T02548

Toezegging Externe deskundige (31.996)



De minister van VWS zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Van Dijk en Ganzevoort toe, het Centrum voor Consultatie en Expertise en het veld te betrekken bij de vormgeving van de externe advisering.


Kerngegevens

Nummer T02548
Status voldaan
Datum toezegging 16 januari 2018
Deadline 1 januari 2020
Verantwoordelijke(n) Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Kamerleden mr. D.J.H. van Dijk (SGP)
Prof.dr. R.R. Ganzevoort (GroenLinks)
Commissie commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie overig
Onderwerpen deskundigen
externe advisering
stappenplan
Kamerstukken Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (31.996)


Uit de stukken

Handelingen I 2017-2018, nr. 15- item 3, blz. 2

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Ik begin met de Wet zorg en dwang. Ik vraag graag een nadere appreciatie van de minister van de aanbeveling van het CCE over in welke situaties extern advies ingewonnen moet worden. Ik heb het ook in mijn eerste termijn vermeld. Het CCE beveelt aan dat bij maatregelen die minder direct ingrijpen externe advisering beperkt blijft tot een jaarlijkse advisering op groeps-, afdelings- of locatieniveau. Neemt de minister die aanbeveling over? Ik voeg eraan toe dat ook de wetgever zelf onderscheid maakt tussen lichte en zware vormen van vrijwillige zorg, zie artikel 2.2. Dat onderscheid moet dus kunnen.

Handelingen I 2017-2018, nr. 15- item 3, blz.14

De heer Ganzevoort (GroenLinks):

Ik wil nog een concrete toezegging vragen aan de minister van Volksgezondheid om met het veld in overleg te gaan, bijvoorbeeld in de hoofdlijnenakkoorden, om dat legertje externe adviseurs te voorkomen en om concrete afspraken over en weer te maken zodat die adviesrol goed kan worden ingevuld.

Handelingen I 2017-2018, nr. 15- item 3, blz. 15

Minister De Jonge:

De heer Van Dijk van de SGP-fractie vroeg naar een nadere appreciëring — dat is een prachtig woord dat vooral in de Eerste Kamer veelvuldig wordt gebruikt en daarom hecht ik eraan om het ook nog een keer te gebruiken — van de aanbevelingen in het advies van het CCE. [...] Ik wil graag welwillend naar het advies van het CCE kijken. Ik ga ook met ze in gesprek om de vormgeving van de externe deskundigheid op een goede manier in te richten.

De heer Diederik van Dijk (SGP):

Dank voor die toezegging. Inderdaad, ik hoop op enige scheutigheid. Zoals het CCE zegt: beperk bij minder ingrijpende maatregelen de externe advisering tot bijvoorbeeld jaarlijks en doe het ook geaggregeerd. Ik hoop dat de minister dit serieus wil meenemen.

Minister De Jonge:

Jazeker, maar als u mij goed heeft gehoord, ben ik nog iets verder gegaan, namelijk: doe het alleen in die gevallen, individueel — dus niet jaarlijks, niet op teamniveau of op instellingsniveau — waarin het op basis van het zorgplan van de instelling zelf niet lukt om tot afbouw van gedwongen zorg binnen de wettelijke termijn te komen. Dat is dus nog iets minder.

Handelingen I 2017-2018, nr. 15- item 3, blz. 21

Minister De Jonge:

Dan ben ik inmiddels aangekomen bij de vragen van de fractie van GroenLinks. Ik denk dat we de vragen die ook de heer Don heeft gesteld, voldoende hebben uitgediscussieerd, maar de heer Ganzevoort vroeg ook of ik met het veld in gesprek kan gaan om te voorkomen dat er een legertje van externe adviseurs gaat ontstaan. Dat zeg ik van harte toe. Daarover ga ik graag met het veld in gesprek.


Brondocumenten


Historie