1.Vaststellen agenda
2.36800 X
Begrotingsstaten Defensie 2026
Beslispunt
Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel Defensie 2026 (36800 X) verder te behandelen?
Toelichting
De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:
-
1.een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor tweede verslag;
-
2.het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming;
-
3.de Kamervoorzitter een datumvoorstel te doen voor een plenair debat.
De commissie heeft op 31 maart 2026 besloten inbreng te leveren voor verslag op 21 april 2026, deze is op 30 april 2026 vastgesteld (36800 X, B). De minister van Defensie stuurde op 21 mei 2026 de nota naar aanleiding van het verslag (36800 X, ..). Deze ligt vandaag ter bespreking voor.
Achtergrond
-
-Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken voor een voortvarende en zorgvuldige begrotingsbehandeling.
-
-In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
-
-De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.
Nadere procedure
3.36800 K
Begrotingsstaat Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026
Beslispunt
Hoe wenst de commissie het begrotingswetsvoorstel Defensiematerieelbegrotingsfonds 2026 (36800 K) verder te behandelen?
Toelichting
De commissie heeft de keuze uit de volgende behandelopties:
-
1.een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor tweede verslag;
-
2.het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming;
-
3.de Kamervoorzitter een datumvoorstel te doen voor een plenair debat.
De commissie heeft op 31 maart 2026 besloten inbreng te leveren voor verslag op 21 april 2026, deze is op 30 april 2026 vastgesteld (36800 K, C). De minister van Defensie stuurde op 21 mei 2026 de nota naar aanleiding van het verslag (36800 K, ..). Deze ligt vandaag ter bespreking voor.
Achtergrond
-
-Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken voor een voortvarende en zorgvuldige begrotingsbehandeling.
-
-In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
-
-Voor dit begrotingswetsvoorstel heeft de minister van Defensie op 23 maart jl. een brief naar de Kamer gestuurd waarin zij beroep doet op artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 (zie 36800 K, A).
-
-De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.
Nadere procedure
4.36800 XVII
Begrotingsstaat Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026
Beslispunt
Welke fracties wensen vandaag inbreng voor het tweede verslag te leveren?
Toelichting
De commissie besprak op 19 mei 2026 de nota naar aanleiding van het verslag (36800 XVII, C) en besloot op 19 mei 2026 inbreng voor het tweede verslag te leveren. Daarnaast heeft de commissie het wetsvoorstel aangemeld voor plenaire behandeling, onder voorbehoud van tijdige ontvangst van de nota naar aanleiding van het tweede verslag.
Het debat staat nu gepland op 16 juni 2026, de minister wordt gevraagd uiterlijk vrijdag 12 juni te reageren.
Achtergrond
-
-Op 24 maart jl. heeft de Tweede Kamer gestemd over alle begrotingswetsvoorstellen. In het College van fractievoorzitters is de wens uitgesproken voor een voortvarende en zorgvuldige begrotingsbehandeling.
-
-In artikel 2.25 van de Comptabiliteitswet 2016 is een regel opgenomen voor het geval een begroting niet voor de start van het kalenderjaar is goedgekeurd. Lopend beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting kan met terughoudendheid in uitvoering worden genomen. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt “niet, tenzij”. Voor dit “tenzij” is vereist dat uitstel naar de mening van de betreffende minister niet in het belang is van de Staat en dat hij de Kamers daarover heeft geïnformeerd. De Kamers hoeven zich hier niet expliciet over uit te spreken.
-
-De Europese begrotingsregels (Verordening (EU) nr. 473/2013, artikel 4, lid 3 en overweging 15) bepalen dat begrotingen in principe vóór aanvang van het begrotingsjaar worden vastgesteld. In het geval behandeling voor de jaarwisseling niet lukt (“omwille van objectieve redenen buiten de macht van de overheid"), dienen lidstaten te beschikken over uitgestelde begrotingsprocedures. Met de hiervoor genoemde bepaling in de Comptabiliteitswet is in zo’n uitgestelde begrotingsprocedure voorzien.
Inbreng voor het tweede verslag
5.29521, BW
Verslag van een schriftelijk overleg met de ministers van BZ en Defensie over Artikel 100-inzet in de Middellandse Zee; Nederlandse deelname aan vredesmissies
Beslispunt
-
-Zijn de vragen van de commissie over de artikel 100-brief en de aanvullende artikel 100-brief afdoende beantwoord door de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie?
-
-Indien dat het geval is, kan de commissie ermee instemmen de plenaire vergadering te adviseren (alsnog) in te stemmen met deze artikel 100-inzet?
Toelichting
Op 9 maart 2026 stuurden de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie van een brief inzake artikel 100-inzet in de Middellandse Zee tot in beginsel begin april (zie: 29521, BS). Op 2 april jl. stuurden de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie een aanvullende artikel-100 brief over de verlenging van de Nederlandse inzet in de Middellandse Zee, dus de inzet van het fregat en de daarop aanwezige militairen, te verlengen tot in beginsel begin mei 2026 (zie 29521, BT).
De commissie besloot op 24 maart jl. inbreng te leveren voor schriftelijk overleg op 14 april 2026. De brief met vragen van de fracties van SP en PvdD is gestuurd op 21 april 2026. De minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie stuurden hun beantwoording op 21 mei 2026. Dit verslag van schriftelijk overleg (29521, BW) ligt vandaag ter bespreking voor.
De missie is inmiddels beëindigd. Volgens de vastgestelde procedure over de behandeling van Artikel 100-brieven geeft de commissie een advies mee aan de plenaire vergadering inzake de Artikel 100-brief, gericht aan de Voorzitter. Het advies van de commissie BDO inzake de Artikel 100-brief wordt ter inzage gelegd in de plenaire zaal. De Kamervoorzitter verwijst hiernaar tijdens de plenaire vergadering. Als aan het einde van de plenaire vergadering geen bezwaren zijn ingekomen, wordt aangenomen dat de Eerste Kamer besloten heeft conform het advies van de commissie BDO. Het door de Eerste Kamer genomen besluit over de Artikel 100-brief wordt medegedeeld aan de betrokken ministers.
Behandeling Tweede Kamer
De Tweede Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken heeft op 10 maart 2026 een technische briefing gehouden en op 11 maart 2026 een schriftelijke ronde afgerond, en vervolgens een commissiedebat en een plenair debat gehouden. Er zijn bij de stemmingen geen moties aangenomen.
Bespreking verslag schriftelijk overleg
6.36.800 V, D
Brief van de ministers van BZ en BHO met Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026; Begrotingsstaat Buitenlandse Zaken 2026
Beslispunt
Wenst de commissie de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 in behandeling te nemen? Zo ja, op welke wijze?
Toelichting
Op 24 april 2026 stuurden de ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 naar de Kamer (36800 V, D). Op verzoek van de fractie van BBB besloot de commissie op 12 mei jl. de brief te agenderen voor een volgende commissievergadering. De beleidsbrief ligt vandaag ter bespreking voor.
De commissie zou de beleidsbrief desgewenst kunnen betrekken bij de verdere behandeling van de begroting BHO 2026.
Bespreking
7.36.800 X, C
Brief van de minister en staatssecretaris van Defensie met Beleidsbrief Defensie; Begrotingsstaten Defensie 2026
Beslispunt
Wenst de commissie de Beleidsbrief Defensie in behandeling te nemen? Zo ja, op welke wijze?
Toelichting
Op 24 april 2026 stuurden de minister en staatssecretaris van Defensie de Beleidsbrief Defensie 2026 naar de Kamer. Op verzoek van de fractie van PvdD besloot de commissie op 12 mei jl. de brief te agenderen voor een volgende commissievergadering. Op verzoek van de griffie heeft de minister op 19 mei 2026 een afschrift gestuurd van de brief aan de Tweede Kamer (36800 X, C). De beleidsbrief ligt vandaag ter bespreking voor.
De commissie zou de beleidsbrief desgewenst kunnen betrekken bij de verdere behandeling van de begroting 2026.
Bespreking
8.29.924, G
Brief van de minister van Defensie ter aanbieding van het Openbaar jaarverslag Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) 2025; Verslagen AIVD en MIVD
Beslispunt
Wenst de commissie het openbaar jaarverslag van de MIVD over 2025 in behandeling te nemen? Zo ja, wenst de commissie eerst het werkbezoek van 19 juni 2026 af te wachten?
Toelichting
Op 21 april 2026 stuurde de minister van Defensie het openbaar jaarverslag van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) over het jaar 2025 naar de Kamer (29924, G). De commissie besloot op 12 mei jl., op verzoek van de PvdD-fractie, het jaarverslag te agenderen voor een volgende commissievergadering. Het jaarverslag ligt vandaag ter bespreking voor.
Op 19 juni 2026 zal de commissie BDO een werkbezoek afleggen aan het MIVD. Indien de commissie schriftelijk overleg wenst te voeren, zou de commissie kunnen overwegen het werkbezoek af te wachten en daarna inbreng te leveren voor schriftelijk overleg.
Bespreking
9.E250022
Voorstel voor een Besluit van de Raad voor opschorting van handelsconcessies met Israël
Beslispunt
Zijn de vragen van de commissie afdoende beantwoord door de ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking?
Toelichting
De commissie besloot op 14 oktober 2025 om inbreng voor schriftelijk overleg te leveren naar aanleiding van het op 17 september 2025 gepubliceerde Europees voorstel voor opschorting van handelsconcessies met Israël (zie ook e-dossier E250022). De brief met vragen van de fracties van BBB, JA21, SP en SGP is op 12 november 2025 verstuurd aan de minister van Buitenlandse Zaken. De minister en staatssecretaris BHO hebben de brief beantwoord op 26 januari 2026 (31.985, F). De commissie besloot om nadere vragen te stellen, na aantreden van het nieuwe kabinet.
De brief met vragen van de fracties van SP en van de SGP en Fractie-Beukering gezamenlijk, is op 4 maart 2026 verstuurd aan de minister van Buitenlandse Zaken. Op 7 april 2026 stuurde de minister een uitstelbrief, en de ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking hebben de vragen per brief van 22 mei 2026 beantwoord (zie bijgevoegd in de bijlagen).
Brief inzake tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden
Op 22 mei 2026 hebben de ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ook een brief naar de Kamer gestuurd over tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Gezien het onderwerp is deze brief ter informatie aan dit agendapunt toegevoegd.
Bespreking verslag nader schriftelijk overleg
10.Verzoek ontmoeting OVSE PA-delegatie Azerbeidzjan
Beslispunt
Kan de commissie instemmen om de delegatie te spreken? Zo ja, zijn er leden van de commissie die zich hiervoor wensen aan te melden?
Toelichting
De Azerbeidzjaanse delegatie bij de OVSE Parlementaire Assemblee verzoekt om een gesprek tijdens de Jaarzitting van de OVSE-PA in Den Haag (4-8 juli 2026). De delegatie staat onder leiding van de heer Gaya Mammadov, lid van het parlement van Azerbeidzjan, hoofd van de Azerbeidzjaanse delegatie bij de OVSE-PA en voorzitter van de Azerbeidzjan-Nederland werkgroep voor interparlementaire betrekkingen. Gevraagd wordt naar de mogelijkheid van een gesprek met leden van de commissie Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking van de Eerste Kamer en met leden van de Nederlandse delegatie bij de OVSE PA.
Zij hebben dit verzoek ook bij de Tweede Kamer commissie voor Buitenlandse Zaken gelegd. Deze commissie is akkoord gegaan om de delegatie te ontvangen, dit zal naar verwachting op dinsdagochtend 7 juli as., in het World Forum (de locatie van OVSE PA) plaatsvinden. Het voorstel is om de delegatie gezamenlijk te ontvangen.
Bespreking
11.Mededelingen en informatie
Voortgangsrapportage EUFOR Althea
De ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie stuurden op 20 mei 2026 een voortgangsrapportage over de Nederlandse bijdrage aan EUFOR Althea van mei 2025 tot en met 30 april 2026. De voortgangsrapportage geeft inzicht in de voortgang van de Nederlandse bijdrage aan EUFOR Althea in de genoemde periode. Middels een artikel 100-brief (Tweede Kamerstuk 29521, BO) is uw Kamer geïnformeerd over de verlenging van deze bijdrage tot en met 31 december 2027, alsmede de inzet van een infanteriecompagnie van oktober 2025 tot en met 1 oktober 2026. De commissie heeft deze brief voor kennisgeving aangenomen.
Defensie Projectenoverzicht 2026
De staatssecretaris van Defensie stuurde op 20 mei 2026 het Defensie Projectenoverzicht (DPO) 2026 naar de Kamer. Het DPO geeft een overzicht van de investeringsprojecten van Defensie op het gebied van materieel en wapensysteemgebonden IT. Dit DPO bevat 111 projecten boven de Defensie Materieel Proces (DMP)-grens van € 50 miljoen die in onderzoek of in realisatie zijn. Bij dit overzicht is tevens een vertrouwelijke bijlage meegestuurd. Deze wordt bij de griffie ter inzage gelegd. Indien u de bijlage wil inzien, kunt u contact opnemen met de commissiestaf.
Stand van Defensie voorjaar 2026
De minister en staatssecretaris van Defensie stuurden op 20 mei jl. de Stand van Defensie voorjaar 2026 aan de Kamer. Deze is ter informatie bijgevoegd. Bij deze brief is tevens een vertrouwelijke bijlage meegestuurd. Deze wordt bij de griffie ter inzage gelegd. Indien u de bijlage wil inzien, kunt u contact opnemen met de commissiestaf.
Voortgangsrapportage Nederlandse inzet NAVO-oostflank
De ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken stuurden op 20 mei 2026 een voortgangsrapportage van de Nederlandse inzet aan de oostflank NAVO-verdragsgebied over de periode mei 2025 tot en met april 2026. In deze voortgangsrapportage licht het kabinet de ontwikkelingen en besluiten over de inzet aan de oostflank van het NAVO-verdragsgebied toe.
Jaarlijkse voortgangsrapportage overige missiebijdragen 2025-2026
De ministers van Defensie en van Buitenlandse Zaken stuurden, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, op 20 mei 2026 een jaarlijkse voortgangsrapportage van de overige Nederlandse bijdragen aan missies met een militaire en (voor een deel tevens) een civiele component.
Inventarisatie Veteranendag 27 juni 2026
Er is een email naar de commissie uitgestuurd om te inventariseren of er leden wensen deel te nemen aan het programma voor Veteranendag op zaterdag 27 juni 2026, waaronder een openingsceremonie in de Koninklijke Schouwburg. Er kunnen vier leden hieraan deelnemen. Geïnteresseerde leden kunnen zich bij de commissiestaf opgeven.
Limite documenten
Bijgevoegd vindt u (besloten) twee nieuw verschenen Europees voorstellen met een limité markering, die vanwege hun besloten karakter niet op de lijst met reguliere nieuw verschenen Europese voorstellen kunnen worden opgenomen. De documenten (of gedeeltes ervan) kunt u niet delen met derden, noch uit citeren in een eventuele openbare gedachtewisseling met de regering.
Planning commissieactiviteiten BDO
Datum |
Activiteit |
Locatie |
Vrijdag 19 juni, 10:00-12:30 uur |
Bezoek aan de MIVD |
MIVD |
Dinsdag 8 september, ca. 18:00-20:00 uur |
Informele kennismaking op ministerie van Defensie |
Ministerie van Defensie |
