T03151

Toezegging Bij de evaluatie betrekken een principiële reflectie, het briefstemmen, stem(plus)passen zonder handtekening en andere kwetsbaarheden (35.654)



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Ganzevoort (GroenLinks), Van Hattem (PVV) en Nicolaï (PvdD) toe bij de evaluatie van de Tweede Kamerverkiezing de volgende aspecten mee te nemen: een principiële reflectie op de afbakening van de verschillende groepen die al dan niet gebruik kunnen maken van een briefstem, het briefstemmen, het turven van stem(plus)passen zonder handtekening en andere eventuele kwetsbaarheden.


Kerngegevens

Nummer T03151
Status voldaan
Datum toezegging 26 januari 2021
Deadline 1 januari 2022
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks)
A.W.J.A. van Hattem (PVV)
Prof.mr. P. Nicolaï (PvdD)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen evaluaties
Tweede Kamerverkiezingen
COVID-19
Kamerstukken Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19 (35.654)


Uit de stukken

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 3, blz. 1.

Ganzevoort (GroenLinks):

[…]

Als we dit wetsvoorstel vandaag op pragmatische gronden accepteren — en mijn fractie doet dat — dan moet dat wat ons betreft wel gevolgd worden door een principiëlere reflectie en doordenking. Een dergelijk onderscheid tussen burgers kan in onze ogen niet gemaakt worden op basis van alleen algemene en globale groepsrisico's. We zouden het óf veel meer individueel moeten objectiveren, zoals in het geval van medisch vastgestelde condities, wat weer lastig is omdat dokters daar op die manier geen verklaring voor mogen afgeven, óf we zouden het voor alle burgers mogelijk moeten maken. Een uiteindelijk arbitraire leeftijdsgrens is wat ons betreft echt alleen als noodmaatregel te verdedigen. Onze vraag is of de minister bereid is om deze meer fundamentele en principiële reflectie te laten koppelen aan de evaluatie van deze verkiezingen, die ongetwijfeld zal plaatsvinden, zodat die evaluatie en deze reflectie een bouwsteen kunnen worden in het verdere gesprek over de verbeteringen van ons democratische stelsel.

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 6.

Minister Ollongren:

[…]

Nou zei de heer Ganzevoort: een bijzondere maatregel bij bijzondere verkiezingen. Maar hij vroeg eigenlijk: hoe moet je dat verder beoordelen; zou je niet in het algemeen moeten reflecteren op welke vorm van briefstemmen, als je briefstemmen wilt toestaan, eigenlijk goed of beter zou zijn? Ik herhaal hier — en ik dacht dat de heer Ganzevoort en anderen dat ook zeiden — dat dit een tijdelijke wet is, die deze vorm van briefstemmen introduceert voor alleen deze verkiezingen. Daarmee loop je dus op geen enkele manier vooruit op wat bij andere verkiezingen wenselijk zou zijn. Het is natuurlijk wel relevant om te kijken hoe deze verkiezingen verlopen, en heel specifiek hoe dat briefstemmen dan ook verloopt bij deze verkiezingen. Dus ik zal dat natuurlijk ook betrekken bij de evaluatie. Die evaluatie zal worden gehouden over de verkiezingen in het algemeen, en we zullen in het bijzonder natuurlijk ook kijken naar het briefstemmen. Maar het is een noodzakelijke maatregel vanwege de pandemie en vanwege de generieke kwetsbaarheid van deze groep mensen.

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 8.

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

De een heeft meer opties dan de ander en daar zit een deel van de ongelijkheid in. Ik snap heel goed dat er gezegd wordt dat je andere groepen niet zo objectief kunt afbakenen. Als dat wel zou kunnen, denk ik dat de minister een heel ingewikkelde verdedigingslinie had, want dan zou ze moeten zeggen: ik moet ook andere groepen die ik objectief kan afbakenen, dezelfde kans geven. Als we het daarover eens zijn, hebben we een goed startpunt voor de evaluatie, de reflectie naar de toekomst toe en de discussie over de vraag of we dit nou echt willen. Dan komen alle andere afwegingen rond het briefstemmen op tafel. Het helpt als we het ongemak met elkaar delen en vaststellen dat hier wel degelijk een stukje ongelijkheid wordt aangebracht. We zeggen dan dat we dat acceptabel vinden voor deze situatie, maar dat toch echt zo min mogelijk willen.

Minister Ollongren:

Dat zijn de heer Ganzevoort en ik met elkaar eens. Uiteindelijk, als je dat allemaal bij elkaar neemt en het belang ziet dat we allemaal hechten aan het houden van vrije verkiezingen in onze democratische rechtsstaat en dat we steeds op zoek zijn naar een zo goed mogelijke manier om dit voor iedereen in deze omstandigheden te organiseren, zullen we hierop uitkomen. Je moet inderdaad keuzes maken. Dat leidt voor de een tot een bepaalde mogelijkheid die de ander dan niet heeft. Per saldo leidt het ertoe dat iedereen wel kan gaan stemmen en we tegen iedereen kunnen zeggen: deze verkiezingen zijn voor u en voor iedereen veilig. Volgens mij zijn we op dat punt heel dicht bij elkaar gekomen

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 13.

[…]

De heer Van Hattem (PVV):

Ik wil daar toch nog even op doorgaan. Het werd net ook terecht opgemerkt door de heer Van der Burg. Er moet toch een mogelijkheid zijn om te voorkomen dat die kleine groep die geen handtekening kan zetten, straks in een keer ontaardt in een hele grote groep stem(plus)passen die zonder handtekeningen worden ingestuurd? Deze stem(plus)passen moeten dan toch geldig worden verklaard, waardoor er twijfel ontstaat over dat deze mogelijk frauduleus zouden kunnen zijn.

[…]

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 14.

Minister Ollongren:

Ik waardeer het feit dat hier goed naar wordt gekeken en dat erop wordt doorgevraagd, maar ik heb ook gezegd dat wat hier nu ligt, hetgeen is wij kunnen doen. Alles wat ik

zou willen veranderen, zou ik wettelijk moeten veranderen. Daar is geen tijd meer voor. Ik wijs erop dat de reden van het zetten van de handtekening op de stem(plus)pas is dat wij graag willen dat kiezers weten hoe dit proces werkt. Met het zetten van hun handtekening geven zij aan dat zij zelf hun stem hebben uitgebracht. Bij het overgrote aantal van de uitgebrachte briefstemmen zal dat dus ook het geval zijn.

Het is vanzelfsprekend dat ik dit betrek bij de evaluatie. Ik zal bij de evaluatie ook bezien of dit in grote mate is voorgekomen. Als er veel meer stem(plus)passen zonder handtekening zijn dan je van tevoren had verwacht, dan kan dit misschien ook een aanwijzing zijn om daar nog een keer heel goed naar te kijken. Maar het omgekeerde is ook waar. Daar vraag ik wel de aandacht voor van de heer Van Hattem en anderen. Als we achteraf op basis van aanwijzingen zouden willen kijken of er fraude is gepleegd, dan zou het juist nuttig kunnen zijn dat voor het overgrote deel die handtekeningen wel zijn gezet. Het is dus wel een risico, maar in mijn ogen is het een overzichtelijk risico, dat ook is afgewogen tegen andere nadelen. Dit is de keuze die is gemaakt. Ik wil de Kamer graag toezeggen om bij de evaluatie daar heel goed op te gaan letten.

p.14

[…]

Minister Ollongren:

Nou wijst de heer Van Hattem erop dat er mogelijkerwijs in een beperkt aantal gevallen een stem zou worden meegeteld waar geen handtekening op staat. Dan kan je niet meer terug traceren of er sprake is van fraude. Hij weegt dat zwaarder dan het belang dat ik meeweeg, namelijk dat iedereen die wil stemmen, ook moet kunnen stemmen, ook

die mensen die fysiek niet in staat zijn om die handtekening te zetten. Dat is het verschil dat hier nu ligt. Dat is een feit. Er is een verschil van inzicht, maar dat maakt de verkiezingen in mijn ogen niet ondoenlijk. Dit is echt een heel klein onderdeel. Ik zeg de Kamer wel toe hier bij de evaluatie aandacht voor te hebben.

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 26-27.

  • p. 
    26-27

Minister Ollongren:

Voorzitter. Dan de in de tweede termijn gemaakte opmerkingen. Allereerst de heer Ganzevoort, die ook al in zijn eerste termijn terecht benoemde dat wij nu in bijzondere

omstandigheden bijzondere maatregelen treffen, die ertoe leiden dat verschillende mensen op verschillende manieren kunnen stemmen. Een bepaalde groep, de 70-plussers, kan briefstemmen, wat voor andere mensen niet mogelijk is. Ik ga graag in op zijn uitnodiging om de kritische reflectie te doen die nodig is. Wij doen dit op deze manier in principe eenmalig. Daar moeten we van uitgaan. We hebben dit gemaakt in een lastige afweging, waarin we een balans hebben geprobeerd te zoeken tussen wat nodig is, wat kan en wat uitlegbaar is. Ik denk dat we daar de goede balans in hebben gevonden, maar daar hoort altijd bij dat je evalueert, dat je openstaat, dat je zelf kritisch wilt reflecteren op hoe het gegaan is en dat je kijkt naar de conclusies die je eraan zou willen verbinden — als je er conclusies aan wilt verbinden — voor de toekomst en voor het hele kiesproces. De toezegging die de heer Ganzevoort expliciet vroeg, doe ik bij dezen graag.

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 29.

Minister Ollongren:

Ik zou bij de evaluatie wel deze aspecten van de handtekening, van hoe het briefstemmen uitpakt en hoe je dat beoordeelt, willen betrekken. Dat wil ik ook betrekken bij de reflectie die ik de heer Ganzevoort heb toegezegd, want we moeten er natuurlijk wel van leren. Maar ik denk dat als we deze keuze maken en als u voor deze wet stemt, u niet anders kunt dan accepteren dat we die kwetsbaarheid, met welke techniek dan ook, niet kunnen wegnemen.

[…]

De heer Nicolaï (PvdD):

Aansluitend op de twee vorige sprekers zou ik toch graag van de minister willen weten welk nadeel er nou aan is verbonden om het verzoek in te willigen dat in de motie

van de heer Van der Linden staat en dat is toegelicht door de heer Janssen.

Minister Ollongren:

We weten natuurlijk wel dat er kwetsbaarheden in het proces zitten. Daarover zijn de heer Van der Linden en ik het eens, volgens mij. Mijn punt is dat ik niet denk dat een aanvullend onderzoek op dat punt nu nog iets oplevert waar we nu nog iets aan zouden kunnen doen. We hebben het ingericht. De stukken worden gedrukt en gemaakt. De enveloppen liggen klaar. Wanneer hier dat besluit valt, wordt dat proces morgen in gang gezet. Niets wat uit een technisch onderzoek in de komende zes weken zou komen, is op dat moment nog te veranderen. Daar wil ik gewoon eerlijk over zijn. Dat is het besluit dat we vandaag met elkaar nemen.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dat gaat eigenlijk over de gevolgen die je eventueel aan de resultaten van dat onderzoek gaat verbinden. Als de minister zegt dat dat dan niet meer te stoppen is, dan is dat een gevolg dat daaraan verbonden wordt, maar mijn vraag was: wat voor nadeel is er nou aan verbonden als dat onderzoek plaatsvindt?

Handelingen I 2020-2021, nr. 21, item 8, blz. 30.

Minister Ollongren:

Ik vind niet dat we nu onderzoeken zouden moeten doen waarvan ik met de uitkomsten vervolgens in het proces niks meer kan doen. Ik wil heel graag dit proces zo goed mogelijk inrichten. Dat doen we. We hebben nu alles op alles gezet om alle kwetsbaarheden die we eruit kunnen halen, er ook uit te halen. Ik zeg de Kamer toe dat we na afloop, terugkijkend, de hele boel evalueren en daar dat soort eventuele risico's bij zullen onderkennen. Nogmaals, ik zeg niet dat er geen risico's zijn. Ik zeg juist met nadruk dat die er wel zijn, maar dat ik die niet kan oplossen via de techniek.


Brondocumenten


Historie