Kamerleden sinds 1945



De Tweede en Eerste Kamer verschilden na 1945 aanvankelijk niet veel van die in de jaren 1918-1940. Er kwamen wel nieuwe partijen en de krachtsverhoudingen veranderden, maar het ‘type’ Kamerlid bleef ongewijzigd. Veel Kamerleden hadden een band met maatschappelijke organisaties, zoals vakbonden, het onderwijs en landbouw- en middenstandsorganisaties. Zij waren vertegenwoordigers van de verzuilde samenleving. Dat hield in dat er vier grote stromingen waren: katholieken, protestanten, sociaaldemocraten en neutralen/liberalen, met ieder hun eigen organisaties. En uit die organisaties kwamen veel Kamerleden.

Meer afbeeldingen

Lees de biografieën van vier Kamerleden uit deze periode.


Grote veranderingen in de jaren zestig

Aan het einde van de jaren zestig veranderde de samenleving flink. Het werk van het parlement nam sterk toe. Tweede Kamerleden konden hun werk niet langer combineren met functies als burgemeester, wethouder of gedeputeerde. Het Kamerlidmaatschap werd een fulltimebaan. De Tweede Kamerleden werden ook wat jonger, zeker nadat de kiesrechtleeftijd omlaag ging.


1970-1995: gevestigde partijen domineren

In de jaren 1970-1995 hadden het CDA (en zijn voorlopers), de PvdA, de VVD en D66 samen het overgrote deel van de zetels. Hun Kamerleden leken op elkaar qua achtergrond. Alle partijen hadden hun specialisten op bijvoorbeeld het gebied van belastingen, sociale zekerheid en huisvesting. In de Eerste Kamer waren de leden gemiddeld iets ouder. Bovendien waren daar meer wetenschappers en bestuurders te vinden.


Vanaf 1995: ruimte voor nieuwkomers in de Tweede Kamer

Deze situatie veranderde rond 1995. Vanaf dat moment waren er meer wisselingen in het kiezersgedrag en ook de positie van de gevestigde partijen brokkelde af. De partijen zelf kwamen bovendien steeds met nieuwe Kamerleden. Sommigen van hen waren eerder medewerker van de fractie geweest, maar ze kwamen bijvoorbeeld ook uit de milieubeweging, journalistiek en onderzoeksinstituten. Behalve kennis van zaken gingen communicatieve vaardigheden een belangrijke rol spelen.


Achtergrond Eerste Kamerleden vrijwel hetzelfde

In de Eerste Kamer veranderde er eigenlijk niet zo veel aan de achtergrond van de leden, al kwamen er na 1983 wat meer topbestuurders en ‘volbloed’ politici. Van verjonging was daar, anders dan in de Tweede Kamer, geen sprake. Wel steeg het aandeel vrouwen in beide Kamers richting 40 procent.