Plenair Hoekstra bij Voortzetting Algemene financiële beschouwingen



Verslag van de vergadering van 17 november 2015 (2015/2016 nr. 8)

Status: gerectificeerd

Aanvang: 22.29 uur


De heer Hoekstra (CDA):

Voorzitter. Allereerst nog de felicitaties aan de heer Rinnooy Kan, mevrouw Teunissen en de heer Van Rooijen voor hun uitstekende maidenspeeches. Ik zie dat mevrouw Teunissen dat ergens anders aan het vieren is.

Wat heeft het debat vandaag allemaal gebracht, nu de rook min of meer is opgetrokken? Het heeft natuurlijk wel iets surrealistisch dat we dit debat voeren, ook gelet op wat er aan de overkant gebeurt. De beste illustratie daarvan was natuurlijk dat de staatssecretaris ons nog heeft verlaten om zich ook daar weer te mengen in discussies over met name het Belastingplan en de fiscaliteit.

Verder heeft het debat de constatering gebracht dat de Miljoenennota een aantal echt verstandige dingen bevat. Naar onze opvatting is het ook wel een mandje met een paar rotte eieren of rotte appelen, maar daarover heb ik al gesproken in eerste termijn.

Er staan ook nog wel wat aardige zinnetjes in de Miljoenennota. De heer Rinnooy Kan heeft er eentje genoemd. Een ander zinnetje dat mij is opgevallen, is dat er over de economie wordt geschreven: beter dan verwacht, maar niet goed genoeg. Ik wil niet te veel somberen, maar als je heel somber zou zijn, zou je je kunnen voorstellen dat de mensen hier aanwezig die conclusie trekken over de Miljoenennota als geheel. Die conclusie zal mijn fractie overigens niet trekken.

Een punt wil ik nadrukkelijk markeren in het debat. Ik denk dat de minister groot gelijk had toen hij zei dat het een verstandig idee is om iets te doen aan de wig. De staatssecretaris heeft gezegd dat sommige dingen in Nederland in drie of vier stappen gebeuren. Dit lijkt mij ook zo'n onderwerp waarvan je in ieder geval moet hopen dat er na deze stap nog meerdere stappen volgen. Volgens mij is dat heel belangrijk voor de werkenden, of beter gezegd: voor de nu nog niet werkenden in Nederland. Daarin zou ik de minister van harte willen steunen.

Mijn laatste punt betreft de koppeling. Ik dank allereerst de heer De Grave en de VVD-fractie voor de ondersteuning. Het getuigt wat mij betreft van verstand, maar voor een regeringspartij getuigt het ook van lef om dat op zo'n manier te zeggen. Wij denken dat de koppeling echt een probleem is, maar zijn er niet op uit om het kabinet in de wielen te rijden. We vinden het belangrijker dat er op termijn iets gebeurt waar de Kamer echt wat aan heeft en waar de positie van de Kamer ook in blijft zoals die is, dan dat we het kabinet het mes op de keel zetten, en alles krijgen wat we willen hebben bij dit specifieke wetsvoorstel. Ik dien een genuanceerde en volgens mij afgewogen motie in.

De voorzitter:

Door de leden Hoekstra, Ten Hoeve, Rinnooy Kan, Van Apeldoorn, Ester en Van Rooijen wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering aan het wetsvoorstel over het Belastingplan 2016 onder andere een separaat wetsvoorstel over box 3 heeft gekoppeld, dat bovendien pas in 2017 ingaat;

constaterende dat het twee eigenstandige wetsvoorstellen betreft;

constaterende dat de Eerste Kamer hierdoor de mogelijkheid wordt ontnomen om een separaat politiek eindoordeel te vellen over beide eigenstandige wetsvoorstellen;

constaterende dat dit nadrukkelijk niet de staatsrechtelijke traditie van de afgelopen decennia is;

constaterende dat dit een onwenselijk precedent schept voor de toekomst;

verzoekt de regering, zich in het vervolg te onthouden van een dergelijke koppeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter O (34300).

De heer Hoekstra (CDA):

Dan ga ook ik over tot de orde van de dag, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mijnheer Hoekstra. Ik dacht dat u nog wat wilde zeggen, maar dat was dus niet het geval.