De Eerste en de Tweede Kamer hebben dinsdag 8 september tijdens hun plenaire vergaderingen de Noorse Koning Harald V herdacht die vrijdag 28 augustus is overleden. In aanwezigheid van de Noorse ambassadeur Erling Rimestad hielden leden van beide Kamers een minuut stilte ter nagedachtenis van de Noorse koning. Voorafgaand spraken de beide Voorzitters.
In haar speech in de Eerste Kamer zei Voorzitter Mei Li Vos: 'Toen Harald drie jaar oud was, brak de Tweede Wereldoorlog uit. (...) De waarde die hij zijn hele leven hechtte aan de basiswaarden van democratie, vrijheid en gelijkheid, komt voort uit die ervaring.' Ook ging ze in op zijn toewijding aan het koningschap. Toen Harald gevraagd werd of hij afstand zou doen van de troon, antwoordde hij: 'Ik heb een eed afgelegd aan het Noorse parlement en die is voor het leven.'
Voorzitter Thom van Campen zei in de Tweede Kamer: 'Op 17 januari 1991 volgde Harald zijn vader op als koning. Hij koos daarbij hetzelfde devies als zijn vader en zijn grootvader: Alles voor Noorwegen. Maar het Noorwegen waarvan Harald koning werd, veranderde. En Harald veranderde mee. Dat vermogen om met zijn land mee te bewegen, zonder zijn eigen rol uit het oog te verliezen, kenmerkte zijn koningschap.'
Dinsdagochtend 8 september tekenden beide Kamervoorzitters het condoleanceregister op de Noorse ambassade, nadat ze eerder al namens de Staten-Generaal een condoleancebrief hadden verstuurd aan het Noorse parlement. In de brief schrijven de Kamervoorzitters dat Koning Harald V bekend stond als een plichtsgetrouwe en bescheiden monarch die zeer geliefd was onder het Noorse volk, dat hem liefdevol 'nasjonens bestefar' (de grootvader van de natie) noemde.