Plenair Kuiper bij behandeling Internationale veiligheidsstrategie



Verslag van de vergadering van 31 mei 2016 (2015/2016 nr. 32)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.45 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. "Europa is nog nooit zo welvarend, zo veilig en zo vrij geweest." Dit is de openingszin van het Europese strategiedocument over internationale veiligheid uit 2003. De Balkanoorlogen waren beëindigd, Europa kon gaan werken aan een "better world". Europa's welvaart, veiligheid en vrijheid werden gepresenteerd als een uitkomst van een ontwikkeling; we weten inmiddels dat het een momentopname was. Onze welvaart kwam onder druk door de financiële crisis, onze veiligheid door wat we inmiddels de "rand van instabiliteit" om Europa noemen en onze vrijheid voelt door de verwevenheid van interne en externe veiligheidsrisico's niet onbedreigd meer.

Ik wil in deze bijdrage namens mijn fractie vier thema's aanstippen: de opgaven waar Nederland en Europa voor staan als het gaat om internationale veiligheid, de veiligheidsstrategie van de EU, de onmisbare rol van de NAVO en onze inspanningen voor onze defensie.

Onze Grondwet legt ons de taak op om ons in te zetten voor de internationale rechtsorde. Die geeft de grondslag voor een actief buitenlands beleid, dat meer en meer komt te staan in het teken van brandende veiligheidsvraagstukken en gericht is op Europa. Er is ooit de hoop geweest door de inzet van softpowers en via een goed gericht nabuurbeleid van de aangrenzende delen van Europa een "better world" te maken. In het oosten heeft dat echter de assertiviteit en militaire opbouw van Rusland wakker geroepen. Voorbij de zuidelijke flank en in het mediterrane gebied zijn pogingen tot democratisering uitgelopen op chaos. In Turkije, dat we een rol hebben gegeven in de grensbewaking van Europa, ontwikkelt zich een autocratisch bewind met monoculturele trekken. Verderop in Afrika ontwricht de droogte opnieuw hele samenlevingen en bedreigt levens van miljoenen. Mijn fractie is voorstander van een "comprehensive approach" en heeft vaak gewezen op het verband tussen de klimaatcrisis, de economische crisis en de veiligheidscrisis. Ook nu is de houding van mijn fractie niet dat we ons terugtrekken in eigen bastions, zeker niet in onze gekoesterde welvaartsbastions, want, afgezien van het gebrek aan solidariteit dat daaruit spreekt, daarmee spannen we opnieuw het paard achter de wagen. Als we ons inzetten voor een internationale rechtsorde, hebben we een breed begrip van recht voor ogen. In Bijbelse termen heet dat "shalom": vrede door recht, ontwikkeling en vrijheid door inzet voor elkaar, harmonie door verzoening. Die woorden klinken misschien naïef, maar ze zijn de enige grond voor onze hoop dat het met onze wereld ook weer goed kan komen. Vanuit die hoop bedrijven wij politiek.

Die hoop activeert tevens onze verantwoordelijkheid, van Nederland en van Europa. Over een maand presenteert Eurocommissaris Mogherini de nieuwe veiligheidsstrategie van de Europese Unie. De verwachtingen zijn hooggespannen, al beseft iedereen hoe ingewikkeld het is om met 28 lidstaten tot een strategie te komen. Maar laat dit niet opnieuw een momentopname zijn. Als deze strategie werkelijk "global" is, dan zal zij doelstellingen op de langere termijn helder moeten benoemen en een "comprehensive approach" inhoud moeten geven. De vlucht van radeloze mensen uit Afrika naar Europa heeft met tal van factoren te maken, maar het gebrek aan mogelijkheden tot eigen ontwikkeling in Afrika is schrijnend en veelzeggend tegelijk; veelzeggend voor Europa, dat zich historisch verbonden weet met Afrika. De huidige situatie moet tot nieuwe inspanningen leiden om welvaart en ontwikkelmogelijkheden te delen.

De Global Strategy van Europa komt tot stand "in nauw overleg met de lidstaten". Mijn fractie zou graag meer willen horen over de Nederlandse inzet bij de onderhandelingen over dit akkoord. Wat ons tot nu toe heeft bereikt, is vrij algemeen van aard en komt meestal via de geannoteerde agenda's. Het debat van vandaag lijkt ons een goede aanleiding om daarover in dit huis te spreken. Wat wil het kabinet met de Europese veiligheidsstrategie?

Wij zijn verder benieuwd of de waardengemeenschap die Europa is of wil zijn, zich nu ook vertaalt naar een "veiligheidsgemeenschap", zoals Paul Scheffer het noemt. Daarvoor is solidariteit tussen lidstaten nodig, onder meer als het gaat om de opvang van vluchtelingen. Daarvoor is ook een bewustzijn nodig van de betekenis van politieke geografie. Scheffer stelt in zijn fraaie essay "De vrijheid van de grens" dat grenzen definiëren wie we zijn. In die zin kunnen ook de binnengrenzen van Europa nooit definitief worden opgeheven. Scheffer heeft gelijk als hij zegt dat Europa buitengrenzen nodig heeft om iets te zijn en in elk geval om een veiligheidsgemeenschap te zijn. Voor die opgave staan we, zowel in het zuiden als het oosten. Het Europese veiligheidsdocument uit 2003 was geschreven nog voor de toetreding van Oost-Europese landen tot de Europese Unie. Het werd destijds gedragen door de lidstaten die de interne markt zonder grenzen hadden gerealiseerd. De Oost-Europese landen staan er anders in; hun toetreding tot de EU diende als beveiliging van de nationale zelfstandigheid en veiligheid en vanuit een idee van grenzen dat in West-Europa overwonnen leek. De veiligheidsstrategie waar zij behoefte aan hebben is "local' en niet "global". Wat betekent dit voor hun houding en hun inzet, ook als het gaat om de inzet van Europa voor "global security" en duurzame ontwikkelingsdoelen? Wordt die ook gesteund door de landen in Oost-Europa? Hoe kijkt de minister van Buitenlandse Zaken hier tegenaan?

In deze nieuwe Europese verhoudingen schuilt ook een boodschap voor ons. Onze solidariteit wordt gevraagd met Oost-Europese landen die in een koudeoorlogssfeer zijn terechtgekomen. Het bondgenootschap dat voor deze solidariteit kan en moet zorgen is de NAVO. De belangrijke NAVO-top in juli aanstaande in Warschau belooft een belangrijke te worden en zal een signaal richting Rusland inhouden, al was het maar omdat Oekraïne erbij zal zijn. Hoe beoordeelt de minister de veiligheidssituatie aan de noordelijke en oostelijke flanken van Europa? Niet alleen de Baltische landen, maar ook de Scandinavische landen beginnen de hete adem van Rusland te voelen. Tegelijkertijd moet ook de dialoog met Rusland doorgaan — dit is in de vorige bijdrage al even genoemd — omdat een Rusland dat steeds meer geïsoleerd raakt in allerlei internationale verbanden — van G8 tot wellicht de Olympische Spelen — alleen maar meer revanchistisch kan worden.

De solidariteit met Oost-Europese landen als het gaat om hun veiligheid, en daarmee ook de solidariteit met de NAVO, moeten ook een militaire uitdrukking krijgen. Ik vind het lovenswaardig dat de minister van Defensie onlangs voor het eerst de NATO Defence Planning Capability Review 2015/2016 — dat is de hele titel — voor Nederland naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, mede vanwege haar argument dat transparantie een groot goed is in de omgang tussen regering en parlement. Mag ik de minister bij dezen verzoeken documenten van een dergelijk algemeen defensiebelang voortaan ook rechtstreeks naar de Eerste Kamer te sturen? U ziet met welke betrokkenheid wij vandaag dit debat voeren, ook als het gaat om defensie.

Het commentaar van de NAVO liegt er niet om. Er is grote zorg over de neerwaartse trend in het defensiebudget door de bezuinigingspolitiek sinds 2011. Nu besteden we 1,16% van het bbp aan defensie, terwijl de NAVO 2% aan de lidstaten vraagt. In 2020 zou dit bij ongewijzigd beleid 1,08% zijn. Er is bij de NAVO groeiende twijfel over de inzetbaarheid van de Nederlandse strijdkrachten. Dit rapport moet gelezen worden als een uiting van ernstige zorg. Ook wat er in de afgelopen jaren is bijgeplust is onvoldoende voor de structurele verbeteringen die nodig zijn. Er zijn investeringen nodig in materieel en de landstrijdkrachten moeten op peil worden gebracht, mede in het licht van een mogelijke dreiging in het oosten van Europa. Ook de Rekenkamer heeft onlangs in een analyse duidelijk gemaakt dat we door ondergrenzen zakken en dat het materieelbeheer en vooral de paraatheid, de gereedheid en de inzetbaarheid van het leger in het geding zijn. Ik ben niet de eerste die deze conclusie aanhaalt.

Ook de WRR en de AIV hebben zich al uitgesproken. De WRR stelde onlangs dat er consistente doelen en keuzes voor defensie met bijbehorende meerjarige financiële kaders nodig zijn. De AIV sprak zich reeds in april vorig jaar hierover uit in het advies Instabiliteit rond Europa. Daarin werd gesproken over een deltaplan voor de krijgsmacht, meer budget en de noodzaak om een investeringsquote aan te houden van 20% van het budget voor de krijgsmacht.

Uiteraard grijp ik nu ook terug op mijn motie uit december 2013. Daarin heb ik, met een meerderheid in deze Kamer, erop gewezen dat de defensie-inspanningen van Nederland achterblijven in het licht van de 2%-norm van de NAVO. Door uit te drukken dat wij onze verplichtingen willen vervullen drukken wij onze solidariteit uit op het gebied van de internationale en Europese veiligheid. De tijd dat we konden denken dat het einde van de Koude Oorlog een vredesdividend opleverde en we nauwelijks nog een leger nodig hadden, ligt echt achter ons. Wij moeten gewoon aan onze verplichtingen voldoen. Nu is het zo dat het welvarende Europa de Amerikanen laat opdraaien voor de eigen veiligheid. Dat gaat niet lang goed meer, mede in het licht van discussies in Amerika zelf. Mijn analyse is dat in Amerika op een gegeven moment de vraag "kunnen we het ons nog veroorloven en willen we nog de veiligheidsparaplu zijn voor Europa op deze manier?" wordt gesteld en beantwoord. Ik zeg niet dat ze een einde zullen maken aan hun betrokkenheid, maar wel dat ze hun financiële inspanningen zullen gaan evalueren. In mijn motie van tweeënhalf jaar geleden vroeg ik de regering om een financieel tijdpad uit te tekenen. Dat moet ertoe leiden dat we aan onze verplichtingen voldoen.

In de reacties op mijn motie werd destijds gewezen op nieuwe afspraken in NAVO-verband. Die afspraken zijn er gekomen. In Wales is in september 2014 een nieuw commitment uitgesproken. In de verklaring staat: we will aim to move towards the existing guideline of spending 2% of GDP on defence within a decade. In tien jaar tijd zullen wij als leden van de NAVO ons dus gaan bewegen naar de norm van 2% van het bbp. Dit is bondgenootschappelijke taal met de handtekening van Nederland eronder. In 2024 moet dus ook Nederland zich hebben bewogen naar de 2%-norm, maar dit jaar constateert de NAVO, in het stuk dat ik net aanhaalde, dat we ons ervandaan bewegen.

Ik weet dat de minister van Defensie mijn motie en ook de gesprekken die we in commissieverband hierover hebben gehad, heeft beschouwd als ondersteuning van haar beleid. In elke brief van haar vinden we de goede intenties, analyses en wensen terug, maar ook het zinnetje dat we pas weer kunnen gaan investeren als er financiële ruimte is. Wat is nu het beleid? Waar zijn de meerjarige financiële kaders waarom gevraagd is? Als beide Kamers via moties aandringen op extra inspanningen, als we ook gewoon onze handtekening hebben staan onder afspraken met de NAVO — het gaat om recente afspraken; het gaat om afspraken uit 2014 — en als alle belangrijke adviesorganen zeggen dat we in het licht van onze veiligheidsstrategie nu echt iets moeten doen, wat is er dan aan de hand waardoor we er hier nog altijd geen zicht op hebben?

Ik ben blij dat een aantal fracties hier vandaag insisteert op dit punt. We kunnen zo niet verder. Er moet iets veranderen in de benadering van onze defensie-inspanning. Mijn fractie is van mening dat we een plan moeten hebben met een meerjarig financieel perspectief dat erop gericht is om aan de 2%-norm ofwel aan onze afspraken en onze verplichtingen te voldoen. Dat plan moet er nu komen en niet pas na de verkiezingen, want dan zijn we weer anderhalf jaar verder, We vragen de minister van Defensie vandaag heel dringend om niet te wachten, maar om nu met voorstellen te komen. Het zou geweldig zijn als wij rond Prinsjesdag in ieder geval duidelijkheid hebben over de manier waarop de regering, dus niet alleen de minister van Defensie want die hebben we al gehoord, hierin zal acteren. Welke mogelijkheid ziet de regering om de komende tien jaar een nieuw pad in te slaan?

Ik zie uit naar de antwoorden van beide ministers.