35.868

Novelle Wet digitale overheid



Deze novelle wijzigt het voorstel Wet digitale overheid (34.972). Deze wijziging behelst, naast herstel van redactionele omissies, enkele aanpassingen van beleidsinhoudelijke aard.

Aanleiding voor de aanpassingen zijn de door de Eerste Kamer bij haar behandeling van het wetsvoorstel 34.972 geuite vragen en zorgen inzake privacybescherming. In het bijzonder is door de fracties, bij gelegenheid van prealabele vragen (EK 34.972, I) en in het voorlopig verslag van 29 september 2020 (EK 34.972, J) aandacht gevraagd voor het grote belang van bescherming van persoonsgegevens in relatie tot de positie van (grote) private technologie ondernemingen. Om gestand te doen aan de geuite vragen en zorgen worden met het onderhavige wijzigingsvoorstel privacy by design, verhandelverbod inzake gegevens en open source als hoofdelementen van de te regelen materie wettelijk verankerd.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, A) is op 7 juni 2022 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: GroenLinks, Volt, DENK, Fractie Den Haan, PvdA, Lid Gündoğan, D66, Lid Omtzigt, ChristenUnie, VVD, SGP, CDA, BBB, PVV en Groep Van Haga.

Tegen: SP, PvdD, FVD, JA21 en BIJ1.

Voor de Tweede Kamercommissie voor Digitale Zaken werd op 10 mei 2022 een technische briefing over de Wet digitale overheid verzorgd.

De Eerste Kamer heeft op 29 november 2022 in een eerste termijn deze novelle en het oorspronkelijk wetsvoorstel gezamenlijk plenair behandeld. De Kamer heeft ingestemd met een ordevoorstel van het Lid Prins (CDA) om de voortzetting van de plenaire behandeling op een nog te bepalen datum te laten plaatsvinden, eventueel op 6 december 2022.

De brief van de staatssecretaris van BZK van 23 september 2022 over interbestuurlijk toezicht onder de Wet digitale overheid (EK 34.972 / 35.868, V met bijlage) wordt bij de plenaire behandeling van de wetsvoorstellen betrokken.

De commissie heeft op 5 oktober 2021 besloten het Europese Commissievoorstel voor een verordening inzake Europese digitale identiteit (E210017) te betrekken bij de behandeling van beide wetsvoorstellen.

De commissie heeft op 21 december 2021 besloten de brief van de staatssecretaris van BZK van 16 december 2021 ter aanbieding van geactualiseerde versies van ontwerpbesluiten Wet digitale overheid (EK 34.972 / 35.868, S met bijlagen) te betrekken bij de verdere behandeling van beide wetsvoorstellen.

De commissie wenst de eerdere stuiting van de voorhang van het Besluit bedrijfs- en organisatiemiddelen en het Besluit identificatiemiddelen voor natuurlijke personen Wdo te laten voortduren tot het moment van plenaire afhandeling van beide wetsvoorstellen.

De commissie had naar aanleiding van de brief van de staatssecretaris van BZK van 9 februari 2021 (EK 26.643 / 32.761, C; TK 26.643 / 32.761, 745) ter aanbieding van het ontwerpbesluit identificatiemiddelen voor natuurlijke personen Wdo op 23 februari 2021 bij brief van 2 maart 2021 (EK 34.972, N) de staatssecretaris geïnformeerd over het stuiten van de voorhangtermijn van dat ontwerpbesluit (tot het wetsvoorstel plenair door de Eerste Kamer is behandeld).

Eerder had de commissie ook al de voorhangtermijnen van het ontwerpbesluit bedrijfs- en organisatiemiddel Wdo (zie EK 34.972, H) en het ontwerpbesluit digitale overheid (zie EK 34.972, C) gestuit.


Kerngegevens

ingediend

22 juni 2021

titel

Wijziging van het voorstel van wet houdende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Indien het voorstel van wet inhoudende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (34.972) tot wet is of wordt verheven en die wet in werking treedt, treedt deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.


Documenten