Plenair Van Pareren bij behandeling Tijdelijke wet maatregelen covid-19



Verslag van de vergadering van 26 oktober 2020 (2020/2021 nr. 6)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 9.35 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u, voorzitter. Ik denk en hoop dat het niemand in de Kamer ontgaan is hoe sterk deze wet leeft onder onze bevolking. Dit is duidelijk te zien aan de berichten die wij in onze mailbox krijgen, maar ook die we dagelijks lezen in de verschillende media, van mensen die bang zijn. Mensen die bang zijn om hun vrijheid te verliezen, bang zijn om ziek te worden en dan geen hulp te krijgen, bang om de jeugd die het perspectief ziet verdwijnen op een normale toekomst, bang voor het lot van kinderen en hun ouders.

Wij willen graag alle mensen thuis op hun hart drukken dat Forum voor Democratie naar u luistert, u hoort. Wij luisteren naar uw twijfels en bezwaren en ook naar uw waarden en hoop in deze tijden. Wij staan voor het beschermen van de zwakkeren en ook voor het beschermen van onze vrijheid. Maar het meest staan wij voor representatieve democratie. Simpel gezegd: voor de mensen. Daar gaat het om. U wordt vertegenwoordigd door ons als volksvertegenwoordigers. Daarmee staan we voor draagvlak.

In onze bijdrage zal ik ingaan op het draagvlak van verschillende groepen en waarom het essentieel is voor deze wet en juist ook datgene is waar het aan ontbreekt. Het politieke draagvlak is natuurlijk heel belangrijk. Het is onze fractie duidelijk dat het debat in dit huis vandaag niet lang zou hoeven duren. Er ligt immers een wetsvoorstel voor dat de Eerste Kamer vraagt om zichzelf buiten werking te stellen. En dat nog wel wanneer de grondrechten van de burgers hier in Nederland worden aangetast.

De reden voor het verzoek om deze wet is dat de regering slagkracht wil hebben, slagkracht in de noodsituatie, met een wettelijke dekking. Het antwoord hierop vanuit alle fracties zou duidelijk moeten zijn: nee, wij gaan er als Eerste Kamer niet voor om voorbijgelopen te worden. Wij, als Eerste Kamer, wijken namelijk niet voor de grondrechten van onze burgers en zeker niet als die worden ingeperkt. Deze Kamer heeft de Raad van State gevraagd om advies, simpel gezegd, om het feit dat de Tweede Kamer de Eerste Kamer heeft uitgesloten. Dat advies heeft de volgende conclusie: "tevens wordt hiermee het risico verkleind dat er een patstelling kan ontstaan tussen de minister, de Tweede Kamer en de Eerste Kamer die de slagkracht van het bestuur te zeer aantast". "Te zeer aantast" staat er ook nog bij. De Raad van State hanteert slagkracht als argument om de Eerste Kamer buitenspel te zetten bij het beslissen over voor burgers zeer "ingrijpende regelingen", zoals ze genoemd worden. Ik citeer weer verder uit het advies van de Raad van State — nogmaals, het is een advies: "door onenigheid over deze ingrijpende maatregelen, ingrijpende regelingen zoals we ze noemen, kan er een patstelling ontstaan tussen de Kamers en dat kost slagkracht".

Maar als het op slagkracht aankomt, vraag ik de minister, waar was dan de slagkracht toen deze pandemie uitbrak en in onze verzorgingshuizen de ouderen stierven omdat het kabinet geen fatsoenlijke beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes en dergelijke, organiseerde? Waar was de slagkracht toen we na de eerste lockdown moesten testen, testen, testen? De tests waren er niet! Er was geen capaciteit voor. En ook nu is dat nog zo. En waar was de slagkracht om deze zomer de ic-capaciteit structureel te gaan opbouwen? China bouwde in zes dagen een noodhospitaal. Wij zien na negen maanden dat onze ziekenhuizen weer onder druk staan en dat de reguliere zorg weer hapert. Dat is veel heftiger dan de effecten van corona.

Om deze drie zaken voor elkaar te krijgen, voldoende beschermingsmateriaal, testmateriaal en ic-materiaal, is slagkracht nodig. En die ontbrak tot nu toe. Daar heeft deze Eerste Kamer helemaal niets mee te maken.

Het kabinet heeft negen maanden de tijd gehad, want dat wil dit zo doen, om voldoende testcapaciteit te ontwikkelen. En dat is nog niet gelukt. Er zijn wel berichten over — ik zie de minister kijken — maar we willen graag de feiten zien waaruit blijkt dat dat kan.

Het punt is ook dat die testen zo belangrijk zijn voor het bestrijden van het virus. Daarom zeggen wij: laat nou zien dat de regering binnen de huidige wettelijke grenzen toch al kon doen wat ze moest doen, voordat ze ons meer bevoegdheden gaat vragen. Stel dat het kabinet merkt dat beide Kamers tegenover elkaar komen te staan in die zogenaamde patstelling, dan is er wat anders aan de hand. Dan is de parlementaire vertegenwoordiging van dit land kennelijk ernstig verdeeld over de zeer ingrijpende inperking van de rechten van onze burgers. Dat is absoluut geen zwakte. Het is juist een zeer sterk signaal in onze samenleving dat dit kan gebeuren, dat het kabinet op dat moment kennelijk niet de juiste dingen doet, waardoor er geen draagvlak voor is. Als de regering grondrechten wil inperken, dan is er feitelijk sprake van een noodtoestand. En dan is de rol van ons parlement belangrijker dan ooit.

We hebben allemaal op onze fractiekamers een mooi blad gehad, waar de Eerste Kamer in wordt beschreven. Het artikel had als subtitel: De noodrem van het parlement. Die wordt nu even opzij gezet. De Raad van State stelt zelfs dat deze regelingen, zoals hij die noemt, door de burgers in veel gevallen als zeer ingrijpend worden ervaren. Wij vinden de beschrijving "regelingen" wat zwak uitgedrukt, maar kennelijk is dat de taal die de Raad van State gebruikt. Feitelijk zijn het natuurlijk dictaten waarvoor sancties en harde handhaving gaan gelden. Maar net als de Raad van State zelf ook zegt, vinden wij het belangrijk dat de parlementaire zeggenschap gewaarborgd moet worden. Voor ons moeten hierbij beide Kamers gekend worden. Om deze reden gaan wij het kabinet voorstellen — dat zal dan waarschijnlijk in een novelle moeten gebeuren, via een motie — om ervoor te zorgen dat ook de stem van de Eerste Kamer gehoord wordt.

De heer Recourt (PvdA):

Ik heb twee vragen aan de heer Van Pareren over de uitgangspunten die hij hanteert. Ik hoor twee veronderstellingen. Ten eerste: deze wet creëert meer bevoegdheden dan de regering op dit moment heeft. Ten tweede: de Eerste Kamer is helemaal niet meer betrokken bij de besluitvorming. Maar als ik het goed lees, maakt op dit moment de noodwet het mogelijk dat de maatregelen genomen worden. Deze wet kadert in feite deze bevoegdheden. De wet geeft dus niet meer bevoegdheden, maar kadert die in.

Op het punt van de rol van de Eerste Kamer: alle grondwettelijke bevoegdheden die de Eerste Kamer heeft, blijft de Eerste Kamer houden. Mijn vraag is dus waar onze visies uiteenlopen. Ik snap het niet helemaal.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik begrijp uw vraag en aan de andere kant begrijp ik die ook niet. Ik begrijp dat u hierover een vraag wilt stellen en dat u nieuwsgierig bent hoe wij daarin staan. Het feit blijft dat de Raad van State aangeeft dat de Eerste Kamer — dat is eigenlijk door de Tweede Kamer met het kabinet besloten — geen rol heeft bij de instemming met maatregelen uit deze wet. Dat is de situatie waarmee wij als Eerste Kamer geconfronteerd worden.

De heer Recourt (PvdA):

Dan verschillen wij daarover van mening. Als ik het goed begrijp, gaat het om het amendement-Buitenweg. Daarin wordt een soort instemmingsrecht gegeven aan de Tweede Kamer voor koninklijke besluiten die worden genomen. Maar naast dat instemmingsrecht bestaan gewoon de algemene rechten die Eerste en Tweede Kamer samen hebben. En daar gebeurt niets aan. Dus als de Eerste Kamer het met besluiten niet eens is, kunnen wij daar nog steeds tegenop. Wij kunnen bevragen, wij kunnen moties indienen enzovoorts. Dus de stelling dat de Eerste Kamer is uitgespeeld, kan ik niet helemaal volgen.

De heer Van Pareren (FvD):

U geeft precies aan wanneer de Eerste Kamer is uitgespeeld. Dat is in een noodsituatie zoals wij die nu hebben. Het is een noodwet, een noodsituatie. Los van hoe de wet heet, is er geen instemmingsmogelijkheid voor de Eerste Kamer. Uiteraard beschrijft de Raad van State dat heel zorgvuldig. Daarbij vergeet de Raad van State één ding, namelijk de mogelijkheden die de Eerste Kamer wél heeft — ik mis een beetje de moties op weg naar een novelle — maar wij hebben die mogelijkheid dus niet. Uiteraard zijn wij niet totaal uitgespeeld, maar juist in deze noodsituatie heeft de Tweede Kamer — ook uw fractie — besloten dat de Eerste Kamer niet hoeft in te stemmen, terwijl wij toch ook ons land, onze mensen vertegenwoordigen als volksvertegenwoordigers in die noodsituatie. Wij staan daarvoor.

De voorzitter:

De heer Recourt, derde.

De heer Recourt (PvdA):

Is de heer Van Pareren het met mij eens dat wij als Eerste Kamer, als wij het niet eens zijn met een van die maatregelen die bij koninklijk besluit genomen zullen gaan worden, weliswaar niet via dat amendement-Buitenweg — die tien dagen — maar wel op een andere manier kunnen zorgen dat die maatregel ingetrokken gaat worden?

De heer Van Pareren (FvD):

Ik lees dat niet zo in de wet. Ik lees niet in de wet dat wij, op het moment dat de regering komt met een maatregel en de Tweede Kamer daarmee instemt, dan als Eerste Kamer direct daarna de mogelijkheid hebben om te zeggen: ho, ho, ho, wij stemmen daar niet mee in. Dan komt er misschien een situatie waarin er sprake is van een patstelling, maar dat is democratie.

De voorzitter:

Meneer Recourt, laatste.

De heer Recourt (PvdA):

Ik ben het hier niet mee eens. Ik kom in mijn termijn daarop terug. Maar laten we deze vraag in ieder geval aan deze drie leden van de regering stellen, opdat we er duidelijkheid over krijgen.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik stel het zeer op prijs dat u die vraag ook wilt stellen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Ik kan best een stuk meegaan met de heer Van Pareren. Het vergt inderdaad slagkracht. Ik kan ook meegaan in wat de heer Van Pareren zegt over het oordeel van de Raad van State. Wij hebben dan ook gezegd: voor ons hoeft dat advies van de Raad van State niet. Wij weten als Eerste Kamer zelf wel wat wij willen en hoe wij op willen treden. Uw fractie wilde zo nodig een advies van de Raad van State. En omdat de Raad van State heeft gezegd dat het allemaal niet kan en dat de Eerste Kamer verder zijn mond moet houden, zitten we nu met de gebakken peren. U heeft dat zelf veroorzaakt. Ook in het verleden heeft uw fractie voor elk wissewasje meteen om advies van de Raad van State gevraagd, om het probleem te outsourcen. Waarom doet u dat steeds? U kunt als gekozen volksvertegenwoordiger toch zelf uw oordeel vellen, vraag ik via de voorzitter.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik vind het fijn dat deze vraag wordt gesteld en dat deze zaak wordt belicht. Dank u wel. Wij kunnen dat heel goed zelf bepalen. Wij doen overigens aan de andere kant ook graag mee aan het staatsrechtelijke proces. Als blijkt dat er in deze Kamer behoefte is aan een advies van de Raad van State, dan zijn we daar niet op tegen. Dan luisteren wij daarnaar en dan kijken wij daarnaar. Wij zien het wel als een advies. Het zal ons dus nooit doen afwijken van ons standpunt dat wij vinden dat de Eerste Kamer hier een rol in moet hebben. In mijn inbreng heb ik dat geduid. U hebt duidelijk gehoord — u was het ermee eens - dat wij deze situatie niet wenselijk achten in onze democratie.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Dat is dan helder: het heeft niet meer dan de status van een advies. Maar ik zou de heer Van Pareren, via de voorzitter, toch willen verzoeken om voortaan meer de eigen koers te bepalen en niet elke keer alles te outsourcen naar de Raad van State.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog, meneer Van Pareren. O, de heer Verkerk heeft nog een vraag, excuus.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik heb toch even de volgende vraag aan de heer Van Pareren. Een van de belangrijke argumenten van de Raad van State was dat het een ministeriële regeling betreft. Dat was een van de belangrijke argumenten. Zou uw voorstel zijn dat alle ministeriële regelingen voortaan voorgehangen moeten worden in en instemming moeten krijgen van de Eerste Kamer? Want let ook even op het taalgebruik. U sprak over een "noodwet". Nee, het is een "tijdelijke wet". De Raad van State focust op ministeriële regelingen en geeft, kijkend naar de geschiedenis van de wetgeving en de rechtsstaat, aan dat er geen bezwaar is om die alleen door de Tweede Kamer te laten accorderen.

De heer Van Pareren (FvD):

Waar het ons om gaat, is dat de rol van de Eerste Kamer bij de regelingen die hier komen — of dat nu een voorhang is of een ministeriële regeling — in deze situatie gelijk is aan die van de Tweede Kamer. Dat zou ik tegen de heer Verkerk willen zeggen. Het gaat ons erom dat wij niet uitgesloten worden. Dat is de bedoeling. Als u dat ermee bedoelt, ben ik het ermee eens.

De heer Verkerk (ChristenUnie):

Mijn constatering is dat de Eerste Kamer niet uitgesloten wordt. De heer Van Pareren heeft een mening en dat mag. Maar die wordt in principe niet gedragen door het geheel van de historie van deze Eerste Kamer.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog, meneer Van Pareren, want ik hoorde geen vraag.

De heer Van Pareren (FvD):

Mag ik toch even reageren?

De voorzitter:

Kort graag, want ik hoorde geen vraag.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik hoorde wel een vraag.

De voorzitter:

Geeft u dan het antwoord.

De heer Van Pareren (FvD):

Anders reageer ik niet. Ik vind dat ik correct naar de heer Verkerk moet reageren. Ik denk, en de heer Recourt gaf dat ook al aan, dat het duidelijk is dat wij als Eerste Kamer niet in dezelfde mate betrokken zijn als de Tweede Kamer bij deze tijdelijke wet — ik zal mijn taalgebruik voor u aanpassen, ondanks dat de nood in het land is. Maar nogmaals, dat betekent niet dat wij dezelfde rol hebben. Daar gaat mijn hele verhaal over en daar gaat het standpunt van Forum voor Democratie over.

Mag ik doorgaan?

De voorzitter:

Graag.

De heer Van Pareren (FvD):

U laat de klok lopen.

Ik had het over draagvlak, over het politieke draagvlak. Dat draagvlak is natuurlijk ook belangrijk voor onze bevolking. We zien dat er in de media veel geschreven wordt over de stemming onder onze bevolking. Die is angstig. Men is bang — dat heb ik al gezegd — want de berichten komen als flodders op de mensen af. Daar krijgen ze niet echt een veilig en zeker gevoel van. Het is zelfs zo sterk dat groepen mensen helemaal niet meer mogen demonstreren voor ons parlement omdat dat storend zou zijn voor bepaalde parlementsleden. Dat vinden wij heel jammer. Er wordt door bepaalde politici gezegd dat mensen in deze coronatijd allemaal slimme trucjes uithalen om maar door te kunnen gaan. Ik vind het echt te ver gaan dat je mensen ervan beschuldigt dat ze slimme trucjes uithalen.

De wetenschapper de heer Van Dissel, waar het kabinet zo naar luistert, gaf zelfs de vakantievierende jongeren in Zuid-Frankrijk en Spanje de schuld van de tweede golf. Dat wil ik toch nog even horen, want in de beantwoording hoor ik duidelijk dat de tweede golf nu aan de gang is. Nou ben ik daar geografisch niet de hele dag mee bezig, maar ik heb de indruk dat er niet zo heel veel jongeren in Zuid-Frankrijk vakantie vieren. Zij gaan inderdaad iets verder. Maar goed, de heer Van Dissel vond dat dat de oorzaak was. Het zijn zulke ongelofelijk onrustgevende berichten waar de bevolking mee zit. Als het even misgaat, dan zegt onze minister-president — vergeef mij het woordgebruik — dat de jongelui hun bek moeten houden. Een van de ministers die hier ook aanwezig is, zei: dat zijn aso's; dat zijn echt aso's. Dat vinden wij echt te ver gaan. Mensen worden benoemd als "wappies" of hoe je ze ook wilt noemen. Wij luisteren daarnaar. Wij luisteren daarnaar om te horen wat er in de samenleving leeft. Wij trekken zelf onze conclusies over wat we daarmee moeten doen, maar we luisteren wel. We vinden het niet nodig om mensen te negeren of uit te sluiten, wat nogal eens gebeurt.

We kennen ook het verhaal van het mondkapje. Dat doet vrijwel niets, zo werd steeds gezegd door dezelfde heer Van Dissel. Na veel bewijs werd dat hele verhaal maar aangehouden. Dat ging een eigen leven leiden. Nu staan we op het punt dat ze verplicht worden, waarbij we ons natuurlijk afvragen waarom de burgers niet een veilig medisch mondkapje mogen. Als dat mondkapje zo goed werkt, waarom moet de burger dan een niet-medisch mondkapje gaan gebruiken?

Waar we helemaal niets over horen in de lessons learned van het kabinet, is de zaak die Maurice de Hond al maanden, maanden, aanhaalt: de druppeltjes en de ventilatie die daarvoor nodig is. Daar wordt niets over gezegd. Daar wordt gewoon omheen gelopen. Je zou zeggen dat dat toch niet mogelijk is in deze tijd, maar het heeft wel als gevolg dat scholen, overheidsgebouwen en verpleeghuizen nog steeds niet de goede ventilatie hebben. Maar er moet wel gewerkt worden en er moet wel geleerd worden. Hetzelfde kan je zeggen over de corona-app. Die moest er met veel haast komen, maar wat bleek? Hij was er, maar het hele regime werd veranderd, want er waren geen testen. Op Schiphol mag iedereen het land in zonder getest te worden. De teststraat die er even was, was volledig vrijwillig en werd gestopt omdat er kennelijk geen behoefte meer aan was. Maar wat is het verschil tussen deze reizigers en de bezoekers aan de horeca? De restaurants hebben zo veel moeite gedaan om mensen zitplaatsen te geven op een veilige manier. En waarom mogen er evenveel mensen in een klein theaterzaaltje plaatsnemen als in een kolossale kerk met wel 2.300 zitplaatsen? Er zijn allerlei maatregelen genomen door kerken om ventilatie te verzorgen en om alle coronaregels na te leven. Daar is dan bombarie over. Wij vinden dit niet bijdragen aan het draagvlak van onze burgers. Nederlandse gelovigen worden op deze manier beperkt in hun geloof en dat is heel ernstig. Dat zou zomaar door deze wet — ik mag hem geen "noodwet" noemen — door dwang en drang verder kunnen worden aangezet.

Ik ga even naar het draagvlak onder het zorgpersoneel, want die mensen hebben we natuurlijk keihard nodig in deze pandemie. De zorgverleners zorgen voor ons in de ziekenhuizen, de verpleeghuizen, de andere instellingen in de zorg, en daarbuiten in de thuiszorg. Zij hebben ondanks stelselmatige bezuinigingen in de afgelopen jaren — dat vinden wij echt belangrijk om te noemen — met grote inzet, inspanning en creativiteit ervoor gezorgd dat Nederlanders in de coronapandemie geholpen konden worden. Tegelijkertijd moesten ze met lede ogen aanzien dat de reguliere zorg in elkaar zakte. Ik zei al eerder dat daar meer slachtoffers door te betreuren zijn dan door de corona. Uiteraard betreuren wij beide soorten slachtoffers evenzeer.

We willen de zorg motiveren en we willen draagvlak, maar de aan het zorgpersoneel beloofde bonus is nog steeds niet uitgekeerd. Er is nog steeds discussie over wie die bonus wel en wie die niet krijgt. Als je toevallig als zzp'er een bijdrage leverde, kan je zomaar geen bonus krijgen. En we kennen allemaal het verhaal van de structurele loonsverhoging. Je mag het eigenlijk geen grap noemen, want het was toch een schandalige vertoning dat de coalitie massaal het Kamergebouw verliet om maar te zorgen dat er geen loonsverhoging voor de zorg zou komen. Maar we doen wel een beroep op die zorg. Wij als fractie krijgen zo veel berichten hierover dat wij ons kunnen voorstellen dat het ook een keer genoeg voor hen is, dat ze het zat zijn en dat ze het symbolisch klappen wel geloven. Dat is een mooi gebaar, maar wat hebben we eraan als er verder geen echte waardering is?

Voorzitter. Het gaat dus om het draagvlak voor deze wet. Er is dus draagvlak nodig in de politiek, maar, zoals ik al aangaf, ook onder de bevolking en onder ons zorgpersoneel. Dat vertrouwen in dat draagvlak komt te voet en verdwijnt te paard, zoals we dat ook wel zeggen. Dat komt in een eenvoudig autootje en verdwijnt met een BMW of Audi, waar ons kabinet in het algemeen in het rijdt. Het is Forum voor Democratie duidelijk dat de regering nog te weinig draagvlak heeft voor deze wet, waarin zo rigoureus de mogelijkheden staan om onze vrijheden in te perken. Zij kan niet voldoende onderbouwen waarom dit nu nodig is. Wij vinden dit te ver gegrepen, omdat het zo onzeker is wat er gaat gebeuren. Voor het gemak wordt de Eerste Kamer ook nog eens uitgesloten. Wij vinden het niet alleen belangrijk dat er een soort coronakaart of -dashboard of hoe het heet, is, maar ook dat de regering iets als een plan van aanpak heeft. Wat is de visie? Waar gaan we naartoe? Waar komen we uit? Wat is op een gegeven moment voor de burgers in dit land het toekomstbeeld? Waar kunnen ze op bouwen en waar kunnen ze op vertrouwen? Dat is iets wat nu nodig is en wat op dit moment schromelijk ontbreekt.

We stellen dadelijk voor om die wet maximaal zes maanden te laten gelden, om de wet na een periode van drie maanden te evalueren en dan maximaal nog een tweede periode van drie maanden aan te houden. Maximaal dus één verlenging na drie maanden en een maximale duur van zes maanden. Daarna gaan we kijken wat de stand van zaken op dat moment in Nederland is. Met die informatie, gebaseerd op telkens voortschrijdend inzicht — lessons learned — kunnen we daarnaartoe gaan.

De heer Dittrich (D66):

U bent echt het zonnetje in huis, meneer Van Pareren.

De heer Van Pareren (FvD):

Dank u wel.

De heer Dittrich (D66):

U uit heel veel kritiek op de wet en op het beleid, en dan opeens zegt u: de wet moet aangenomen worden voor maximaal zes maanden. Dus eigenlijk stemt u in met het wetsvoorstel, ondanks alle kritiek. Zie ik dat goed?

De heer Van Pareren (FvD):

Ik ben blij dat u nu even om verduidelijking vraagt. Wij zijn niet voor de wet, maar het heeft er alle schijn van dat die wet er komt, gelet op de stemverhoudingen in de Tweede Kamer. Nota bene partijen als PvdA, GroenLinks maar ook 50PLUS en de SGP hebben voor de wet gestemd, dus zou het Forum voor Democratie als realistische partij hogelijk verbazen als er vandaag niet ook voor gestemd gaat worden. Maar we zullen het zien in de loop van de dag. Ik wil er wel bij zeggen dat als die wet er dan toch moet komen, hij er uitermate kort moet zijn. Wij zeggen dus niet dat we die wet willen, maar als we hem niet kunnen tegenhouden — en daar lijkt het op, zoals ik net aangaf — dan willen wij die wet zo kort mogelijk hebben. We moeten namelijk snel weer tot de normale orde van de dag in Nederland kunnen komen: hoop, verwachtingen, toekomst voor de mensen, gunnen en geven.

De heer Dittrich (D66):

Dan zie ik het zo dat Forum voor Democratie zegt dat het een slechte wet is en dat zij waarschijnlijk tegen gaan stemmen. Dan wordt de wet toch aangenomen en moet die voor zes maanden gaan gelden. Is dat niet gewoon van twee walletjes eten?

De heer Van Pareren (FvD):

Ik vind het geen smakelijke maaltijd om dat soort dingen te eten, moet ik zeggen. Ik zie het anders. Laat ik het zo zeggen. Ik begrijp dat u het zo ziet, maar het is absoluut geen kwestie van twee walletjes eten. Wij geven juist aan dat dit een situatie is waarin we niet naar zo'n wet toe moeten. Als die wet er toch komt met een Kamermeerderheid — we zijn immers een democratie — dan vinden wij dat die er zo kort mogelijk moet komen. Dat is wat wij aangeven.

De voorzitter:

De heer Dittrich, voor de derde keer.

De heer Dittrich (D66):

Ik zal hier in mijn eigen termijn op terugkomen, maar ik vind het geen overtuigend verhaal dat u hier allerlei kritiek spuit en vervolgens zegt dat als die wet er is, u vindt dat dit en dat moet gebeuren. Dan werkt u toch mee aan het wetgevingsproces, in die zin dat de wet er is en dat die een bepaalde duur moet hebben. Ik blijf bij mijn standpunt dat u eigenlijk van twee walletjes eet.

De heer Van Pareren (FvD):

Ik ben heel nieuwsgierig naar de standpunten die de heer Dittrich zal aangeven in zijn eigen inbreng. Daar ben ik uitermate nieuwsgierig naar. Ik neem afstand van de constructie dat wij van twee walletjes eten. Ik heb het u al twee keer gezegd. Ik zal het nog even een derde keer herhalen: wij eten niet van twee walletjes, wij vinden alleen dat de wet moet worden ingeperkt als er toch voor deze wet gestemd gaat worden in deze Kamer, waar het op lijkt. Hij gaat anders te veel ingrijpen in het leven van onze burgers, zoals ook de Raad van State duidelijk signaleert.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog, meneer Van Pareren.

De heer Van Pareren (FvD):

Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen waar ik mijn verhaal mee af wil ronden. De vraag is — ik zal niet noemen voor welke minister die direct is — of u ervoor kunt zorgen dat onze bevolking niet meer overstroomt wordt met paniek aanjagende meldingen van duizenden besmettingen per dag. Het geeft geen pas voor de mensen om daar een oordeel over te vellen. Het geeft alleen maar paniek. De vraag is: waarom kiest u voor deze aanpak en bent u ook bereid om deze aan te passen tot meer geruststellende berichtgeving?

De tweede vraag is: wordt het geen tijd dat er mét de bevolking gesproken gaat worden in plaats van dat er berichten náár de bevolking worden gebracht? Er moet met de mensen die hieronder te lijden hebben, een hele groep, worden gesproken, zoals ook professor Westerhof, meen ik, voorstelt. Laten we dat op die manier doen om draagvlak te vergroten.

Dan nog een vraag aan minister Grapperhaus. Wat vindt u ervan dat de Voorzitter van de Tweede Kamer, in tegenstelling tot onze Kamervoorzitter gelukkig, demonstranten over één kam scheert en ze zo ver mogelijk van de Tweede Kamergebouwen wil houden?

Voor minister Ollongren heb ik de volgende vraag. Heeft u alles onder controle voor de aankomende verkiezingen op 17 maart, zodat deze ordentelijk kunnen verlopen? Hoe ziet uw plan eruit?

Nu het erop lijkt dat de mondkapjes verplicht gaan worden, heb ik nog de vraag aan de minister of die €50 die dat gemiddeld kost per persoon aan de mensen wordt vergoed. Komt dat in de basisverzekering? Of vindt u dat de burgers €2.000 netto per persoon kwijt moeten zijn aan de mondkapjes?

Waarom staat ventilatie, in het verleden ingebracht door Maurice de Hond, niet in deze wet? Er wordt wel gesproken over afstand houden, maar waarom wordt ventilatie niet genoemd?

En wat gaat u doen aan de psychische nood van de mensen in deze tijd? Die neemt namelijk nogal toe. Wij horen daar weinig over. We denken met name ook aan de kinderen die hieronder lijden.

Als laatste vraag heb ik nog het volgende. Dokter Levi zei dat we in december het coronavaccin hebben van de fabrikanten Oxford en Pfizer. Waar hebt u de vaccins besteld? En wanneer komen deze? Ik vind het overigens wel heel goed te lezen dat de prik met het coronavaccin, net als de griepprik, niet verplicht wordt.

Ik zie dat de tijd voorbij is. Ik heb nog één afsluitpunt. Hoe komt het dat er te weinig griepprikken zijn? Dat geeft alweer zorg aan onze Nederlanders.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Pareren. Dan geef ik het woord aan de heer Van Hattem namens de fractie van de PVV.