35.695, E

Motie-Nicolaï (PvdD) over toetsing of terecht een beroep kon worden gedaan op het vijfde lid van artikel 58p Wet publieke gezondheid



In deze motie wordt de regering verzocht de minister om ter toelichting van het bepaalde in het vijfde lid van artikel 58p Wet publieke gezondheid aan de vervoerder en alle andere bij de toepassing betrokkenen schriftelijk aan te geven dat in concreto de toetsing of terecht een beroep kon worden gedaan op het vijfde lid van artikel 58p Wet publieke gezondheid dient te geschieden door de Nederlandse autoriteiten bij binnenkomst in Nederland.



Kerngegevens


Bijzonderheden

De commissies voor J&V, VWS, BiZa/AZ, KOREL, IWO, EZK/LNV en OCW beschouwen naar aanleiding van de brief van 10 september 2021 over de rappel toezeggingen en moties in het kader van de bestrijding van covid-19 (EK 35.526 / 25.295, CF met bijlage) deze motie als niet uitgevoerd.

De commissies kunnen, indien gewenst, het verslag van een schrifelijk overleg (EK, G) over de uitvoering van de motie-Nicolaï betrekken bij het debat van 13 juli 2021.

De Eerste Kamercommissies hebben bij brief van 25 mei 2021 (EK, 35.526 / 25.295, BL) in het kader van toezegging T03138. vragen gesteld gaan naar aanleiding van de brief van de minister van VWS ter aanbieding van de regeling over het niet langer beschouwen van Bonaire als hoogrisicogebied voor Europees Nederland en de regeling over het doorvoeren van stap 2 uit het openingsplan en de stand van zaken COVID-19 (EK 35.526 / 25.295, BB met bijlagen). De beantwoording van deze brief is meegenomen in de stand van zakenbrief COVID-19 van 28 mei 2021 (EK 35.526 / 25.295, BK met bijlagen). De commissies hebben bij brief van 16 juni 2021 inbreng geleverd voor een schriftelijk overleg over de uitvoering van de motie-Nicolaï.

Het lid Nicolaï (PvdD) heeft in de plenaire vergadering van 20 april 2021 verlof gevraagd om de minister van Justitie en Veiligheid te interpelleren over de uitblijvende informatievoorziening vanuit het kabinet en over de de uitvoering van deze motie.

De Eerste Kamer heeft het gevraagde verlof verleend en de interpellatie vond plaats op 20 april 2021.



Uitvoering