Plenair Kuiper bij voortzetting behandeling Wijziging Mijnbouwwet



Verslag van de vergadering van 20 december 2016 (2016/2017 nr. 13)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 22.27 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Mijn fractie dankt de minister voor de zeer grondige en zorgvuldige wijze van beantwoorden. Ook onze vragen zijn eigenlijk goeddeels beantwoord. Ik heb één element waarover ik nog iets wil vragen in deze tweede termijn, te weten de rol van burgers, het burgerperspectief, dat immers structureel en herkenbaar wordt meegenomen in de besluitvorming over mijnbouwactiviteiten. Ik heb het dan ook over de plek van gemeenten. Het gaat om lokale gevoelens, lokale zeggenschap en lokale inspraak. De minister is daarop ingegaan. Dank daarvoor. Hij is ingegaan op het vergunningstelsel en de stappen die daarin worden doorlopen. Hij heeft daarbij aangegeven dat er steeds een rol is voor overheden: provincies en gemeenten, natuurlijk naast het Rijk, dat hierin uiteindelijk doorslaggevend is. Voor provincies is er een adviesrol. Ik gaf aan dat de rol van gemeenten in de fase van opsporings- en winningsvergunningen veel indirecter is en ik vroeg: is dat zo? Kan het niet directer? De minister gaf in het antwoord aan dat als er sprake is van een opsporings- en winningsvergunning, hij wil komen met een stap die er nu nog niet is, maar die straks zal worden aangevuld, te weten een omgevingsvergunningtraject. Ik neem aan dat dan ook de lokale overheid helemaal meedoet en in beeld is. Ik zou dat dus bevestigd willen hebben, of in ieder geval daar een antwoord op willen hebben. Dat is dan het moment waarop de gemeente, nadat de provincie al heeft gesproken, ook zelf nog een rol kan spelen.

De volgende fase is die van het winningsplan. Daarbij gaat het om concrete activiteiten. Dan gaat het echt richting de exploitatie. Dan is er opnieuw een omgevingstoets, zo gaf de minister aan. Ook dan is er ruimte voor consultatie en inspraak en een rol voor gemeenten. Ik zou dat beeld opnieuw bevestigd en verscherpt willen hebben. Het gaat mij er vooral om dat, wanneer deze besluitvorming en deze vergunningstappen worden doorlopen, dit niet boven die gemeenten en de lokale bevolking plaatsvindt, maar dat zij in die fase de mogelijkheid hebben om mee te spreken en het recht hebben om geconsulteerd te worden.