelijk. Overigens ben ik blij met het meldpunt dat cliënten zouden kunnen gebruiken, maar het is niet duidelijk wat daarmee gedaan wordt.

Ik denk dat het heel belangrijk is om de waarborg van de continuïteit nogmaals te benadrukken. Alle ontslagen doen vertrouwde gezichten wegvallen, juist bij een groep die daar snel door van de leg kan raken.

Wat betreft de transitie en het rapport van het SCP is het heel belangrijk om oog te houden voor deze drie punten: kennis van de aandoeningen, het oog voor sociale grondrechten en de kans op vervreemding van de democratie. Daarnaast moet er nog heel veel gebeuren op het gebied van het uitvragen van de focuspunten en de rode en de groene vlaggen. Onder druk wordt misschien alles vloeibaar, maar is de kans op rampen ook groter.

De staatssecretaris zei dat hij het VN-verdrag na de ratificatie onder de aandacht van de gemeenten zou brengen. Of heb ik dat verkeerd begrepen? Ik zie de staatssecretaris zijn hoofd schudden. Hij brengt het dus nu al onder de aandacht van de gemeenten, begrijp ik.

We zijn blij dat er 75 miljoen is toegezegd voor de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt, maar dat is natuurlijk nog niet zo heel erg veel. Ik denk dat alle zeilen bijgezet moeten worden en die verzekering wil ik nog heel graag horen.

Tot slot de privacy. Het verhaal van de minister is wel duidelijk. Ik denk dat zowel de staatssecretaris als de minister nog eens heel duidelijk naar de gemeenten moet communiceren dat het op zich geen reden mag zijn om hulp te weigeren als men weigert informatie te geven. Er kunnen mensen zijn die liever niet hun gegevens digitaal laten opslaan, maar die wel hun informatie willen geven. Daarnaast hebben cliënten gewoon recht op inzage, recht op afschrift, recht op correctie. Ze moeten expliciet toestemming geven voor het delen. Het moet altijd duidelijk zijn wie er inzage in de gegevens heeft.

Ik ben het met de andere aanwezigen eens dat er een uitgebreid en zinnig debat is gevoerd. We hebben elkaar niet helemaal gevonden, maar we zullen met elkaar wel blijven streven naar een inclusieve samenleving. De SP wil daar, vanuit haar kennis en ervaring, ook zeker een steen aan bijdragen.