Veertien moties in debat over regeringsverklaring



De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 15 februari met minister-president Rutte over de regeringsverklaring. De Kamer stemt 22 februari over de veertien tijdens het debat ingediende moties. Vorig najaar besloot de Eerste Kamer om de jaarlijkse Algemene Politieke Beschouwingen vanwege de demissionaire status van het toenmalige kabinet Rutte-III en de nog lopende formatiebesprekingen niet te houden. De Kamer besloot toen tot een debat naar aanleiding van de regeringsverklaring zodra een nieuw kabinet zou zijn aangetreden: dat gebeurde op 10 januari 2022.

Grotere versie foto

Het debat ging over de plannen die de coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie heeft gepresenteerd in het regeerakkoord en de daarover afgelegde regeringsverklaring in de Tweede Kamer op 18 januari jl.. Alle vijftien fracties in de Eerste Kamer namen deel aan het debat. Ook de ministers Kaag en Schouten, in hun functie als vicepremier, alsmede minister De Jonge woonden het debat bij.

De meeste fractievoorzitters spraken over het terugwinnen van het vertrouwen in de burger, de nieuwe bestuurscultuur en de rol van de Eerste Kamer daarin. Ook was er veel aandacht voor concrete onderwerpen zoals de ontkoppeling van de AOW en het minimumloon, de financiering van de jeugdzorg, klimaatbeleid en stikstofreductie, vermogensongelijkheid en de vermogensrendementsheffing, de stijgende energierekening en inflatie, en ondermijnende criminaliteit en de rechtsstaat. Bovendien spraken de fractievoorzitters over de hersteloperaties in Groningen en voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire.


Moties

Er zijn 14 moties ingediend.

Drie moties werden ingediend over de ontkoppeling van de AOW, één van senator Faber (PVV), één van senator Van Rooijen (50PLUS), één van senator Van der Linden (Fractie-Nanninga). Alle moties roepen in verschillende bewoordingen de regering op af te zien van de voorgenomen ontkoppeling. Premier Rutte ontraadde de moties.

De vierde motie, van senator Rosenmöller (GroenLinks), verzoekt de regering het overleg met de gemeenten om tot een gewenste hervorming van het stelsel van jeugdzorg te herstellen, zonder dat dit belast wordt met de bezuinigingen uit het coalitieakkoord, maar gebaseerd op alle conclusies en aanbevelingen van de commissie van wijzen. Rutte ontraadde de motie.

De vijfde motie, van senator Vos (PvdA), verzoekt de regering om andere mogelijkheden dan de voorgestelde 1000 euro voor compensatie voor studenten te onderzoeken en de Kamer daarover binnen drie maanden te informeren. Rutte ontraadde de motie.

De zesde motie, van senator Bredenoord (D66), verzoekt de regering om in goed overleg met de Huishoudelijke Commissie van de Eerste Kamer niet later dan 1 oktober 2022 een praktische werkwijze te ontwikkelen die recht doet aan het uitgangspunt dat de volledige, geconsolideerde wettekst de kwaliteit van de beoordeling kan bevorderen. De minister-president liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.

De zevende motie, van senator Faber (PVV), verzoekt de Huishoudelijke Commissie van de Eerste Kamer in overleg met het College van Senioren stappen te nemen die ertoe leiden dat ook in de plenaire vergaderzaal van de Eerste Kamer de nationale vlag zichtbaar wordt gemaakt.

De achtste motie van senator Huizinga-Heringa (ChristenUnie), verzoekt de regering daar waar gekeken wordt naar de versterking van de Tweede Kamer daarin ook een analyse van de benodigde versterking van de Eerste Kamer mee te nemen. De minister-president verzocht de indiener de motie aan te houden.

De negende motie, van senator Koffeman (PvdD), verzoekt de regering alles te doen wat nodig is om de ICT-systemen en bemensing van de Belastingdienst op zo kort mogelijke termijn op orde te krijgen en de Kamer driemaandelijks over de voortgang te rapporteren. Rutte liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.

De tiende motie, eveneens van senator Koffeman, verzoekt de regering in de aanloop naar een wettelijk verbod op ongerichte reclames voor risicovolle kansspelen, op de kortst mogelijke termijn te komen tot een beperkte venstertijd van een uur per dag waarin maximaal 1 reclame voor kansspelen per reclameblok op radio en televisie wordt toegestaan. Rutte vroeg de indiener de motie aan te houden.

De elfde motie, opnieuw van senator Koffeman (PvdD) verzoekt de regering de handel in stikstofruimte landelijk te verbieden tot het moment dat ongewenste neveneffecten in kaart zijn gebracht en ter beoordeling van het parlement sluitend voorkomen kunnen worden. Deze motie is door de minister-president ontraden.

De twaalfde motie, ook van Koffeman, verzoekt de regering om de gedupeerde studenten op een behoorlijke wijze te compenseren, zodanig dat de compensatie een vergelijkbare hoogte heeft als de giften aan de studenten die onder de basisbeurs vielen. Deze motie ontraadde Rutte eveneens.

De dertiende motie, van senator Schalk (SGP), verzoekt de regering het wetsvoorstel Niet-indexeren basiskinderbijslag over de jaren 2022, 2023 en deels over 2024 of totdat de beoogde dekking is gerealiseerd in te trekken. Ook deze motie werd ontraden.

De veertiende motie, van senator Otten, verzoekt de regering uitvoering te geven aan de aangenomen motie over een onderzoek naar vereenvoudiging van het belastingstelsel en de bedoelde studie uiterlijk op 1 mei 2022 aan de Eerste Kamer te verstrekken. Minister-president Rutte liet het oordeel over deze motie aan de Kamer.


Impressie van het debat

Afzien van structurele bezuiniging jeugdzorg

Senator Rosenmöller (GroenLinks) zei dat onder het vorige kabinet de algehele beginselen van behoorlijk bestuur - zoals rechtzekerheidsbeginsel, proportionaliteit, eerlijk verdeling - op een cruciaal moment zijn verlaten. Het coalitieakkoord zegt daarover enkele behartenswaardige woorden, maar niet genoeg, aldus Rosenmöller. De beginselen moeten leidraad zijn in al het beleid van de regering. Hij vroeg de premier te reflecteren op zijn rol het afgelopen jaar. Ook vroeg hij of Rutte kon toezeggen dat de algemene beginselen centraal en leidend zullen zijn in al het overheidshandelen. Ook vroeg Rosenmöller wat hij gaat doen om het vertrouwen van de burgers terug te winnen. Het is volgens GroenLinks cruciaal dat de mensen worden meegenomen in de transities op de arbeids- en woningmarkt en de klimaattransitie. Volgens Rosenmöller is het nu zo dat de vervuiler wordt betaald in plaats van andersom. Hij miste verder de grote ambitie om de vermogensongelijkheid aan te pakken. Over het belastingstelsel zei hij dat er meer evenwicht moet komen tussen inkomstenbelasting en vermogensbelasting. Hij maakte zich verder zorgen over de jeugdzorg en deed een dringend beroep op het kabinet om af te zien van voorgenomen structurele bezuiniging. Kwetsbare jongeren hebben recht op snelle en kwalitatief hoogwaardige jeugdzorg, besloot Rosenmöller.

Senaat moet geen 'Tweede Kamertje' spelen

Volgens senator Jorritsma (VVD) wordt een kabinet aangesteld om keuzes te maken over welke kant we op gaan en hoe we dat gaan betalen. De VVD is een partij van de financiële degelijkheid. Het feit dat we miljarden pakketten konden optuigen tijdens de coronapandemie, is omdat Nederland financieel weerbaar is. Jorritsma noemde de keuzes in het coalitieakkoord de juiste keuzes. Aan ons als politici de taak om te zorgen dat het goed blijft gaan in Nederland, aldus de VVD-fractievoorzitter. Stikstofneerslag en klimaatverandering zijn echt problemen die moeten worden opgelost. Het kabinet kiest er volgens Jorritsma voor die problemen aan te pakken. Het bedrijfsleven vraagt om heel duidelijke regelgeving en uitvoering. Grote bedrijven zijn een katalysator voor de samenleving en voor het midden- en kleinbedrijf (mkb). Laten we echt ons best doen heel veel voor ons mkb te doen, en tegelijk ervoor zorgen dat de grote bedrijven blijven, betoogde zij. Jorritsma keek ook naar het functioneren van de Eerste Kamer zelf en zei dat moest worden uitgekeken dat in de senaat geen 'Tweede Kamertje' wordt gespeeld. Vanwege de werkdruk waardoor in het vorige kabinet bewindspersonen bezweken, noemde ze de toename van het aantal bewindspersonen een goede stap. Wel waarschuwde ze dat werkdruk geen populair onderwerp onder de bewindspersonen zelf is. Ze vroeg Rutte te laten volgen of meer bewindspersonen de manier is om werkdruk om laag te brengen. Nu zullen ministers en staatssecretarissen bijvoorbeeld meer moeten gaan overleggen, doordat ze met meer zijn. Jorritsma zei dat dat niet per se minder stress oplevert.

Geen keus is ook een keus

Senator Nanninga (Fractie-Nanninga) trapte de eerste termijn af namens haar fractie, later in het debat werd zij vervangen door senator Van der Linden in verband met een debat in Amsterdam waar Nanninga gemeenteraadslid is. Volgens Nanninga is 60 miljard euro begroot voor klimaat- en stikstofproblematiek terwijl er nog veel andere problemen zijn. Nanninga waarschuwde bijvoorbeeld dat de ontkoppeling van de AOW niet door de Eerste Kamer komt als het aan haar fractie ligt. Ze vroeg de minister-president af te zien van dit plan. En volgens Nanninga worden niet alleen de ouderen aangepakt, maar zijn ook de jongeren de klos. Het is al niet al te best gesteld met de jeugdzorg, zei ze en vroeg op basis waarvan het dit kabinet een goed idee leek om op de jeugdzorg te bezuinigen. Is dit nu waar de titel van het coalitieakkoord ('Omzien naar elkaar)'voor moet staan, vroeg Nanninga. Ze noemde de keuze onverantwoord en ijskoud. Ook zei ze dat het jammer is dat er nog geen concrete stappen worden genomen om het nodeloos ingewikkelde toeslagenstelsel aan te pakken. Tot slot gaf Nanninga aan dat het niet mogelijk is de permanente asielinstroom en massa-immigratie én de verzorgingsstaat naast elkaar te laten voortbestaan. Dit kabinet maakt daarin geen keus. En dat is ook een keus, aldus Nanninga.

Realistische uitvoering van beleid nodig

Senator Van Kesteren (CDA) zei naar aanleiding van de vaak genoemde politieke instabiliteit, dat hij de politiek situatie in Nederland juist als stabiel ervaart. De vorige coalitie had ook na de verkiezingen in maart 2021 een meerderheid in de Tweede Kamer en er waren vier premiers in veertig jaar. Volgens Van Kesteren willen mensen daden zien. Waarden zijn hierbij belangrijk, betoogde hij. Van Kesteren hoopt dat het nieuwe kabinet aandacht gaat besteden aan het bijbrengen van basale waarden, zoals die van de rechtsstaat. Het CDA is blij dat in het regeerakkoord aandacht wordt besteed aan de bestrijding van ondermijnende (drugs)criminaliteit. Het CDA hecht zoals altijd waarde aan een prudent financieel beleid. Van Kesteren vroeg Rutte te reflecteren op de langetermijnfinanciën. De afhankelijkheid van Russisch gas drukt ons volgens hem met de neus op feiten. Het CDA vindt dat kernenergie een rol kan spelen in de energietransitie. Van Kesteren riep het kabinet verder op zich te richten op realistische uitvoering van het beleid. Er moeten keuzes worden gemaakt en strak worden uitgevoerd, zei hij. Over de vermogensrendementsheffing zei Van Kesteren dat ook hier in de uitvoering van beleid tekort is geschoten, waarop een harde correctie van de rechterlijke macht volgde. Gebruik deze impasse om een uitweg te zoeken uit de oplaaiende discussie over de vermogensongelijkheid, riep hij de premier op.

Compenseer studenten voor gemaakte schulden

Senator Vos (PvdA) zei dat haar partij anders denkt over de ideale samenleving dan een aantal partijen in deze regering, maar dat ze het er over eens zijn dat we het samen moeten doen. Ze vroeg of het kabinet niet alleen schijnzelfstandigheid zelf gaat aanpakken, maar ook de opdrachtgevers, met name van pakketbezorgers. Ook Vos ging in haar bijdrage in op de ontkoppeling van de AOW. Volgens Vos is het simpel uitvoerbaar om de AOW mee te laten stijgen; als je met de eenvoud van de AOW gaat rommelen raak je het draagvlak van het midden kwijt. Dat betekent volgens haar niet dat je van rijkere ouderen niets kunt vragen. Ze riep het kabinet op om te zoeken naar de beste manier om vermogens te belasten en te normeren. Over het leenstelsel vroeg Vos hoe wordt rechtgemaakt wat krom was. Ze erkende bovendien dat zij als Tweede Kamerlid had ingestemd met het leenstelsel en nu zag dat het geen goed stelsel was. Vos wees er op dat het gevaar van méér bewindspersonen is dat beleid op verschillende terreinen versnippert. Ze vroeg de premier hoe het kabinet gaat voorkomen dat dat gebeurt en of hij bereid is om de minister van Binnenlandse Zaken die bevoegdheid te geven, in navolging van een door de Eerste Kamer aangenomen motie van PvdA-senator Koole. Tot besluit vroeg ze Rutte om ook normen te stellen wanneer mensen door bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde termen worden ontmenselijkt. Zij haalde als voorbeeld van ontmenselijking de toeslagenaffaire aan waarin mensen met een migratie-achtergrond structureel werden gediscrimineerd.

Eerste Kamer moet ook kritisch naar zichzelf kijken

Senator Bredenoord (D66) zei dat voor haar fractie dit debat niet nodig was geweest omdat de Eerste Kamer in de volgordelijkheid der dingen als laatste aan bod komt. De Eerste Kamer moet de kwaliteit van de wetgeving toetsen aan rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. De werkgroep Recourt laat volgens Bredenoord zien dat de senaat zich moet richten op die kerntaken. Het is daarom belangrijk dat de Eerste Kamer meekijkt met de komende drie parlementaire enquêtes in de Tweede Kamer en zich afvraagt welke lessen zij hier zelf van kan leren. Bredenoord vroeg het kabinet om eerdere en volledige informatievoorziening. Ze wees in dat verband op de motie-Postema uit 2018 die de regering verzocht om zogeheten geconsolideerde wetteksten met daarin verwerkt de wijzigingen na amendering door de Tweede Kamer, naar de Eerste Kamer te sturen. De motie is niet uitgevoerd. Volgens Bredenoord zou de aanlevering van geconsolideerde wetgeving standaard moeten zijn. Ze riep de Kamer ook op om weer terug naar de kern van het werk van de senaat terug te gaan. De Eerste Kamer toetst op proportionaliteit, maar Bredenoord vindt het vaak disproportioneel hoe dat gebeurt. Het uitgangspunt zou volgens haar moeten zijn: 'we zijn er samen uitgekomen omdat de aanpak van de problemen de partijen oversteeg'. Verder stelde zij voor om het werk van de Kamer zoveel mogelijk tot wetgeving terug te brengen, spreektijden en interrupties te beperken, en het aantal moties terug te brengen.

Sjokken van crisis naar crisis

Senator Faber (PVV) begon haar bijdrage met de vraag aan de premier of het kabinet achter de uitspraak van staatssecretaris Van der Burg staat ('hoe meer asielzoekers hoe beter', gedaan in 2015 in zijn hoedanigheid als wethouder van Amsterdam). Ook wilde zij weten hoeveel jihad-bruiden het kabinet nog gaat ophalen. Ze wees verder op de inconsequenties in het stikstofbeleid: landbouwbedrijven zouden te veel stikstof produceren, moeten hun rechten daarop inleveren en vervolgens produceren andere bedrijven in hun plek stikstof. Volgens Faber is het met Rutte sjokken van crisis naar crisis. Er is geen geld voor lastenverlichting, de koopkracht daalt sterk voor iedereen en een half miljoen huishoudens leeft in energiearmoede. Ze vroeg Rutte of er werkelijk iets wordt gedaan aan de gierende inflatie. Ook de PVV wil niet dat de AOW wordt losgekoppeld van het minimumloon.

Alles valt of staat met de uitvoering

Volgens senator Huizinga-Heringa (ChristenUnie) is het goed dat het kabinet de democratische rechtsorde wil versterken. In het coalitieakkoord wordt daarin het versterken van de controlerende rol van de Tweede Kamer genoemd, maar zij mist de Eerste Kamer, of beter nog: de Staten-Generaal. Huizinga zei dat het wrang is om te beseffen dat de overheid minder zelfredzame mensen niet zelden over de rand duwt. Het is goed dat de overheid daar nu oog voor heeft en het vertrouwen wil herstellen. Ze vroeg verder of er genoeg gekwalificeerde mensen zijn om het werk te doen. Ze riep het kabinet op om daar op tijd aan te gaan werken zodat de doelen - betere zorg, meer kinderopvang en meer woningen - kunnen worden gerealiseerd. Huizinga zei verder dat het belangrijk is dat de overheid betrouwbaar is en zijn afspraken nakomt. Dit kabinet is ambitieus, maar moet volgens Huizinga opletten dat alle groepen mee kunnen blijven komen. Als er groepen niet kunnen meekomen, moeten ze door de overheid worden meegenomen. Met dit akkoord maakt kabinet een goede start, maar het gaat om de uitvoering, aldus Huizinga-Heringa.

Liever concrete plannen

Voor senator Janssen (SP) was het zijn eerste debat met de premier als fractievoorzitter. Volgens hem is het coalitieakkoord een crisis- en herstelakkoord. Hij vroeg Rutte of hij de geschiedenisboekjes in wil gaan als de minister-president onder wie de vermogensongelijkheid almaar is toegenomen. Hij vroeg het kabinet verder om een lijst met te bereiken doelen voor de komende drie jaar die hij kan afvinken. Janssen las het akkoord namelijk als driekwart praten en één kwart doen. Hij ziet liever concrete plannen. De achilleshiel van heel veel plannen is volgens hem de uitvoering. Ambities die niet waargemaakt worden, leiden volgens Janssen tot wantrouwen. Hij vroeg wat de Groningers kopen voor een 'spoedig perspectief' zoals in het akkoord staat. Hij was het eens met het afschaffen van het leenstelsel, maar vroeg dan ook compensatie voor de studenten, ook voor de studenten die zich niet in de schulden hebben gestoken bij DUO, maar bijvoorbeeld privé leningen zijn aangegaan. Volgens Janssen is het achterstallig onderhoud in onze samenleving betreurenswaardig en de nood hoog. Hij ziet ambities in het regeerakkoord en wacht nu op daden van het kabinet.

Nederland gaat richting één partijstaat

Volgens senator Frentrop (FVD) bestaat er geen verschil meer tussen de regering en de linkse oppositie. Frentrop noemde de Nederlandse politiek in navolging van een opiniestuk in NRC een 'carrière-oligarchie'. Volgens hem betekent dit dat Nederland in de richting van een één partijstaat gaat. Ook zei hij dat het de taak van de overheid is om de landsgrenzen te bewaken. Dit kabinet doet aan weinig aan. Zelfs de AFM maakt zich zorgen over de niet-westerse migranten omdat immigratie een samenleving op termijn onhoudbaar maakt, aldus Frentrop. Tot besluit ging hij in op de vermogensrendementsheffing. De fractie van Forum voor Democratie in de Eerste Kamer heeft de regering sinds 2019 opgeroepen ermee op te houden. Ieder jaar is die oproep genegeerd dan wel afgewimpeld. In plaats daarvan heeft de regering burgers gedwongen om jarenlang te procederen. Eindelijk heeft de rechter nu geoordeeld, maar de regering heeft nog niet eens sorry gezegd, aldus Frentrop.

Gokreclames sterk inperken

Senator Koffeman (PvdD) zei dat het kabinet er alles aan zou moeten doen om uitbraken van zoönosen, infecties die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen, te voorkomen. Virologen zien de situatie rond de vogelgriep escaleren, aldus Koffeman. Volksgezondheid is volgens hem het stiefkind van het coalitieakkoord. De kloof tussen arm en rijk is nationaal en internationaal groter geworden tijdens de coronapandemie. Ook is er tientallen jaren niets ondernomen tegen stikstof en nu wordt in dit akkoord zoveel miljarden euro uitgetrokken voor iets dat voorkomen had kunnen worden, zei hij. Koffeman vroeg verder aan Rutte wanneer het kabinet met een gedegen compensatie komt voor gezinnen die nu letterlijk in de kou zitten vanwege de gestegen energierekening. Ook vroeg hij om een gedegen compensatie voor studenten die in de schulden zitten door het leenstelsel. Tot besluit vroeg hij de premier toe te zeggen dat gokreclames vóór 1 april a.s. scherp worden ingeperkt.

Geen AOW-ontkoppeling

Senator Van Rooijen (50PLUS) zei dat men aan de beschaving van een land ziet in hoe wordt omgegaan met de ouderen. Hij noemde de aantasting van de AOW niet beschaafd. De AOW staat als een huis en ook onze kinderen moeten er in de toekomst op kunnen rekenen. Het is een volksverzekering, en die mag niet verworden tot armoedezorg, aldus Van Rooijen. Ontkoppelen is tornen aan de AOW, de eerste stap op weg naar het einde, vervolgde hij. Rijke ouderen kunnen ook op een andere manier financieel worden belast. AOW en kinderbijslag zijn regelingen voor iedereen, ongeacht inkomen, en dus niet fraudegevoelig, zei hij verder. De wettelijke koppeling tussen de AOW en het minimumloon bestaat al ruim 40 jaar. Het is onbegrijpelijk wat het kabinet nu doet. De ontkoppeling stond bovendien in geen enkel verkiezingsprogramma van de coalitiepartijen. Hij riep het kabinet op het plan in te trekken en niet met een wetsvoorstel voor de ontkoppeling te komen.

Wees niet bang, maar wel alert

Senator Schalk (SGP) had een advies aan het kabinet ten aanzien van de internationale spanningen: wees niet bang, maar wel alert. Hij riep het kabinet op te blijven investeren in defensie. Hij wilde van de premier weten wat het kabinet gaat doen aan de marginale druk. Ook vroeg hij of de staatssecretaris van Financiën de kloof tussen éénverdieners en tweeverdieners gaat aanpakken, zodat éénverdieners minder belasting gaan betalen. Over de nieuwe bestuurscultuur zei Schalk dat de SGP zal letten op de woorden en daden van het nieuwe kabinet. In navolging van eerdere sprekers keek ook hij naar de Kamer zelf. De vraag dringt zich op, zo zei hij, hoe we ons werk doen. Gaat het alleen om het kabinet of ook over de Eerste Kamer zelf. De nieuwe bestuurscultuur begint hier. Iedereen die hier spreekt draagt eraan bij. Laten we samen die verantwoordelijkheid opnemen, besloot Schalk.

Kabinet maakt geen keuzes

Volgens senator Otten (Fractie-Otten) krijgt elk land de leiding die het verdient. Hij noemde dit kabinet visieloos doormodderen met perspectiefloos leiderschap. Hij was wel blij dat zijn voorstel voor een Chief Medical Officer was overgenomen in coalitieakkoord, maar wilde weten wanneer dat gaat gebeuren. Wat Otten betreft gaat de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 zo snel mogelijk in de afvalbak. Mocht het dan later nodig zijn, kan er een nieuwe spoedwet komen met goedkeuring door parlement vooraf, in plaats van achteraf zoals nu het geval is. Over het reduceren van de CO2-uitstoot, zei hij dat in combinatie met een langetermijnvisie moet gebeuren. Otten stelde voor een aantal miljard euro uit het Klimaatfonds te gebruiken voor het sluiten van grote vervuilers zoals Tata Steel. Maar, zo zei hij, dat soort keuzes maakt het kabinet niet. Tot slot riep hij het kabinet op eerst iets aan de bestuurbaarheid van Nederland te doen voordat het ambitieuze plannen doorvoert. Volgens Otten is effectief, eerlijk en efficiënt bestuur nodig en kan het coalitieakkoord die toets niet doorstaan.

Draagvlak lokale en provinciale partijen

Senator Raven (OSF) adviseerde het kabinet te streven naar concreet draagvlak. Kabinet Rutte-IV heeft volgens hem een pover uitgangspunt, met slechts een kleine meerderheid in de Tweede Kamer en een minderheid in de Eerste Kamer. Alleen met draagvlak kan het vertrouwen worden hersteld, aldus Raven, bijvoorbeeld door ook aan de OSF te vragen wat van een nieuw kabinet wordt verwacht. OSF bestaat uit een groot aantal lokale en provinciale partijen. Raven riep het kabinet verder op de positie van de gemeenten te versterken: zonder hen geen uitvoering van het beleid. Compenseer de gemeenten voor adequate jeugdzorg, zei Raven. De OSF hecht grote waarde aan het handhaven van landelijke gebieden. Leg de prioriteit van de volkshuisvesting dan ook niet bij de randstad, maar zorg voor een evenwichtige verdeling over heel Nederland, besloot hij.

Minister-president Rutte: Eerste Kamer wel degelijk belangrijk

Minister-president Rutte antwoordde dat in het coalitieakkoord misschien verzuimd is de Eerste Kamer wat vaker te noemen, maar hij haastte zich te zeggen dat het kabinet zich terdege het belang van de Kamer realiseert. Niet genoemd betekent niet dat het daarmee niet belangrijk is, zei Rutte. Maar de klassieke gedachte bij de totstandkoning van het akkoord was dat het een coalitieakkoord is tussen partijen in de Tweede Kamer. Over het verzoek om geconsolideerde wetsvoorstellen naar de Eerste Kamer te sturen, zei hij dat het kabinet bereid is dat te doen.

Over de energiecompensatie zei Rutte dat iedereen voordeel van compensatie heeft, en daarom niet gekozen is voor heffingen. Wel gaf hij aan dat het kabinet niet eindeloos kan compenseren. Hij noemde verder het risico op armoede onder ouderen door de AOW klein. Volledig doorkoppelen zou 1 miljard kosten en dan zou het maar de vraag zijn of de AOW daarmee verder boven het sociaal minimum komt. De coalitie heeft deze keuze gemaakt vanwege schaarste. Hij zei dat het kabinet het wetsvoorstel om de kinderbijslag de komende jaren niet te indexeren niet intrekt. Over de jeugdzorg zei hij dat de doelstelling van het kabinet verbetering van de zorg voor hen die dat nodig hebben is, maar ook zorgen dat de jeugdzorg financieel houdbaar blijft.



Deel dit item:
Begin van een dialoog venster. Het bevat 18 afbeeldingen. Gebruik de pijltoetsen om te navigeren. Escape sluit dit venster.