35.303

Overige fiscale maatregelen 2020



In dit wetsvoorstel wordt onder meer voorgesteld om de Belastingdienst de bevoegdheid toe te kennen tot het openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegende beroepsbeoefenaars die belastingontduiking of toeslagfraude faciliteren. Deze maatregel wordt getroffen naar aanleiding van de publicatie van de zogenoemde Panama Papers en beoogt transparantie in de vorm van voorlichting van het publiek bij het maken van een keuze voor een adviseur. Ook wordt ter uitvoering van het regeerakkoord een keuzeregeling voor elektronisch berichtenverkeer met de Belastingdienst voorgesteld. Die keuzeregeling maakt het voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden mogelijk om te kiezen hoe ze hun zaken met de Belastingdienst regelen: op papier of digitaal. Het wetsvoorstel bevat verder het voorstel ter implementatie van de nieuwe WLTP-testmethode in de autogerelateerde belastingen.

Het wetsvoorstel maakt deel uit van het pakket Belastingplan 2020.


Stand van zaken

Het voorstel (EK, A) is op 14 november 2019 aangenomen door de Tweede Kamer.

Voor: GroenLinks, D66, VVD, SGP, CDA, ChristenUnie, SP, PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, PvdA, PVV en Van Haga.

Tegen: FVD.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 17 december 2019 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen.

Voor: CDA, GroenLinks, D66, ChristenUnie, SGP, VVD, PVV, SP, PvdD, PvdA, OSF en 50PLUS.

Tegen: FVD en Fractie-Otten.

Over de tijdens de behandeling van het wetsvoorstel ingediende moties werd ook op 17 december 2019 gestemd.

Op 18 november 2019 werd door medewerkers van het ministerie van Financiën voor de commissie een technische briefing over het wetsvoorstel verzorgd.


Kerngegevens

ingediend

17 september 2019

titel

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2020)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

  • 1. 
    Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat:
    • a. 
      artikel I, onderdelen B en C, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2020;
    • b. 
      artikel V, onderdeel B, terugwerkt tot en met 1 januari 2018;
    • c. 
      artikel X, onderdeel B, en artikel XV terugwerken tot en met 1 oktober 2016;
    • d. 
      artikel XI, onderdelen J en K, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen die betrekking hebben op belastingtijdvakken die zijn aangevangen op of na 1 januari 2019.
  • 2. 
    In afwijking van het eerste lid treden artikel II, onderdelen A en B, artikel XI, onderdelen A en B, en artikel XII, onderdelen A en B, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
  • 3. 
    In afwijking van het eerste lid treedt artikel VIII in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij in het in artikel VIII, onder 2, opgenomen artikel 23b, derde lid, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 “datum X” wordt vervangen door de datum van inwerkingtreding van artikel VIII.

Documenten

5