Plenair Ten Hoeve bij behandeling Deconstitutionalisering benoeming commissaris van de Koning en burgemeester



Verslag van de vergadering van 13 november 2018 (2018/2019 nr. 7)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 21.19 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Ik feliciteer mevrouw Van Leeuwen ook met haar mooie maidenspeech. Verder bedank ik de initiatiefnemer en de minister voor hun duidelijke uiteenzettingen.

De minister deed twee uitspraken. De wetgever wordt door deze maatregel in staat gesteld tot aanpassing van de benoeming en van de taak en functie van burgemeesters en commissarissen. Ze deed ook de uitspraak dat de veranderingen niet gericht waren op wijziging van het systeem. Die twee uitspraken lijken in eerste instantie een beetje met elkaar in strijd, maar ze zijn beide inderdaad waar. Wijziging is in eerste instantie niet gericht op verandering, want de wet bepaalt precies hetzelfde, maar de verandering stelt de wetgever wel in staat tot aanpassing van de benoemingswijze. Op dit moment zijn er binnen het grondwettelijke systeem heel veel aanwijzingsmethoden mogelijk, maar de rechtstreeks door de bevolking gekozen burgemeester en zeker die nog verder opgetuigde presidentiële burgemeester lijken eerder te stuiten op artikel 125 aangaande het hoofdschap dan op de kroonbenoeming. Zelfs Belgische burgemeesters kunnen door de Kroon benoemd worden, dus wat voor een soort Nederlandse burgemeesters zou er niet door de Kroon benoemd kunnen worden? Al die vormen zijn mogelijk. En al die vormen die binnen het grondwettelijke systeem mogelijk zijn, kunnen in stand blijven als artikel 131 wordt afgeschaft. De benoeming kan dan door iemand anders, bijvoorbeeld de gemeenteraad, plaatsvinden. Dat is inderdaad een verandering.

Ik kom even terug op wat ik in eerste instantie als laatste opmerking maakte: als wijzigen geen aanwijsbaar doel is, waarom zou je dan gaan wijzigen? Eigenlijk moet ik hier constateren dat de conclusie is dat er materieel niets hoeft te veranderen in de werkelijke aanwijzing van burgemeester en commissaris. Alle mogelijkheden die er nu zijn, zijn er straks namelijk ook. Alleen het formele aspect daarvan, dus de vraag wie de formele benoeming uitvoert, verandert. Maar ik constateer dat in de praktijk van onze gemeenten en provincies juist dat formele aspect, dus die formele benoeming door de Kroon, eigenlijk niemand tot last is. Velen zien dat juist als voordeel. Iedereen, zo is vandaag ook gebleken, stelt vreselijk veel prijs op onafhankelijkheid, onpartijdigheid en verbindendheid van burgemeester en commissaris. Die eigenschappen moeten gewaarborgd worden. En een hele hoop mensen zien juist in die kroonbenoeming een zekere waarborg.

De motie van de heer Rombouts, die eigenlijk bedoelt om de functie van die kroonbenoeming te vervangen, is daar een teken van, al slaagt die natuurlijk niet helemaal in die vervanging. De kroonbenoeming is namelijk toch iets anders dan een motie waarvan je niet weet wat er verder meer gebeurt. Als ik dus nog een keer mijn eigen vraag stel of deze wijziging een aanwijsbaar en zinvol doel dient, dan zeg ik: materieel niet en het is maar de vraag of wijziging formeel wel voordeel oplevert.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik heb een vraag aan de heer Ten Hoeve. Hij zegt dat niemand last heeft van een kroonbenoeming, maar ik durf als voorstander van directe democratie wel te zeggen dat ik daar wel degelijk last van heb. En met de PVV zijn er nog heel veel Nederlanders voorstander van directe democratie. Zij hebben daar ook last van. Zij willen geen kroonbenoeming, zij willen een direct gekozen burgemeester. Dat niemand daar last van heeft, waag ik dus wel te betwijfelen.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Dat was ook een beetje te absoluut uitgedrukt van mij. Natuurlijk zijn er wel mensen die dat anders willen hebben. Hoeveel last die mensen daarvan ondervinden, is trouwens nog een tweede vraag, maar dat een aantal mensen dat wel wil veranderen is natuurlijk een volstrekt duidelijke zaak. Misschien moet ik die opmerking beperken tot mijn achterban. Ik heb in mijn achterban niemand gevonden die er last van heeft.

De heer Van Hattem (PVV):

Dank in ieder geval voor die beperking. "Last ervan"? Er zullen ongetwijfeld burgemeesters worden benoemd die niet gedragen worden door een groot deel van de bevolking. Die mensen hebben daar wellicht last van. Daar zit het punt in: mensen die voor een direct gekozen burgemeester zijn, ondervinden het anders. Dat het in uw achterban misschien anders ligt ... U vertegenwoordigt een groot aantal lokale partijen, heb ik begrepen. Maar zoals ik veel lokale partijen beluister, wordt er heel verschillend over gedacht, dus ik zou het misschien toch nog een keer goed navragen.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Als u het over de direct gekozen burgemeester hebt en u daarmee de door de bevolking direct gekozen burgemeester bedoelt, dan zeg ik: daar zitten meer haken en ogen aan. Met deze grondwetswijziging zijn we er dan nog niet onmiddellijk, want dan ligt artikel 125 er nog.

De heer Kuiper (ChristenUnie):

Ik zou collega Ten Hoeve erop willen wijzen dat een kroonbenoeming natuurlijk altijd mogelijk blijft, maar die wordt niet geregeld in de Grondwet. De gewone wetgever kan daarvoor kiezen, in combinatie natuurlijk met het huidige systeem, waarbij de gemeenteraad eigenlijk van onderop kiest.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Zeker. Ik heb ook niet gezegd dat, als deze grondwetsbepaling vervalt, dan ook de kroonbenoeming vervalt. Die vervalt niet onmiddellijk, maar kan dan wel vervangen worden. Omdat de Grondwet die niet meer voorschrijft, is een andere wijze van benoeming, bijvoorbeeld door de gemeenteraad, dan mogelijk gemaakt.

De voorzitter:

Meneer Van Hattem, tot slot nog.

De heer Van Hattem (PVV):

Nog heel kort in de richting van de heer Ten Hoeve, in alle scherpte. Ook bij een direct verkozen burgemeester kan artikel 125 van de Grondwet over het hoofdschap van de raad gewoon in stand blijven. Dat hoeft elkaar niet te bijten. Dat is daarstraks ook al betoogd in de eerste termijn van de initiatiefnemer. Het kan met elkaar worden gecombineerd. Er zijn allerlei opties mogelijk. Dat is ook niet wat er vandaag voorligt. Vandaag gaat het echt alleen over het deconstitutionaliseren. Ik denk dat we het daar wel over eens kunnen zijn.

De heer Ten Hoeve (OSF):

Met die laatste opmerking van de heer Van Hattem ben ik het van harte eens.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve. Ik geef het woord aan de heer Schalk.