Plenair Van Apeldoorn bij behandeling Afschaffing van het lerarenregister en het registervoorportaal



Verslag van de vergadering van 9 november 2021 (2021/2022 nr. 5)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 13.48 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn (SP):

Voorzitter. Allereerst heb ik veel waardering voor beide initiatiefnemers en voor het door hen verzette werk. Er wordt weleens door een enkeling geklaagd over het aantal initiatiefwetten vanuit de Tweede Kamer, maar de SP-fractie ziet het recht van initiatief als een wezenlijk onderdeel van onze parlementaire democratie. Het is mooi dat de Tweede Kamer daar ook regelmatig gebruik van maakt, zeker als de regering zaken laat liggen. Daarmee merken wij op dat de heer Kwint een van de Kamerleden is die echt goed gebruikmaakt van het recht van initiatief, want dit is al de tweede keer in twee jaar dat wij hem in dit huis mogen verwelkomen om een initiatiefwet te verdedigen.

Voorzitter. Dan kom ik op de inhoud. Als het wetsvoorstel hier wordt aangenomen, schaffen we met deze initiatiefwet het lerarenregister af. Mijn partij was daar al nooit een groot voorstander van, althans niet op de manier waarop het in de wet is gekomen. We hebben destijds in beide Kamers uiteindelijk tegen de invoering van het lerarenregister gestemd. Het zal dan ook niet verbazen dat ik nu, ruim viereneenhalf jaar later, mijn fractie zal adviseren voor de afschaffing te stemmen. Ik zie dat dat een hele opluchting is voor de heer Kwint. Dan is dat maar meteen duidelijk.

Door de vorige spreker is al gememoreerd dat destijds het idee achter het lerarenregister niet verkeerd was. Het kan een manier zijn voor de beroepsgroep om de proportionele standaarden van het vak hoog te houden en daarmee het beroep van leraar een sterker professionele identiteit te geven met meer erkenning en aanzien. Die argumenten voor het lerarenregister werden destijds onder andere door u, voorzitter, in deze Kamer eloquent onder woorden gebracht. Natuurlijk verdient het leraarschap dat grotere aanzien, want het is een essentieel beroep voor de toekomst van onze maatschappij. Maar dan moet dat register ook wel zijn van de leraren, de beroepsgroep zelf. Het is al vaak gezegd.

Dat was de bedoeling, althans dat vertelde de regering ons destijds, maar de realiteit bleek al snel een andere, zoals mijn fractie in het debat destijds over de invoering naar voren bracht bij monde van mijn voorgangster collega Gerkens. Het gevoel dat toen bovenal overheerste in het veld, was dat een lerarenregister het sluitstuk zou kunnen zijn, maar dat eerst op allerlei gebieden de kwaliteit van het onderwijs verbeterd moest worden alvorens een dergelijke nieuwe verplichting op te leggen. Dat was ook de conclusie van onze oud-collega van de Eerste Kamer, Alexander Rinnooy Kan, in zijn advies aan de minister eind 2018. Volgens Rinnooy Kan werd het lerarenregister van sluitstuk tot hoofdzaak en werd het "door veel leraren eerder ervaren als een bedreiging dan als een steun in de rug voor de professie. Er was, kortom, gebrek aan draagvlak en eigenaarschap bij leraren." Dit gold dan voor het hele proces, ook voor de pogingen om tot een voor het lerarenregister noodzakelijke nieuwe beroepsorganisatie komen. Aan die noodzakelijke voorwaarde voor het lerarenregister is nog steeds niet voldaan. Die kwaliteitsverbetering is ook nog steeds hard nodig, want hier is helaas te weinig aan gedaan de afgelopen jaren.

Daarom is er, zeggen wij met de heer Rinnooy Kan, een frisse start nodig. Wat de SP-fractie betreft betekent dat dus afscheid nemen van dit lerarenregister. Hoe ziet de minister dit? Vindt hij die frisse start dan niet noodzakelijk in het licht van wat ik net allemaal heb betoogd? Want inmiddels is er bijna niemand meer die vindt dat de tijd nu alsnog rijp is voor het lerarenregister, althans op deze basis, ook niet de voorstanders van destijds. Waarom het dan in de wet laten? Geforceerde invoering nu zou de aantrekkelijkheid van het beroep eerder verkleinen dan vergroten, en dat in een tijd waarin we nog steeds kampen met een enorm lerarentekort.

Voorzitter. De conclusie is volgens mijn fractie onontkoombaar. De invoering van het lerarenregister is simpelweg mislukt. Daar is bijna iedereen het over eens. Erkent ook de minister dit, zo vraag ik hem, en kan hij reflecteren op die mislukking? Het uit de wet halen van het lerarenregister is inhoudelijk de juiste keuze, maar naar het oordeel van de SP-fractie ook staatsrechtelijk de enige zuivere weg. Zoals de initiatiefnemers terecht stellen: je kan niet een wet in werking laten treden en die dan vervolgens jaar in, jaar uit niet uitvoeren, zonder zelfs ook maar zicht op uitvoering, maar de wetgeving intussen wel intact laten met het idee dat die later alsnog geactiveerd zou kunnen worden. Dat schept ook onduidelijkheid en onzekerheid voor de leraren zelf. Aan de minister vraag ik hoe hij dit eigenlijk ziet. Waarom heeft de regering ervoor gekozen de al in werking getreden wet voor onbepaalde tijd niet uit te voeren maar wel voort te laten bestaan? Waarom heeft de regering het aan de Tweede Kamer overgelaten om dit te repareren? Vindt de minister dit nu staatsrechtelijk echt helemaal in orde, of is de minister het met mijn fractie eens dat het in ieder geval geen fraaie figuur is? Het is mijn fractie eigenlijk een raadsel waarom de regering aan het mislukte lerarenregister heeft willen vasthouden. Is het soms de angst voor gezichtsverlies?

Voorzitter. Ik heb ook nog twee vragen aan de initiatiefnemers. Zij wilden eerst niet alleen het lerarenregister, maar ook het zogenaamde professioneel statuut uit de wet halen, iets waar een groot deel van de beroepsgroep juist wel veel waarde aan hechtte, zo is mij gebleken. De Tweede Kamer heeft dat naar het oordeel van mijn fractie met goede argumenten via een amendement weten te voorkomen. Kunnen de initiatiefnemers nog eens uitleggen waarom zij aanvankelijk van mening waren dat het professioneel statuut beter ook uit de wet kon en waarom zij vervolgens in de Tweede Kamer van mening veranderd zijn? Was dat laatste vooral politieke opportuniteit of hebben de initiatiefnemers zich op dit punt echt inhoudelijk laten overtuigen?

Ten tweede en ten slotte, voorzitter. Met de initiatiefnemers vindt mijn fractie dat nieuwe initiatieven vooral aan de leraren zelf overgelaten moeten worden. Maar als de initiatiefnemers nou eens om een open geformuleerd advies gevraagd zou worden, zouden zij dan ideeën hebben over wat wel een goede manier zou kunnen zijn om alsnog tot de doelen te komen die oorspronkelijk achter het idee van het lerarenregister geformuleerd waren? En zou daar eventueel dan te zijner tijd ook een nieuwe wet of wetswijziging voor nodig zijn, of zijn zij op dit punt geheel agnostisch? Ik zie de heer Bisschop lachen.

Ik zie uit naar de beantwoording door de initiatiefnemers en de minister. Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Apeldoorn. Dan is nu het woord aan de heer Pijlman namens de fractie van D66.