32.151

Aanpassing van EZ-instellingswetten aan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen



Dit voorstel regelt het van toepassing verklaren van de kaderwet op de in de brief van 25 januari 2008 genoemde (clusters van) zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) (TK 25.268, nr. 53). De kaderwet beoogt onder meer de organisatie van zbo's rijksbreed te uniformeren, de ministeriële verantwoordelijkheid voor zbo’s transparant te regelen en een inzichtelijke financiële controle op zbo’s vorm te geven.

Het betreft de volgende (clusters van) zbo's:

  • CBS: de directeur-generaal van de statistiek en de Centrale commissie voor de statistiek (CCS) van het Centraal bureau voor de statistiek,
  • Kamers van koophandel,
  • NMa: de Nederlandse Mededingingsautoriteit,
  • OPTA: het College voor de post- en telecommunicatiemarkt, in het maatschappelijk verkeer aangeduid als Onafhankelijke Post- en Telecommunicatie Autoriteit,
  • Verispect en
  • Waarborginstellingen.

Deze (clusters van) zbo’s voldoen bijna helemaal aan de kaderwet of gaan daaraan als gevolg van dit voorstel voldoen. Met uitzondering van het CBS wordt voor deze (clusters van) zbo’s voorgesteld op een enkel punt af te wijken van de kaderwet.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel (EK 32.151, A) is op 8 april 2010 zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 27 april 2010 als hamerstuk afgedaan. 

De wet is opgenomen in Staatsblad 208 van 10 juni 2010.


Kerngegevens

ingediend

25 september 2009

titel

Aanpassing van EZ-instellingswetten aan de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

  • minister van Economische Zaken

inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld


Documenten

1
  • 8 april 2010
    stemming (hamerstuk) Handelingen TK 2009/2010, nr. 74, blz: 6306