Plenair Van Apeldoorn bij voortzetting behandeling Pakket Belastingplan 2022



Verslag van de vergadering van 14 december 2021 (2021/2022 nr. 11)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.04 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn (SP):

Zei u nou "De heer Van Apeldoorn van de SGP" of verstond ik dat verkeerd?

De voorzitter:

Nee, misschien hebt u het zo opgevat, maar het is de SP.

De heer Van Apeldoorn (SP):

U maakt niet elke keer die fout. De SP, in ieder geval. Dank, voorzitter. Dank aan beide staatssecretarissen voor de beantwoording, die inderdaad ook in mijn geval uitvoeriger is dan de vorige keer bij de minister. Dat wil niet zeggen dat alle vragen beantwoord zijn. Ter inleiding wil ik nog even terugkomen op de dividendbelasting. Ik en ook de heer Vendrik hadden daar een interessant interruptiedebatje over met de staatssecretaris. De staatssecretaris zegt dat er nu sprake is van nieuw denken en nieuwe politiek. Hij zegt: "We gaan niet langer mee in die race to the bottom. Daar willen we eigenlijk niks meer mee te maken hebben." Maar vervolgens was er dan toch wel het plan om in blessuretijd van dit driedubbel demissionaire kabinet nog te komen tot een ultieme poging om de dividendbelasting af te schaffen. Dan had Nederland zich gevoegd bij het toch weinig illustere of notoire rijtje van een paar landen die dus geen dividendbelasting heffen. Daarmee zet je volgens mij wel degelijk de race naar de bodem in.

Dat roept bij mij toch de vraag op, net als bij de fractie van GroenLinks, in hoeverre het kabinet het echt meent met dit nieuwe denken, met deze nieuwe politiek, als het gaat om belastingconcurrentie, belastingontwijking en bedrijfsbelasting. Gaat dat voortschrijdende inzicht echt wel diep? Ik had ook dat debatje over het aantrekkelijk investeringsklimaat en hoe de staatssecretaris dat definieert ten aanzien van de Vpb.

Wat de verlenging van de eerste schijf betreft sluit ik me volledig aan bij de woorden van de collega van GroenLinks, die het denk ik allemaal heel goed verwoord heeft. Wij steunen zijn motie ook van harte. Maar dat versterkt eigenlijk nog het gevoel dat ik net beschreef.

Dat geldt ook voor het wetsvoorstel over mismatches. Geen misverstand, wij zijn heel erg blij dat het wetsvoorstel er ligt, maar de argumentatie van de staatssecretaris waarom het per juli 2019 is ingegaan in plaats van op 1 januari 2017, overtuigt echt niet. Er wordt gezegd dat niet redelijkerwijs kan worden aangenomen dat bedrijven het destijds al konden weten. En dat terwijl er in 2015 al een BEPS-rapport hierover lag en ook deze vorm van belastingontwijking al ter discussie stond.

Ik wil ook nog even memoreren dat er ook sprake is van een aantal vormen van dubbele niet-heffing die bewust buiten het wetsvoorstel zijn gelaten. Dit heb ik in eerste termijn ook gezegd, maar de staatssecretaris is er niet op ingegaan. Misschien kan hij er nog even kort op reflecteren. Ik heb hoogleraar Belastingrecht Jan van de Streek aangehaald, die zegt dat het om die reden een wassen neus is. Ik heb ook gezegd: nog even los van het BEPS-rapport is het ontwijken van belastingen in zichzelf maatschappelijk zeer ongewenst. Dus bedrijven die zich daar schuldig aan maken, zouden er niet van uit mogen gaan dat er nooit wetgeving zal komen op dat gebied. Om die reden vind ik de beantwoording van de staatssecretaris hierover weinig overtuigend. Ik hoop dat er toch nog wat aan gedaan kan worden, in ieder geval door het nieuwe kabinet. Want we gaan gewoon zien dat er mazen in de wet zitten, die gedicht zullen moeten worden. Op het gebied van belastingontwijking is er dus nog een lange weg te gaan, dus ik hoop dat de opvolger van de staatssecretaris die weg zal vervolgen.

Dank, voorzitter, dat was het in mijn tweede termijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Apeldoorn. Dan is nu het woord aan de heer Van Strien namens de PVV.