Plenair Kuiper bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 8 maart 2016 (2015/2016 nr. 22)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.07 uur


De heer Kuiper (ChristenUnie):

Voorzitter. Ook ik wil in mijn bijdrage beginnen met hetgeen op dit moment in het brandpunt van ieders aandacht staat: de aanpak van de vluchtelingencrisis. Deze crisis raakt inmiddels aan de samenhang, aan de eendracht en volgens sommigen ook aan de overlevingskansen van de Europese Unie zoals wij die kennen. Laat ik, voordat ik iets zeg over de politieke dimensie van het vraagstuk, aangeven dat wij het als ons dure plicht zien om humanitaire hulp te bieden aan mensen die huis en haard moeten ontvluchten wegens oorlogsgeweld. Wie zijn of haar leven moet bergen en in levensgevaar is, dient hulp te ontvangen zonder restricties. Daarvoor dienen nu onze humanitaire programma's en daartoe bestaat het asielrecht als onderdeel van de algemene mensenrechten. Ik heb hier ook een diepere motivering bij en die voert terug op de Bijbelse aansporing om gastvrij te zijn jegens vreemdelingen en het op te nemen voor vluchtelingen, mede vanuit het inzicht dat het bestaan voor ons allen per definitie eindig is. Mensen kunnen de onzekerheid en moeiten van het bestaan alleen het hoofd bieden als ze kunnen rekenen op elkaar. Dat is de grondslag van onze solidariteit en daar mogen mensen op de vlucht een beroep op doen.

Intussen laat Europa zien hoe verdeeld het is bij een van de grootste humanitaire crises sinds de Tweede Wereldoorlog. De verdeeldheid en de weigering van sommige landen om te delen in een oplossing is pijnlijk. Het Europa dat zichzelf vaak heeft gecomplimenteerd met een naoorlogs trackrecord op het gebied van vrede en welvaart, kan maar moeilijk inschikken als het gaat om het opvangen van mensen die voor hun leven of overtuiging op de vlucht zijn. Even voor het beeld: meer dan 4 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht en in Syrië zelf is het dubbele aantal ontheemd geraakt. Turkije vangt 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen op en Libanon 1,1 miljoen, vaak in erbarmelijke en uitzichtloze omstandigheden. Zou van Europa niet gevergd mogen worden om althans een deel van deze mensen op te vangen? Alleen deze vraag al doet de Europese Unie op haar grondvesten schudden. Voor wie dacht dat Europa een waardengemeenschap was — het woord is hier vandaag al een paar keer gevallen — naast een economische gemeenschap, waar het allemaal mee begonnen is, komt van een koude kermis thuis. Van onderlinge solidariteit is even geen sprake. Lidstaten sluiten hun grenzen en wentelen hun problemen af op anderen.

Het debat gaat niet over gedeelde waarden en de toepassing ervan. Wat we zien, is manoeuvreren met het kompas van nationaal eigenbelang op de zee van geopolitieke krachten. Paul Valéry sprak ooit, een eeuw geleden, eens over Europa als "kleine kaap van het Aziatische continent". Dat gaat over een Europa dat moeite heeft een eigen identiteit te tonen, een Europa met een gebrek aan collectief zelfbewustzijn en een Europa dat niet eensgezind kan handelen. Wil Europa geen kleine kaap zijn van het Aziatische continent, dan zal het duidelijk moeten maken waartoe het er is en de deugden van barmhartigheid en gerechtigheid hoog moeten houden in een wereld die bezwijkt onder haar eigen cynisme.

Bij de oplossing waaraan nu wordt gewerkt, mag Europa zichzelf daarom niet kwijtraken. Mijn fractie zou er grote moeite mee hebben als Europa de hoogste Turkse prijs betaalt, namelijk de versnelling van toetredingsonderhandelingen met Turkije. Mevrouw Strik wees daar ook al op. Fundamentele vrijheden zijn nu al in het geding in Turkije. Vrijwel dagelijks komen nieuwe voorbeelden daarvan naar buiten. Op dit moment het signaal afgeven dat Turkije lid kan worden van de Europese Unie is tevens een signaal over de opvatting die Europa heeft over de mensenrechten en de rechtsstaat. Is de minister dat met me eens en wil hij dat ook uitspreken? Turkije kan wat mijn fractie betreft niet zomaar toegelaten worden als lid van de Europese Unie, althans niet zoals de kaarten er nu bij liggen. Ik noem ook nog even het punt dat vandaag is gemaakt door de UNHCR als commentaar op het voorlopige resultaat van de onderhandelingen van gisteren, namelijk dat vluchtelingen die terug worden gestuurd naar Turkije ook daar onder de bescherming van het internationale recht moeten vallen.

Als de Europese Unie meer wil zijn dan een economisch verschijnsel en meer wil zijn dan een manier om het Europese kapitalisme aan te passen aan de behoeften van een wereldwijd tijdperk, zoals een historicus zei, zal er een voortdurend gesprek moeten worden gevoerd over de waarden die Europa als rechtsgemeenschap schragen. Dat zijn waarden ten aanzien van menselijke waardigheid en inzet voor het gemeenschappelijke goed. Ik zie dat bondskanselier Merkel en ook Claude Juncker, hier vorige week nog in Den Haag, zich hebben uitgelaten over de grondslag van ons recht en ook over christelijke waarden die daaronder aanwezig zijn. Kan de minister iets zeggen over dat waardendebat in Europa? Hoe ziet hij dat? Is daar wellicht een verdieping nodig?

Nederland zet zich momenteel in voor de Europese rechtsstatelijkheidsdialoog. Er zijn zorgen over het respect voor de trias politica in enkele Oost-Europese landen. Hoe beoordeelt het kabinet de houding van een aantal Europese landen dan om niet mee te werken aan de uitvoering van Europees asielbeleid, om hun grenzen eenvoudigweg te sluiten en ook niet mee te werken aan het verdelingsmechanisme in Europa? Wil hij deze thema's ook betrekken bij de Europese rechtsstatelijkheidsdialoog?

Intussen brengt zoveel onzekerheid de vluchtelingencrisis ook veel verwarring in de lidstaten van Europa. Overal zijn tegenbewegingen gaande en voelen burgers zich bedreigd door de ontwikkelingen. De vluchtelingencrisis zet het integratiedebat ook weer op scherp. Wie bescherming vindt om humanitaire redenen is echter nog geen toekomstige burger, vandaar dat terugkeer- en uitzetbeleid ook echt vorm moeten krijgen. Mijn fractie acht dit een wezenlijk onderdeel van het vluchtelingenbeleid, om rust te krijgen in het maatschappelijk debat. Welke nieuwe afspraken worden daarover momenteel gemaakt?

Dan een aantal woorden over de Staat van de Europese Unie 2015 en het Nederlandse voorzitterschap. In de voorzittersversie van die "Staat" staan de ambities en doelstellingen van dat voorzitterschap en worden die helder uiteengezet. We krijgen een helder beeld van wat de regering wil bereiken. Wie het stuk leest, ziet dat we ineens weer in de werkelijkheid van een bestuurlijk beheersbare wereld lijken te zijn.

Er wordt echter niet onder stoelen of banken gestoken dat de Europese werkelijkheid weerbarstig is en dat ook waar Europese landen afspraken hebben gemaakt de implementatie niet vanzelf spreekt. Dat betreft niet alleen de uitvoering van het migratiepakket van de Europese Commissie en afspraken rond het vluchtelingenvraagstuk, maar ook de opvolging van aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. De regering wil dat Europa effectiever wordt, zich meer op hoofdzaken gaat richten, regels terugdringt; ze spreekt in de Staat van de Unie over het begin van een kentering in het Europees bestuur.

Die opvallende uitdrukking over een kentering in het Europees bestuur wekt ook verwondering. Wie goed toekijkt, ziet twee verhalen op dit punt die diametraal tegenover elkaar staan. Aan de ene kant gaat het om het verminderen van regels en het verminderen van Brusselse invloed in de lidstaten en het bevestigen van zeggenschap door nationale parlementen, aan de andere kant is er een doorgaand verhaal over de noodzaak van de overdracht van soevereiniteit naar Europese instellingen, waar burgers inmiddels grote zorgen over hebben. Welke kentering in het Europees bestuur is nu gaande? In elk geval kunnen we niet doorgaan op de weg van de democratische vervreemding, zoals de Raad van State het enkele jaren geleden heeft genoemd.

Tot die democratische vervreemding hoort wat mij betreft ook de inhoud van het Five Presidents' Rapport. Ineens blijkt er een gezaghebbend plan te zijn dat spreekt over het overdragen van soevereiniteit naar gemeenschappelijke instellingen, dat spreekt over een economische unie, een begrotingsunie en een politieke unie. Allemaal "op termijn", maar er worden nu al stappen in deze richting gezet, er is een dwingende agenda en er wordt van regeringen verwacht binnen deze agenda te acteren. Gaat dat zomaar? Was de boodschap aan de lidstaten sinds het Verdrag van Lissabon niet dat de Europese Unie zich niet als Europese regering moest gaan opstellen? Ook de manier waarop nu naar het Europees Semester wordt gekeken, voelt alsof de landen in een fuik gezwommen zijn. Eerst waren de aanbevelingen nog slechts aanbevelingen, maar nu wordt er aangedrongen op de daadwerkelijke implementatie ervan en straks zijn het verplichtende aanwijzingen. Overigens heeft ook Nederland in de meest recente landenbeoordelingen moeten horen dat de aanbevelingen uit vorige jaren niet allemaal zijn opgevolgd. We hoorden net van collega Backer waar in dat staatje van hem ook Nederland te situeren is. Dat geldt trouwens ook voor Duitsland; dat heeft ook nog een paar boodschappen meegekregen. De Nederlandse regering is "gereserveerd" ten opzichte van de door Juncker c.s. geschetste "denkrichting". Daar is mijn fractie wel ingenomen mee, aangezien die denkrichting ingrijpend is en nauwelijks gedekt wordt door voorafgaande democratische besluitvorming. Maar waardoor worden die reserves gemotiveerd? Kan de minister ze toelichten?

De beoogde kentering van het Europees bestuur, waarover dus gesproken wordt, wordt wel verbonden met een Europese Unie die zich op hoofdzaken richt en minder regels uitvaardigt. Hoe beoordeelt de minister de inzet van Eurocommissaris Timmermans op dit punt? Mijn fractie vraagt zich af of de aanpak ergens toe zal leiden, aangezien de onderliggende beweging nog altijd er een is van een uitbreiding en versterking van Europees bestuur. Het viel mij op dat de motivering van het kabinet om steun te geven aan de vermindering van regeldruk vooral een economische is. Regels kunnen "innovatie" in de weg staan, zo wordt gesteld in de Staat van de Unie. Maar een belangrijke bron van onvrede over Europese invloed heeft te maken met het gevoel zeggenschap te verliezen en met het inzicht dat bureaucratie of neoliberale marktlogica de werking van de democratie verdringt. In dit verband wil ik vragen naar de inzet van het kabinet rond het vierdespoorpakket. De onderhandelingen daarover worden afgerond onder het Nederlands voorzitterschap. In ons laatste debat met staatssecretaris Mansveld in deze Kamer heeft zij aangegeven wat haar inzet is: het Nederlandse concessiemodel moet behouden blijven en Nederland houdt zeggenschap over het nationale spoorvervoer. Zal dat ook de uitkomst zijn van de onderhandelingen over het vierdespoorpakket?

Een thema dat hiermee samenhangt, gaat over het versterken van de positie van nationale parlementen. Ook de Nederlandse regering vindt dit belangrijk. Maar wat verstaat het kabinet hier precies onder? Wat is de versterkte positie en wanneer is die positie versterkt volgens de Nederlandse regering? Graag een reactie op dit punt. Voor een effectief democratisch toezicht op Europese besluitvorming is transparantie van het hoogste belang. Nederland wil zich daarvoor sterk maken. Bij brief van 2 maart licht de minister ons hierover in. Maar wat is hier de onderliggende analyse precies en welke boodschap spreekt uit al die maatregelen? Wat voor transparantie gaan we krijgen en in hoeverre is transparantie, gegeven de werking van Europese besluitvorming, mogelijk?

Verbindend en voortvarend. Dat zijn de woorden die kenmerkend zijn voor het Nederlandse voorzitterschap; voor dat motto is gekozen. Met die verbinding gaat het vast lukken. Nederland is gewend om politiek te bedrijven in de polder met als opgave om de boel bij elkaar te houden. Maar hoe voortvarend het kabinet kan zijn, is ongewis. Het heeft de factoren niet in eigen hand, en dan met name niet de wil van landen om te investeren in gezamenlijke oplossingen.

Wij wensen de minister daarom veel sterkte en wijsheid in deze buitengewone omstandigheden en zien uit naar de verdere gedachtewisseling.