Plenair Ten Hoeve bij voortzetting behandeling Belediging van bevriende staatshoofden en andere publieke personen en instellingen



Verslag van de vergadering van 12 maart 2019 (2018/2019 nr. 21)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 20.08 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Wat betreft mijn oordeel over het initiatiefwetsvoorstel hoef ik eigenlijk niet veel toe te voegen aan wat ik vanmiddag gezegd heb. Ik had liever gezien dat de wijzigingen in artikel 111 onder titel II van Boek 2 van het Wetboek van Strafrecht aangebracht waren, dat daar de strafmaat gewijzigd was en dat daar de strafuitsluitingsgronden werden toegevoegd. De initiatiefnemer zegt dat dat een zeer ingrijpende verbouwing zou zijn geweest. Dat valt naar mijn gevoel nog wel wat mee. De ingrijpendheid van het hele voorstel ligt naar mijn gevoel niet zozeer in de materiële wijziging die op deze manier aangebracht wordt, maar meer in de systematische wijziging van het overbrengen van Boek 2 naar de commune beledigingsvormen. Om het daarmee te kwalificeren als ingrijpend ... Materieel is het dat dus naar mijn gevoel niet, omdat het niet meer is dan het op de stand brengen van waar het in de rechterlijke uitspraken momenteel al is. In die zin is het dus modernisering en niet meer dan dat.

Ik heb de motie van collega Bikker toch getekend. Ik heb dat dus niet gedaan om daarmee een uitspraak te doen over de ingrijpendheid van het voorstel — heel uitdrukkelijk niet — maar wel omdat ik constateer dat Sint-Maarten in ieder geval zélf prijs stelt op het geven van een beoordeling en het voorstel dus blijkbaar als ingrijpend ervaart. Om de verhoudingen in het Koninkrijk en uitgaande van de bedoelingen van het Statuut lijkt het mij verstandig om de procedure van artikel 39 van het Statuut wel toe te passen. En dan onderstreep ik dat wat mij betreft het aspect van concordantie, wat wij heel vaak uit het oog verliezen, belangrijk is. Het is zinvol, ook voor de rechterlijke uitspraken die daar en hier gedaan moeten worden, om te proberen de systematiek zo dicht mogelijk bij elkaar te houden. Als de motie die door mij meegetekend is, zou worden verworpen, maar de andere motie die ingediend is, aangenomen zou worden, wordt dat aspect in ieder geval benadrukt. En daar ben ik dan ook gelukkig mee.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve. Ik geef het woord aan de heer Köhler.