Plenair Van Hattem bij behandeling Verduidelijking tijdelijke grondslag voor regels over de toegang tot en het gebruik van voorzieningen voor personenvervoer



Verslag van de vergadering van 8 januari 2021 (2020/2021 nr. 17)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.12 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem (PVV):

Dank, voorzitter. Gelet op de noodzaak van het voorkomen van de import van nieuwe besmettingen vanuit het buitenland begrijpt de PVV-fractie de urgentie van het wetsvoorstel. Maar ten aanzien van de uitvoerbaarheid van de wet hebben we nog wel enkele kritische vragen en opmerkingen.

Als Nederlanders vanuit het buitenland terug naar Nederland willen reizen, worden zij verplicht om een negatieve testuitslag te kunnen overleggen voordat zij met name het vliegtuig mogen betreden. Dat kan praktische gevolgen met zich meebrengen. In veel landen geldt een visumplicht om in het land te mogen verblijven. Een reiziger kan in de knel komen als de geldigheid van het visum verloopt kort na het beoogde vertrekmoment naar Nederland, maar hij om bepaalde redenen niet tijdig over een negatieve testuitslag kan beschikken. De vervoerder zou de reiziger ingevolge deze wet moeten weigeren, maar de reiziger kan in principe ook niet langer in het betreffende land verblijven. Aan het verlopen van visa kunnen in sommige landen ernstige consequenties verbonden zijn, zoals een gevangenisstraf voor illegaal verblijf. Kan de minister aangeven in hoeverre met dergelijke situaties rekening is gehouden? Op welke wijze kan worden voorkomen dat reizigers daarmee tussen wal en schip zullen vallen?

Voorzitter. In de Tweede Kamer heeft de PVV al aandacht gevraagd voor de onduidelijke situatie rond de transferpassagiers. Zo zou volgens de minister alleen voor transferpassagiers die bij een tussenlanding in het toestel blijven — dat zijn dus eigenlijk geen transferpassagiers — een negatieve testuitslag niet verplicht zijn, maar voor op de luchthaven overstappende passagiers wel. De Telegraaf Financieel meldde hier gisteren over dat het kabinet volgens de brancheorganisatie BARIN hiermee luchtvaartknooppunt Schiphol verder onder druk zet, door van overstappende passagiers op Schiphol ook een negatieve coronatest te eisen. Met name luchtvaartmaatschappij KLM, waarvan op Schiphol reizigers overstappen naar honderden bestemmingen, zou door deze maatregel een dreun krijgen. Omdat overstappers dat bij andere, concurrerende luchtvaartcentra in Europa niet hoeven te doen, ontstaat een ongelijk speelveld. Kan de minister aangeven of het kabinet kan kijken of er mogelijkheden zijn om deze schade voor de luchtvaartsector te beperken en waar mogelijk te voorkomen dat internationale vliegreizigers worden weggezogen naar luchthavens in het buitenland, en om tegelijkertijd toch adequate maatregelen te nemen tegen besmettingen?

Voorzitter, tot slot. Deze wet schept een tijdelijke grondslag. Maar in het wetsvoorstel zelf is niets over deze tijdelijkheid bepaald. Kan de minister nader duiden hoe de tijdelijkheid van deze maatregelen geregeld is?

Voorzitter, tot zover in eerste termijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem. Dan is het woord aan mevrouw Bikker namens de fractie van de ChristenUnie.