Behandeling Invoeringswet Europees Openbaar Ministerie



Verslag van de vergadering van 9 maart 2021 (2020/2021 nr. 28)

Aanvang: 11.17 uur
Status: gecorrigeerd


  • Kijk de video van dit deel van de vergadering terug

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PbEU 2017, L 283) (Invoeringswet EOM) (35429).

Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Aan de orde is de behandeling van het wetsvoorstel 35429, Aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de Verordening 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie, kortweg de Invoeringswet EOM. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom in de Eerste Kamer.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Van Wely namens de Fractie-Nanninga.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Wely (Fractie-Nanninga):

Dank u wel, voorzitter. Het Europees Openbaar Ministerie. De Fractie-Nanninga en JA21 vinden dat fraude, corruptie en andere financiële malversaties hard aangepakt dienen te worden. Vanuit dat oogpunt bezien zou je positief kunnen oordelen over een wetsvoorstel dat uitvoering geeft aan de instelling van een Europees Openbaar Ministerie in Nederlandse regelgeving. Maar wij hebben enkele bezwaren. Ten eerste het nationale strafrecht. Met het Europees Openbaar Ministerie moet het mogelijk zijn fraude met EU-middelen effectiever te bestrijden, maar het strafrecht behoort als vanouds tot het terrein dat tot de kernbevoegdheden van lidstaten behoort. Alleen al de term Openbaar Ministerie markeert welke weg de EU hiermee inslaat. Om fraude te bestrijden wordt niet de samenwerking tussen lidstaten geïntensiveerd of een afdeling opgericht om dat te coördineren. Nee, er moet meteen een instelling komen met het label "Openbaar Ministerie".

Het Europees Openbaar Ministerie is bevoegd om strafbare feiten die de financiële belangen van de Europese Unie schaden, te onderzoeken, te vervolgen en voor de nationale rechter te brengen. Het oprichten van een Europees Openbaar Ministerie is wederom een inperking van onze nationale soevereiniteit. Er gaat meer macht naar Brussel. Brussel laat zich moeilijk democratisch controleren. Natuurlijk verdient de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit, denk aan drugs- en mensenhandel, hoge prioriteit. Er zijn dan ook verschillende vormen van samenwerking tussen landen, ook voor fraude met EU-gelden. Mijn fractie staat deze werkwijze voor. Een nationale aanpak met een verstandige afstemming verdient de voorkeur boven het oprichten van een nieuwe instelling. Er is sprake van een glijdende schaal zoals we die zien bij de Europese Centrale Bank, om een desastreus voorbeeld te noemen. EU-instellingen hebben de neiging hun mandaten ruim te interpreteren en gaandeweg te verruimen. Daar zijn geen kabinet en geen parlement tegen bestand, want het gebeurt sluipend en er komt nooit een gelegenheid om een keer een streep te trekken: tot hier en niet verder. Voor je het weet ligt er een nieuw voorstel op tafel om toch maar weer een nieuw terrein onder het Europees Openbaar Ministerie te laten vallen. In de Tweede Kamer gaan al stemmen op om de grensoverschrijdende zware criminaliteit Europees aan te pakken. Zodra Brussel ergens een voet tussen de deur krijgt, gaat die deur vroeg of laat toch weer open. Dit is toch een dode letter. Er schiet mij een oude anekdote te binnen over een land waar olijven boven- en ondergronds groeien, zodat ze dubbel gesubsidieerd kunnen worden. In plaats van te benoemen welke lidstaten bijzondere aandacht vereisen, ze politiek aan te spreken en notoire fraudeurs aan te pakken door de geldkraan dicht te draaien, is de oplossing om een organisatie op te richten voor alle lidstaten. In plaats van een cultuur van fraude te bestrijden wordt er een nieuwe structuur opgetuigd. Een dode letter dus. Zoals te verwachten geeft Nederland vol gas om alles keurig netjes in te richten. Gaat er in de lidstaten waar het om gaat, nu een euro minder gefraudeerd worden omdat er nu een formeel Europees Openbaar Ministerie komt? De wens is de vader van de gedachte.

Dan is de vraag hoe onafhankelijk het Europees Openbaar Ministerie is. Mijn fractie is van mening dat wij hier de deur openzetten voor een Europese FBI. Nationale staten mogen dan slechts met toestemming van Brussel bepaalde strafzaken onderzoeken. Zoals eerder gezegd, is mijn fractie van mening dat strafzaken tot het domein van nationale staten behoren. Daar hebben wij geen Europees Openbaar Ministerie voor nodig. Daar komt echt bij dat er vraagtekens te plaatsen zijn bij de de facto onafhankelijkheid van dit voorgenomen Europees Openbaar Ministerie. De jure, op papier, zijn er ongetwijfeld checks and balances, maar wij weten dat de zogenaamde inner workings van de Europese machinerie sterker worden beïnvloed door de machtsverhoudingen binnen de Europese Unie. Wij brengen de begrotingsdiscipline in herinnering. Op papier staan de handtekeningen van de lidstaten eronder, in praktijk zijn het steevast dezelfde zwakke broeders die, doorgaans beschermd door de Frans-Duitse as, alle regels aan hun laars lappen.

Voorzitter. Waarom zouden deze machtsverhoudingen, deze politieke beïnvloeding, geen invloed hebben op het functioneren van het Europese Openbaar Ministerie? Het is misschien wel helemaal niet in het belang van bepaalde landen dat corruptie wordt onderzocht. In Brussel weten ze dan ook op wie ze enige druk moeten uitoefenen en dat het handig is om even te bellen met Berlijn of Parijs.

Samenvattend en concluderend, het zal geen verrassing zijn dat onze fractie geen voorstander is van dit wetsvoorstel. Zweden, Hongarije, Polen, Ierland en Denemarken doen niet mee aan het Europees Openbaar Ministerie. Wat mijn fractie betreft, schaart ook Nederland zich in dit rijtje. Strafrecht is een zaak van en voor nationale lidstaten. Dat hoort het te blijven. Ook onder de vlag van fraudebestrijding met EU-middelen mag dit beginsel niet sluipend worden uitgehold.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Wely. Dan is het woord aan de heer Van Dijk namens de fractie van de SGP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Dijk (SGP):

Dank u wel, voorzitter. Ik vind het mooi om te zien dat de minister al zijn duim opsteekt. Het Europees Openbaar Ministerie, het EOM, komt er en Nederland gaat daaraan meedoen. Daarover is eerder uitvoerig gedebatteerd en de SGP heeft steeds aangeduid dat wij bepaald niet enthousiast zijn over deze beweging. Dat debat gaan wij nu niet integraal overdoen. Dat zou ook weinig zinvol zijn, want zelfs het verwerpen van het onderhavige wetsvoorstel leidt immers niet tot beëindiging van de Nederlandse deelname aan het EOM. De EU-karavaan trekt derhalve onverstoorbaar verder. In die zin zal ik mijn bijdrage vandaag beknopt houden, mede omdat wij een royale schriftelijke behandeling achter de rug hebben.

Voor de SGP geldt vanzelfsprekend dat frauderen verwerpelijk is. Dat geldt ook voor frauderen met Europese subsidies. Daarover is geen debat, de vraag is slechts langs welke weg deze fraudeurs moeten worden opgespoord. Voor de SGP is dan de eerste logische vraag waarom het Nederlandse OM dit niet adequaat kan doen in samenwerking met vervolgende instanties in andere EU-staten, zonder derhalve nieuwe bevoegdheden over te hevelen naar Europees niveau. Het schriftelijke antwoord daarop van de minister helpt niet heel veel verder en geeft ons ook nu weinig comfort. De minister zegt dat er geen sprake van is dat de nationale vervolgende instanties niet zijn opgewassen tegen hun taken. De verwachting is slechts dat een EOM de aanpak van fraude effectiever zal maken. Is en blijft dat niet een erg magere motivering voor het overhevelen van serieuze nationale bevoegdheden, te meer omdat vergelijkbare bewegingen in het verleden vooral tonen dat er met een beroep op gehoopte effectiviteit nog veel meer overdracht van de nationale bevoegdheden naar de EU denkbaar en wenselijk is? Is dat uiteindelijk niet altijd het slot van het liedje dat we nu weer hebben ingezet? En hoe reëel is die verwachting van meer effectiviteit? Ik denk slechts aan de gezondheidszorg, formeel nota bene primair een nationale aangelegenheid, maar plotsklaps bleek de aankoop van vaccins een volstrekt Europese aangelegenheid te zijn. Wel, dat hebben we geweten. Werkt dit soms aanstekelijk?

Voorzitter. Hoe wordt gemonitord of de verwachtingen van het EOM worden waargemaakt? Wanneer is die verwachting waargemaakt in de opinie van de minister? Hoeveel zaken moet het EOM tot een goed einde hebben gebracht om van een succes te kunnen spreken? En dan moet het hier natuurlijk gaan om fraudezaken die niet via samenwerking tussen nationale opsporingsinstanties hadden kunnen worden opgespoord. Welke concrete resultaten moeten derhalve behaald zijn en hoe wordt dit gerapporteerd aan de Kamers? En als het EOM niet gaat vliegen, wat is dan plan B?

Tot slot. Is de minister er gerust op dat het mandaat van het EOM niet sluipenderwijs wordt opgerekt? Welke risico's ziet de minister hier en hoe kunnen we daarop acteren?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Dijk. Dan is het woord aan mevrouw Adriaansens namens de fractie van de VVD.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Adriaansens (VVD):

Voorzitter, dank u wel. Zoals de heer Van Dijk al zei, het Europees Openbaar Ministerie komt er. De omvang van de fraude die wordt gepleegd met Europese subsidies, invoerrechten en omzetbelasting heeft de doorslag gegeven. We verwachten met een Europese aanpak beter samen te kunnen werken aan deze fraudeaanpak. We krijgen het als lidstaten namelijk onvoldoende voor elkaar om die fraude aan te pakken. Het gaat om heel veel geld dat in verkeerde zakken terechtkomt. De minister schrijft in de memorie van toelichting dat er jaarlijks voor 470 miljoen euro wordt gefraudeerd met subsidies. De hoofdaanklager, mevrouw Kövesi, spreekt over een schadebedrag aan btw-fraude van tussen de 30 en de 60 miljard euro per jaar. Dat is echt gigantisch.

Maar, zoals de heer Van Dijk ook al zei, het gaat vandaag niet over de invoering van het EOM, want dat komt er. Het is al opgericht en Nederland heeft zich er op 1 augustus 2018 bij aangesloten. Vandaag spreken we over een wet die zorgt voor een goede implementatie van de EOM-verordening, zodat het gaat werken. We moeten dan ook niet langer treuzelen daarmee, want zoals gezegd, het gaat om veel geld. Mijn fractie verneemt graag van de minister wanneer hij verwacht dat we de eerste resultaten gaan zien. Want ik begrijp dat er links en rechts nog wel wat opstartproblemen zijn.

Voorzitter. Om de subsidiariteit te bewaken is in de Eerste en Tweede Kamer uitvoerig gesproken over waar het EOM wel en niet over gaat, over wat we Europees doen en aanpakken met elkaar en wat we op nationaal niveau willen laten. Mijn fractie is blij met de meerdere bevestigingen van de minister dat uitbreiding van die bevoegdheden niet aan de orde is. De wellicht wat overbodige motie van Van Dam om te waken voor die uitbreiding geeft daarvoor nog een extra waarborg.

Voorzitter. Een punt van aandacht is wel de samenwerking tussen de verschillende instanties op Europees niveau die allemaal bezig zijn met fraudebestrijding, bijvoorbeeld de relatie tussen het EOM en OLAF, het Europees Bureau voor Fraudebestrijding. OLAF doet onderzoek, ontwikkelt antifraudebeleid voor de Europese Commissie en ondersteunt de lidstaten bij hun aanpak. Het verschil tussen OLAF en het EOM is dat OLAF de regie echt expliciet bij de lidstaten laat en het EOM zaken kan overnemen.

Om de samenwerking tussen die twee organen goed te laten verlopen, heeft de Europese Commissie voorgesteld om Verordening 883/2013 te wijzigen. Er worden bepalingen ingevoerd voor goede informatie-uitwisseling zodat de activiteiten van OLAF en het EOM complementair zijn en elkaar niet overlappen. Maar Nederland heeft zich onthouden van stemming over dat voorstel, omdat het zich niet kon vinden in het mandaat aan OLAF ten aanzien van die btw-fraude en met name de toegang tot de bankgegevens. Maar het EOM moet wel zorgen dat die btw-fraude wordt aangepakt. Mijn fractie verneemt graag van de minister hoe hij aankijkt tegen de samenwerking tussen OLAF en het EOM, bijvoorbeeld bij de bestrijding van btw-carrousels. Hoe gaat Nederland om met de toegang van OLAF dan wel het EOM tot de bankgegevens?

Ook verneemt mijn fractie graag wat de relatie is tussen het EOM en EUROFISC. Dat is het nieuwe Europese orgaan ter bestrijding van btw-fraude. Er zijn dus best veel organisaties actief op dat terrein. Enige reflectie van de minister stellen wij op prijs.

Voorzitter. Wij hopen van harte dat het EOM effectief gaat zijn op de afgesproken terreinen en dat we de fraudes en de witwaspraktijken terugbrengen. Wij zien uit naar de reactie van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Adriaansens. De heer Van Dijk.

De heer Van Dijk (SGP):

U eindigt met de vraag naar de effectiviteit. In het eerste deel van uw speech had u het daar ook over. Ik zag ook in de schriftelijke behandeling een paar terechte vragen van de VVD. U vraagt daarin naar de verwachte resultaten. U vraagt dan ook aan de minister: wanneer is het nu een succes; wanneer hebben we het allemaal niet voor niks gedaan? Was de VVD-woordvoerder tevreden met de antwoorden?

Mevrouw Adriaansens (VVD):

We weten volgens mij allemaal dat het ingewikkeld is om al heel concreet te zijn over de resultaten als je gaat starten met iets nieuws. Het ligt in de lijn der verwachting dat we meer fraudezaken gaan ontmaskeren, meer mensen gaan berechten en meer geld gaan terughalen. Dat zal voor ons dus heel belangrijk zijn bij de aangekondigde evaluatie. Ik heb in ieder geval van de minister de geruststelling gekregen dat daar strak op gemonitord wordt. Ten aanzien van het proces zijn we dus tevreden, ja.

De heer Van Dijk (SGP):

Het is een verwachting. Dat is op zich niet een hele dikke basis voor het overhevelen van toch wel belangrijke bevoegdheden. Kan de VVD-woordvoerder dan misschien zeggen wanneer het in haar ogen of in de ogen van haar partij een succes is? Wanneer is het het afstoten van de bevoegdheden waard? Wat moet daar in haar ogen tegenover staan?

Mevrouw Adriaansens (VVD):

We worden jaarlijks geïnformeerd over de resultaten, zo hebben we begrepen. Het is ook redelijk om het Europees Openbaar Ministerie, mevrouw Kövesi en haar mensen, de tijd te geven om resultaten te boeken, maar wij zouden het toch wel heel erg prettig vinden als na een jaar de eerste signalen van een succesvolle fraudeaanpak zichtbaar zijn.

De heer Van Wely (Fractie-Nanninga):

Ik wil inhaken op wat de heer Van Dijk zei over de verwachtingen die we kunnen hebben. U gaf zelf al aan dat er per jaar naar schatting toch voor 5 miljard wordt gefraudeerd met de btw-carrousel. De Nederlandse openbaar aanklaagster bij het EOM in Luxemburg heeft aangegeven dat ze hoopt om 55 miljoen als budget te kunnen krijgen. Als het zo moeilijk is om 55 miljoen los te krijgen van de Europese Unie, hoe is het dan om 50 miljard binnen te halen? Dat getuigt toch niet van enig vertrouwen in het succes. Bent u het daarmee eens?

Mevrouw Adriaansens (VVD):

De heer Van Wely kaart een goede kwestie aan. In de schriftelijke behandeling zijn best een aantal zaken omtrent de financiering van het EOM door de minister aangestipt. U kaart nu een ander issue aan, want dat was volgens mij de financiering van Nederland en wat er beschikbaar is voor het EOM-budget. Over de kwestie financiën ben ik ook heel praktisch. Het is een zaak die zij zelf moeten gaan oplossen. Wij moeten verantwoording vragen over de vraag of het werkt en als het niet werkt of dat dan ligt aan het budget. Maar u zou deze vraag eigenlijk primair aan de minister moeten stellen en niet aan mij, want ik ga niet over het budget.

De heer Van Wely (Fractie-Nanninga):

Ik begrijp dat u niet over het budget gaat, maar het ging mij meer om de vraag in hoeverre u dat vertrouwen ziet. Ziet u dat vertrouwen of ziet u dat niet? De vervolgvraag die ik wil stellen, is: bent u het met mij eens dat je hier eventueel wat prestatie-indicatoren aan zou moeten verbinden?

Mevrouw Adriaansens (VVD):

Het goede bericht is dat wij hele concrete voorstellen hebben gedaan voor evaluatiefactoren en dat die door de minister zijn overgenomen in de schriftelijke behandeling. Ik ben er dus content mee dat we hetzelfde beeld hebben van wat indicatoren zijn voor het bepalen van het succes. Dan ga ik nog even terug naar uw eerste vraag over de financiën. We zullen ook moeten kijken of het budget toereikend is. Voor zover ik heb gelezen in alle stukken waarin dat is aangekaart, is daar geen discussie over.

De heer Van Wely (Fractie-Nanninga):

Dan een laatste kleine vraag. De minister heeft in de memorie van antwoord geschreven: we zien wel wat het gaat opleveren. Maar we moeten eerst geld investeren en soevereiniteit inleveren. Vindt u dat ook niet enigszins teleurstellend?

Mevrouw Adriaansens (VVD):

Volgens mij heb ik net aangegeven dat de minister in haar reactie heeft bevestigd dat het zal gaan om de door ons voorgestelde of geconcretiseerde indicatoren. Dat geeft mij voldoende vertrouwen om uit te kijken naar de eerste resultaten van het EOM.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Janssen namens de fractie van de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Janssen (SP):

Voorzitter, dank u wel. Ik kijk toch even terug naar het ontstaan van het EOM, want dat is onlosmakelijk verbonden met waar we het vandaag over hebben. Het ontstaan van het Europees Openbaar Ministerie vindt zijn oorsprong in het tegengaan van fraude met EU-gelden. De memorie van toelichting vermeldt daarover het volgende: "Volgens het verslag van de Commissie over de bescherming van de financiële belangen van de Unie in 2017 wordt ondanks het huidige rechtskader vermoedelijk voor een bedrag van 467 miljoen euro gefraudeerd aan de uitgaven- en ontvangstenzijde. Mogelijk ligt het werkelijke bedrag nog hoger, aangezien niet alle gevallen worden ontdekt en gemeld."

Voorzitter. De SP is altijd duidelijk geweest over fraude: boeven moet je opsporen en voor de rechter brengen, ook boeven die frauderen met EU-gelden. Maar waarom moest dat dan met een nieuw op te richten EU-entiteit waarmee de EU zelf fraude op gaat sporen? Dat is mij nog steeds niet duidelijk geworden. De uitleg van de regering in de memorie van toelichting en de beantwoording van de vragen in de Tweede Kamer helpen mij niet heel veel verder. De regering zegt er dit over: "De doorslaggevende overweging voor opname van een passage in het regeerakkoord over het EOM is geweest de omstandigheid dat de EU-fraude vaak grensoverschrijdend van aard is en veelal ook verband houdt met georganiseerde criminaliteit. Intensieve samenwerking tussen de lidstaten bij de bestrijding van deze omvangrijke vorm van criminaliteit met EU-gelden is dan ook onontkoombaar, ook voor de effectiviteit van strafrechtelijk onderzoek in Nederland. De oprichting van het EOM zal daaraan naar de mening van het kabinet een belangrijke impuls geven, in het bijzonder in die lidstaten waar thans sprake is van een handhavingstekort op dit vlak." Maar het doorslaggevende argument voor dit kabinet is dus dat intensieve samenwerking alleen schijnt te kunnen via een nieuwe EU-entiteit met nieuwe bevoegdheden. Dat is toch op z'n minst opmerkelijk. Als je vrienden hebt die fraude niet willen aanpakken, dan moet je je afvragen of je de goede vrienden hebt en misschien moet je daar dan iets aan doen.

Het kabinet wilde een signaal afgeven, maar dit is dan wel meteen een heel ingewikkeld en vergaand signaal. Een andere overweging van het kabinet is eveneens wonderlijk: "De oprichting van het EOM zal daaraan naar de mening van het kabinet een belangrijke impuls geven, in het bijzonder in die lidstaten waar thans sprake is van een handhavingstekort op dit vlak." De vraag is echter waarom er in die lidstaten een handhavingstekort is. Willen ze niet of kunnen ze niet? En in welke landen is er dan sprake van een dergelijk handhavingstekort? Moet je dat niet op een andere manier oplossen? De omweg die gekozen is met het EOM, omdat de vereiste unanimiteit een andere oplossing in de weg stond, is een signaal op zich. Moeten we niet gewoon vaststellen dat sommige landen gewoonweg niet willen meewerken, ook niet aan het beëindigen van fraude met EU-gelden, en dat het EOM daar ook niet bij zal helpen? Hoe gaat het dan met de aanpak van EU-fraude in landen die niet deelnemen: Hongarije, Polen, Ierland, Zweden en Denemarken met zijn opt-outpositie? Hoe gaat het daar?

Wat de SP ziet, is vooral een ingewikkelde redenering waarmee een nieuw EU-instituut in het zadel is geholpen. Vervolgens moet alles uit de kast worden gehaald om ervoor te zorgen dat het instituut geen doel op zich gaat worden. Het is dus maar zeer de vraag of dit in de uitvoering gaat brengen wat voorzien is. Is het geen werkelijkheid die alleen op papier bestaat? Ook bij de monitoring zal er heel scherp gekeken moeten worden — ik hoor graag een toezegging van de minister — of er geen successen omgekat worden, successen die we ook anders hadden kunnen behalen, maar nu aan het EOM worden toegeschreven om het toch maar successen te laten boeken.

Voorzitter. Hoe serieus gaat Nederland invulling geven aan de bijdrage aan het EOM? De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bevindt zich in een soort permanente staat van doorlichting, omdat ze haar taken niet aankan en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst loopt het werk ook over de schoenen. Hoe inhoudelijk van belang moet ik dan een Nederlandse bijdrage ter ondersteuning van het EOM zien? Ook ons eigen Openbaar Ministerie kampt met een onderbezetting. We kunnen het werk in Nederland niet eens aan, maar als signaal moet er capaciteit naar het EOM. Ik kan het niet rijmen. Het EOM doe je er volgens mij niet even bij.

Hoe houdt het kabinet de uitvoering van de motie van mijn SP-voorganger senator Wezel actueel? Hoe wordt daaraan uitvoering gegeven? Dat was geen oproep tot een eenmalige bijdrage, dat zou te makkelijk zijn. Hoe worden de Kamers hierover geïnformeerd? Graag een reactie.

Voorzitter. Ik ben ook benieuwd of het oordeel van het EOM om wel of niet te gaan vervolgen voor het Nederlandse OM een soort baken zal worden waar het OM op gaat varen om zelf al dan niet tot vervolging over te gaan. Dreigt het EOM niet een uitvlucht te gaan worden, gelet op de capaciteitsproblemen die het OM zelf kent? "Als het EOM het niet belangrijk genoeg vindt om te gaan vervolgen, dan doen wij dat als Nederlands OM ook niet." Graag een reactie van de minister.

Het kabinet wijdt heel veel omfloerste termen aan de wens tot uitbreiding van de Europese Commissie. De Europese Raad moet het voorstel nog bestuderen. Het kabinet zegt dat het nog onduidelijk is of en, zo ja, wanneer en waar de bespreking van het voorstel concreet zal plaatsvinden. Uit het feit dat geen van de voorzitterschappen sedertdien het voorstel ter bespreking heeft geagendeerd, leidt de minister voorzichtig af dat er op dit moment onvoldoende breed draagvlak onder de lidstaten bestaat om uitbreiding van het mandaat van het EOM te bespreken, althans voordat het EOM daadwerkelijk operationeel is, aldus het kabinet. Maar goed, dat gaat nu veranderen.

Los daarvan zegt het kabinet niet overtuigd te zijn van de operationele noodzaak het EOM een aanvullende rol te geven bij bijvoorbeeld de bestrijding van terrorisme. Het feit dat Nederland gekant is tegen deze uitbreiding, is overigens wijd en zijd bekend in EU-verband, zegt de minister. Dat verhaal klinkt als een klok, maar wat mij betreft nog wel als een avondklok, en we weten allemaal hoe het met de toezeggingen rond de verlenging daarvan is verlopen. Het kabinet sluit geen deuren, maar houdt de deuren open. Als het kabinet nu niet gewoon nee zegt tegen uitbreiding van het EOM-mandaat, dan wordt dat op enig moment Europees wisselgeld, is mijn zorg en die van mijn fractie. Wil de minister daarom hier in deze zaal vandaag nogmaals duidelijk zeggen dat er geen uitbreiding zal komen van het EOM-mandaat?

Ik kijk uit naar de beantwoording door de minister.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Janssen. Dan is het woord aan mevrouw Baay-Timmerman namens de fractie van 50PLUS.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Baay-Timmerman (50PLUS):

Voorzitter. Het voorliggend wetsvoorstel regelt de aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de EU-Verordening omtrent het Europees Openbaar Ministerie, nader te noemen EOM. Dit EOM is speciaal opgericht om strafbare feiten die de financiële belangen van de EU schaden, te onderzoeken, te vervolgen en voor de nationale rechter te brengen. Het gaat hier om fraude met EU-subsidies, invoerrechten en omzetbelasting. Lidstaten die niet deelnemen aan het EOM zijn Zweden, Denemarken, Ierland, Hongarije en Polen.

Voorzitter. In een eerdere bijdrage uit 2018 over het EOM stelde mijn fractie in dit huis dat de Europese Unie slechts drie kerntaken heeft, te weten economisch monetair beleid, milieu- en energiebeleid, en grensbeleid. Dit standpunt blijft onverkort gehandhaafd. Wat 50PLUS betreft moet de EU alleen die taken uitvoeren die niet op nationaal niveau kunnen worden uitgevoerd.

Voorzitter. In 1999 werd het Europese Bureau voor Fraudebestrijding dan wel Office Européen de Lutte Antifraude, nader te noemen OLAF, opgericht. OLAF heeft de bevoegdheid om in volledige onafhankelijkheid onderzoeken naar fraude uit te voeren in de lidstaten en binnen Europese instellingen, en vorderde al zo'n 7 miljard euro terug. OLAF werkt nauw samen met Europol en Eurojust. De nieuwe constructie, het Europees OM, heeft de bevoegdheid om strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden voor de nationale rechter te brengen. Het heeft dus verdergaande bevoegdheden dan OLAF.

Voorzitter. Juist deze verdergaande bevoegdheden baren 50PLUS zorgen, want daardoor komt de soevereiniteit en het opportuniteitsbeginsel van onze Nederlandse Staat in het geding. Bij grensoverschrijdende fraude met EU-gelden bestaat nu al de verplichting voor lidstaten om strafrechtelijk samen te werken. Het Nederlandse OM kan ook zonder het Europees OM andere lidstaten assistentie verlenen bij onderzoek of vervolging. Maar omdat het Europese OM onderdeel was van het regeerakkoord van Rutte III moet het worden geïmplementeerd in ons rechtsstelsel. Deelname van Nederland aan het EOM staat al vast, ongeacht of dit wetsvoorstel wordt aangenomen of niet.

In de memorie van antwoord in reactie op vele vragen van collega's over de bevoegdheid, de werkwijze en de implementatie van het EOM, valt mijn fractie één ding op: de woorden "vertrouwen" en "verwachting". Omdat veelal geen antwoord kan worden gegeven op concrete vragen over het functioneren en de uitwerking van het Europees OM, wordt door de minister volstaan met het antwoord dat hij er alle vertrouwen in heeft en dat hij verwacht dat het EOM succesvol zal zijn. Ik noem enkele voorbeelden.

Formeel is het EOM op grond van de verordening ook bevoegd om andere strafbare feiten die onlosmakelijk verbonden zijn met EU-fraude naar zich toe te trekken, het zogenaamde evocatierecht, waardoor de nationale autoriteiten ook lopende onderzoeken dienen over te dragen aan het EOM. De Nederlandse autoriteiten verliezen daarin hun zeggenschap, maar de verwachting is dat het Europees OM deze zaken niet terstond overneemt, aldus de minister. Dit kabinet verwacht dat de operationele samenwerking tussen de bevoegde instanties in de lidstaten efficiënter wordt en de aanpak van fraude wordt vergroot, met name in die lidstaten waar de handhaving op dat punt voor verbetering vatbaar is. Maar de lidstaten waar het om gaat, Hongarije en Polen, zijn hier niet bij aangesloten, dus waarop is deze verwachting gebaseerd?

Voorzitter. Het is de verwachting dat het EOM met de niet-deelnemende lidstaten praktische werkafspraken maakt. Dit kabinet vertrouwt erop dat er een modus zal worden gevonden om tot onderlinge samenwerking te komen. Mijn fractie vraagt de minister waar het belang van Polen en Hongarije ligt om niet mee te doen met het EOM, maar om wel een samenwerkingsverband aan te gaan. Kan de minister dit nader duiden? Ook over de toekomstige samenwerking tussen het Europees OM, het OM en onze nationale opsporingsinstanties bestaat louter vertrouwen dat daarvoor goede werkafspraken worden gemaakt.

Voorzitter. Vertrouwen en verwachtingen zijn mooi. Dat betekent dat je hoopt, gelooft en erop rekent dat iets een succes gaat worden, maar dat daar geen onafhankelijk toetsbaar criterium voor bestaat. Zelfs de VVD vraagt in het voorlopig verslag van 17 november 2020: welke criteria maken dat het EOM in Nederland een succes wordt? Volgens de minister moet dat gaan blijken uit de jaarverslagen. 50PLUS vindt dit een uitermate vage en magere basis. Zoiets ingrijpends als het instellen van een Europees OM, waarbij Nederland het recht van vervolging overdraagt en Europees recht wordt toegepast met uitsluiting van ons nationale recht, vereist toch heldere toetsingscriteria? Bovendien kan zo'n vervolgingsoverdracht niet meer worden teruggedraaid, want zelfs wanneer zou blijken dat het Europees OM niet zo'n eclatant succes wordt als men verwacht, kan Nederland de deelname aan het EOM niet eenzijdig beëindigen. Ook dit ziet mijn fractie als een inperking van onze soevereiniteit. Het feit dat er geen weg terug is, betekent dat wij definitief bevoegdheden op het gebied van ons strafrecht overdragen aan de Europese Unie.

Voorzitter. Mijn fractie heeft nog enkele concrete vragen aan de minister. Op grond waarvan is de minister van mening dat het EOM een oplossing biedt voor de verschillende strafrechtelijke stelsels tussen de verschillende deelnemende lidstaten? Hoe kan het Europees OM een oplossing bieden bij onduidelijke jurisdictie bij grensoverschrijdende fraudegevallen? Zal het manoeuvreren tussen de verschillende strafstelsels en onduidelijke jurisdicties door het Europees OM niet onherroepelijk leiden tot toekomstige aanpassingen? Is de volgende stap wellicht een overkoepelend wetboek van strafrecht of wetboek van strafvordering, zo vraag ik de minister.

Omdat het EOM een zelfstandige organisatie is binnen het OM valt de gedelegeerd Europees aanklager, de Europese officier van justitie, niet onder de aanwijzingsbevoegdheid van de minister. Kan de minister aangeven wat dat in concreto betekent wanneer het Europees OM besluit om niet over te gaan tot vervolging van bijvoorbeeld btw-fraude daar waar het Nederlandse belang dat wel zou vorderen? Graag een antwoord van de minister.

Voorzitter, ik rond af. Omdat een klein aantal lidstaten niet of nauwelijks op nationaal niveau optreedt en fraude oogluikend toestaat of gedoogt, is men overgegaan tot het instellen van een Europees Openbaar Ministerie. Het feit dat zowel Zweden als Denemarken op grond van het soevereiniteitsbeginsel niet meedoen aan het EOM geeft te denken. Maar het feit dat juist Polen en Hongarije, waarvan bekend is dat zij niet of nauwelijks optreden tegen EU-subsidiefraude in eigen land, zich ook niet hebben aangesloten, roept bij mijn fractie de vraag op of het middel van het Europees OM niet disproportioneel is geworden. De verwachting en het vertrouwen van dit kabinet dat deze lidstaten zich als betrouwbare en positieve partners gaan opstellen om tot vruchtbare samenwerking te komen om EU-fraude binnen eigen landgrenzen op te sporen en te vervolgen, deelt mijn fractie vooralsnog niet.

Welke middelen bestaan er volgens de minister om werkafspraken met de niet-deelnemende lidstaten af te dwingen? Kan hij deze benoemen? Graag een antwoord.

Voorzitter. Ook 50PLUS is een groot voorstander van het aanpakken van fraude met subsidiegelden, maar mijn fractie heeft grote twijfels of een Europees OM kan en zal bijdragen aan terugdringing of voorkoming van EU-fraude. Daarbij moet worden opgeteld dat de bevoegdheden van het Europees OM niet kunnen worden uitgeoefend in juist die landen waar ze het hardst nodig zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Baay-Timmerman. Ik heb begrepen dat de heer Otten heeft afgezien van zijn spreektijd. Dan geef ik ten slotte het woord aan de heer Van Hattem namens de fractie van de PVV.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem (PVV):

Voorzitter. De gelegenheid maakt de dief. Met dat spreekwoord in gedachten moeten we naar dit wetsvoorstel voor de Invoeringswet voor het Europees Openbaar Ministerie kijken. De gelegenheid voor diefstal en fraude met EU-middelen wordt immers ruimschoots door het Europese miljardenherverdeelmechanisme geschapen en door dit kabinet-Rutte op zijn beurt gevoed met ons belastinggeld. Twee weken geleden heeft Rutte ingestemd met het megalomane EU-Herstelfonds van 750 miljard euro aan giften en leningen voor zogenaamd zwakke lidstaten. Nederland moet voor 43 miljard euro bijdragen aan dit fonds, waarvan 23 miljard euro giften zijn voor andere lidstaten. Voor zover het leningen betreft, worden deze in geen 100.000 jaar terugbetaald door zulke landen, dus zijn het de facto giften. Met de goedkeuring van het eigenmiddelenbesluit van de Raad van de Europese Unie en een duizelingwekkende begroting van 1.824 miljard euro, committeert Nederland zich voor 100 miljard euro aan de Europese Unie. Deze begroting kost Nederland 9 miljard euro per jaar. De miljarden worden vervolgens vanuit Brussel met een persleiding richting Zuid- en Oost-Europa gepompt. Een gift van 78 miljard gratis geld voor Italië en 70 miljard voor Spanje. En Polen krijgt 28 miljard. Brussel zet haar kluisdeuren wagenwijd open door zo veel middelen beschikbaar te stellen en talloze regelingen op te tuigen waar in de lidstaten van de EU en daarbuiten, zoals in Turkije, gebruik van kan worden gemaakt. En daarmee zeg ik nogmaals "de open deur roept den dief", om met vadertje Cats te spreken.

Het risico wordt ook door de Europese instellingen en het kabinet zelf bevestigd. In de beantwoording van Kamervragen van onze PVV-fractie over fraude met COVID-19-EU-fondsen van afgelopen oktober, werd door het kabinet aangegeven dat in navolging van Nederlandse toezichthouders en opsporingsautoriteiten "(…)vanuit Europol, UNODC en de Financial Action Task Force, FATF, soortgelijke waarschuwingen over nationale en verwachte toekomstige internationale steunmaatregelen zijn afgegeven. In internationale media is gewezen op het feit dat de georganiseerde misdaad in bepaalde lidstaten hoopt te kunnen profiteren van het overeengekomen EU-steunpakket." Tevens wordt aangegeven dat in de voorbije jaren uit de resultaten van het EU-antifraudeorgaan OLAF is gebleken dat met Europese economische subsidies risico's op fraude en daadwerkelijke fraude zijn gemoeid. Wetende dat er bij zulke gigantische bedragen zo'n enorm risico is op fraude: waarom dan nog willens en wetens ons Nederlandse zuurverdiende belastinggeld wegpompen? Waarom niet gewoon de dief de gelegenheid ontnemen en stoppen met deze eurofiele spilzucht?

Ondanks dat de risico's en de misstanden genoegzaam bekend zijn, wordt de geldkraan nog steeds niet dichtgedraaid. Het Europees Parlement heeft het over "een risico van potentieel misbruik". Het Europees Parlement heeft dat "eveneens onderkend en er onder meer op aangedrongen om het Europees Openbaar Ministerie, het EOM, voldoende middelen te verschaffen." Zo kunnen alleen de Brusselse bureaucraten denken. Hun spilzucht moet blijven voortbestaan. Dat moet een EOM dan maar gaan bewaken. Als je al dat geld niet weggeeft aan andere landen, hoef je het ook niet te controleren.

En dan komen ze met een EOM, dat onze nationale soevereiniteit onnodig aantast. In eerdere debatten hierover hebben we dit als PVV steevast aan de kaak gesteld en ons duidelijk tegen de vorming van dit EOM uitgesproken. Maar dit kabinet-Rutte heeft helaas toch stug doorgezet, en nu moet Nederland dus soevereiniteit opgeven omwille van andere EU-lidstaten die door en door corrupt zijn. Zo krijgt Bulgarije onder de nieuwe EU-miljardenbegroting een slordige 29 miljard euro, terwijl het land van corruptie aan elkaar hangt. Europees geld voor bijvoorbeeld snelwegen en het platteland verdwijnt in de zakken van corrupte politici, zoals de voormalige Bulgaarse landbouwminister, en wordt gebruikt voor de bouw van privéhuizen. Je kunt dan wel een EOM gaan optuigen om dat te gaan aanpakken, maar veel efficiënter is om er geen cent meer heen te sturen, om ons geld hier in Nederland uit te geven, waar we het zelf kei- en keihard nodig hebben. Afgelopen donderdag werd bekend dat van de tien door Bulgarije voorgedragen gedelegeerd openbaar aanklagers bij het EOM er maar liefst zeven door het EOM bij voorbaat zijn afgewezen, omdat ze niet de juiste ervaring zouden hebben. Dat kan worden uitgelegd als onwil van Bulgaarse kant om serieus in te zetten op fraudebestrijding. Maar even goed is het een ongepaste inmenging van een EU-organisatie in de nationale soevereiniteit bij voordrachten voor benoemingen.

Dat geldt ook voor de mogelijkheid voor het EOM om zelf schikkingen te kunnen treffen. Dit tast het nationale opportuniteitsbeginsel aan om al dan niet tot vervolging over te gaan en de rechter zich over een zaak uit te laten spreken. Als het EOM schikt, loopt een lidstaat de kans mis om bijvoorbeeld een verdachte achter tralies te krijgen. Kan de minister uitleggen waarom het kabinet stelt dat het aanbieden van transacties door het EOM, dus zonder tussenkomst van een rechter, de nationale rechtsmacht niet uitholt, nu verdere vervolging op nationaal niveau daarmee niet meer mogelijk is? En kan de minister tevens duiden, hoe groot het risico is dat fraudeurs in veel notoir corrupte landen nu alsnog slechts met een schikking zullen wegkomen en het EOM dus slechts een bureaucratische tijger wordt?

Sowieso dreigt het EOM al te verzanden in een puinhoop voordat het goed en wel op de rit is. Vorige maand bleken er niet alleen problemen te zijn met de voordrachten van de Bulgaarse gedelegeerd openbaar aanklagers, maar ook met de Belgische en Portugese voordrachten waren er problemen, omdat de politiek een onafhankelijke voordrachtcommissie zou hebben overruled. Documenten over deze kwestie werden opgevraagd en geweigerd, wat de procedure ontransparant maakt. Bovendien was de Portugese openbaar aanklager aangesteld op basis van valse informatie. Zijn cv bleek grotendeels bij elkaar verzonnen en opgeleukt. Hoe denkt de minister met een organisatie die zelf al ontransparant is en bezet is met zulke bedriegers serieus fraude te kunnen bestrijden? Gelooft de minister nog echt in dat eurofiele sprookje? Of wil hij de eurocratische nachtmerrie eindelijk eens onder ogen zien en zo snel mogelijk wegwezen uit deze puinhoop?

Voorzitter. Wat de PVV betreft komt er een Nexit en verlaten we alvast zo snel mogelijk dit vreselijke EOM. Maar, zoals ik in 2018 al in het debat over de toetreding tot het EOM aangaf, gebeurt precies hetzelfde als in Hotel California uit het nummer van The Eagles: we are programmed to receive, you can check out any time you like, but you can never leave. Voor het EOM is geen enkele mogelijkheid geregeld om er als lidstaat uit te kunnen stappen. Deze nauwere samenwerking is een doodlopende straat met eenrichtingsverkeer. Dat is onacceptabel. Daarom komt de PVV bij deze invoeringswet met een motie om in ieder geval een exit-strategie op te tuigen, zodat Nederland in ieder geval de mogelijkheid heeft om indien gewenst dit EOM weer te kunnen verlaten. Polen, Hongarije en Zweden hebben dit beter ingezien en zijn überhaupt geen deelnemer geworden. Denemarken en Ierland zouden inmiddels speciale opt-outs hebben. Kan de minister aangeven wat de opt-outs voor deze landen inhouden en of dit ook de mogelijkheid kan bieden voor een uitstap uit het EOM?

Voorzitter. Als het EOM onverhoopt toch actief wordt, dan nog een punt over de effectiviteit. Op de schriftelijke vragen van onze fractie over strafrechtelijke immuniteit voor overheden gaf de minister aan: "Hoe het EOM zal omgaan met fraude met EU-subsidies door overheden valt in zijn algemeenheid niet te zeggen. Daarover bevat de verordening-EOM geen specifieke regeling. Indien een lidstaat vervolging door het EOM van een openbaar lichaam, een bestuursorgaan of de leden daarvan als feitelijke leidinggevende zou plaatsvinden wegens de vermeende fraude met EU-subsidie is het primair afhankelijk van het toepasselijke nationale recht voor de vraag of de strafbaarheid van dat lichaam/bestuursorgaan of feitelijke leidinggevende mogelijk is." Wat Nederland betreft stelt de minister: "Wat de vervolgbaarheid van overheden in Nederland betreft, vormt de jurisprudentie van de Hoge Raad uit de jaren negentig van de vorige eeuw nog altijd het geldende recht". Daarbij verwijst de minister naar de Pikmeerarresten en naar het Volkelarrest waarover hij stelt: "Hieruit kan in ieder geval worden afgeleid dat aan de Staat nog altijd immuniteit van strafvervolging toekomt. Voor andere openbare lichamen is het bestaan van immuniteit afhankelijk van verschillende factoren die in beide Pikmeerarresten worden genoemd."

Kortom, de Nederlandse overheid acht zich immuun voor strafvervolging, hetgeen we afgelopen week ook weer zagen toen de Hoge Raad afzag van strafvervolging van ministers voor de toeslagenaffaire. Aangezien voor de meeste EU-subsidies lokale of regionale overheden penvoerder zijn, is het risico groot dat overheden zelf ook in de fraude betrokken zijn. Denk alleen al aan de OPZuid-, de Interreg- en de POP3-subsidies, die in Nederland via de provincies verdeeld worden.

Zo ontstond er in 2017 discussie over de vraag of de gemeente Wijdemeren heeft gefraudeerd met de €874.600 subsidie van de Europese Unie en de provincie Noord-Holland voor een kasteelmuseum. Het zou worden hersteld en aantrekkelijk gemaakt voor toeristische en recreatieve activiteiten. In plaats daarvan zouden gemeenten het geld gebruikt hebben voor de sloop van oude opstallen en de bouw van vijf woningen. Door raadsleden van de gemeente werd het als fraude met EU-subsidie bestempeld. Eerder waren Nederlandse overheden betrokken bij fraudes met het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) toen door de Dienst Landelijk Gebied en de regio Twente bewust te hoge facturen bij het EFRO werden ingediend om maximaal subsidie binnen te halen.

Kan de minister aangeven hoe effectief het EOM überhaupt nog is als de overheid als penvoerder bij deze EU-subsidies als immuun voor strafvervolging wordt bestempeld? Kan de minister aangeven of andere lidstaten ook dergelijke vormen van overheidsimmuniteit zullen inroepen, waardoor het EOM niet langer alleen een bureaucratische tijger is, maar ook een tandeloze tijger dreigt te worden? Is er iets bekend over soortgelijke jurisprudentie over overheidsimmuniteit in andere lidstaten?

Hoe verhouden de immuniteit van de Staat en de Pikmeer- en Volkerarresten zich tot artikel 19, lid 1 van de EOM-verordening? Hoe gaat de minister gelet daarop om met een verzoek tot opheffing van immuniteiten als bedoeld in dat artikel?

Verder is het EOM bezig om allerlei afspraken te maken met derde landen. Kan de minister aangeven in hoeverre het EOM zal worden ingezet bij besteding van EU-budget voor ontwikkelingssamenwerking? In 2015 schortte Nederland zijn ontwikkelingshulpbudget aan Benin op wegens fraude. Ook de EU heeft in de afgelopen decennia al 900 miljoen euro aan ontwikkelingshulp aan Benin verstrekt. In de beantwoording van vragen van de PVV-Europarlementsfractie gaf de Europese Commissie aan: "Het totale budget van het programma bedraagt 70,3 miljoen euro, waarvan 19,8 miljoen euro wordt bijgedragen door het Europees Ontwikkelingsfonds. Deze bijdrage wordt gedelegeerd aan het Nederlandse ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, dat instaat voor de uitvoering van en het toezicht op het programma. Aangezien de middelen niet specifiek worden toegewezen binnen het project, is het niet mogelijk aan te geven hoeveel van de niet-subsidiabele uitgaven van EU-origine zijn."

Kan de minister aangeven hoe het EOM zal omgaan met fraudezaken die door delegatie in zulke gemengde programma's terechtkomen? Kan de minister tevens aangeven op welke wijze het EOM de eventuele fraudes met EU-ontwikkelingshulpbudget gaat behandelen? Is dat onderdeel van de aanpak?

Voorzitter. Het EOM krijgt verregaande opsporingsbevoegdheden, zoals doorzoeking van particuliere woningen, aftappen van telecommunicatie en infiltratie. Onlangs is door de Europese Commissie een nieuwe verordening voorgelegd voor het mandaat van Europol, waarin een nauwere samenwerking met het EOM is opgenomen. Deze stelt onder andere: "Europol moet nauw samenwerken met het EOM en onderzoeken en vervolgingen van het EOM op zijn verzoek actief ondersteunen, onder meer door analytische ondersteuning. (…) Europol dient het EOM onverwijld in kennis te stellen van elke criminele gedraging ten aanzien waarvan het EOM zijn bevoegdheid zou kunnen uitoefenen."

Kan de minister aangeven of op deze manier niet een fuik ontstaat waarbij Europol steeds meer een uitvoerende in plaats van een informerende rol krijgt voor het EOM? Hoe kan bij dit actief ondersteunen de taak van Europol scherp begrensd blijven? Hoever kan het actief ondersteunen gaan?

Voorzitter. De nieuwe hoofdaanklager van het EOM, mevrouw Laura Kövesi uit Roemenië, wordt in sommige media al op een voetstuk getild als de grote Europese crimefighter. Zo schreef de Franse krant L'Express al dat met haar de jacht op fraudeurs geopend is. Op 24 november jongstleden verscheen in de NRC een interview met haar, waarin ze stelt: "Woede onder burgers over misbruik van EU-subsidies is groot. Dat jaagt euroscepsis aan. In het beste geval kan het EOM die woede deels wegnemen. (…) Aan ons om te bewijzen dat we dingen kunnen veranderen, dat we de waarden van de EU kunnen verdedigen. Als ons dat lukt, dan draagt het EOM bij aan solidariteit en eenheid in de EU." Kan de minister aangeven dat het toch niet de bedoeling kan zijn dat EOM-hoofdaanklager Kövesi niet langer de jacht opent op fraudeurs maar vooral ook bezig is met de jacht op eurosceptici en het verdedigen van de EU? Deelt de minister de mening van de PVV-fractie dat deze politieke eurocratische propagandapraat volstrekt ongepast is voor een hoofdaanklager?

Voorzitter, op het twitteraccount van het EOM verscheen op 16 november jongstleden het volgende bericht. Ik citeer exact het twitterbericht: "Hungary is not a member of #EPPO. Laura Kövesi had a first meeting today with the Prosecutor General of Hungary, Péter Polt, to discuss a future working arrangement. Negotiations from our side will be led by Daniëlle Goudriaan (European Prosecutor for NL)."

Kan de minister uitleggen waarom een Nederlandse aanklager die geacht wordt zich louter met strafzaken bezig te houden nu opeens politieke onderhandelingen moet voeren met de niet-deelnemende staat Hongarije? Wat is hierover afgesproken en hoe liggen deze verhoudingen en dit mandaat?

Voorzitter, tot slot. Volgens artikel 5, lid 3 van de EOM-verordening legt de Europees openbaar aanklager verantwoording af over de algemene activiteiten van het EOM aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie. Hetzelfde geldt voor de begrotingsraming van het EOM conform artikel 50, lid 3. Maar dus niet direct aan de nationale parlementen, wederom een onacceptabele uitholling van de nationale soevereiniteit en de parlementaire controle. De PVV heeft tegen de toetreding van het EOM gestemd en zal dan ook vol overtuiging tegen deze invoeringswet stemmen.

Voorzitter, tot zover in eerste termijn. Ik heb de motie ingediend.

De voorzitter:

Die wilt u in deze termijn indienen?

De heer Van Hattem (PVV):

In deze termijn, ja.

De voorzitter:

Dan moet u hem voorlezen.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan lees ik de motie voor.

De voorzitter:

Door de leden Van Hattem, Faber-van de Klashorst, Van Strien en Ton van Kesteren wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de "nauwere samenwerking" van het EOM (Europees Openbaar Ministerie) geen mogelijkheid heeft opgenomen om als deelnemer uit te treden;

overwegende dat eventueel terugtrekken uit het EOM mogelijk kan worden gemaakt door in te zetten op een verdragswijziging in de vorm van een specifiek opt-outprotocol;

roept de regering op een exitstrategie op te stellen om stappen te kunnen zetten om uit het EOM te kunnen treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter G (35429).

Dank u wel, meneer Van Hattem. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Ik schors de vergadering voor de lunchpauze tot 13.30 uur.

De vergadering wordt van 12.10 uur tot 13.30 uur geschorst.