T02206

Toezegging Niet in werking laten treden onderdelen landelijke publieke omroep (34.264)



De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Dekker, zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Schnabel (D66), Gerkens (SP), Sent (PvdA), Lintmeijer (GroenLinks) en Bikker (ChristenUnie), toe de onderdelen van het wetsvoorstel over de landelijke publieke omroep niet in werking te laten treden totdat het aanvullende wetsvoorstel door de Eerste Kamer is aanvaard. De staatssecretaris stelt alles in het werk om het aanvullende wetsvoorstel voor het zomerreces in de Eerste Kamer te kunnen laten behandelen. Wordt het aanvullende wetsvoorstel niet aangenomen, dan treden de genoemde onderdelen nooit in werking.


Kerngegevens

Nummer T02206
Status voldaan
Datum toezegging 1 maart 2016
Deadline 1 juli 2016
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Kamerleden Mr. M.H. Bikker (ChristenUnie)
A.M.V. Gerkens (SP)
Drs. F.C.W.C. Lintmeijer (GroenLinks)
Prof.dr. P. Schnabel (D66)
Prof.dr. E.M. Sent (PvdA)
Commissie commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen aanvullend wetsvoorstel
inwerkingtreding
publieke omroepen
Kamerstukken Toekomstbestendig maken van de publieke mediadienst (34.264)


Uit de stukken

Handelingen I 2015-2016, nr. 21, item 13, blz. 4

Staatssecretaris Dekker: Ik hoor steun in deze Kamer voor de uitgangspunten van het wetsvoorstel dat wij vandaag hebben besproken. Tegelijkertijd constateer ik dat er bij verschillende fracties nog zorgen leven. De voorgestelde aanpassingen van de Mediawet kan ik regelen via een aanvullend wetsvoorstel, dat ik voor het zomerreces in deze Kamer hoop te behandelen. Ik streef er in elk geval naar om het nog deze maand in de ministerraad te behandelen. Bij de aanvaarding van dit wetsvoorstel — ik maak het even af — zullen op korte termijn alleen de artikelen in werking treden die betrekking hebben op de regionale omroep, zodat we daar tempo mee kunnen maken. De overige artikelen, de artikelen die betrekking hebben op de landelijke publieke omroep, zullen pas in werking treden nadat de Eerste Kamer heeft ingestemd met de aanvullende wet die zij voor het zomerreces kan verwachten. Zo vinden we volgens mij een balans tussen de noodzakelijkheid die er nu is voor de regionale omroepen om met deze wet verder te gaan en het respecteren van de wens van de Kamer om de Mediawet pas in zijn geheel in te laten gaan zodra de aanvullingen per wet zijn geregeld.

(...)

Handelingen I 2015-2016, nr. 21, item 13, blz. 4-6

Staatssecretaris Dekker: Ik heb zojuist toegezegd dat ik de wet niet in werking zal laten treden, althans de onderdelen die betrekking hebben op de landelijke publieke omroep, alvorens die verduidelijkingen en aanpassingen door de Eerste Kamer zijn gegaan. We moeten dat traject dus wel netjes doorlopen, van ministerraad, Raad van State, Tweede Kamer en Eerste Kamer. Dat kan met grote spoed, net zo goed als dat het met een novelle altijd heel erg snel kan. Dit is in mijn ogen een elegante manier om ervoor te zorgen dat we met het onderdeel dat voor de regio echt nodig is snel tempo kunnen maken.

(...)

Mevrouw Gerkens (SP): Een elegante manier voor de Eerste Kamer is een novelle. Dit is geen elegante manier. Ik begrijp echter van de staatssecretaris dat hij er alle vertrouwen in heeft dat het goed gaat komen en dat hij in de tussentijd die onderdelen van de wet buiten werking stelt. Stel nu dat het niet goed komt. Wat gebeurt er dan?

Staatssecretaris Dekker: Als het niet goed komt, treden die onderdelen niet in werking. Ik kan dat zwart-op-wit in het inwerkingtredingsbesluit laten meenemen.

(...)

De heer Schnabel (D66): De staatssecretaris maakte net een heel belangrijke opmerking. Die heb ik graag wat scherper. Eigenlijk ging de staatssecretaris er eerst vanuit dat het in de Eerste Kamer terug zou komen nadat het in de Tweede Kamer goed zou zijn geregeld, zodat de Eerste Kamer zou krijgen wat zij graag heeft. Tegelijkertijd is het punt van mevrouw Gerkens natuurlijk heel belangrijk. Eigenlijk moet ik dat andersom formuleren. Stel dat het de staatssecretaris niet lukt om in de Tweede Kamer geregeld te krijgen wat hier in de Eerste Kamer voorgesteld wordt, blijft er dan in feite van de wet alleen een wet op de RPO over? Maakt de staatssecretaris dan toch van zijn macht gebruik om het deel over de NPO alsnog zonder veranderingen in te voeren, hoe jammer ook voor de Eerste Kamer? Het lijkt mij belangrijk dat de staatssecretaris nog even heel klip-en-klaar duidelijk maakt dat dat niet het geval is en dat hij alleen een soort rompwet voor de RPO overhoudt. Klopt dat?

Staatssecretaris Dekker: Daar mag de heer Schnabel mij aan houden, al gaan we dan uit van het worstcasescenario dat de Tweede Kamer zich hierin niet zou kunnen vinden. U kunt zich ook voorstellen dat ik mij de afgelopen dagen heb kunnen beraden en mij heb verstaan met een aantal woordvoerders in de Tweede Kamer over de vraag of dit soort dingen bij de Tweede Kamer in goede aarde vallen. Ik heb er het vertrouwen in dat we dat voor de zomer hier ook in de Eerste Kamer kunnen krijgen, wat impliceert dat het ook al door de Tweede Kamer is. Natuurlijk moet dat daar nog zorgvuldig gebeuren. Mocht het onverhoopt niet goed gaan, dan vallen we terug op het scenario van de heer Schnabel. Ik heb er wel vertrouwen in.

De heer Schnabel (D66): Dat staat genoteerd. Dank u wel.

(...)

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): De heer Schnabel liet net een worstcasescenario passeren: de Tweede Kamer gaat niet akkoord. De staatssecretaris heeft gezegd dat in dat geval alleen het gedeelte van de RPO blijft staan en dat de rest afvalt. Er is ook een ander scenario dat de staatssecretaris en misschien meer mensen hier niet prettig vinden: het kabinet valt. Ook dan hebben we de situatie dat er een stukje wet ligt, om het zo maar te zeggen. Ik hecht er zeer aan dat de staatssecretaris zwart-op-wit zet dat de hele Mediawet voor het stuk dat vervalt echt alleen van toepassing wordt op het moment van aanvaarding en inwerkingtreding van de aanpassingen die hij voorstelt. Kan hij dat zwart-op wit-zetten? Ik heb zo nog een tweede vraag.

Staatssecretaris Dekker: Ik zal dat zwart-op-wit zetten. Ook dit is een worstcasescenario. Mocht het zich voordoen en vertrekt het kabinet, dan is deze Eerste Kamer nog niet vertrokken. De toezegging die ik gedaan heb, is dan ook geen persoonlijke toezegging, maar een toezegging gedaan in functie. Daaraan kunt u mijn opvolger ook houden.

Mevrouw Bikker (ChristenUnie): Dat is scherp.

(...)

Kamerstukken I 2015/16, 34 264, O, p. 2-3

Om die reden heb ik tijdens de plenaire behandeling op 1 maart het volgende voorgesteld: in het inwerkingtredingsbesluit van het huidige wetsvoorstel wordt vastgelegd dat alleen de onderdelen die betrekking hebben op de regionale publieke omroep in werking treden. Dat maakt het mogelijk dat de RPO de voorbereidingen kan treffen die nodig zijn om de bezuinigingen per 1 januari 2017 zo goed mogelijk vorm te geven. Dat betekent dat voor de RPO een raad van toezicht en een raad van bestuur worden benoemd.

Alle andere onderdelen van het wetsvoorstel, dus de onderdelen die over de landelijke publieke omroep gaan, treden pas in werking op het moment dat ook het aanvullende wetsvoorstel is aanvaard door de Eerste Kamer. Deze onderdelen gaan onder meer over de gewijzigde taak van de NPO, de aanscherping van de publieke mediaopdracht en de grotere toegang van externen tot het bestel.

(...)

Als er omstandigheden zijn waardoor het aanvullende wetsvoorstel niet wordt aangenomen, bijvoorbeeld omdat de Tweede Kamer of de Eerste Kamer het aanvullende wetsvoorstel niet aanvaardt, dan treden de bepalingen over de landelijke publieke omroep niet in werking.

(...)

Het streven is om het aanvullende wetsvoorstel op de kortst mogelijke termijn af te ronden. Het wordt zo snel mogelijk voor advies aan de Raad van State voorgelegd en ingediend bij de Tweede Kamer. Ik stel alles in het werk om het aanvullende wetsvoorstel voor het zomerreces in uw Kamer te kunnen laten behandelen. Pas als uw Kamer het aanvullende wetsvoorstel heeft aanvaard, treden ook de onderdelen uit het huidige wetsvoorstel over de landelijke publieke omroep in werking.


Brondocumenten


Historie