Plenair Van Apeldoorn bij behandeling Incidentele suppletoire begroting inzake Herstel Toeslagen



Verslag van de vergadering van 23 februari 2021 (2020/2021 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.36 uur


De heer Van Apeldoorn (SP):

Voorzitter, dank. Laat me nog even een omissie rechtzetten uit de eerste termijn: ook voor mij is het natuurlijk een bijzonder genoegen om nog één keer onder uw bezielende en vooral prettige leiding dit debat te mogen voeren.

Dank aan de staatssecretaris voor de uitvoerige beantwoording. Ik wil nog terugkomen op een paar punten, te beginnen met de dure plicht en de €30.000. Ik heb, ook per interruptie, meerdere keren aan de staatssecretaris gevraagd hoe dat nou precies zit. Hoe vat ze die dure plicht op? Is dat een harde belofte? De staatssecretaris zegt: ja, ik zal mijn uiterste best doen en vooralsnog ga ik ervan uit dat het gaat lukken. Natuurlijk kan de staatssecretaris niet alles voorzien. Dat is in dit dossier ook wel gebleken. Mogen er toch nog onverwachte beren op de weg blijken te zijn die ineens oversteken, laat de staatssecretaris toezeggen dat ze er dan adequaat op zal reageren en het linksom of rechtsom alsnog opgelost wordt, zodat die €30.000 in bijna alle gevallen gewoon voor 1 mei overgemaakt kan worden.

Ik heb ook gevraagd naar ouders die een reële schade hebben van meer dan €30.000. De staatssecretaris suggereerde volgens mij eerder ten onrechte dat ook hier sprake is van een versnelling van de afhandeling van de integrale beoordeling. Dat is volgens mij niet het geval. De staatssecretaris zegt er wel mee door te gaan. Dat is eigenlijk niet goed genoeg; dat zou ook versneld moeten worden. Ik heb gevraagd naar de perspectieven voor die ouders. De staatssecretaris zegt: we gaan ermee bezig maar het zal nog wel tot 2022 kunnen duren. Dat vindt mijn fractie eigenlijk niet acceptabel. Voor hen moeten er een beter perspectief en een tijdlijn komen. In de Tweede Kamer is bijvoorbeeld gesproken over een wasstraat, waarbij aan het einde van de dag duidelijk wordt waar die ouders aan toe zijn.

Da eventjes over de schone lei. Ik attendeerde de staatssecretaris erop dat het er in de schriftelijke beantwoording over ging dat het streven was om ouders zo veel mogelijk schuldenvrij die €30.000 te laten ontvangen, dus zo veel mogelijk met een schone lei. Ik ben blij dat de staatssecretaris nu eigenlijk afstand neemt van die kwalificatie en zegt: niet zo veel mogelijk; het moet gewoon een schone lei zijn, punt. Ik hoop dat ze bij dezen kan toezeggen dat dit inderdaad de intentie is en ook zal gebeuren, dus niet slechts zo veel mogelijk, maar gewoon met een schone lei en een nieuwe start.

Dan nog over het moratorium en de pauzeknop. De staatssecretaris zegt hierover steeds: het is de bedoeling om tijd en rust te kopen om tot afspraken te komen voor zowel de schuldeisers als de ouders. Mijn concrete vraag is toch wel waar die afspraken of oplossingen dan concreet uit zouden bestaan. Er zijn eigenlijk maar twee smaken: of de schulden worden kwijtgescholden, of ze blijven bestaan en worden later alsnog ingevorderd. Wij blijven ook wel twijfels houden over de juridische houdbaarheid, maar we hopen dat we ongelijk hebben en vooral ook dat er dan een plan B is mocht dat niet het geval zijn.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Van der Voort. Ga uw gang.