Invoering Omgevingswet: debat samengevat



De Eerste Kamer heeft op initiatief van senator Van Langen-Visbeek (BBB) dinsdag 28 november opnieuw demissionair minister De Jonge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties naar de Kamer geroepen voor een zogeheten interpellatiedebat over de invoering van de omgevingswet. Aanleiding voor het debat is dat er vanuit de praktijk die de Omgevingswet moet invoeren signalen blijven komen dat de wet nog onuitvoerbaar is. Tijdens de interpellatie zijn twee moties ingediend. De Kamer stemt volgende week, dinsdag 5 december, over de moties.


Impressie van het debat

Volgens senator Van Langen-Visbeek (BBB) heeft de Eerste Kamer regelmatig haar zorgen geuit over de uitvoeringskwaliteit en de toegankelijkheid van het Digitaal Stelsel Omgevingswet voor zowel burgers als bedrijven, maar is er weinig veranderd. Ook zei zij dat er onvoorziene financiële problemen kunnen ontstaan voor decentrale overheden bij invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Ze verzocht daarom in een motie onder andere dat de regering luistert naar de inhoudelijk deskundigen. Ook verzoekt ze dat de regering op de kortst mogelijke termijn met hen in overleg treedt over wat zij nodig hebben om de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 verantwoord uit te kunnen voeren. Indien nodig moet de regering snel voldoende financiële middelen en expertise beschikbaar stellen aan decentrale overheden. Op die manier kunnen ontstane problemen en schade zo snel mogelijk op worden gelost zodat stagnatie in de bouwproductie of andere opgaven kan worden voorkomen.

Minister De Jonge zei veel van de zorgen te herkennen, maar dat kan volgens hem niet betekenen dat een wet die door het parlement is vastgesteld niet kan worden ingevoerd. De Eerste Kamer heeft zelf deze datum vastgesteld, zei hij. Hij wees erop dat er elk kwartaal een voortgangsbrief komt, zolang de Kamer daaraan behoefte heeft. Hij gaf de motie van Van Langen het advies 'oordeel Kamer'.

Ook senator Nicolaï (PvdD) sprak zijn zorgen uit over onder andere de eventuele financiële gevolgen. Hij verzocht de minister per motie om een schadefonds in het leven te roepen. Burgers en ondernemers kunnen daarop een beroep doen als zij schade ondervinden als gevolg van een voorzienbaar falend Digitaal Stelsel Omgevingswet. Burgers en ondernemers kunnen dit ook doen bij voorzienbare gebreken in het juridisch stelsel van de Omgevingswet. Deze motie is door de minister ontraden.

Senator Janssen (SP) ging nog eens in op een eerder aangenomen motie van de Eerste Kamer over de toegankelijkheid van het Digitale Stelsel Omgevingswet. Voor miljoenen mensen is de wet en het stelsel nog steeds niet toegankelijk, bijvoorbeeld wat betreft taalgebruik, aldus Janssen. Volgens senator Van Dijk (SGP) meet de Eerste Kamer zich een rol aan die haar niet past. Ook senator Van Meenen (D66) volgde die lijn. Hij voegde toe, naar aanleiding van de motie van Nicolaï, dat er geen geld is voor gemeenten die mogelijk in de problemen komen. Senator Kluit (GroenLinks-PvdA) wees er tot slot op dat de middelen van de Kamer op zijn, maar dat er nog wel om waarborgen kan worden gevraagd. Haar fractie zal de moties van Van Langen-Visbeek en Nicolaï daarom wel steunen.



Deel dit item: