Plenair Van Hattem bij behandeling Invoeringswet Europees Openbaar Ministerie



Verslag van de vergadering van 9 maart 2021 (2020/2021 nr. 28)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.53 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Voorzitter. De gelegenheid maakt de dief. Met dat spreekwoord in gedachten moeten we naar dit wetsvoorstel voor de Invoeringswet voor het Europees Openbaar Ministerie kijken. De gelegenheid voor diefstal en fraude met EU-middelen wordt immers ruimschoots door het Europese miljardenherverdeelmechanisme geschapen en door dit kabinet-Rutte op zijn beurt gevoed met ons belastinggeld. Twee weken geleden heeft Rutte ingestemd met het megalomane EU-Herstelfonds van 750 miljard euro aan giften en leningen voor zogenaamd zwakke lidstaten. Nederland moet voor 43 miljard euro bijdragen aan dit fonds, waarvan 23 miljard euro giften zijn voor andere lidstaten. Voor zover het leningen betreft, worden deze in geen 100.000 jaar terugbetaald door zulke landen, dus zijn het de facto giften. Met de goedkeuring van het eigenmiddelenbesluit van de Raad van de Europese Unie en een duizelingwekkende begroting van 1.824 miljard euro, committeert Nederland zich voor 100 miljard euro aan de Europese Unie. Deze begroting kost Nederland 9 miljard euro per jaar. De miljarden worden vervolgens vanuit Brussel met een persleiding richting Zuid- en Oost-Europa gepompt. Een gift van 78 miljard gratis geld voor Italië en 70 miljard voor Spanje. En Polen krijgt 28 miljard. Brussel zet haar kluisdeuren wagenwijd open door zo veel middelen beschikbaar te stellen en talloze regelingen op te tuigen waar in de lidstaten van de EU en daarbuiten, zoals in Turkije, gebruik van kan worden gemaakt. En daarmee zeg ik nogmaals "de open deur roept den dief", om met vadertje Cats te spreken.

Het risico wordt ook door de Europese instellingen en het kabinet zelf bevestigd. In de beantwoording van Kamervragen van onze PVV-fractie over fraude met COVID-19-EU-fondsen van afgelopen oktober, werd door het kabinet aangegeven dat in navolging van Nederlandse toezichthouders en opsporingsautoriteiten "(…)vanuit Europol, UNODC en de Financial Action Task Force, FATF, soortgelijke waarschuwingen over nationale en verwachte toekomstige internationale steunmaatregelen zijn afgegeven. In internationale media is gewezen op het feit dat de georganiseerde misdaad in bepaalde lidstaten hoopt te kunnen profiteren van het overeengekomen EU-steunpakket." Tevens wordt aangegeven dat in de voorbije jaren uit de resultaten van het EU-antifraudeorgaan OLAF is gebleken dat met Europese economische subsidies risico's op fraude en daadwerkelijke fraude zijn gemoeid. Wetende dat er bij zulke gigantische bedragen zo'n enorm risico is op fraude: waarom dan nog willens en wetens ons Nederlandse zuurverdiende belastinggeld wegpompen? Waarom niet gewoon de dief de gelegenheid ontnemen en stoppen met deze eurofiele spilzucht?

Ondanks dat de risico's en de misstanden genoegzaam bekend zijn, wordt de geldkraan nog steeds niet dichtgedraaid. Het Europees Parlement heeft het over "een risico van potentieel misbruik". Het Europees Parlement heeft dat "eveneens onderkend en er onder meer op aangedrongen om het Europees Openbaar Ministerie, het EOM, voldoende middelen te verschaffen." Zo kunnen alleen de Brusselse bureaucraten denken. Hun spilzucht moet blijven voortbestaan. Dat moet een EOM dan maar gaan bewaken. Als je al dat geld niet weggeeft aan andere landen, hoef je het ook niet te controleren.

En dan komen ze met een EOM, dat onze nationale soevereiniteit onnodig aantast. In eerdere debatten hierover hebben we dit als PVV steevast aan de kaak gesteld en ons duidelijk tegen de vorming van dit EOM uitgesproken. Maar dit kabinet-Rutte heeft helaas toch stug doorgezet, en nu moet Nederland dus soevereiniteit opgeven omwille van andere EU-lidstaten die door en door corrupt zijn. Zo krijgt Bulgarije onder de nieuwe EU-miljardenbegroting een slordige 29 miljard euro, terwijl het land van corruptie aan elkaar hangt. Europees geld voor bijvoorbeeld snelwegen en het platteland verdwijnt in de zakken van corrupte politici, zoals de voormalige Bulgaarse landbouwminister, en wordt gebruikt voor de bouw van privéhuizen. Je kunt dan wel een EOM gaan optuigen om dat te gaan aanpakken, maar veel efficiënter is om er geen cent meer heen te sturen, om ons geld hier in Nederland uit te geven, waar we het zelf kei- en keihard nodig hebben. Afgelopen donderdag werd bekend dat van de tien door Bulgarije voorgedragen gedelegeerd openbaar aanklagers bij het EOM er maar liefst zeven door het EOM bij voorbaat zijn afgewezen, omdat ze niet de juiste ervaring zouden hebben. Dat kan worden uitgelegd als onwil van Bulgaarse kant om serieus in te zetten op fraudebestrijding. Maar even goed is het een ongepaste inmenging van een EU-organisatie in de nationale soevereiniteit bij voordrachten voor benoemingen.

Dat geldt ook voor de mogelijkheid voor het EOM om zelf schikkingen te kunnen treffen. Dit tast het nationale opportuniteitsbeginsel aan om al dan niet tot vervolging over te gaan en de rechter zich over een zaak uit te laten spreken. Als het EOM schikt, loopt een lidstaat de kans mis om bijvoorbeeld een verdachte achter tralies te krijgen. Kan de minister uitleggen waarom het kabinet stelt dat het aanbieden van transacties door het EOM, dus zonder tussenkomst van een rechter, de nationale rechtsmacht niet uitholt, nu verdere vervolging op nationaal niveau daarmee niet meer mogelijk is? En kan de minister tevens duiden, hoe groot het risico is dat fraudeurs in veel notoir corrupte landen nu alsnog slechts met een schikking zullen wegkomen en het EOM dus slechts een bureaucratische tijger wordt?

Sowieso dreigt het EOM al te verzanden in een puinhoop voordat het goed en wel op de rit is. Vorige maand bleken er niet alleen problemen te zijn met de voordrachten van de Bulgaarse gedelegeerd openbaar aanklagers, maar ook met de Belgische en Portugese voordrachten waren er problemen, omdat de politiek een onafhankelijke voordrachtcommissie zou hebben overruled. Documenten over deze kwestie werden opgevraagd en geweigerd, wat de procedure ontransparant maakt. Bovendien was de Portugese openbaar aanklager aangesteld op basis van valse informatie. Zijn cv bleek grotendeels bij elkaar verzonnen en opgeleukt. Hoe denkt de minister met een organisatie die zelf al ontransparant is en bezet is met zulke bedriegers serieus fraude te kunnen bestrijden? Gelooft de minister nog echt in dat eurofiele sprookje? Of wil hij de eurocratische nachtmerrie eindelijk eens onder ogen zien en zo snel mogelijk wegwezen uit deze puinhoop?

Voorzitter. Wat de PVV betreft komt er een Nexit en verlaten we alvast zo snel mogelijk dit vreselijke EOM. Maar, zoals ik in 2018 al in het debat over de toetreding tot het EOM aangaf, gebeurt precies hetzelfde als in Hotel California uit het nummer van The Eagles: we are programmed to receive, you can check out any time you like, but you can never leave. Voor het EOM is geen enkele mogelijkheid geregeld om er als lidstaat uit te kunnen stappen. Deze nauwere samenwerking is een doodlopende straat met eenrichtingsverkeer. Dat is onacceptabel. Daarom komt de PVV bij deze invoeringswet met een motie om in ieder geval een exit-strategie op te tuigen, zodat Nederland in ieder geval de mogelijkheid heeft om indien gewenst dit EOM weer te kunnen verlaten. Polen, Hongarije en Zweden hebben dit beter ingezien en zijn überhaupt geen deelnemer geworden. Denemarken en Ierland zouden inmiddels speciale opt-outs hebben. Kan de minister aangeven wat de opt-outs voor deze landen inhouden en of dit ook de mogelijkheid kan bieden voor een uitstap uit het EOM?

Voorzitter. Als het EOM onverhoopt toch actief wordt, dan nog een punt over de effectiviteit. Op de schriftelijke vragen van onze fractie over strafrechtelijke immuniteit voor overheden gaf de minister aan: "Hoe het EOM zal omgaan met fraude met EU-subsidies door overheden valt in zijn algemeenheid niet te zeggen. Daarover bevat de verordening-EOM geen specifieke regeling. Indien een lidstaat vervolging door het EOM van een openbaar lichaam, een bestuursorgaan of de leden daarvan als feitelijke leidinggevende zou plaatsvinden wegens de vermeende fraude met EU-subsidie is het primair afhankelijk van het toepasselijke nationale recht voor de vraag of de strafbaarheid van dat lichaam/bestuursorgaan of feitelijke leidinggevende mogelijk is." Wat Nederland betreft stelt de minister: "Wat de vervolgbaarheid van overheden in Nederland betreft, vormt de jurisprudentie van de Hoge Raad uit de jaren negentig van de vorige eeuw nog altijd het geldende recht". Daarbij verwijst de minister naar de Pikmeerarresten en naar het Volkelarrest waarover hij stelt: "Hieruit kan in ieder geval worden afgeleid dat aan de Staat nog altijd immuniteit van strafvervolging toekomt. Voor andere openbare lichamen is het bestaan van immuniteit afhankelijk van verschillende factoren die in beide Pikmeerarresten worden genoemd."

Kortom, de Nederlandse overheid acht zich immuun voor strafvervolging, hetgeen we afgelopen week ook weer zagen toen de Hoge Raad afzag van strafvervolging van ministers voor de toeslagenaffaire. Aangezien voor de meeste EU-subsidies lokale of regionale overheden penvoerder zijn, is het risico groot dat overheden zelf ook in de fraude betrokken zijn. Denk alleen al aan de OPZuid-, de Interreg- en de POP3-subsidies, die in Nederland via de provincies verdeeld worden.

Zo ontstond er in 2017 discussie over de vraag of de gemeente Wijdemeren heeft gefraudeerd met de €874.600 subsidie van de Europese Unie en de provincie Noord-Holland voor een kasteelmuseum. Het zou worden hersteld en aantrekkelijk gemaakt voor toeristische en recreatieve activiteiten. In plaats daarvan zouden gemeenten het geld gebruikt hebben voor de sloop van oude opstallen en de bouw van vijf woningen. Door raadsleden van de gemeente werd het als fraude met EU-subsidie bestempeld. Eerder waren Nederlandse overheden betrokken bij fraudes met het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) toen door de Dienst Landelijk Gebied en de regio Twente bewust te hoge facturen bij het EFRO werden ingediend om maximaal subsidie binnen te halen.

Kan de minister aangeven hoe effectief het EOM überhaupt nog is als de overheid als penvoerder bij deze EU-subsidies als immuun voor strafvervolging wordt bestempeld? Kan de minister aangeven of andere lidstaten ook dergelijke vormen van overheidsimmuniteit zullen inroepen, waardoor het EOM niet langer alleen een bureaucratische tijger is, maar ook een tandeloze tijger dreigt te worden? Is er iets bekend over soortgelijke jurisprudentie over overheidsimmuniteit in andere lidstaten?

Hoe verhouden de immuniteit van de Staat en de Pikmeer- en Volkerarresten zich tot artikel 19, lid 1 van de EOM-verordening? Hoe gaat de minister gelet daarop om met een verzoek tot opheffing van immuniteiten als bedoeld in dat artikel?

Verder is het EOM bezig om allerlei afspraken te maken met derde landen. Kan de minister aangeven in hoeverre het EOM zal worden ingezet bij besteding van EU-budget voor ontwikkelingssamenwerking? In 2015 schortte Nederland zijn ontwikkelingshulpbudget aan Benin op wegens fraude. Ook de EU heeft in de afgelopen decennia al 900 miljoen euro aan ontwikkelingshulp aan Benin verstrekt. In de beantwoording van vragen van de PVV-Europarlementsfractie gaf de Europese Commissie aan: "Het totale budget van het programma bedraagt 70,3 miljoen euro, waarvan 19,8 miljoen euro wordt bijgedragen door het Europees Ontwikkelingsfonds. Deze bijdrage wordt gedelegeerd aan het Nederlandse ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, dat instaat voor de uitvoering van en het toezicht op het programma. Aangezien de middelen niet specifiek worden toegewezen binnen het project, is het niet mogelijk aan te geven hoeveel van de niet-subsidiabele uitgaven van EU-origine zijn."

Kan de minister aangeven hoe het EOM zal omgaan met fraudezaken die door delegatie in zulke gemengde programma's terechtkomen? Kan de minister tevens aangeven op welke wijze het EOM de eventuele fraudes met EU-ontwikkelingshulpbudget gaat behandelen? Is dat onderdeel van de aanpak?

Voorzitter. Het EOM krijgt verregaande opsporingsbevoegdheden, zoals doorzoeking van particuliere woningen, aftappen van telecommunicatie en infiltratie. Onlangs is door de Europese Commissie een nieuwe verordening voorgelegd voor het mandaat van Europol, waarin een nauwere samenwerking met het EOM is opgenomen. Deze stelt onder andere: "Europol moet nauw samenwerken met het EOM en onderzoeken en vervolgingen van het EOM op zijn verzoek actief ondersteunen, onder meer door analytische ondersteuning. (…) Europol dient het EOM onverwijld in kennis te stellen van elke criminele gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid zou kunnen uitoefenen."

Kan de minister aangeven of op deze manier niet een fuik ontstaat waarbij Europol steeds meer een uitvoerende in plaats van een informerende rol krijgt voor het EOM? Hoe kan bij dit actief ondersteunen de taak van Europol scherp begrensd blijven? Hoever kan het actief ondersteunen gaan?

Voorzitter. De nieuwe hoofdaanklager van het EOM, mevrouw Laura Kövesi uit Roemenië, wordt in sommige media al op een voetstuk getild als de grote Europese crimefighter. Zo schreef de Franse krant L'Express al dat met haar de jacht op fraudeurs geopend is. Op 24 november jongstleden verscheen in de NRC een interview met haar, waarin ze stelt: "Woede onder burgers over misbruik van EU-subsidies is groot. Dat jaagt euroscepsis aan. In het beste geval kan het EOM die woede deels wegnemen. (…) Aan ons om te bewijzen dat we dingen kunnen veranderen, dat we de waarden van de EU kunnen verdedigen. Als ons dat lukt, dan draagt het EOM bij aan solidariteit en eenheid in de EU." Kan de minister aangeven dat het toch niet de bedoeling kan zijn dat EOM-hoofdaanklager Kövesi niet langer de jacht opent op fraudeurs maar vooral ook bezig is met de jacht op eurosceptici en het verdedigen van de EU? Deelt de minister de mening van de PVV-fractie dat deze politieke eurocratische propagandapraat volstrekt ongepast is voor een hoofdaanklager?

Voorzitter, op het twitteraccount van het EOM verscheen op 16 november jongstleden het volgende bericht. Ik citeer exact het twitterbericht: "Hungary is not a member of #EPPO. Laura Kövesi had a first meeting today with the Prosecutor General of Hungary, Péter Polt, to discuss a future working arrangement. Negotiations from our side will be led by Daniëlle Goudriaan (European Prosecutor for NL)."

Kan de minister uitleggen waarom een Nederlandse aanklager die geacht wordt zich louter met strafzaken bezig te houden nu opeens politieke onderhandelingen moet voeren met de niet-deelnemende staat Hongarije? Wat is hierover afgesproken en hoe liggen deze verhoudingen en dit mandaat?

Voorzitter, tot slot. Volgens artikel 5, lid 3 van de EOM-verordening legt de Europees openbaar aanklager verantwoording af over de algemene activiteiten van het EOM aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie. Hetzelfde geldt voor de begrotingsraming van het EOM conform artikel 50, lid 3. Maar dus niet direct aan de nationale parlementen, wederom een onacceptabele uitholling van de nationale soevereiniteit en de parlementaire controle. De PVV heeft tegen de toetreding van het EOM gestemd en zal dan ook vol overtuiging tegen deze invoeringswet stemmen.

Voorzitter, tot zover in eerste termijn. Ik heb de motie ingediend.

De voorzitter:

Die wilt u in deze termijn indienen?

De heer Van Hattem (PVV):

In deze termijn, ja.

De voorzitter:

Dan moet u hem voorlezen.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan lees ik de motie voor.

De voorzitter:

Door de leden Van Hattem, Faber-van de Klashorst, Van Strien en Ton van Kesteren wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de "nauwere samenwerking" van het EOM (Europees Openbaar Ministerie) geen mogelijkheid heeft opgenomen om als deelnemer uit te treden;

overwegende dat eventueel terugtrekken uit het EOM mogelijk kan worden gemaakt door in te zetten op een verdragswijziging in de vorm van een specifiek opt-outprotocol;

roept de regering op een exitstrategie op te stellen om stappen te kunnen zetten om uit het EOM te kunnen treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter G (35429).

Dank u wel, meneer Van Hattem. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor de lunchpauze tot 13.30 uur.