Plenair Van Hattem bij voortzetting behandeling Invoeringswet Europees Openbaar Ministerie



Verslag van de vergadering van 9 maart 2021 (2020/2021 nr. 28)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 16.02 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem (PVV):

Dank, voorzitter. Ik dank ook de minister voor de beantwoording in de eerste termijn. Op een paar vragen heb ik nog geen antwoord gehoord, of nog geen volledig antwoord gehoord. Ik heb gevraagd naar de status van de opt-outs die door een aantal landen zijn bedongen, zoals door Denemarken en Ierland. Wat is daarvan de betekenis en wat zijn de consequenties voor de uitvoering van het EOM?

Over de immuniteit van de overheden hebben we al enige discussie gehad in de interrupties. Ik moet één ding van mijn kant rechtzetten. Ik had verwezen naar artikel 19, lid 1. Dat was de nummering in een oudere versie van de verordening. In de huidige versie is dat artikel 29, lid 1. Daarin krijgt het EOM de mogelijkheid om een verzoek te doen aan een nationale overheid om de immuniteit van een persoon of een organisatie op te heffen. Mijn vraag is: wat gaat de minister doen als er een dergelijk verzoek komt? Ik vraag dat, gelet op de eerdere verwijzingen, in de schriftelijke behandeling, naar de Pikmeer- en de Volkelarresten, en ook gelet op de algemene opvatting dat de Nederlandse nationale overheid immuniteit geniet. Want zo'n verzoek kan er wel komen te liggen, en het kan ook op de nationale overheid of de decentrale overheden betrekking hebben. Hoe wordt daarmee omgegaan? En hoe voorziet de minister dat dit in het totaal gaat werken, in de werking met ander lidstaten, die mogelijk ook met soortgelijke jurisprudentie of soortgelijke wetgeving in de hand een beroep zullen gaan doen op immuniteit van de overheid, wetend dat de overheden zelf heel veel EU-subsidies verdelen en daarvoor verantwoordelijk zijn? Zoals ik in de eerste termijn heb aangegeven, zijn ze soms zelf ook betrokken bij dergelijke fraudezaken.

Ik kom ook nog even bij Europol. Er wordt eigenlijk heel duidelijk aangegeven dat Europol actief ondersteuning moet gaan verlenen aan het EOM. Dat "actief ondersteunen" is eigenlijk niet heel erg gepreciseerd. Er kan van alles onder worden geschaard. Ik krijg daarover toch nog wel graag iets meer duidelijkheid. Hoe kan Europol worden ingezet? Hoe ver kan dat mandaat worden opgerekt? En welke rol krijgen de nationale parlementen nog bij de controle daarop? Gaat bijvoorbeeld de JPSG, de Joint Parliamentary Scrutiny Group, ook nog enig toezicht houden op die rol van het EOM ten opzichte van Europol? Hoe wordt daartegen aangekeken? Ik hoor graag een reactie daarop van de minister.

Ik heb in de eerste termijn ook de tweet van het Europees Openbaar Ministerie aangehaald over de Nederlandse gedelegeerd aanklager, die zegt in onderhandeling te zijn met niet-deelnemer Hongarije. Daarvan zegt de minister: het is echt aan het EOM om dat op die manier te doen. Dat vind ik toch een vreemde opvatting, want ik zou zeggen: juist de onderhandeling over iets wat zo politiek gevoelig ligt met een land dat geen deelnemer is, is juist niet aan het EOM. Dus kan de minister nog nadere duiding geven? Waarom is de minister van mening dat het aan het EOM is, en niet aan de politiek, om daar iets mee te doen?

Ik kom aan het punt over verantwoording en verslag aan de nationale parlementen. Los van het feit dat er ook nog een kleine verspringing zit in de artikelen tussen de verschillende versies van de verordening, speelt er ook nog een een beetje semantische discussie. Want in het ene artikel staat dat er verantwoording wordt afgelegd aan het Europees Parlement, aan de Europese Commissie en aan de Raad. En in het volgende artikel staat dat er verslag wordt uitgebracht aan de nationale parlementen, maar die kunnen bijvoorbeeld ook hoorzittingen organiseren. Kan de minister duiden hoe verschil moet worden opgevat tussen "verantwoording" en "verslag"? En kan er bijvoorbeeld bij zulke hoorzittingen door nationale parlementen ook verantwoording worden gevraagd van de Europese hoofdaanklager?

Dan heb ik nog het punt van de soevereiniteit. We hebben het net al gehad over de transacties, over het opleggen van beschikkingen. Wat is eigenlijk het wezen van een transactie? Het is eigenlijk een verkapte vorm van strafoplegging. Dat trekt het EOM nu ook naar zich toe. Door een transactie aan te bieden, wordt er eigenlijk een vorm van straf opgelegd aan de verdachte partij. Dat is eigenlijk iets wat ook gewoon aan de nationale overheden zou moeten zijn, en niet aan deze supranationale organisatie EOM. Dus in die zin raakt deze vorm van "strafoplegging" middels een transactie in de kern ook onze soevereiniteit. Graag een reactie van de minister op deze verkapte vorm van strafoplegging in relatie tot de soevereiniteit.

Tot slot, voorzitter. Ik heb nog geen reactie gehad van de minister op mijn ingediende motie. Daar wil ik ook nog graag een reactie op.

Tot zover, voorzitter, in de tweede termijn. De PVV zal uiteraard tegen deze invoeringswet voor het Europees Openbaar Ministerie stemmen.

Tot zover.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem. Wenst een van de leden in de tweede termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Minister, bent u in de gelegenheid om direct te reageren op de vragen van de Kamer? Dat wil zeggen, na plaatsing van de katheder, uiteraard. Ja, dat bent u inderdaad. Dan geef ik het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid.