25.392

Reorganisatie openbaar ministerie en invoering landelijke parket



Dit wetsvoorstel regelt de reorganisatie van het Openbaar Ministerie. Er komt een College van Procureurs-generaal, een landelijk parket en een gelijkwaardige positie van de ressorts- en arrondissementsparketten.

Hierdoor ontstaat een landelijke leiding van het Openbaar Ministerie, die zorgt voor samenhang, consistentie en kwaliteit. Ook is een betere controle op het landelijke rechercheteam en op opsporingstechnieken mogelijk.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


Stand van zaken

Het voorstel is op 16 april 1998 zonder stemming door de Tweede Kamer aangenomen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 13 april 1999 zonder stemming aangenomen.

De wet is opgenomen in Staatsblad 194 van 27 mei 1999.

De inwerkingtreding is opgenomen in Staatsblad 198 van 27 mei 1999.


Kerngegevens

ingediend

11 juni 1997

titel

Wijziging van de wet op de rechterlijke organisatie, het wetboek van Strafvordering, de Politiewet 1993 en andere wetten (reorganisatie openbaar ministerie en instelling landelijk parket)

schriftelijke voorbereiding

inbreng geleverd door

ondertekening

  • minister van Justitie

inwerkingtreding

Met ingang van 1 juni 1999


Hoofdlijnen

Het wetsvoorstel geeft ook een nadere invulling aan de ministeriële verantwoordelijkheid voor de handelingen van het Openbaar Ministerie.

De Minister heeft een duidelijke bevoegdheid om aanwijzingen te geven. In concrete strafzaken zal de Minister daarbij terughoudendheid betrachten.


Documenten

2
  • 16 april 1998
    stemming (zonder stemming aangenomen) Handelingen TK 1997/1998, nr. 49: blz. 5644
  • 15 april 1998
    behandeling Handelingen TK 1997/1998, nr. 48: blz. 5564-5573