Plenair Van Pareren bij voortzetting behandeling Tijdelijke wet maatregelen covid-19



Verslag van de vergadering van 26 oktober 2020 (2020/2021 nr. 6)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.52 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u wel, voorzitter. Nood breekt wet en wet breekt geen nood. Dat hebben we vandaag in ieder geval geleerd. In de Tweede Kamer stemden de vier coalitiepartijen en de vier oppositiepartijen GroenLinks, PvdA, 50PLUS en SGP voor deze wet. In de Eerste Kamer levert deze wet ook bij de voorstemmers, met name bij de laatstgenoemde partijen, een reeks vragen op. Er zijn nog veel open vragen. We zijn daar dus al een hele dag mee bezig. Het is ook een bijzondere ervaring om te zien dat de Eerste Kamer aan de ene kant niet de rol hoeft te spelen die ze zou kunnen spelen in deze crisis en dat er toch nog steeds veel vragen zijn rond deze wet. De regering stelt draconische maatregelen in het vooruitzicht, wat eigenlijk te verwachten is, om in hun ogen de crisis goed te bestrijden. Er wordt al genoemd dat de mondkapjes verplicht gaan worden.

Dat roept bij ons meteen een vraag op. Er wordt tot nu toe niet echt onderbouwd wat het wetenschappelijk bewijs daarvoor is. En wie levert dat bewijs? Tot nu toe horen we alleen maar dat het RIVM zegt dat het niet nodig is. Dat zijn de wetenschappers die tot nu toe bekend zijn bij ons als Kamer. Het moet echter toch, want helpt het niet, dan is het toch niet slecht om te hebben. Onze vraag is dan ook meteen: waarom geldt hetzelfde niet bij ventilatie? Daar is duidelijk bewezen dat dat een grote invloed heeft op de verspreiding van het virus en we zijn juist bezig met preventie. Waarom wordt er niet gewoon een keer die brug overgestapt door te zeggen: dat speelt ook echt een belangrijke rol? We zullen dadelijk echter horen dat ook daar geen wetenschappelijk bewijs voor zal zijn. Daar gaat het niet om, want bij de mondkapjes is dat er ook niet. Waarom nou die aarzeling?

Het is ook belangrijk dat de Raad van State een advies geeft dat ruimer is dan door ons, of door een aantal van ons, gevraagd is. Het is namelijk bijzonder dat er ook meningen werden geuit — dat waren geen onderbouwingen door wetgeving of wat dan ook, maar meningen — waarbij gezegd werd dat het mogelijk een patstelling zou opleveren als de Eerste Kamer zou meedoen in de hele zaak rond de nieuwe wet. Dat betreft meedoen in de zin van de verlenging of meedoen in de zin van zicht willen hebben op het redelijk zijn van de maatregelen die genomen gaan worden. Het gaat per slot van rekening ook om een grote inbreuk op de privacy en op het persoonlijk leven van onze inwoners.

In nood vindt de regering het parlement als geheel dus niet nodig om hierin op te treden. Wij betreuren dat, nogmaals, zeer en we vinden dat ook niet juist. We vinden het ook vervelend dat sommige partijen tegen de burgers die zich uiten aankijken als een theoretisch model en dat ze door bepaalde onderzoekers "saboteurs" worden genoemd. Dat zegt misschien veel over het CDA, dat dat zo in de inbreng voor iedereen gebracht heeft.

De voorzitter:

Een ogenblik, meneer Van Pareren. Mag ik de leden herinneren aan het verzoek om mondkapjes te dragen tijdens het lopen door de zaal? Vervolgt u uw betoog, excuus.

De heer Van Pareren (FvD):

Dat begrijp ik. Dat was dus theoretisch. Ik herhaal de zin even, om zo het verband te houden, voorzitter. Het CDA gaf aan dat ze dit soort mensen saboteurs van de hele samenleving vinden. Er wordt zelfs hang naar desinformatie aangegeven. Wij vinden dat betreurenswaardig. Wij zijn het niet eens met iedereen die zich uit, maar we willen wel graag dat iedere burger zich kan uiten. Als dat niet meer het geval zou zijn, dan zou dat betekenen dat we censuur nodig hebben in Nederland en dat is iets waar wij als Forum voor Democratie ver, heel ver van afstaan.

Mevrouw Prins-Modderaar (CDA):

Ik wil hier toch wel even op ingaan. Ik heb het woord "saboteurs" op een heel andere manier gebruikt. Ik vertelde over veranderingsstrategieën en dat je bij veranderingsstrategieën de groep die moet veranderen, die veranderd moet worden, kunt verdelen in drie groepen. In de literatuur wordt de groep mensen die fervent tegenstander is — ik heb dat letterlijk zo gezegd — saboteurs genoemd. Dus dat zeg ik niet. Ik citeer uit de literatuur over de veranderingsstrategieën.

De heer Van Pareren (FvD):

Dat heeft u ook heel duidelijk gezegd. Maar we kunnen wel van alles uit de literatuur gaan citeren, dat doet niets af aan het feit dat we het vrije recht hebben om een keuze te maken uit de citaten die we willen aanhalen. Als u een citaat aanhaalt uit de literatuur, theoretisch of wat dan ook, en deze mensen duidt als saboteurs, omdat ze zo in de door u geraadpleegde literatuur worden genoemd, vind ik dat ernstig. Zoals de voorzitter vandaag ook zei: laten we proberen om niet dat soort forse termen te gebruiken, al staat het in de literatuur. We zijn hier in deze Kamer aan het duiden en dat deed u daarmee ook. U duidt daarmee een groep mensen die er niet voor maar ertegen is. Dadelijk moeten wij ons als Forum voor Democratie volgens uw inzichten misschien ook wel saboteur gaan noemen als wij tegen deze wet gaan stemmen. Ik zou dat jammer vinden.

Mevrouw Prins-Modderaar (CDA):

Nee. U legt mij woorden in de mond, want ik gaf aan hoe je in een veranderingsstrategie het ergens mee eens of mee oneens zou kunnen zijn. Dat is heel wat anders dan wat u mij nu in de mond legt en dat wilde ik graag even corrigeren.

De voorzitter:

Bij dezen. Vervolgt u uw betoog, meneer Van Pareren.

De heer Van Pareren (FvD):

Dat zal ik zeker doen, voorzitter. Dank daarvoor.

Wij vinden het ook heel erg betreurenswaardig dat deze wet weer op de toer gaat van het bestraffen van mensen. Wij betreuren het dat dwang en drang daarin voorkomen. Ik heb het al eerder gezegd: straffen in plaats van belonen. Geen lankmoedigheid ook niet naar diegenen die tijdens de eerste lockdown torenhoge boetes kregen, want dat wordt niet rechtgetrokken naar het huidige lagere niveau. Daar is geen mededogen mee en dat is bijzonder jammer, want we zoeken juist — zo heb ik begrepen van de regering — naar draagvlak onder de mensen, naar begrip voor de situatie. Dat kan, maar dan moet het wel evenwichtig zijn en dit is niet evenwichtig.

Ik herhaal het nog even, want ik heb begrepen dat misschien niet iedereen wat ik zei, goed heeft opgevangen. Ik zei dus dat de overstelpende cijfers over de besmettingen, die onze burgers elke dag zien of horen, beangstigend zijn. Waarom zijn ze beangstigend? Omdat zó veel besmettingen natuurlijk schrikken is. Alleen, het zijn cijfers die zij zelf niet kunnen plaatsen. Zij hebben niet voldoende informatie om te beseffen wat daarmee wordt gezegd. Het is dus echt heel belangrijk dat die wilde smijterij met grote getallen goed wordt neergelegd als de regering zo veel mogelijk draagvlak wil houden. Mensen moeten kunnen snappen wat het betekent. We hebben nu veel mensen, ouderen ook, die hun huis niet meer uit durven te komen en die zichzelf isoleren. Zij hebben niets — geen corona, niets — maar ze zijn bang geworden door dit soort overstelpende informatie. Het is informatie die je bijna desinformatie zou kunnen noemen, een onderwerp dat ook behandeld is.

Voorzitter. Over die desinformatie zou ik nog iets meer willen zeggen. We moeten dan onze omroep vragen om gewogen informatie te geven. Ik praat dan met name over de gesubsidieerde omroepen, omroepen waar de regering ook invloed op kan en zou moeten hebben. Een zijdelings onderwerp: over de heer Trump horen we via die omroepen alleen maar kommer en kwel en over meneer Biden horen we dan alleen maar mooie dingen. Dat is niet afgewogen en daar krijg je het vertrouwen van de mensen niet door. Dan ben je niet bezig om de burgers op één lijn te krijgen, en zeker niet in een noodsituatie.

In die noodsituatie zijn ook de psychische klachten een probleem, want dat begint een betreurenswaardig groot aantal te worden. Dat is de nare bijvangst van de corona. Er zijn mensen die niet meer weten waar ze aan toe zijn en die mensen vergen aandacht. Dat vergt zorg en, indien nodig, ook een behandeling. We hebben ook dokter Westendorp, die in Denemarken gewerkt heeft en van wie een prachtig interview in Het Parool staat. Hij zegt daarin: "Weet je wat ze in Denemarken deden? Dat is heel simpel. Ik zat daar in het OMT als internist, maar ze hebben mij eruit gezet. Daar was ik blij mee, want ze gingen werken met mensen die kennis hadden van wat gedrag van mensen beweegt en hoe mensen dus beter te motiveren zijn. Een verfrissing van het team was het daar. Het waren niet steeds dezelfde namen, gezichten en gedachtes."

Wat ook belangrijk is, is het verhaal van de mondkapjes. Daar hebben we het vandaag al een paar keer over gehad. Er is geen wetenschappelijk onderzoek voor, maar toch moet het maar, want "het zal wel helpen". Dat is ook geen draagvlak. We hebben het ook over ventilatie. Er is bewezen dat ventilatie helpt, maar "dat doen we niet, want daar is geen wetenschappelijk bewijs voor". Hoe verwacht u nu dat er onder alle burgers in ons land echt draagvlak is voor alle maatregelen? Dat is zo belangrijk.

Voor ons is ook een belangrijke vraag wie nou al die extra kosten die we gaan maken, gaat betalen. Waar komt dat geld vandaan? Het simpele antwoord is: de belastingbetaler. Maar ik denk niet dat het nu gepast is om belastingen te gaan verhogen. We moeten ze eerder gaan verlagen. Er zijn al steunmaatregelen die een vorm hebben die daarop lijkt. Maar normaal is het zo dat je, als je in de staatshuishouding ergens meer uitgeeft, ergens anders minder moet gaan uitgeven. In ons geval zouden we zeggen: geef minder uit aan die klimaatverspilling. We hebben al zo veel miljarden uitgegeven aan biomassacentrales, waar niets van terechtkomt. Zorg ervoor dat we eindelijk de immigratiekosten in de hand hebben en dat we niet tot 100 miljoen per jaar aan boetes moeten betalen aan mensen die hier maar blijven zitten.

Woningen zijn ook zo belangrijk. Er zijn zo veel onderwerpen; die verzanden eigenlijk. Mensen komen niet meer aan een woning. Het is een ramp. Dat is ook een pandemie.

De voorzitter:

Meneer Van Pareren, u heeft nog 50 seconden. Zoudt u die willen besteden aan het wetsvoorstel?

De heer Van Pareren (FvD):

Het laatste punt dat ik nog even wil noemen, is dat ik nog geen goed antwoord heb gekregen over de vaccins die al in december beschikbaar komen. Die komen beschikbaar via Pfizer en Oxford. Dat zegt de welbekende dokter Levi. Wij zijn nog steeds nieuwsgierig hoe het daarmee zit. Is de regering daar ook mee bezig?

Hier wil ik het bij laten, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Pareren. Dan geef ik het woord aan de heer Van Hattem namens de fractie van de PVV.