Plenair Verkerk bij behandeling Eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen



Verslag van de vergadering van 1 december 2020 (2020/2021 nr. 12)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 11.03 uur


De heer Verkerk (ChristenUnie):

Voorzitter. Hartelijk dank. Ik ga terug naar mijn geboortedorp Nieuwer Ter Aa. Ik ben daar opgegroeid met twee keer drie w's. Als kind was een van de eerste woorden die ik hoorde het woord "woningwetwoning". Ik wist niet wat de Woningwet was, laat staan dat ik wist wat een woningwetwoning was. Aan de andere kant wist ik precies wat het betekende. Het waren de huizen in de Doude van Troostwijkstraat, de eerste straat als je het dorp inrijdt aan de linkerkant. Het waren ook de huizen in de Julianalaan, de tweede weg links.

In deze woningen woonden de agent, de onderwijzer, de spoorwegbeambte en de boerenknecht. Zij konden deze woningen betalen.

De tweede drie w's hadden betrekking op de woorden "werk, woning en wijf". Wat betreft dat laatste woord: de boodschap van de eerste feministische golf was in ons dorp nog niet doorgedrongen en Joke Kool-Smit had haar artikel Het onbehagen bij de vrouw nog niet geschreven. Maar deze drie w's drukten op fundamentele wijze uit wat van belang is voor een samenleving waarin mensen kunnen bloeien. Het gaat namelijk om werk, het gaat om betaalbare woningen en het gaat om stabiele relaties. Die opvatting werd breed gedeeld. En als ik het goed heb, wordt die opvatting nog steeds breed gedeeld.

Voorzitter, de twee keer drie w's laten het belang zien van betaalbare huurwoningen. Veel partijen in de Tweede en Eerste Kamer hebben gememoreerd dat huren de laatste jaren sterk zijn gestegen, waardoor het percentage van het inkomen dat sommige groepen in de samenleving aan huur betalen, onacceptabel hoog is geworden. In de visie van de fractie van de ChristenUnie komt de minister met het wetsvoorstel Eenmalige huurverlaging huurders met een laag inkomen dan ook tegemoet aan de wens van de Eerste Kamer om de huren voor financieel kwetsbare burgers te verlagen.

Voorzitter. Het gaat in dit debat niet alleen om het genoemde wetsvoorstel. Het gaat ook over de bredere inbedding. Het gaat over een breder debat over wonen. In de nota naar aanleiding van het verslag merkt de minister op dat het kabinet "met een bredere blik wil kijken naar de ondersteuning van betaalbaar wonen, waarbij inkomensbeleid, de subsidiëring op de huur- en koopmarkt, alsmede de verhuurderheffing in samenhang worden bezien." Ook wijst de minister op de verschillende wetsvoorstellen die op dit moment voorliggen in de Tweede Kamer en die bijdragen aan de betaalbaarheid voor huurders en een betere verdeling van betaalbare huurwoningen. De fractie van de ChristenUnie vraagt de minister of zij op deze uitspraken wil reflecteren. Is er sprake van een trendbreuk? Is deze wet de eerste in een reeks maatregelen die zowel in de sociale als in de private sector een halt toeroept aan het fenomeen dat de lagere en de middeninkomensgroepen elk jaar een hoger percentage van hun inkomen aan huur moeten uitgeven? Om het wat meer plastisch uit te drukken: waar droomt de minister van? Hoe groot zou dat percentage in de toekomst moeten zijn?

Voorzitter. De fractie van de ChristenUnie heeft de minister gevraagd naar een kwantitatief inzicht in de benodigde hoeveelheid extra woningen, de 845.000. Het gaat daarbij om de vraag naar de invloed van demografische, sociale en economische ontwikkelingen. Het gaat ook om de vraag naar de invloed van speciale groepen als starters, studenten, daklozen, arbeidsmigranten, vluchtelingen en andere specifieke categorieën.

De heer Kox (SP):

Collega Verkerk vraagt zich af waar de minister zoal van droomt. Het lijkt me heel interessant om dat te horen, maar misschien is het ook interessant om te horen waar de ChristenUnie van droomt als we het hebben over het betaalbaarder maken van onze woningen. Ik was aangedaan door het opsommen van de woningwetwoningervaringen van collega Verkerk. Hij noemde een heleboel straten. Hij had ook de Hoogstraat in Zeelst kunnen noemen. Daar woonde ik, samen met elf andere familiegenoten. Wij waren groot genoeg geworden om in een woningwetwoning te komen met ons twaalven. In ieder geval was daar het idee dat je zelfs met een gezin van tien kinderen en het loon van een sigarenmaker die woning zou moeten kunnen betalen. We zijn heel ver weg geraakt van dat ideaal. Dus waar droomt collega Verkerk over als hij het heeft over het meer betaalbaar maken van woningen? Dat vind ik minstens net zo interessant. Met collega Verkerk en de ChristenUnie kunnen we hier misschien meerderheden vormen die tegen de minister zeggen: "Dit is onze droom. Ziet u een kans om die te verwerkelijken?"

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik wil de heer Kox danken voor zijn vraag. Als ik namens mijn fractie aan de minister vraag waar zij van droomt — is er sprake van een trendbreuk? — dan wil ik daarmee ook heel expliciet naar voren brengen dat in de visie van de ChristenUnie er een trendbreuk moet komen. Wonen moet betaalbaar zijn, zeker voor de lage inkomensgroepen en voor de middeninkomensgroepen. De hoge inkomensgroepen hebben over het algemeen alle keuze. Dus als u vraagt wat u in de toekomst van de ChristenUnie kunt verwachten: u kunt verwachten dat wij daarop willen inzetten.

De heer Kox (SP):

Dat is goed om te horen en dat biedt perspectief voor de toekomst. Collega Verkerk zegt dat wonen via huren weer betaalbaar moet worden. De vraag blijft dan waarom de ChristenUnie niet bereid was om steun te geven aan een brede oproep van deze Kamer, door te zeggen: omdat het wonen al niet betaalbaar is, moeten we de huren dit keer in coronatijd in ieder geval niet extra verhogen. Is er bij de ChristenUnie het voortschrijdend inzicht om te zeggen dat dit eigenlijk nog niet zo'n dom idee was?

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Voortschrijdend inzicht? Wij hebben indertijd uw motie niet gesteund, omdat het een generieke maatregel was die heel veel geld ging kosten. Wij hadden niet het gevoel dat dit nou de juiste motie was. Verder heeft de minister toegezegd om hierop terug te zullen komen. Dat zien we in deze wet. Ik ben blij met deze wet. Uw partij was blij met deze wet. Is dit helemaal voldoende? Die eerlijke vraag kunnen en moeten wij stellen. Als wij reflecteren op de woningmarkt, is het grootste probleem misschien dat we met z'n allen hebben toegestaan dat het een markt is geworden, en dat we te weinig aandacht hebben gehad voor wat wij vroeger met een prachtige term "volkshuisvesting" noemden. Onze partij is van mening dat dat de grootste fout is en dat die verklaart waarom we nu in deze situatie zitten.

De heer Kox (SP):

Het is altijd fijn om te horen dat er op een gegeven moment brede steun komt voor iets wat je tien of twintig jaar geleden over deze onderwerpen beweerd hebt, zoals mijn partij deed. Ik heb een laatste vraag. Als we het hebben over het meer betaalbaar maken van woningen, kan collega Verkerk dan leven met het feit dat de minister de woningen in de vrije sector en de woningen in de gereguleerde sector die niet toebehoren aan de woningcorporaties generiek van deze regeling uitzondert? Daar wonen namelijk mensen in dezelfde omstandigheden, met te lage inkomens en te hoge huren. Zij krijgen allemaal niks, terwijl de buurman bij wijze van spreken wel in aanmerking komt voor deze, overigens buitengewoon goede regeling uit dit wetsvoorstel. Valt met de ChristenUnie te praten over een oproep aan de minister om ook naar die groep te kijken?

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Mijn vraag aan de minister rond de trendbreuk, gezien de nieuwe wetsvoorstellen die zij heeft aangekondigd, betekent dat wij vinden dat ook in de private sector huren minimaal getemporiseerd moeten worden. Ook daar moet een trendbreuk komen.

Wat betreft uw eerste opmerking wil ik zeggen dat ik ben opgevoed met Kuyper en Marx. Dat zal u misschien verbazen. Het geeft misschien aan waarom we af en toe een aantal verbindingen hebben, maar ik ook af en toe zeg: nee, daar gaan onze wegen uiteen. Ik dank u.

Voorzitter. Samengevat: wij hebben gevraagd hoeveel woningen en wat voor woningen we voor wie moeten bouwen. De minister geeft aan dat zij bezig is om dat in detail in kaart te brengen. De fractie van de ChristenUnie vraagt zich af welke cijfers de minister nodig heeft om een krachtig beleid te voeren en wanneer die cijfers beschikbaar komen; niet alleen op nationaal niveau, maar juist ook op regionaal niveau. Welke onzekerheid zit er in die getallen?

Voorzitter. Ik kom terug op het dorp waar ik geboren ben. De woningwetwoningen droegen in hoge mate bij aan betaalbaar wonen. Die woningen waren niet groot, maar deze burgers hadden een huis en ze woonden daar met plezier. Zoals ik van collega Kox begreep, kun je er zelfs met elf kinderen in wonen. Ze waren dus toch nog ruim genoeg. Het is onmogelijk om goed in de toekomst te kijken. Maar één ding zal duidelijk zijn: het is en blijft een geweldige opgave om in de toekomst voldoende betaalbare huur- en koopwoningen te realiseren.

Voorzitter. Deze minister is aan het bewind gekomen toen onze economie uit het dal van de financiële crisis aan het klimmen was. Zij heeft ervaren wat een crisis doet met huur- en koopwoningen en het beleid daaromtrent. De kans is groot dat onze economie weer in een recessie glijdt. De fractie van de ChristenUnie vraagt zich dan ook af welke lessen we uit het verleden kunnen leren. Hoe kunnen we ervoor zorgen dan de benodigde 845.000 woningen — wat een gigantische hoeveelheid! — gerealiseerd worden, passend bij de lokale vraag? Wat betekent dat voor het departement, voor de contacten met de lagere overheden, voor relaties met de sector? Wat zijn de grootste belemmeringen die weggenomen moeten worden? Kortom, wat zou het volgende kabinet moeten doen om ervoor te zorgen dat Nederland een land wordt waarin het goed wonen is?

Voorzitter. De ChristenUnie is van mening dat deze opgave alleen gerealiseerd kan worden als het Rijk en de provincies veel sturender dan voorheen de regie pakken, tezamen met een minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening die onvermoeibaar duwt, trekt en sleurt aan de woningbouw, op basis van een gedeelde ontwikkel- en investeringsagenda; een agenda waarin sociale en middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen centraal staan; een agenda waarin de woningopgave in balans wordt gebracht met de opgaven op het gebied van landbouw, duurzaamheid en natuur.

De ChristenUnie pleit ook voor een verduurzaming van de woningvoorraad. Het gaat daarbij om een betaalbare transitie, ook voor huizenbezitters die deze investeringen niet zomaar kunnen doen.

Ten slotte pleit de ChristenUnie voor het voorkomen van energiearmoede. Zou de minister kunnen reflecteren op deze pleidooien?

De fractie ziet uit naar de antwoorden van de minister. Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Ik schors de beraadslaging over dit wetsvoorstel tot na de middagpauze.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken, tot 11.30 uur. Daarna beginnen wij met de behandeling van het wetsvoorstel Wet inburgering (35483).