Plenair Verkerk bij debat over het eindrapport van de staatscommissie parlementair stelsel, het eerste deel van de kabinetsreactie, de uitvoering van de motie-Schalk c.s. en de met de regering gevoerde correspondentie over dit onderwerp



Verslag van de vergadering van 4 februari 2020 (2019/2020 nr. 19)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 23.33 uur


De heer Verkerk (ChristenUnie):

Ik zou eerst de minister hartelijk willen danken voor zijn uitvoerige beantwoording en de prettige wijze waarop hij dat gedaan heeft. Hij heeft gezegd: we voeren echt een debat op hoofdlijnen. Het is mij opgevallen dat hij het op momenten dat het om de hoofdlijnen ging, heerlijk vond om niet naar de details te gaan. Laat ik een voorbeeld geven. Ik heb twee hoofdlijnen genoemd die toch echt in het rapport staan, zij het daar niet als hoofdlijn gekarakteriseerd. Ze staan er wel in: de brede basis van de democratie en de politiek-democratische cultuur. U heeft daar goede woorden aan gewijd. Dank u wel daarvoor. Als we toch het debat op hoofdlijnen willen voeren, zou ik u willen uitnodigen om in uw volledige reactie ook dat stuk op hoofdlijnen te voeren en te reageren op deze twee punten. Ik begrijp dat u niet alles in wetsvoorstellen kunt omzetten. Dat vraag ik u ook niet. U geeft aan dat het ook facetbeleid is — in mijn woorden — dat steeds moet terugkomen. Als u dat vindt, en ik denk dat u dat vindt, zou ik het heel fijn vinden als u ook kon toezeggen dat dit in die volledige reactie naar voren komt.

Ik wil u danken voor de twee toezeggingen die u in mijn richting heeft gedaan. Ik heb in ieder geval genoteerd dat u toch komt met een document met verschillende mogelijkheden van constitutionele toetsing en de keuze die het kabinet maakt en dat u een reactie geeft op de bedreigingen van binnenuit en van buitenaf rondom ICT. Ik dank u daarvoor.

Wat betreft de moties is er eentje die ik toch even naar voren wil halen: de motie van de heer Cliteur rondom de dikastocratie. Ik moet zeggen dat die mij een beetje heeft verbaasd. Ik heb ook gezien dat hij in het verleden een uitgebreid artikel over Dooyeweerd heeft geschreven. Hij sluit dat artikel af met de stelling dat hij zich goed voelt bij de rechtsbeginselen van Dooyeweerd. Ik denk eigenlijk dat Dooyeweerd zich in zijn graf zou omkeren als hij uw motie zou lezen. Ik heb daar een goede verklaring voor. Ik denk dat de uil van Minerva u nieuwe inzichten heeft gebracht.

De minister heeft in het debat een keer de mooie uitspraak gedaan "je moet geen voorstellen doen voor waar we geen voorstellen doen". Ik heb daarover nagedacht. Het mooie is dat deze uitspraak altijd een zinvolle uitspraak is, waar je ook "geen" vervangt door "wel" of "wel" vervangt door "geen".

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Verkerk. Dan is het woord aan de heer Van Rooijen.