T03426

Toezegging Experimentenbesluit geldigheid stem (35.455/35.670)



De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Koole (PvdA), toe om in het experimentenbesluit op te nemen dat een stem die op een partij en niet specifiek op een kandidaat wordt uitgebracht, toch een geldige stem is. Tevens zal de minister naar aanleiding van een vraag van het lid Dittrich (D66) bekijken of dit ook andersom kan gelden zodat alleen een stem op een kandidaat nummer ook een geldige stem is. Dit zal, naar aanleiding van opmerkingen van de leden Kox (SP) en Schalk (SGP), in een brief worden uitgewerkt, die voor de stemming naar de Kamer zal worden verzonden. Ook zal in deze brief bekeken worden of dit juridisch de beste manier van vastleggen is, of dat een novelle wenselijker is.


Kerngegevens

Nummer T03426
Status voldaan
Datum toezegging 24 mei 2022
Deadline 1 maart 2023
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden mr. B.O. Dittrich (D66)
Prof.dr. R.A. Koole (PvdA)
M.J.M. Kox (SP)
P. Schalk (SGP)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen stembiljetten
verkiezingen
Kamerstukken Definitieve invoering van het nieuwe stembiljet voor kiezers buiten Nederland (35.670)
Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten (35.455)


Uit de stukken

Handelingen I 2021/22, nr. 29, item, 10, p. 6.

Minister Bruins Slot:

(…)

De tweede vraag is of je juridisch gezien bij dit wetsvoorstel hetzelfde zou kunnen regelen als wat geregeld is met het amendement-Leijten, namelijk dat een stem die op een partij en niet op een kandidaat wordt uitgebracht, toch een geldige stem is, omdat die wordt geacht een stem te zijn op de eerste persoon op de lijst. Dit is een experimentenwet — nu kom ik meer in het juridische gedeelte — en die heeft de systematiek dat in het wetsvoorstel wordt bepaald binnen welke uitgangspunten mag worden geëxperimenteerd en van welke artikelen van de Kieswet mag worden afgeweken. De concrete uitwerking van de experimenten volgt in het experimentenbesluit. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, wordt het experimentenbesluit nog in deze Kamer voorgehangen. In het experimentenbesluit kan ik als minister de geldigheid van de stemmen regelen. Gezien de structuur van de wet kan ik in het experimentenbesluit, dus in de AMvB, regelen dat een stem ook geldig is als die alleen op de partij is uitgebracht en de kandidaat dus niet is ingevuld.

De heer Koole (PvdA):

Het is heel interessant wat de minister hier zegt. Ik had eerst de gedachte dat dit wetsvoorstel dat niet toeliet, want dat zou in de wet zelf staan, en je hebt eigenlijk een novelle nodig wil je dat veranderen. Begrijp ik de minister goed dat er geen wetswijziging nodig is om de behandeling van die twee voorstellen, die van de Nederlandse kiezers in het buitenland en die van de kiezers in de experimenteergemeente, gelijk te trekken, maar dat dat via een AMvB kan?

Minister Bruins Slot:

Dat klopt, zeg ik tegen meneer Koole. De systematiek van deze experimentenwet is namelijk dat je artikelen buiten werking stelt. Daarmee moeten de afwijkingen van de Kieswet expliciet in het experimentenbesluit worden bepaald. Je kunt dus ook expliciet besluiten dat de geldigheid van de uitgebrachte stem zodanig geregeld is dat een stem op de partij ook een geldige stem is op de eerste kandidaat.

De heer Koole (PvdA):

Ik begrijp dat de minister ook geluisterd heeft naar de adviezen van de Kiesraad. Maar dat advies van de Kiesraad was natuurlijk voordat het amendement-Leijten in de Tweede Kamer werd aangenomen.

Bruins Slot:

Dat klopt.

De heer Koole (PvdA):

Zou dat er niet toe kunnen leiden ... Is de minister bereid om toe te zeggen om het ook daadwerkelijk via dat besluit te doen, zoals mogelijk is? Zou de minister dat aan deze Kamer kunnen toezeggen?

Minister Bruins Slot:

Ik heb breed gehoord dat dit een zorg van de Kamer is en een belangrijk element om een goed experiment te kunnen uitvoeren. Gehoord de Kamer ben ik als minister bereid om dit in het experimentenbesluit op te nemen. Omdat dit besluit aan de Kamers wordt voorgehangen, is het daarna aan de Tweede en de Eerste Kamer om te kijken of dit een goede invulling is. Maar het is vrij zwart-wit, omdat ik dan gewoon regel wat het amendement-Leijten ook regelt. Voor mij is het wel even inschatten hoe de Tweede Kamer daartegen aankijkt. Aan de andere kant hebben zij ook in meerderheid voor het amendement-Leijten gestemd.

De voorzitter:

De heer Koole, tot slot.

De heer Koole (PvdA):

Ik ben heel erg blij met de toezegging dat het in dat besluit komt. Dat besluit gaat langs beide Kamers. Dat betekent dus dat de minister er via die toezegging voor gaat zorgen dat er in het besluit zoals dat aan de Kamers wordt voorgelegd, geen onderscheid meer is in de geldigheid tussen de twee systemen.

Minister Bruins Slot:

Ja, en dat het systeem van het amendement-Leijten in de experimentenwet wordt opgenomen. Ik vind ook, juist in de geest van wat u aangaf, dat je moet kijken hoe je een experimentenwet goed kunt laten functioneren. Ik hoor breed in deze Kamer dat het van belang is om ervoor te zorgen dat in zo'n nieuw systeem een stem niet onnodig verloren gaat. Dat vind ik heel belangrijk in een dergelijk experiment.

De Raad van State zal natuurlijk nog wel moeten kijken naar zo'n experimentenbesluit. De Raad van State heeft blanco gestemd over dit advies, maar dat was voordat het amendement-Leijten werd aangenomen. In die zin rust bij mij natuurlijk een motiveerplicht richting de Raad van State waarom we dit inzetten.

De heer Dittrich (D66):

Dank voor deze toezegging. Ik heb toch nog één vraag. U spitst het nu toe op de situatie waarin de kiezer het partijhokje aankruist, maar niet een kandidaatnummer en de stem daardoor geldig wordt. Maar wat gebeurt er als de kiezer alleen een nummer aankruist en niet een partijhokje?

Minister Bruins Slot:

Dat is een goeie vraag. Ik kijk ook even naar hoe het amendement-Leijten dat heeft geregeld. Dat ziet alleen op het feit dat je een partij aankruist en niet een kandidaat. Andersom regelt het amendement-Leijten het dus niet. Mijn voorstel zou dat wel zijn. Mijn antwoord op de heer Dittrich is dus: nee. Ik heb wel het argument van consistentie in de Kamer gehoord. Mijn voorstel zou zijn dat ik er niet nog een andere variant in ga brengen. Ik hou me echt vast aan hetgeen de Tweede Kamer heeft vastgesteld met het amendement-Leijten.

Het is misschien wel goed om te zeggen wat de redenering daarachter is. Ik moest het even doordenken, zeg ik tegen de heer Dittrich. Je kan in het geval dat hij noemde, niet bepalen naar welke partij de stem gaat, want je kruist een nummer aan met een lijst. Je hebt dus nummer 1 tot en met 20 of nummer 1 tot en met 40. Je kiest dan bijvoorbeeld voor nummer 2. Je hebt dan echter geen partij aangekruist. Je weet dus niet bij welke partij dat nummer hoort. Dat kan dus niet. Ik moest daar ook even over nadenken, hoor.

De heer Dittrich (D66):

Maar als je naar model 2 kijkt, dan zie je dat de lijst met nummers onder de partij en het logo van de partij staat. Op zichzelf zou het dus logisch kunnen zijn dat nummer 32 hoort bij de partij die daarboven staat. Begrijp ik u goed dat als een kiezer dus alleen het nummer aankruist, u zegt: nee, dat gaan we niet in dat besluit regelen; dan blijft het een ongeldige stem?

Minister Bruins Slot:

Dat zou wel mijn voorstel zijn, omdat dat ook aansluit bij het amendement dat in de Tweede Kamer is aangenomen.

De heer Kox (SP):

Dank aan de minister. Zo moeten we debatteren, denk ik. Als we met z'n allen iets zien dat net op een andere manier geregeld kan worden, dan moeten we dat doen. Die toezegging zou dus voldoende kunnen zijn. Mag ik de minister vragen om het wel nog even te bekijken? In de memorie van toelichting, de memorie van antwoord, staat twee keer dat de stem dan ongeldig is. Dan mag je een besluit nemen dat ingaat tegen wat er in de uitleg van de wet is gezegd. Ik denk aan moties-Jurgens die hier ooit aangenomen zijn, over dat er bij lagere regelgeving geen dingen gezegd mogen worden die tegen de hogere regelgeving ingaan. Ik zou de minister dus willen vragen om dat nog een keer te controleren. Als blijkt dat dat nog niet helemaal zeker is, dan moet de wet gerepareerd worden. Maar ik laat het graag aan de minister over om dat te onderzoeken. Voor de rest vind ik het uitstekend om het zo te doen als collega Dittrich zegt. We zouden het misschien nog wel beter maken. Dan schieten we echter wel weer in onze voet, want dan accordeert het weer niet met de andere wet. Ik vind dat dus een redelijk voorstel.

Minister Bruins Slot:

Ik zeg aan de heer Kox toe dat ik nog een keer kijk of de juridische wijze waarop we dit willen regelen, de meest geëigende weg is. Mijn wetgevingsjuristen hebben aangegeven dat het kan, maar we zullen het nog een keer zorgvuldig bekijken. Als dat toch geen zorgvuldige optie is, dan is het alternatief natuurlijk een novelle. Ik heb die zekerheidsstelling inmiddels echter wel gekregen. Er is mij verzekerd dat een novelle niet nodig is. Maar ik zal de vraag nog een keer stellen.

(…)

De heer Schalk (SGP):

Eigenlijk is het antwoord op een belangrijk deel van mijn vraag al gegeven. De beantwoording hoeft de minister dus niet te herhalen. Maar de minister had het ook nog even over de Raad van State. Misschien kan dat ook van de week meegenomen worden. Kan de minister toezeggen dat we voor de stemmingen van volgende week teruggekoppeld krijgen of er inderdaad geen probleem ontstaat? Dan kunnen we de stemmingen namelijk op de juiste manier doen.

Minister Bruins Slot:

Het is sowieso een experimentenbesluit. Dat gaat langs de Raad van State. Die zal, zoals de heer Schalk weet, adviezen uitbrengen. Het amendement-Leijten is, met de behandeling van het wetsvoorstel, gepasseerd. Dat heeft geen reactie opgeleverd. Ik wil alleen zeggen dat ik daar wel altijd even een slag om de arm moet houden. Tegelijkertijd heb ik als minister natuurlijk altijd de mogelijkheid om gemotiveerd om te gaan met de adviezen van de Raad van State. Als zij kritisch op mij zijn, ga ik daar echter altijd zorgvuldig mee om. De Kiesraad heeft het ook niet als een wet van Meden en Perzen gepresenteerd, maar als een zorg.

De heer Schalk (SGP):

Die zorg deelt deze hele Kamer, denk ik. Die is daar stevig op ingegaan in de eerste termijn. Ik denk dat het ons zou helpen als we in ieder geval voor volgende week dinsdag nog even bevestigd krijgen dat de minister heeft gecheckt op de verschillende niveaus of het inderdaad kan zoals zij het aangeeft, zodat we later niet geconfronteerd worden met de wetgeving, memories van toelichting en dergelijke die iets anders zouden zeggen.

De voorzitter:

U heeft natuurlijk ook nog tweede termijn, minister.

Minister Bruins Slot:

Ja, voorzitter. Ik kijk ook even de heer Kox en de heer Schalk aan. Waar de heer Schalk volgens mij op doelt — dat kan soms ook helpen — is dat ik het voor de stemmingen nog even opschrijf in een kort briefje. Ik zie nu wel aantal mensen denken: het is Hemelvaart. Ik ga kijken of ik voor de stemmingen een kort briefje kan sturen waarin het nog even goed is opgeschreven. Ik vraag de voorzitter of ik dan die brief begin volgende week mag versturen.

De voorzitter:

Als de Kamer ermee akkoord gaat, want u weet dat ik in dienst van deze Kamer ben. Ik zie knikkende hoofden, dus het antwoord is ja, minister.

Minister Bruins Slot:

Dank u wel, voorzitter.


Brondocumenten


Historie