Plenair Thissen bij voortzetting Algemene politieke beschouwingen



Verslag van de vergadering van 14 oktober 2014 (2014/2015 nr. 4)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.08 uur


De heer Thissen (GroenLinks):

Voorzitter. Ook wij danken de minister-president voor zijn reactie in zijn algemeenheid op de vraagstukken die werden aangedragen door de fracties bij deze Algemene Politieke Beschouwingen. Ik ben wat teleurgesteld over zijn reactie op mijn betoog dat de overheid in toenemende mate de burgers in ons land benadert vanuit wantrouwen, waardoor er nog altijd veel te veel bureaucratie is en waardoor er formulieren zijn die soms gewoon niet begrepen worden, ook niet door mensen die hoogopgeleid zijn, omdat ze niet snappen wat voor antwoord ze moeten geven. De minister-president is weinig ingegaan op die twee bewegingen. Het kabinet draagt het over aan de mensen, het draagt het over aan de lokale overheid, maar draagt het ook vertrouwen over? Is het kabinet dan ook bereid om op rijksniveau echt eens flink te gaan snoeien in de overdreven monitorlast en de overdreven regels die het stelt?

Ik geef een voorbeeld om dit aan te tonen. De minister-president is zelf betrokken geweest bij de invoering van de Wet werk en bijstand, in 2004. Deze wet bestaat nu tien jaar. Als gevolg van Haagse politieke bemoeizucht is er onvoorstelbaar veel aan die wet gewijzigd. Dan weer moesten mensen die zich agressief gedroegen uit de bijstand. Dat werd landelijk bepaald. Dan weer moest een heel grote groep bijstandsmoeders uit de bijstand omdat er beter een landelijke regeling kon komen. Dan weer werd een taaleis gesteld. Binnen een jaar moest men Nederlands leren. Mocht dat niet zo zijn, dan kreeg men geen bijstandsuitkering. Dan weer werden er voorschriften over het voorkomen van mensen in de bijstand toegevoegd. Als het kabinet het aan de lokale overheid geeft, moet het ook erop vertrouwen dat de professionals in de spreekkamer van de uitvoering van de lokale overheid zich kunnen bedienen van het hele repertoire dat nodig is om vanuit de vraag van mensen, die mensen weer op weg te helpen om onafhankelijk te zijn van een uitkering en om naar vermogen actief te zijn op de arbeidsmarkt. Als dat met de gedecentraliseerde wetten die per 1 januari op de gemeenten afkomen, gaat gebeuren zoals in de afgelopen tien jaar met de Wet werk en bijstand is gebeurd, dan houdt mijn fractie haar hart vast.

De minister-president daagde mij uit om iets te zeggen over de bestuurlijke vernieuwing. Hij zei dat de Groenen in Denemarken wel hebben meegewerkt aan een mooie bestuurlijke vernieuwing terwijl wij in Nederland van tafel zijn weggelopen. Wij hebben dat gedaan — de minister van BZK weet dat heel erg goed — omdat wij ondanks de motie die de SP ooit hier heeft ingediend en die we met een ruime meerderheid hebben aangenomen, nog steeds de visie missen op wat er met het middenbestuur moet gebeuren en hoe het kabinet stapsgewijs naar de realisering van die visie komt. Die visie ontbreekt ten enenmale. Als die visie ontbreekt, waar werk je dan aan mee? Dan werk je mee aan een fusie tot één grote provincie, één clustering. Maar wat gebeurt er daarna dan? Op voorhand is overigens ook gezegd dat die provincies altijd zelfstandig kunnen blijven omdat ze nu eenmaal een culturele samenhang hebben. Ik heb altijd gezegd: mijn Limburgerschap nemen ze niet af als staatkundig een andere indeling is gemaakt van provincies. Doorbreek dat denken eens!

Ik heb het kabinet uitgedaagd om te antwoorden op de vraag wat systeemverantwoordelijkheid is. Denkt het kabinet eensluidend over de systeemverantwoordelijkheid door de verschillende materiewetten heen die per 1 januari aanstaande naar de lokale overheid gaan? Wordt er ook op een eensluidende en consistente manier vervolgens gevraagd naar verantwoording van diezelfde lokale overheid?