Plenair Verkerk bij behandeling Initiatiefvoorstel-Bergkamp, Özütok en Van den Hul over handicap en seksuele gerichtheid als non-discriminatiegrond



Verslag van de vergadering van 9 februari 2021 (2020/2021 nr. 23)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.20 uur


De heer Verkerk (ChristenUnie):

Voorzitter. In het evangelie van Johannes lezen we een bijzonder verhaal. Jezus, moe van het reizen, koos een bijzondere plek uit om uit te rusten. Hij kwam uit bij de bron van Jakob vlakbij de stad Sichar. Op dat moment komt er een vrouw aangelopen om water te putten. Jezus zei tegen haar: geef mij iets te drinken. De vrouw antwoordt met een tegenvraag: dat kunt u van mij toch niet vragen, want u bent een Jood en ik ben een Samaritaanse vrouw? In het gesprek dat hierop volgt, benadrukt Jezus de spirituele betekenis van water. Hij wijst erop dat ieder die uit die bron zal drinken weer dorst krijgt, maar als je drinkt van het water dat Jezus geeft, dan krijg je nooit meer dorst. Sterker nog, het geeft eeuwig leven.

Exegeten benadrukken dat het bijzonder was dat Jezus met deze vrouw in gesprek ging. Allereerst vanwege een eeuwenoude religieuze vete tussen de Joden en de Samaritanen. Daarom mocht een Jood niet drinken uit de kruik van een Samaritaan. Ten tweede mocht een Joodse man niet met een vrouw spreken als haar man daar niet bij was. Dat ging tegen de toenmalige zeden in. Ten slotte was deze vrouw vijf keer getrouwd geweest en leefde nu samen. Dat ging volgens de Schriftgeleerden tegen de wet in. Daarom mocht een rabbi ook niet met haar omgaan. Er valt over dit gedeelte vanuit cultureel, feministisch en theologisch perspectief veel te zeggen. Een van de interpretaties is dat dit verhaal gaat over het doorbreken van culturele en religieuze tradities en over de fundamentele gelijkwaardigheid van mensen, een gelijkwaardigheid waarvan het leven en de prediking van Jezus doortrokken waren.

Voorzitter. Dit is een van de verhalen die in onze partij verteld worden, niet omdat het gaat om religieuze kwesties, maar om het christelijke principe van de gelijkwaardigheid van mensen te onderstrepen. Deze gelijkwaardigheid is gefundeerd in de schepping van de mens naar het beeld van God. Deze gelijkwaardigheid werd door Jezus steeds weer opnieuw op de agenda gezet.

De ChristenUnie hecht veel waarde aan de Grondwet. Zij vindt het eerste artikel, waarin gesproken wordt over recht op gelijke behandeling en het verbod op discriminatie, van uitermate groot belang. Juist dit artikel geeft een prachtige verwoording van christelijke waarden als menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid, naastenliefde en verdraagzaamheid. Dit zijn waarden die ook met humanistische tradities worden gedeeld. De fractie van de ChristenUnie wil haar waardering uitspreken aan de indieners van dit wetsvoorstel. Ze hebben zich veel moeite getroost om aannemelijk te maken dat aanvulling van artikel 1 van de Grondwet met de gronden "handicap" en "seksuele gerichtheid" bijdragen aan de bloei van een samenleving. De fractie heeft ook waardering voor de breedte en de diepte van de argumentatie. Ook spreekt zij haar waardering uit aan de indieners, aan de minister en haar ambtenaren voor de zorgvuldige beantwoording van de vragen van onze fractie. Hartelijk dank.

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie heeft ook gevraagd naar de visie op de uitbreiding van de gronden in artikel 1 van de Grondwet, namelijk dat deze uitbreiding geen invloed heeft op de klassieke interpretatie van de verticale en horizontale werking van dit artikel. Ze hebben dat ook bevestigd. Ik denk dat dat ook belangrijk is in verband met de toenemende pluriformiteit in onze samenleving.

De fractie van de ChristenUnie dankt ook de minister voor de beantwoording van de vragen over de rechtsgevolgen van artikel 1 van de Grondwet. Ook als ik naar voorgaande sprekers kijk, is dat van belang. Waarom is het van belang om expliciete gronden te hebben? Het is belangrijk om in dit debat enkele conclusies samen te vatten. De minister sluit aan bij het rapport van de Commissie rechtsgevolgen non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet. Deze commissie kiest voor een drieledige benadering: als eerste rechtsbescherming tegen de wetgever, vervolgens maatschappelijke rechtsbescherming en ten slotte rechtsbescherming door de rechter.

Voorzitter. De eerste twee rechtsgevolgen laten zien waarom het zo belangrijk is dat non-discriminatiegronden expliciet worden gemaakt. De eerste verplicht de overheid om — ik citeer uit het genoemde rapport — "het bestaan van wetgeving op een bepaald minimum te garanderen". Het tweede rechtsgevolg impliceert dat opname van een grond in artikel 1 "niet alleen een vingerwijzing aan de wetgever is, maar ook een indicatie voor de maatschappelijke discussie. De commissie ziet hierin een mate van maatschappelijke rechtsbescherming".

Ik kom nu op het derde rechtsgevolg. Dit rechtsgevolg is ook belangrijk, zeker als men van mening is dat er geen gronden in artikel 1 hoeven te staan. De genoemde commissie concludeerde dat de opname van een bepaalde grond in artikel 1 van de Grondwet niet per definitie leidt tot een structurele verhoging van het niveau van rechtsbescherming van de desbetreffende grond. In haar visie kunnen rechters in individuele gevallen hieraan wel enig belang toekennen. Maar uiteindelijk zal de rechter zich meer laten leiden door de materiële ernst van de discriminatoire behandeling of uiting dan de vraag of de grond in artikel 1 van de Grondwet staat.

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie vraagt de minister om te reflecteren op de betekenis van de toevoeging van de genoemde gronden voor het handelen van de overheid. Want het gaat primair om de verticale werking van artikel 1. Kan de minister daarop in het algemeen reflecteren? Meer specifiek zou ik de minister willen vragen naar de overheid als werkgever. Ik verwijs naar een artikel in Trouw van 11 november 2020. De kop van dit artikel was: "De belofte was: 125.000 extra banen voor mensen met een beperking. Zeven jaar later zijn het er 12.000". Het artikel opende met de woorden: "Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid meldde trots dat er de afgelopen jaren 53.000 mensen met een beperking aan een baan zijn geholpen. Uit een herberekening blijkt nu dat het maar om 12.000 mensen gaat". Kan de minister hierop reflecteren? En wat doet de regering, al is zij demissionair, om deze oorspronkelijke belofte na te komen?

Voorzitter, ik rond af. De geschiedenis laat zien dat elke cultuur, elke religieuze traditie en elke levensbeschouwing worstelt met het begrip gelijkwaardigheid. Toch zal het voor de meesten van u geen verrassing zijn dat de ChristenUnie voor dit voorstel zal stemmen. Het stond al in haar verkiezingsprogramma 2017-2021 en het staat ook in het nieuwe programma. Het is ook belangrijk om aan te geven waarom zij dat doet. Het is een uitdrukking van de fundamentele overtuiging van onze partij dat alle mensen gelijkwaardig zijn en gelijke rechten moeten hebben. Het is ook een uitdrukking van de fundamentele visie van onze partij op de verhouding tussen democratie en rechtsstaat: de gelijkwaardigheid van mensen moet geworteld zijn in de rechtsstaat en die gelijkwaardigheid is een normatief gegeven voor politiek en democratie, dus ook voor deze Kamer. Dat is juist omdat de geschiedenis laat zien dat het gaat om gronden die gerelateerd zijn aan uitsluiting, achterstelling en soms zelfs vervolging.

Voorzitter. Het verhaal over Jezus en de Samaritaanse vrouw eindigt op bijzondere wijze. Jezus wordt namelijk door de inwoners uitgenodigd en blijft twee hele dagen in Sichar. Hij, een Joodse rabbi, eet en drinkt met Samaritanen. Dit einde puzzelde me. Het zou weleens kunnen zijn dat dit einde een oproep voor ons allemaal inhoudt. Een oproep om mensen die in onze samenleving achtergesteld of uitgesloten worden, te ontmoeten. Om met hen te eten en te drinken. Om hún gast te zijn. Met andere woorden, de toevoegingen "handicap" en "seksuele gerichtheid" in artikel 1 van de Grondwet hebben een belangrijke culturele betekenis. Zo draagt de Grondwet bij tot de bloei van de samenleving.

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie ziet uit naar de reactie van de indieners en de minister. Ook wil onze fractie de heer Baljeu alvast feliciteren met het uitspreken van zijn maidenspeech en natuurlijk ook de Partij van de Arbeid feliciteren met dit geweldige, langdurige bestaan.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Dan is het woord aan de heer Van Hattem namens de fractie van de PVV.