Minimum CO2-prijs: debat over uitstootbelasting



De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 8 maart met minister Jetten voor Klimaat en Energie en staatssecretaris Van Rij van Fiscaliteit en Belastingdienst over een wetsvoorstel voor een minimum CO2-prijs - een uitstootbelasting - bij elektriciteitsopwekking. De Kamer stemt dinsdag 15 maart over het wetsvoorstel en drie ingediende moties.

De Kamer tijdens het debat op 8 maart 2022
Grotere versie foto

De woordvoerders van VVD en D66 toonden zich in het debat uitgesproken voorstander van het wetsvoorstel. De woordvoerders van CDA, GroenLinks, PvdA, ChristenUnie, SP, en PvdD spraken daarentegen hun zorgen uit over de nut, noodzaak en proportionaliteit van het wetsvoorstel. De PVV, de fracties Nanninga en Otten waren uitgesproken tegenstander omdat het volgens hen slechts om symboolwetgeving gaat. De woordvoerders stonden in het kader van het wetsvoorstel ook stil bij de Russische inval in Oekraïne en de gevolgen die die inval heeft voor onder meer de energievoorziening in Europa en Nederland.


Moties

Er zijn drie moties ingediend.

De motie-Berkhout c.s. verzoekt het kabinet om het de exploitanten van Nederlandse kerncentrales mogelijk te maken de energieproductie door middel van steenkool op te schalen naar 100% van de capaciteit. De motie werd door de staatssecretaris ontraden.

De motie-Prast c.s. verzoekt de regering een schenkingsrecht op de gratis emissierechten die aan energie-grootverbruikers worden gegeven te introduceren, de opbrengst waarvan voldoende moet zijn om 220 miljoen euro per jaar, oplopend tot 620 miljoen euro in 2030, terug te sluizen naar kleinverbruikers (gezinnen en bedrijven). Deze motie is eveneens ontraden.

De motie-Prast c.s. verzoekt de regering te onderzoeken of oormerken van de veilingopbrengst voor de reductie van energiearmoede van Nederlandse gezinnen mogelijk en wenselijk is. Ook deze motie is ontraden.


Wetsvoorstel in het kort

Het wetsvoorstel wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet milieubeheer en voert, ter uitvoering van het regeerakkoord van het vorige kabinet (Rutte III), een minimum CO2-prijs bij elektriciteitsopwekking in. De minimum CO2-prijs heeft als doel om bedrijven die elektriciteit produceren meer te stimuleren om in hun keuzes rekening te houden met de gevolgen van CO2-uitstoot voor het klimaat en de schadelijke consequenties daarvan voor mens en milieu. Een minimum CO2-prijs voor elektriciteitsproducenten geeft langjarig zekerheid over de minimale hoogte van CO2-kosten die de producenten moeten betalen, zodat zij dit mee kunnen nemen bij hun investeringsbeslissingen.


Impressie van het debat

Senator Vendrik (GroenLinks) zei dat de oorlog in de Oekraïne zijn fractie buikpijn bezorgt. Terecht zijn door de internationale gemeenschap forse sancties afgekondigd. Met de huidige situatie moeten Nederland en de Europese Unie van het Russische gas af. Vendrik vroeg de minister te reageren op EU-plannen die daarvoor zijn gepresenteerd. Hij wilde weten waarom de minimumprijs alleen voor elektriciteit geldt, niet voor de rest van de energiebronnen: waarom is de scope niet verbreed? Volgens Vendrik is het nu duidelijker dan ooit dat de verduurzaming van de energiesector veel sneller moet. De GroenLinks-fractie wenst dat in 2050 de hele energiesector in Nederland duurzaam is. Beperkte houdbaarheid van het wetsvoorstel zal in het geheel bezien wenselijk zijn, aldus Vendrik.

Senator Van Strien (PVV) zei dat het enige duurzame aan het kabinet-Rutte IV de duurzame ontwrichting van de maatschappij is. De stijgende brandstofprijzen worden volgens Van Strien niet alleen veroorzaakt door tekorten op de energiemarkt maar ook door stijgende CO2-prijs. Hij vroeg of het kabinet denkt dat Europa zich hier ook maar iets van aan zal trekken. Het is nog maar de vraag of deze wet effect zal hebben, aldus Van Strien. De prijzen zijn de laatste tijd alleen maar gestegen, dat was ook al voor de Russische inval in de Oekraïne het geval. Ondertussen ligt het aantal mensen dat in Nederland in energiearmoede leeft rond de half miljoen en de verwachting is dat dit aantal alleen nog maar stijgen. De PVV laat zich niet meesleuren door de waan van de dag en ziet ook niets in CO2-beprijzing of minimum- CO2-prijzen.

Senator Ester (ChristenUnie) zei dat energiebesparing en -reductie bepalend zijn voor effectief klimaatbeleid. De elektriciteitssector speelt hierin een belangrijke rol. Een eerlijke uitstootbelasting is daarom fair fiscaal beleid, aldus Ester. De voorgestelde heffing ligt ver onder de huidige prijs van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) en dat was voor de ChristenUnie de achilleshiel in het debat. De heffing treedt in werking als de ETS-prijs onder dat minimum komt. Ester vroeg of het wetsvoorstel niet gewoon ingehaald wordt door de ETS-prijsontwikkeling? Ook wilde hij weten waarom de Belastingdienst niet verantwoordelijk wordt voor de inning van de heffing. Gaat de gekozen constructie niet ten koste van de eigen regiekracht van de staatssecretaris, vroeg Ester. Tot besluit zei hij dat met het introduceren van een minimumheffing een nieuwe stap wordt gezet in de verduurzaming van de energiesector. Het is echter wel een hele minieme heffing. Het wetsvoorstel lijkt gebaseerd op verouderde prijzen, aldus Ester.

Senator Berkhout (Fractie-Nanninga) zei dat het wetsvoorstel overbodig is omdat er al een systeem voor de beprijzing van CO2 is: het Europese emissiehandelssysteem ETS. Volgens hem is er via het ETS al een redelijk strenge beperking voor de markt. Het wetsvoorstel zorgt alleen maar voor onnodige regeldruk en komt voort uit regelzucht. Berkhout riep het kabinet op om de markt zijn werk te laten doen om zo tot het beoogde resultaat te komen. Voor de Fractie-Nanninga is het belangrijk dat de energiezekerheid van Nederland wordt vergroot, mede in het licht van de situatie in Oost-Europa, aldus Berkhout. Hij vroeg de minister of die bereid is Nederlandse kolencentrales weer voor de volle 100% energie te laten produceren met behulp van steenkool en niet met bijmenging van biomassa.

Senator Prast (PvdD) vroeg wat de staatssecretaris concreet verwacht te bereiken met dit wetsvoorstel. Volgens onafhankelijk advies zijn volgens haar nut en noodzaak van het voorstel onvoldoende beargumenteerd. Wat heeft kabinet gedaan met dit advies, vroeg Prast. Waarom zet het kabinet vol in op economische groei terwijl die volgens deskundigen niet gelijk op gaat met duurzaamheid, wilde zij weten. Prast wees erop dat de CO2-prijs ver boven de door het kabinet voorgestelde bodem ligt. Het wetsvoorstel brengt geen baten, maar wel uitvoeringskosten en regeldruk met zich mee. Ook geldt de wet alleen voor energieproducerende bedrijven. Er zijn 300 bedrijven die gratis emissierechten krijgen: hoe hoger de heffing, hoe hoger de impliciete subsidie. Prast stelde voor om een andere heffing te introduceren en de opbrengst daarvan terug te sluizen naar kleinverbruikers: gezinnen en bedrijven. Die betalen voor hun elektriciteit en brandstof een prijs die ver uitgaat boven de aangerichte milieuschade. Een dergelijke heffing is rechtmatig en doelmatig en goed voor draagvlak voor verduurzaming in de samenleving, aldus Prast.

Senator Crone (PvdA) zei dat het juist nu nodig is om te komen met een beleid voor minder energieverbruik. Hoe eerder, hoe beter, omdat Nederland daarmee minder afhankelijk van Rusland zal zijn en dit ook helpt tegen de klimaatverandering. Hij deelde niet de mening dat het wetsvoorstel mogelijk overbodig is. Crone zei dat hij liever deze hoge heffing met inkomsten voor de staat heeft dan dat er geld wegloopt naar de markt. Hij vroeg de minister waar het investeringsprogramma van het kabinet blijft om mensen onmiddellijk te laten bezuinigen op energieverbruik en welke maatregelen het kabinet op korte termijn gaat nemen om grootverbruikers minder te laten gebruiken. Ook wilde Crone weten welke scenario's het kabinet heeft voor de lange termijn omdat anders de mogelijkheid bestaat dat grootverbruikers gewoon weer doorgaan met fossiele bronnen, zelfs met kolenstook en oliestook, met nog meer uitstoot en nog meer schade aan het milieu als gevolg.

Senator Essers (CDA) zei dat zijn fractie warm voorstander is van het uitvoeren van het klimaatakkoord. Maatregelen die erop gericht zijn om daarin gestelde doelen te bereiken kunnen op zijn steun rekenen. Bij dit wetsvoorstel had hij bij nader inzien vraagtekens. Nederland ging er volgens hem aanvankelijk nog van uit dat als de omringende landen ook een minimumprijs zouden instellen de leveringszekerheid zou kunnen blijven worden gegarandeerd. Essers vroeg wat het werkelijke ambitieniveau van Nederland met dit wetsvoorstel is. Heeft het niet hooguit een symbolische functie? Maar wat is die symboolfunctie dan, zo vroeg Essers. Kan Nederland niet beter naar andere, meer effectieve maatregelen kijken in Europees verband, zei hij. Bovendien, zo stelde hij, loopt Nederland het risico door de Europese Commissie te worden beschuldigd van staatssteun. Kan het kabinet het wetsvoorstel niet beter expliciet voorleggen aan de Europese Commissie, besloot Essers zijn bijdrage.

Senator Van der Voort (D66) wees op de kritiek dat de heffing en inning van de belasting niet door de Belastingdienst worden uitgevoerd. Hij vroeg waarom de regering vasthoudt aan de constructie van inning door de NEa (Nederlandse Emissieautoriteit), terwijl de Raad van State een helder en volgens hem valide betoog houdt om dat niet te doen. Van der Voort vroeg verder of het wel realistisch is om een vast prijsniveau in het wetsvoorstel op te nemen. Van der Voort wilde weten hoe groot de staatssecretaris de kans acht dat deze maatregel ooit tot belastinginning zal leiden. Ook vroeg hij of de bedragen naar aanleiding van de evaluatie na drie jaar kunnen worden aangepast. D66 is voorstander van ieder voorstel dat de klimaatdoelen dichterbij brengt, dus ook van dit wetsvoorstel, zo concludeerde Van der Voort uiteindelijk.

Senator Van Ballekom (VVD) zei dat wat zijn fractie betreft een debat over het wetsvoorstel niet nodig was. Nu er toch een debat plaatsvond, had hij wel enkele vragen. Zo wilde hij weten of de staatssecretaris kon toelichten welke uitstoot van biomassa wel en welke niet worden meegeteld. Verbreding van de energiebasis en beperking van de energieafhankelijkheid is volgens Van Ballekom nodig. Met de gebeurtenissen in Oekraïne komt dit alles wel in een ander daglicht te staan. Ook zei hij dat het er toch niet om gaat hoe de energie wordt geproduceerd, maar om het neutraliseren van de uitstoot. Het gaat volgens Van Ballekom om het terugbrengen van de CO2-uitstoot, op welke manier dan ook.

Senator Otten (Fractie-Otten) zei dat de wereld van voor 24 februari jl. , de dag van de inval van Rusland in Oekraïne, niet meer bestaat. Dit betekent volgens hem ook dat opnieuw moet worden gekeken naar de Nederlandse klimaatambities. De Russische inval komt op een cruciaal moment in de energietransitie, aldus Otten. Hij vroeg hoe het kabinet nu kijkt naar het inzetten van kolencentrales, omdat Nederland volgens hem voorlopig zal moeten doorgaan met kolen en gas. Wat de Fractie-Otten betreft kan het terugdringen van de CO2-uitstoot in een wat rustiger tempo. Het schadeloosstellen van de aardbevingsslachtoffers in Groningen leidde tot een beschamende vertoning, zei Otten. Er zit nog heel veel gas in de Groningse bodem. Hij stelde voor om ook geld uit het Klimaatfonds te gebruiken voor het herstelfonds voor de Groningers en dan vervolgens weer te beginnen met het winnen van Gronings gas. Volgens Otten is het wetsvoorstel zinloze en overbodige symboolwetgeving waar zijn fractie geen heil in ziet.

Senator Van Apeldoorn (SP) zei dat het de vraag is hoe je de klimaatcrisis probeert aan te pakken. Volgens hem kiest het kabinet de verkeerde aanpak: subsidiëren in plaats van belasten. In Nederland blijft de vervuiler nog te veel buiten schot, zei hij. Het probleem van de energiearmoede dreigt door de inval in Oekraïne alleen nog maar groter te worden. Hij vroeg dan ook wat dit wetsvoorstel in de praktijk gaat doen en wat het nut is van het leggen van zo'n lage bodem. De SP is nog niet overtuigd. Van Apeldoorn vroeg wat de negatieve gevolgen zijn als dit wetsvoorstel niet wordt aangenomen. Welke klimaatdoelstelling wordt dan niet gehaald? Ook wilde hij weten of de staatssecretaris wel echt blij wordt van deze administratieve belasting terwijl de opbrengst mogelijk nul is. Zou het niet beter zijn om helemaal af te stappen van het ETS-systeem en in plaats daarvan een vlakke heffing in te voeren, suggereerde Van Apeldoorn. Op die manier wordt de grootverbruiker pas echt belast en worden de huishoudens ontzien, stelde hij.

Beantwoording minister Jetten en staatssecretaris Van Rij

Minister Jetten voor Klimaat en Energie zei dat het beleid van het kabinet erop is gericht dat Nederland gaat vergroenen en dat iedereen in Nederland hierin moet kunnen meekomen. Het wetsvoorstel heeft zeer lang in de Tweede Kamer gelegen. Het biedt investeringsprikkels voor meer duurzame energieopwekking. Intussen is de ETS-prijs ongekend snel gestegen. Fors meer dan voorzien tijdens het sluiten van het Klimaatakkoord, zei Jetten. Het is volgens hem toch van belang om een minimumprijs vast te stellen, ook voor de zekerheid op de lange termijn. Door een amendement van de Tweede Kamer zal het wetsvoorstel over drie jaar worden geëvalueerd om te bezien of het voorgestelde prijspad een goed prijspad is. Het wetsvoorstel is al effectief door met het aannemen ervan lange termijnzekerheid aan de markt te geven, niet pas als er belasting kan worden geïnd. Op die manier wordt invulling gegeven aan een betrouwbare overheid.

Staatssecretaris Van Rij van Fiscaliteit en Belastingdienst zei dat de constructie waarbij de uitvoering van de CO2-heffing bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) wordt belegd goed is onderzocht. De regiekracht van de minister van Financiën wordt volgens hem niet beperkt, omdat het uiteindelijk gewoon onder het gezag van de minister valt. De Belastingdienst zal alle steun en bijstand verlenen wanneer dat nodig blijkt te zijn. Over de zorgen van de Kamer ten aanzien van de Europese Commissie zei Van Rij dat er een formeel besluit is genomen door de Europese Commissie over een vergelijkbaar systeem dat in 2013 in het Verenigd Konikrijk is ingevoerd. Dat geeft een indicatie over hoe ze zullen oordelen. Het is daarom niet wenselijk om het aan de Europese Commissie voor te leggen, aldus Van Rij.



Deel dit item:
Begin van een dialoog venster. Het bevat 14 afbeeldingen. Gebruik de pijltoetsen om te navigeren. Escape sluit dit venster.
De Kamer tijdens het debat op 8 maart 2022
Afbeelding 1 - De Kamer tijdens het debat op 8 maart 2022