Plenair Hoekstra bij voortzetting behandeling Wet hervorming kindregelingen



Verslag van de vergadering van 10 juni 2014 (2013/2014 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.49 uur


De heer Hoekstra (CDA):

Voorzitter. Ik dank de minister voor zijn antwoorden in de eerste termijn. Wat ons betreft zijn er in ieder geval drie punten die nog gemarkeerd mogen worden. Op de eerste plaats: de minister heeft zich in de etymologie van het woord hervormingen verdiept. Wat langer geleden heb ik dat ook weleens gedaan. Als je er goed naar kijkt en uitzoekt waar het woord vandaan komt en sinds wanneer het in de taal voorkomt, denk ik dat je nog steeds de conclusie staande kunt houden die ik eerder getrokken heb, namelijk dat het toch wat optimistisch is om van een hervorming, een herschepping te spreken. Maar laten wij daarvan af zijn.

Mijn tweede punt is fundamenteler. De minister heeft daarover iets gezegd wat in ieder geval als positief nieuws van dit debat genoteerd kan worden. Ik doel nu op zijn opmerkingen over wat hij kan, wil en gaat doen ten aanzien van de groep die wij eerder hebben aangeduid als de Divosa-groep. De minister doet dit nu voor dit jaar en dat helpt, denk ik. Het biedt echter niet zo veel garanties voor de toekomst die wat verder weg ligt. Misschien kan hij daarover nog iets zeggen.

Het derde punt dat de minister en ik hebben gewisseld betrof eigenlijk meer een vraag dan een vraag om directe aanpassing. Het gaat om de ouders met thuiswonende gehandicapte kinderen. Dat is geen groep waarvan je denkt: die hebben het reuze gemakkelijk. Het is zeker een groep waar velen hier zich graag sterk voor zouden willen maken. Ik meen uit de woorden van de minister te kunnen opmaken dat die groep in deze regeling eigenlijk min of meer op hetzelfde niveau blijft. De minister noemde bedragen in euro's en centen die heel kleine variaties laten zien. Dat stelt eerlijk gezegd wel gerust.

De CDA-fractie blijft over met een mandje met best een paar goede dingen, maar zeker ook met een paar rotte appelen. Mijn fractie is daarover nog niet uitgedacht. Wij zullen daar de komende week voor benutten. Ik dank de minister nogmaals voor zijn antwoorden.