T01236

Toezegging Door middel van de Aanpassingsregeling BES-eilanden zal artikel 1a, lid 2 dusdanig worden aangepast dat het voldoende is voor de niet-toepasselijkheid van de Wet toelating en uitzetting BES, wanneer één van de ouders op de BES is geboren, voor zowel minderjarige als meerderjarige kinderen. Ingevolge artikel 21 van de Invoeringswet BES (31 957) is goedkeuring achteraf door middel van een goedkeuringswet vereist (32.282)



De Minister van Justitie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Quik-Schuijt, toe artikel 1a, tweede lid van de Wet toelating en uitzetting BES door middel van de aanpassingsregeling BES-eilanden dusdanig aan te passen dat het voldoende is voor de niet-toepasselijkheid van de Wet toelating en uitzetting BES, wanneer één van de ouders op de BES is geboren, voor zowel minderjarige als meerderjarige kinderen.


Kerngegevens

Nummer T01236
Status voldaan
Datum toezegging 23 september 2010
Deadline 1 januari 2011
Voormalige Verantwoordelijke(n) Minister van Justitie
Huidige Verantwoordelijke(n) Minister van Veiligheid en Justitie
Kamerleden mr. A.C. Quik-Schuijt (SP)
Commissie commissie voor Koninkrijksrelaties (KOREL)
Soort activiteit Schriftelijk overleg
Categorie lagere regelgeving
Onderwerpen Niet-toepasselijkheid Wet toelating en uitzetting BES
Kamerstukken Wijziging van de Wet toelating en uitzetting BES (32.282)


Uit de stukken

Kamerstukken I 2009-2010, 32 282, nr. B, blz. 2 (Verslag)

Betreft artikel 1a van onderhavig wetsvoorstel zowel minderjarige kinderen als meerderjarige kinderen? Als het antwoord van de regering op voorgaande vraag bevestigend luidt hebben de leden van de SP-fractie nog een verduidelijkende vraag met betrekking tot artikel 1a, lid 3 onder b, in vergelijking met artikel 1a, lid 2. De toelichting vermeldt met betrekking tot deze bepaling dat voldoende is dat ten minste op één ouder artikel 1a, lid 3 onder a van toepassing is. Begrijpen deze leden goed dat dit betekent dat de Wet toelating en uitzetting BES niet van toepassing zal zijn op bijvoorbeeld de kinderen van een in Nederland geboren of genaturaliseerde Nederlandse moeder die ruim één jaar vóór 10 oktober 2010 met de kinderen vanuit Rotterdam naar Bonaire is verhuisd, terwijl de juridische vader in Nederland is blijven wonen in verband met zijn werk? Deze moeder en haar kinderen mogen gewoon op het desbetreffende BES-eiland blijven wonen. Zij zijn dus niet vergunningplichtig. Als de vader op de BES is geboren of genaturaliseerd, mag hij zich later zonder meer bij zijn gezin voegen. Is hij echter op Aruba geboren, dan kan hij zich alleen vervoegen bij zijn gezin na een het verkrijgen van een machtiging voorlopig verblijf en een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Als die verblijfsvergunning toegekend word zal dat waarschijnlijk zijn onder de beperking «verblijf bij echtgenote».

Met betrekking tot de kinderen van ouders die op de BES zijn geboren, geldt dat hun kinderen alleen dan buiten de Wet toelating en uitzetting BES vallen als beide ouders Nederlander zijn en op de BES zijn geboren (tenzij er slechts één juridische ouder is). Betekent dit dat, als de vader op de BES is geboren, in Nederland een kind heeft verwekt en erkend bij een in Nederland geboren en getogen vrouw, hij zich niet zonder meer met dit kind op de BES kan vestigen ná 10-10-2010, zo vragen deze leden. Hetzelfde geldt voor een op de BES geboren Nederlandse vrouw die in Nederland een kind krijgt. Als dit kind geen juridische vader heeft, kan zij met kind terug naar Bonaire gaan. Heeft een niet op een van de BES-eilanden geboren man het kind echter erkend, dan kan zij niet zonder meer met haar kind terug naar Bonaire. Het kind valt dan immers onder de Wet toelating en uitzetting BES. Dat zou mee brengen dat aan Antilliaanse vrouwen in Nederland, afkomstig van een van de BES-eilanden, geadviseerd zou moeten worden niet te trouwen of haar kinderen niet te laten erkennen indien de partner/vader niet ook op een van de BES-eilanden is geboren, als zij voornemens is om op termijn terug te keren naar haar geboortegrond. De aan het woord zijnde leden vernemen graag van de regering of zij dit goed zien. Indien het antwoord hierop bevestigend luidt, vragen zij de regering of deze dit wenselijk acht. Tevens verzoeken zij de regering de vraag te beantwoorden of zij van mening is, dat het voldoende zou moeten zijn dat één ouder op de BES is geboren als het gaat om minderjarige kinderen.

Kamerstukken I 2010-2011, 32 282, nr. C, blz. 4 (Nota n.a.v. het verslag)

In antwoord op daartoe strekkende vragen van de leden van de SP-fractie over artikel 1a van het wetsvoorstel deel ik mee dat de Wet toelating en uitzetting BES niet van toepassing noch ook van overeenkomstige toepassing zal zijn op de eilandskinderen van Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Dat geldt ook voor de kinderen van die eilandskinderen, zulks naar analogie van het artikel 1 van de Landsverordening toelating en uitzetting van de Nederlandse Antillen. Daarbij is de leeftijd van het kind van het eilandskind niet van belang. Het maakt daarbij voorts geen verschil of alleen de vader of de moeder van het kind eilandskind is, dan wel beiden dat zijn. Een en ander vergt een aanpassing van artikel 1a, tweede lid, die zal kunnen worden gerealiseerd door middel van een ministeriële regeling, de Aanpassingsregeling BES-wetten, die ingevolge artikel 21 van de Invoeringswet BES overigens nog wel goedkeuring achteraf behoeft door middel van een daartoe strekkende wet. Die aanpassing zal nog kunnen ingaan per datum transitie. Ik ben het derhalve met deze leden eens dat voldoende is voor de niet-toepasselijkheid van de Wet toelating en uitzetting BES dat één ouder op de BES is geboren, voor zowel minderjarige als meerderjarige kinderen.

De Wet toelating en uitzetting BES zal mitsdien, zoals de aan het woord zijnde leden veronderstellen, op grond van artikel 1a, derde lid, inderdaad niet van overeenkomstige toepassing zijn op bijvoorbeeld de kinderen van een in Nederland geboren of genaturaliseerde Nederlandse moeder die ruim één jaar voor datum transitie met de kinderen naar Bonaire is verhuisd, terwijl de juridische vader in Nederland is blijven wonen in verband met zijn werk. De moeder en de kinderen zijn derhalve niet vergunningplichtig en behoeven evenmin toelating tot verblijf van rechtswege. Inderdaad mag de Nederlandse vader van de kinderen, mits hij op de BES is geboren of genaturaliseerd, zich zonder meer bij zijn gezin voegen. In geval de Nederlandse vader bijvoorbeeld in Aruba is geboren, dan kan hij zich bij zijn gezin op Bonaire voegen op basis van een toelating tot verblijf van rechtswege. Als Nederlander behoeft hij geen machtiging tot voorlopig verblijf. Nederlanders zijn immers niet onderworpen aan de visumplicht en behoeven derhalve geen machtiging tot voorlopig verblijf. Omdat aan Nederlanders, niet zijnde eilandskinderen, als regel toelating van rechtswege wordt toegekend, behoeven zij in het algemeen geen verblijfsvergunning.


Brondocumenten


Historie

  • 5 juli 2011
    nieuwe status: voldaan
    Voortgang:
    Opmerking: Deze toezegging is voldaan obv het als hamerstuk aangenomen wetsvoorstel 32.616 op 28 juni 2011.
  • 14 oktober 2010
    nieuwe verantwoordelijkheid: Minister van Veiligheid en Justitie
  • 14 oktober 2010
    verantwoordelijkheid verlopen: Minister van Justitie
  • 7 oktober 2010
    nieuwe status: deels voldaan
    Voortgang:
    Opmerking: De toegezegde Aanpassingsregeling is op 7 oktober 2010 gepubliceerd in de Staatscourant. (Stcrt. 2010, nr. 15040) Tijdens de plenaire behandeling van het wetsvoorstel op 28 september 2010 heeft de minister van Justitie aangegeven dat de goedkeuringswet die verband houdt met de aanpassingsregeling naar alle waarschijnlijkheid in oktober 2010 ter advisering wordt aangeboden aan de Raad van State.
    documenten:
  • 23 september 2010
    toezegging gedaan