Plenair Ten Hoeve bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 10 april 2018 (2017/2018 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.42 uur


De heer Ten Hoeve (OSF):

Voorzitter. Ook ik dank beide ministers voor hun beantwoording. Ik constateer met heel veel tevredenheid de positieve benadering die deze regering uitdrukkelijk heeft ten opzichte van de Europese Unie en de ontwikkeling daarvan. We gaan weer vooruit. Alleen, en dat heb ik in eerste termijn ook wel gezegd: voor mij mocht dat ook wel iets minder alleen op het zakelijke en iets meer op het emotionele gericht worden. De EU, dat zijn wij ook zelf.

Misschien komt dat ook wel iets tot uiting in de benadering van het Meerjarig Financieel Kader. Wat ik daarover gezegd heb, werd door minister Blok geparafraseerd als: de brexit zal moeten leiden tot meer contributie. Dat was wat erg kort door de bocht. Dat hoeft natuurlijk niet. Als er genoeg bezuinigd wordt, en er kan hier en daar best bezuinigd worden, dan zou dat helemaal niet hoeven. Er kan ook best bezuinigd worden; mevrouw Teunissen heeft al een voorzet gegeven. Daar is in ieder geval een mogelijkheid, en in die hoek is wel meer te halen. Maar er zijn ook heel veel nieuwe uitgaven. Ik zou daar dus van willen zeggen: als de regering uiteindelijk niet al te strak blijft staan op haar standpunt van "geen cent erbij", dan heb ik daar wel vrede mee.

Eenzelfde soort redenering was er voor wat betreft een eventuele nieuwe belasting van de EU zelf. Daarvan zei minister Blok dat die zou leiden tot extra belasting van de burgers. Dat lijkt mij niet helemaal juist. Er zijn goede argumenten voor een echte EU-belasting. Er zijn ook wel argumenten tegen, maar er zijn ook heel goede argumenten vóór te bedenken. Wat op die manier binnenkomt, hoeft natuurlijk niet op een andere manier binnen te komen. Met andere woorden: dat wordt ingepast in het Meerjarig Financieel Kader. Het totaal van dat kader stellen we met elkaar vast.

Ik ben over belastingen bezig en blijf daar toch nog even bij. Nog even over de CCCTB. Ja, ik ben me bewust dat de regering weinig anders kan dan daartegen wezen. Beide Kamers hebben daar een gele kaart over getrokken. Ik ben me bewust dat de Tweede Kamer over het EOM ook zeer negatief was: het EOM zou beslist niet moeten. Na een aantal wijzigingen zijn we intussen zover dat we daar toch volledig aan gaan deelnemen. Als ik constateer dat de regering wel door wil praten over het op kritische punten harmoniseren om grondslagerosie tegen te gaan, constateer ik dat we daarmee toch zitten in het hart van de discussie over de CCCTB. Ik sluit niet uit dat daar toch nog weleens met elkaar een gemeenschappelijke oplossing voor te bedenken is.

Als allerlaatste punt het punt dat ik daarstraks ook aan het eind noemde, namelijk de situatie in Spanje. Wat daar mis is, lijkt mij niet allereerst crimineel van karakter, maar politiek van karakter. Dat betekent ook dat de oplossing daarvoor niet allereerst strafrechtelijk, maar politiek gezocht moet worden. Het zou mij een lief ding waard zijn als politici in de Europese Unie dat zouden willen constateren en dat ook eens zouden willen zeggen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Ten Hoeve.

Mij blijkt dat de ministers in staat zijn direct te antwoorden. Dan geef ik het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken.