33.610

Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen



Dit wetsvoorstel bevat de door het kabinet Rutte II beoogde wijzigingen in het fiscale kader, het zogenaamde Witteveenkader, voor pensioenopbouw.

Met de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd (Wet VAP) is volgens het kabinet al een belangrijke stap gezet om de houdbaarheid van de AOW en de aanvullende pensioenen te verbeteren en de afspraken die gemaakt zijn in het Stabiliteitsprogramma Nederland 2012 na te komen. Met het Regeerakkoord is een extra stap gezet door afspraken over versnelde verhoging van de AOW-leeftijd en over versobering van de fiscale facilitering voor pensioenopbouw. Uitgaande van een hogere pensioenleeftijd en dus een langere arbeidsloopbaan kan een lager maximumpercentage per dienstjaar toereikend zijn voor de pensioenopbouw. De fiscale faciliteit geldt tot inkomens tot 100.000 euro. Deze maatregelen passen in een beleid waarin langer doorwerken gestimuleerd wordt en de overheidsfinanciën op orde worden gebracht.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (TK 33.610, nr. 2 herdruk) is op 27 juni 2013 aangenomen door de Tweede Kamer. VVD en PvdA stemden voor.

De Eerste Kamer heeft het voorstel op 27 mei 2014 na stemming bij zitten en opstaan aangenomen. VVD, PvdA, ChristenUnie, SGP en D66 stemden voor.

De tijdens het debat op 20 mei 2014 ingediende motie-Postema (PvdA) c.s. over geconsolideerde wetteksten om voorgestelde wetswijzigingen inzichtelijk te maken (EK 33.847 / 33.610, J) is later tijdens het debat door de indiener aangehouden. De motie is op 25 september 2018 vervallen op basis van artikel 93, derde lid, van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer.

De plenaire behandeling door de Eerste Kamer, gezamenlijk met het voorstel Wet pensioenaanvullingsregelingen (33.672), begon op 8 oktober 2013. De Eerste Kamer heeft op verzoek van de staatssecretarissen van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) de behandeling van de wetsvoorstellen aangehouden. De voortzetting van de plenaire behandeling, nu gezamenlijk met de novelle met wijzigingsvoorstellen (33.847), vond plaats op 20 mei 2014 en op 27 mei 2014 heeft een korte heropening van de beraadslaging plaatsgevonden.

De staatssecretarissen van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben bij brief van 18 december 2013 (EK 33.610 / 33.672, I) de Eerste Kamer geïnformeerd over het verdere proces in verband met het bereikte pensioenakkoord. Middels de novelle zijn op 20 januari 2014 wijzigingsvoorstellen op het onderhavige wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend. In de brief van 18 december 2013 werd aangekondigd dat het kabinet het wetsvoorstel 33.672 zal intrekken. Dat wetsvoorstel is door de staatssecretaris van Financiën bij brief van 24 januari 2014 (EK, G) ingetrokken.


Kerngegevens

ingediend

15 april 2013

titel

Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964, de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet in verband met de aanpassing van het fiscale kader voor oudedagsvoorzieningen (Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

inwerkingtreding

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst (deze inwerkingtredingsbepaling is het gevolg van een wijziging die is opgenomen in de novelle op dit wetsvoorstel (33.847))


Documenten

32