35.976

Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds



Dit wetsvoorstel strekt ertoe om het Nationaal Groeifonds alsnog in te stellen als een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 2.11 van de Comptabiliteitswet 2016 (34.426, A) en dient ter vervanging van de huidige vormgeving van het fonds via een niet-departementale begroting.

Uitgangspunt van het voorstel is een beleidsneutrale omzetting. De instellingswet regelt onder meer de doelstelling van het fonds, de aard van de uitgaven en de ontvangsten en welke ministers met het beheer van het fonds zijn belast. Tevens voorziet het voorstel in een wettelijke grondslag voor de adviescommissie die investeringsvoorstellen beoordeelt en in een evaluatiebepaling.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, B) is op 29 maart 2022 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: GroenLinks, Volt, Fractie Den Haan, PvdA, D66, ChristenUnie, VVD, SGP, CDA, BBB en JA21.

Tegen: SP, DENK, PvdD, PVV, Groep Van Haga en FVD.

BIJ1, het Lid Gündoğan en het Lid Omtzigt waren niet aanwezig bij de stemmingen.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 21 juni 2022 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Voor: OSF, PvdA, GroenLinks, D66, SGP, ChristenUnie, CDA, VVD en 50PLUS.

Tegen: Fractie-Nanninga, SP, PvdD, Fractie-Otten, PVV, Fractie-Frentrop en FVD.

De tijdens het debat op 21 juni 2022 ingediende motie-Vendrik (GroenLinks) c.s. over de samenhang tussen fondsen (EK, G) is op 21 juni 2022 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. Fractie-Otten, PVV, Fractie-Frentrop en FVD stemden tegen.

De Eerste Kamercommissies voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (EZK/LNV) en voor Financiën (FIN) hebben op 7 december 2021 besloten de brief van de minister van EZK en de minister van Financiën van 23 november 2021 over de stand van zaken met betrekking tot het Nationaal Groeifonds (EK, A) en het verslag van een schriftelijk overleg met de ministers van EZK en van Financiën van 30 november 2021 over de omzetting voorwaardelijke toekenning vanuit het Nationaal Groeifonds in definitieve toekenning voor project Nationaal Onderwijslab (EK 35.925, B) te betrekken bij de behandeling van dit wetsvoorstel.


Kerngegevens

ingediend

22 november 2021

titel

Tijdelijke regels inzake instelling van een Nationaal Groeifonds (Tijdelijke wet Nationaal Groeifonds)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met dien verstande dat de wet van toepassing blijft op uitgaven als bedoeld in artikel 6 die zijn gedaan voordat de wet vervalt.
  • 2. 
    Na zes jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet worden geen financiële middelen beschikbaar gesteld als bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor het doen van nieuwe investeringen.

Hoofdlijnen

Het wetsvoorstel voor de instelling van het fonds regelt onder meer:

  • – 
    het doel van het fonds;
  • – 
    de aard van de uitgaven en de ontvangsten van het fonds;
  • – 
    criteria voor bijdragen uit het fonds;
  • – 
    welke ministers met het beheer van het fonds zijn belast;
  • – 
    het versterken van de jaarlijkse informatiepositie en autorisatiefunctie van het parlement via een meerjarenprogramma;
  • – 
    delegatiebepaling om nadere regels te kunnen voorschrijven over het doen van de uitgaven uit het fonds via subsidies;
  • – 
    het instellen van een Adviescommissie Nationaal Groeifonds;
  • – 
    het overgangsrecht;
  • – 
    een verplichting tot evaluatie van de wet

Documenten