Plenair Van Ballekom bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 7 juni 2022 (2021/2022 nr. 32)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.59 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom i (VVD):

Voorzitter. Mijn fractie overweegt geen enkele — ik herhaal: geen enkele — motie in te dienen. Maar laat ik beginnen met een citaat. "De Europese samenwerking is een realiteit, een weg waarop teruggaan niet mogelijk is en onwenselijk voor een internationaal georiënteerd handelsland. Dat dwingt politici te werken aan verdere institutionele verbeteringen." Deze uitspraak van de ambtsvoorganger van de minister, de heer Luns, is zeker niet gedateerd, maar eerder richtinggevend voor de VVD: het voortdurend werken aan verbeteringen. Een weg terug is niet mogelijk en is ook onwenselijk vanuit een economisch en een handelsperspectief. Dat was zo in de beginperiode van de Europese Gemeenschap en dat geldt nog steeds. Samenwerking is cruciaal op tal van beleidsterreinen. Dat is sinds de oprichting van de Europese Unie, 30 jaar geleden, duidelijk. Op JBZ-terrein is eigenstandig opereren bij asiel- en migratiebeleid niet meer voorstelbaar. Dat geldt ook in de strijd tegen criminaliteit en terrorisme.

Voorzitter. Nu we het toch over boeven hebben: de oorlog in Oekraïne en het onacceptabele, meedogenloze optreden van de Russen dwingen ons de Europese samenwerking op tal van terreinen te versterken. Bij de jaarlijkse Algemene Europese Beschouwingen wordt het document de Staat van de Unie als uitgangspunt genomen. Dat zal ik dit jaar ook weer doen. Ik zal de nadruk leggen op enkele specifieke onderwerpen. Het is namelijk onmogelijk alles aan de orde stellen binnen de gestelde termijn, hoe belangrijk andere beleidsterreinen, zoals klimaat- en energiebeleid, ook zijn. Maar ook zonder Algemene Europese Beschouwingen zullen deze onderwerpen ongetwijfeld onze agenda verrijken de komende tijd.

Voorzitter. De regering vat de door de Commissie aangegeven prioriteiten in de Staat van de Unie samen in drie horizontale thema's bij de versterking van de Unie en brengt daardoor ook meer focus aan. Dat is een hele verbetering met het document van vorig jaar, dat toch eerder een droge opsomming was dan een beleidsdocument. Ik zal ingaan op deze drie thema's: de Unie als geopolitiek leider — "leider" met een korte ei — goed bestuur en respect voor rechtsstatelijkheidsbeginselen en het versterken van de economische en sociale convergentie. Naast deze drie onderwerpen zal ik kort ingaan op de bevindingen van het CPB-rapport, uitgebracht naar aanleiding van de motie-Backer, en vragen naar de resultaten van de Conferentie over de toekomst van de Europese Unie.

Nu de minister zich veelal bevindt in diplomatieke kringen zal ik minder aandacht besteden aan eigen middelen en financiële kaders. Mijn fractie heeft in dat verband nadere vragen gesteld aan de minister van Financiën en wacht met spanning de antwoorden af. Het is namelijk, zo moet u weten, voorzitter, vrij ongebruikelijk om in diplomatieke kringen over geld te spreken. Het wordt toch beschouwd als een wat vulgair onderwerp. Geld heb je en daar praat je niet over, en als je het niet hebt zeker niet. Nu kunt u zich ook een voorstelling maken van hoe benard de positie is van een financiële raad op een vertegenwoordiging of een ambassade. Dat neemt niet weg dat de VVD-fractie met instemming uit de verstrekte informatie opmaakt dat de regering geen voorstander is van een in te stellen moderniseringsfonds, noch van een sociaal fonds in het kader van "Fit for 55"-plannen en ook de aanpassing van het Meerjarig Financieel Kader wenst te voorkomen. Als de minister deze wat ordinaire passages in de Staat van de Unie onomwonden kan bevestigen, dan zou mijn fractie dat bijzonder op prijs stellen.

Laten we beginnen met een sterker Europa in de wereld. Europa moet een speler zijn en geen speelveld. Dat is een populaire oneliner die sinds 24 februari jongstleden toch in een wat andere context is komen te staan. De regering verwijst voor concrete beleidsmaatregelen naar het onlangs in maart vastgestelde Strategisch Kompas. Maar als je de 47 pagina's leest, moet je vaststellen dat het voornamelijk een opsomming is van goede voornemens en het streven naar een intensievere samenwerking met tal van bilaterale partners, regionale en multilaterale organisaties. Betere samenwerking is natuurlijk nastrevenswaardig, maar wat is de inzet? Wat wil je bereiken? Organisaties als de Afrikaanse Unie, waarmee ik in het verleden regelmatig te maken heb gehad, blinken niet uit in efficiëntie en hebben ook weinig bevoegdheden. Kortom, de vraag aan de minister is wat de regering voor ogen staat.

Versterking van de EU-NAVO-samenwerking is natuurlijk uitstekend. Maar van een eigenstandige rol van meneer Borrell en zijn GBVB-instelling, de zogenoemde External Action Service, waarin ook nog wel een efficiencyslag kan worden gemaakt, wordt mijn fractie niet echt blij. Ook hier de vraag: hoe dient de versterkte samenwerking er concreet uit te zien? Wordt de rol van de individuele lidstaten ondergeschikt gemaakt aan de EU-inbreng? Wordt er een extra besluitvormingslaag geïntroduceerd voordat er tot actie kan worden overgegaan? En wat is de rol van het Europees Parlement op dit terrein? In het strategisch document wordt ook gesproken over een snellere besluitvorming. Kan de regering aangeven hoe dit te bereiken binnen de huidige verdragsbepalingen? Ook dient er in dit kader sprake te zijn van grote financiële solidariteit en soliditeit. Dit wordt niet uitgewerkt. De minister kan de VVD-fractie vast uitleggen wat hiermee wordt bedoeld.

Ten slotte. Er wordt ook een snel inzetbare EU-capaciteit opgericht van wel 5.000 manschappen. Prachtig. Maar waarom 5.000? Is dat niet te bescheiden? Bij welke situaties worden deze troepen ingezet? Wie voert het commando? Op welke wijze is de NAVO betrokken en hoe wordt de rekening betaald? Europa moet sterker, onafhankelijker, efficiënter en effectiever worden. Dit staat te lezen op vrijwel elke bladzijde van het document. Voor het GBVB zou dat functioneren moeten worden verbeterd door invoering van besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. Dit versterkt het democratische Europa tegen de aan invloed winnende autocraten. Dat is door de minister nog eens benadrukt in zijn Europa-speech op Schumanndag, 9 mei jongstleden. Dat beeld wil ik toch enigszins nuanceren.

Neem de Franse president. De huidige is kennelijk een groot voorstander van besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid. De Franse president dient op binnenlands terrein zijn invloed te delen met de regering, hetgeen soms een wat moeilijke cohabitation oplevert, kijk maar naar Mitterand en Chirac. Die samenwerking ging niet altijd van een leien dakje. Op buitenlands politiek terrein is de president vrijwel autonoom. Hij consulteert noch zijn premier, laat staan de Assemblée nationale. De sfinx Mitterand was daar een duidelijk voorbeeld van. De vraag laat zich stellen waarom de Franse president de buitenlandvertegenwoordiger Borrell zou bellen als hij zijn eigen minister-president niet eens belt, anders dan om hem opdrachten te geven. Dat verstaan wij niet onder een versterking van de samenwerking. En ik heb nog een nuance. Soms wordt er al besloten met gekwalificeerde meerderheid, zoals bij de herverdeling over de lidstaten van 120.000 vluchtelingen in 2015. Dat beleid, dat zonder unanimiteit is aangenomen, is totaal mislukt en heeft de verwijdering tussen Polen, Hongarije en nog wat andere lidstaten en Brussel vergroot.

Ter afronding van dit onderwerp: mocht er een besluit worden genomen met een meerderheid of een gekwalificeerde meerderheid via een nieuw besluitvormingsmechanisme, houden dan de landen die overruled zijn zich aan de gemaakte afspraken bij het ontbreken van een werkend sanctiemechanisme? Ik meen het te betwijfelen. Ik heb een puur hypothetisch voorbeeld. Wat zou de Unie gedaan hebben als Hongarije via de bestaande rechtstreekse oliepijplijn, die niet over EU-grondgebied loopt, een importverbod ontwijkt? Niets. Vandaar dat ze de afgelopen week hun zin hebben gekregen door dit onderdeel uit te zonderen van een mogelijke boycot op termijn. Gaarne een reflectie van de minister.

Het tweede onderwerp dat ik wil aansnijden, is het belang van goed bestuur en de beginselen van rechtsstatelijkheid. De regering hecht hier veel belang aan en het is gebleken tijdens het debat dat wij hierover in februari hebben gevoerd, dat dit is vastgelegd in de Staat van de Unie.

Mevrouw Karimi i (GroenLinks):

Geheel in de traditie van de VVD, zoals we die al decennia kennen, worden er veel vragen, sceptische vragen ook, gesteld, bijvoorbeeld over de meerderheidsbesluitvorming. Ik ben benieuwd of er in de visie van de VVD na 24 februari iets is veranderd ten aanzien van hoe de Europese Unie zich wereldwijd moet positioneren.

De heer Van Ballekom (VVD):

Het beleid van de VVD is altijd pragmatisch en realistisch. Daar is nooit wat in veranderd.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ja, pragmatisch en realistisch. Heeft u ook een visie of zegt u de heer Rutte na: een visie is een olifant in de kamer en die hoeven we niet te hebben? Begrijp ik dat dit de positie van de VVD is?

De heer Van Ballekom (VVD):

Nou, als u mijn speech uithoort, dan zult u horen dat er wel degelijk een duidelijke visie neergelegd wordt.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Karimi.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Mijn vraag was de volgende. De agressie van Rusland, die zich niets aantrekt van de internationale rechtsorde, en de bedreigingen die wij zien, hebben een situatie veroorzaakt waarbij iedereen met reflectie bezig is. Mijn vraag is wat eigenlijk de reflectie van de VVD is op de positie van de EU in de wereld.

De heer Van Ballekom (VVD):

Een van de reflecties, mevrouw Karimi, is dat de VVD altijd gepleit heeft voor een sterke defensie en dat we nu versneld naar de 2% van het bnp gaan. Dat is in het verleden niet door elke partij bepleit.

De heer Otten i (Fractie-Otten):

Ik was even getriggerd door de ronkende tekst van de heer Van Ballekom aan het begin van zijn betoog. Geld, dat heb je en daar praat je niet over; dat is blijkbaar het VVD-standpunt. Mijn vraag aan de heer Ballekom is: wat zegt u dan met dit standpunt — dat blijkbaar bon ton is binnen de VVD — tegen de miljoenen mensen die nu hun energierekening niet meer kunnen betalen en die in serieuze problemen komen door de inflatie en de energievoorziening vanuit Rusland, die stopt door de oorlog in Oekraïne? Heeft u daar ook een gevat motto voor? Dat is mijn vraag aan de heer Van Ballekom.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik heb die opmerkingen gemaakt, meneer Otten, richting de minister van Buitenlandse Zaken, die ik, toen hij hier in zijn hoedanigheid van minister van Financiën zat, heb gegrilld op eigen middelen en financiële onderwerpen. Dat doe ik nu wat minder. Dat lot is nu mevrouw Kaag beschoren. Dat heb ik reeds gedaan in de inbreng over de voorstellen die de Europese Commissie eind vorig jaar heeft gepresenteerd.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Maar dat was niet mijn vraag.

De heer Van Ballekom (VVD):

Nee, uw vraag …

De heer Otten (Fractie-Otten):

Mijn vraag was: wat zegt u tegen die miljoenen Nederlanders die nu hun energierekening niet meer kunnen betalen, of die voor €10 per uur koffers moeten sjouwen op Schiphol, waar zij niet van rond kunnen komen? Dan kun je wel zeggen: geld, daar praat je niet over. Dat kun je misschien bij de VVD zeggen, maar dat gaat niet op voor 80% van Nederland, of in ieder geval voor de helft van Nederland. Wat is uw boodschap aan die mensen? Dat mis ik even.

De heer Van Ballekom (VVD):

U trekt mijn opmerking geheel uit haar verband, meneer Otten. Ik heb die opmerking gemaakt richting de minister van Financiën. Het loon- en inkomensbeleid wordt niet bepaald in een Europadebat, maar tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen of de Algemene Politieke Beschouwingen. Ik denk dat het huidige kabinet, met de voorzet die het genomen heeft in de Voorjaarsnota, een goede start heeft gemaakt om het leven van de mensen die het moeilijk hebben in ieder geval wat te verlichten.

Had u nog meer vragen?

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog, meneer Van Ballekom. En wilt u voortaan via de voorzitter spreken?

De heer Van Ballekom (VVD):

De regering hecht zoals gezegd belang aan de beginselen van rechtsstatelijkheid. De regering hecht hieraan veel belang en dat is ook gebleken in het debat dat wij gehouden hebben in februari. Dat is ook vastgelegd in de Staat van de Unie. Het is een goede zaak dat de regering krachtig blijft optreden om de democratische en rechtsstatelijke waarden te beschermen. De uitspraak van het Hof van Justitie over de MFK-rechtsstaatverordening wordt verwelkomd. Mijn fractie is benieuwd waaruit dat krachtige optreden concreet bestaat. Heeft het nog geleid tot initiatieven om de procedures te verbeteren en die niet alleen te beperken tot de MFK-rechtsstaatverordening?

Mocht de conferentie over de toekomst van Europa nog leiden tot initiatieven tot wijziging van het verdrag, dan is het zaak om artikel 7 van het huidige verdrag zodanig aan te passen dat het geen dode letter blijft. Verbetering van de regels om afdwingbaarheid van overeengekomen beleid te vergroten kan cruciaal zijn met het oog op eventuele toekomstige uitbreidingen van de Unie. De bevindingen van de Europese Rekenkamer over de gebrekkige voortgang met de ontwikkeling van de rechtsstaatbeginselen bij de potentieel toetredende landen op de westelijke Balkan worden door de regering onderschreven. Die baren zorgen, zo kunnen wij lezen. Geconstateerd wordt dat er simpelweg een gebrek aan politieke wil is. Zonder aanpassing van artikel 7 wordt de uitbreiding van de Unie in onze ogen een hachelijke zaak. Onderschrijft de regering deze visie?

De noodzaak om te werken aan effectieve sanctieprocedures is de afgelopen week maar weer eens gebleken. Polen heeft met wat windowdressing de Commissie overgehaald om de blokkade op de uitbetaling van de herstelfondsgelden op te heffen. De Poolse rechterlijke macht vindt de aanpassingen absoluut onvoldoende en binnen de Commissie is er zelfs over gestemd. Dit komt, evenals in de Nederlandse ministerraad, zelden voor. Onze eigen Commissaris heeft daar ook een duidelijk commentaar op gegeven. Ook Hongarije heeft na weken chicaneren, van de olieboycot een ineffectief instrument gemaakt: de boycot gaat slechts gedeeltelijk in en dan ook nog op termijn. Het geeft de heer Poetin alle tijd om alternatieve afzetmarkten te vinden.

De democratische legitimiteit moet worden verbeterd. Terecht. Daarbij is het respecteren van gemaakte afspraken cruciaal. En nu we het toch over nieuwe toetreders hebben: is het niet aantrekkelijker voor de geïnteresseerde staten de handels- en associatieverdragen nog lucratiever te maken dan het eindeloos moeten wachten in een wachtkamer? Decennia onderhandelingen leiden tot frustratie. Turkije is daarvan een voorbeeld. In het geval van Oekraïne denk ik dat het een goede zaak is als Europa zich van zijn beste kant laat zien door alle handelsbelemmeringen te slechten en een maximale bijdrage te leveren aan de wederopbouw. Het onlangs door de heer Macron geopperde idee voor een b-lidmaatschap van de Europese Unie zal op weinig enthousiasme kunnen rekenen. Dat idee is bij de vorige toetredingsgolf ook al eens gelanceerd, maar een stille dood gestorven.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ik kom graag op het punt van Polen. De heer Van Ballekom heeft daarover terecht kritisch gesproken. Maar is hij het met mij eens dat, nu het uitvoeringsbesluit ter goedkeuring voorgelegd gaat worden aan de ministers, de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken daartegen moet stemmen?

De heer Van Ballekom (VVD):

Nou, ik heb begrepen dat er vandaag over wordt gedebatteerd in het Europees Parlement en dat het zelfs heeft geleid tot een motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen. Laten we even afwachten hoe die discussie gaat verlopen. Ik dacht dat het initiatief genomen was door een bekende D66-voorvrouw in het Europees Parlement. Ik denk dat de regering evenzo kritisch zal zijn als de VVD-fractie in de Europese Raad, of in welke raad dit onderwerp ook besproken mag worden.

Mevrouw Karimi (GroenLinks):

Ja, dat was weer een antwoord. De heer Van Ballekom kan toch niet kiezen: als het mij goed uitkomt, schuif ik besluitvorming door naar het Europese Parlement? Wij zijn hier in debat met onze regering, met onze minister van Buitenlandse Zaken. Hij zal hoogstwaarschijnlijk hierover zijn mening moeten geven. Dan is het natuurlijk goed als we ook van de VVD horen wat hij moet doen.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik denk dat ik heel duidelijk ben, mevrouw Karimi: wij moeten bijzonder kritisch zijn. De VVD zou er geen traan om laten als de Europese Commissie terugkomt op het genomen besluit.

Ten derde, voorzitter, het versterken van de sociale en economische convergentie. De beste garantie voor een opwaartse sociale en economische convergentie is goed bestuur, het bestrijden van corruptie, het koesteren van de democratische procedures, het verbeteren van de werking van de interne markt en het slechten van handelsbarrières via het sluiten van handelsverdragen. Daartoe behoort ook CETA, het handelsverdrag met Canada. Het is terecht dat de regering in de Staat van de Unie dit benadrukt, ook omdat het rechtstreeks van belang is voor het verdienvermogen van Nederland. Het doorvoeren van hervormingen en houdbare publieke financiën zijn noodzakelijk om voldoende buffers op te bouwen voor de toekomst. De VVD onderschrijft deze visie van de regering. Maar is het dan wel verstandig het naleven van de verdragsbepalingen op dit terrein wederom met een jaar uit te stellen, zeker in het licht van de opmerking van de president van de Europese Centrale Bank dat tot september nog twee renteverhogingen te verwachten zijn? Deze hebben al een impact op de Nederlandse begroting met een extra tegenvaller van 5 miljard vanwege de gestegen rente op staatsobligaties. Maar deze effecten zullen versterkt merkbaar zijn in de grote tekortlanden en ze kunnen de groei en versterking van de convergentie ernstig bemoeilijken, alle dure hersteloperaties ten spijt. Het verdienvermogen, voorzitter. Dat is een mooie overgang naar het CPB-rapport dat is verschenen naar aanleiding van de motie van collega Backer over de voordelen van het Europese lidmaatschap. De methode concentreert zich op de handelsbaten. Het is natuurlijk heel natuurlijk en begrijpelijk dat de lasten voor het handelsverkeer lager zijn met de EU en de interne markt dan zonder de EU, maar er zijn meer methoden.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Even terug naar waar de heer Van Ballekom het net over had: de renteverhogingen en de convergentie die afneemt. Dat standpunt deelt onze fractie ook. We weten allemaal dat Italië een staatsschuld heeft, ik dacht van 1.800 miljard — ik weet het niet precies — maar in ieder geval 170% tot 180% van het bnp. Als de rente gaat stijgen, wat nu wereldwijd gaande is, hoe denkt de heer Van Ballekom dan die convergentie in de eurozone te kunnen handhaven? Hoe ziet u dan de oplossing daarvoor? Wij hebben een tegenvaller van 5 miljard, maar daar is het straks een tegenvaller van 100 miljard of meer. Hoe ziet u de eurozone dat dan oplossen?

De heer Van Ballekom (VVD):

In mijn tijd had Italië weliswaar een hoge schuld, maar leende het nauwelijks op de openbare kapitaalmarkt, omdat de Italianen bij een oproep van de president van de Italiaanse Republiek en masse staatsobligaties gingen kopen. Dat deden ze overigens in België ook. Ik weet niet wat er in Nederland zou gebeuren als onze premier zou zeggen "je moet staatsobligaties kopen". Ik denk dat heel veel mensen dan à contraire gaan redeneren en zeggen: er zal wel wat aan de hand zijn, dus ik verkoop ze maar. Maar oké, zo zit dat in België en Italië. Bovendien vind ik Italië nog niet het belangrijkste probleem, want Italië heeft een handelsoverschot. Dat is in zulk soort gevallen een vertrouwenwekkend kussen, om het zo maar te zeggen.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Dat laatste ben ik met de heer Van Ballekom eens. Het klopt dat minister-president Rutte niet zegt "koop staatsobligaties". Dat hoeft niet, want die worden in Nederland al door de pensioenfondsen gekocht. Die hebben 1.500 miljard in beheer en daar zitten allerlei politici in besturen, ook een aantal Eerste Kamerleden. Die worden via die weg gekocht, dus dat is een andere situatie. Ik wil de heer Van Ballekom er overigens wel even op wijzen dat de Italiaanse bond market na de Verenigde Staten de grootste bond market ter wereld is, juist omdat deze schuld zo hoog is. Als de rente stijgt, dan komt er toch een punt ... Of is de heer Van Ballekom van mening dat als je maar genoeg liquiditeit hebt in je land, je ook wel 300% of 400% schuld kunt handhaven? Want dan staat ons nog wat te wachten.

De heer Van Ballekom (VVD):

Nee, en dat is ook wel gebleken uit de interventies die ik heb gehouden tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Sommige partijen in dit huis zeiden toen: "Meneer Van Ballekom, u behoort tot de oude stempel. Het geld is gratis, dus we moeten maar zo veel mogelijk lenen om de problemen van de maatschappij op te lossen." Ik heb toen gezegd, en dat kunt u teruglezen in de notulen van de vergadering, dat het niet voor niks zo is dat de criteria in het Verdrag van Maastricht staan en dat er een terughoudend begrotingsbeleid moet worden gevoerd, omdat het uiteindelijk altijd zal leiden tot inflatie. Dat is ook gebeurd en die is nog aangezet door de onverkwikkelijke oorlog in Oekraïne.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Otten.

De heer Otten (Fractie-Otten):

Dan zou ik de heer Van Ballekom toch nog even willen wijzen op het altijd uitmuntende blauwe boekje, pagina 63. Daar kan hij precies alle staatsschulden van de Europese landen zien. Dan zult u zien dat alle niet-eurolanden in het rijtje zitten van de landen die aan de criteria voldoen. En alle landen die daar niet aan voldoen, zijn eurolanden. Nederland is een van de weinige eurolanden die zich houden aan die criteria. Ik heb dat ook gezegd en dat kunt u ook nakijken. Als de heer Van Ballekom met een grote groep gaat dineren, iedereen biefstuk en champagne neemt en de heer Van Ballekom een broodje kaas en een glaasje melk, dan is hij de facto die anderen aan het subsidiëren. Dat is natuurlijk wat wij aan het doen zijn. Als je dus mee wilt doen met dit systeem, had je beter wat meer geld kunnen lenen toen het geld gratis was. Dat klopt. Dat was ons standpunt, maar ja, het is nu te laat.

De heer Van Ballekom (VVD):

Lenen om te lenen vind ik ook een heel onverstandig standpunt. De regering-Rutte II heeft met erg veel inzet en kracht de begrotingstekorten teruggebracht tijdens de financiële crisis. Dat hervormingsbeleid heeft gewerkt, want de groeicijfers van de Nederlandse economie waren voor de coronacrisis disproportioneel hoog in vergelijking met andere lidstaten. Dus dat beleid werkt. Wanneer je bezuinigingsbeleid doorvoert, betekent dat niet dat dat ten koste gaat van je economische groei, integendeel.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Begrijp ik de heer Van Ballekom goed dat hij zojuist zei dat met de verwachte renteverhogingen door de ECB, van twee keer 0,25%, in juli en september, de rentelasten van de Staat met 5 miljard stijgen? Of bedoelde hij dat de stijging van de tienjaarsrente de oorzaak is van een enorme stijging van de rente op onze staatsschuld? De tienjaarsrente was in december namelijk -0,2% en die is nu 1,6%. Dat is dus bijna 2% rentestijging in een halfjaar.

De heer Van Ballekom (VVD):

Dan heb ik me verkeerd uitgedrukt, waarvoor mijn excuses. De renteverhogingen sinds december afgelopen jaar hebben al geleid tot een tegenvaller in de staatskas van 5 miljard. Ik heb in mijn betoog gezegd dat de voorzitter van de Europese Centrale Bank nog twee renteverhogingen heeft aangekondigd, tot aan september. Dat zal niet ongemerkt blijven voor de staatskas. Daar gaan we de minister van Financiën, Kaag, natuurlijk uitdrukkelijk over bevragen tijdens de Politieke en Financiële Beschouwingen in het najaar.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Daar kijk ik ook al naar uit. De heer Van Ballekom en ik zijn het erover eens dat de tienjaarsrente in een halfjaar met bijna 2% gestegen is, naar 1,6% vandaag. Dat is een stijging van bijna 2%. Vindt u niet dat het hoog tijd is om gewoon in het bestaande stelsel de pensioenen te indexeren, omdat de dekkingsgraad nu door het dak gaat en door die bijna 2%-stijging met 40% gestegen is?

De heer Van Ballekom (VVD):

Nou, meneer Van Rooijen, ik kijk uit naar de debatten in deze Kamer over de herziening van het pensioenstelsel. Daarbij zal het punt van de rekenrente door u naar alle waarschijnlijkheid toch naar voren worden gebracht. Maar ik zou dat debat nu, vanmiddag, niet willen voeren.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Maar dat was mijn vraag niet. Mijn vraag ging niet over het toekomstig pensioenstelsel, dat er wellicht nooit komt en er ook niet hoeft te komen. Als de rekenrente 2% is, dan kan er namelijk gewoon geïndexeerd worden. Daar heb je geen nieuw stelsel voor nodig. Maar bent u het met mij eens dat het heel redelijk is om dit jaar al een forse indexatie van de pensioenen mogelijk te maken, omdat de rekenrente en de tienjaarsrente nu door het dak gaan? Dat staat helemaal los van welk debat dan ook in de Tweede en de Eerste Kamer over een stelsel dat er waarschijnlijk nooit komt.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Van Ballekom (VVD):

Of dat stelsel er nooit komt, weet ik niet. Ik denk dat wij binnenkort voorstellen van de regering kunnen verwachten. Die zijn al in behandeling in de Tweede Kamer, dus die zullen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook hier komen. Dan voer ik graag het debat.

De voorzitter:

Dan keren we nu terug naar de Algemene Europese Beschouwingen.

De heer Van Ballekom (VVD):

We hadden de methode van de handelsbaten om het voordeel van de Europese Unie te berekenen, maar er zijn meer methoden. De heer Backer zal dit misschien nog wel even nalezen. Een van die methoden wordt ook aangestipt in het witboek van Lord Cockfield uit 1985 over de effecten van het realiseren van een interne markt. De effecten daarvan waren eveneens positief voor Nederland, maar relatief positiever voor gesloten markten, zoals Spanje onder Franco en Portugal onder Salazar. Dat is ook begrijpelijk, want deze markten werden opengegooid en dat genereerde een enorme impuls. Die impuls was er ook voor Nederland, alleen in mindere mate, want onze economie wás al open.

Hetzelfde gold voor de effecten van de invoering van de euro. De landen met een relatief zwakke munt, zoals de peseta, de drachme en de escudo, profiteerden in eerste instantie het sterkst. Het leidde ertoe dat de Grieken boven hun stand gingen leven, met alle gevolgen van dien, zoals we later ervaren hebben. Ook in dit verslag van het CPB komt eenzelfde beeld naar voren: kleine landen profiteren meer — dat is logisch, want die hebben een kleinere thuismarkt — en landen die voorheen een gesloten economie kenden, zoals in Oost-Europa, profiteren disproportioneel; het beste voorbeeld is Polen. Nederland profiteert eveneens, en dat geldt ook voor België, Luxemburg, Ierland en allerlei andere Oost-Europese landen. Bij de invoering van de interne markt en de euro werden de structuurfondsen telkens in omvang verdubbeld. Voor deze landen sneed het mes dus aan twee kanten. Dat is ze gegund, als ze ook maar de regels zouden hebben gehandhaafd en het voortbestaan van het systeem niet op scherp hadden gezet door het vervalsen van statistische gegevens of het domweg niet naleven van gemaakte afspraken. Dit alles neemt niet weg dat Nederland er baat bij heeft, maar dat is niet disproportioneel. Daar staat tegenover dat we ook relatief het meest betalen aan de Europese Unie.

Kortom, dit alles toont aan dat we de interne markt moeten koesteren en de eurozone moeten versterken, maar het moet wel in perspectief geplaatst worden. Het moet niet zo zijn dat alle oneffenheden en haperingen met de mantel der liefde moeten worden bedekt, omdat we bovenmatig voordeel zouden genieten. In de visie van de VVD moeten we ons continu inzetten voor verbeteringen in het systeem, om welvaart en welzijn te vergroten en daarmee ook het cynisme te bestrijden.

Voorzitter. Dit voert mij direct naar het laatste onderwerp dat ik wil behandelen: het aanbrengen van verbeteringen in het systeem. Daar zijn we allemaal groot voorstander van, lijkt mij. Maar als daar een verdragswijziging voor nodig is, waar denkt de regering dan aan? Zoals eerder aangegeven in mijn betoog is het invoeren van meerderheidsbesluitvorming niet altijd de oplossing. De passages over het burgerforum, zoals in de Staat van de Unie, overtuigen mijn fractie niet direct. Het instellen van een forum werkt niet per definitie. In de eerste plaats zullen veelal de burgers betrokken willen zijn die interesse hebben in het wel en wee van de Unie. Dat is naar alle waarschijnlijkheid een zeer select gezelschap. De interesse is niet zo groot. Dat blijkt wel uit de opkomstpercentages bij de Europese verkiezingen.

Wat is het resultaat als al die enthousiaste plannen en ideeën die geopperd zijn, geen doorgang vinden? Ik geloof niet dat daarmee de kloof tussen kiezer en gekozene versmald wordt. Kortom, de beste representatieve burgerfora die wij kennen — en dat zijn er heel veel — zijn de volksvertegenwoordigers in de Kamer, de Staten en de raden. Een appreciatie van de regering van de uitkomsten van de conferentie wordt binnenkort gepresenteerd. Jammer genoeg kon dat niet voorafgaand aan dit debat. Mijn fractie ziet uit naar de opinie van de regering. Misschien kan de minister hedenmiddag nog een tipje van de sluier oplichten, zodat we dit alsnog kunnen meenemen in het debat.

Voorzitter. De VVD-fractie is benieuwd naar de reactie van de minister op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ballekom. De heer Koole.

De heer Koole i (PvdA):

Op dat laatste punt, over de burgerfora, proef ik toch ook enige kritiek bij de heer Van Ballekom. Ik ben het met hem eens dat je daar wat betreft de uitkomsten niet blind op kunt varen. Is hij het met mij eens dat het informeren van het grote publiek, dus niet zozeer het ophalen van ideeën via burgerfora, maar het informeren van het grote publiek over wat Europa betekent en wat de Nederlandse inbreng daarbij is, van groot belang is om in ieder geval ook het draagvlak onder de bevolking op peil te houden?

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat is absoluut van groot belang. Er is onvoorstelbaar veel informatie beschikbaar. Er is veel meer openbaar dan menigeen veronderstelt. Maar ik kan nu eenmaal niemand dwingen om die informatie tot zich te nemen, hoewel ik iedereen zou aanraden om dat wel te doen. Daar moet je een zekere masochistische inslag voor hebben, zoals ik die heb.

De heer Koole (PvdA):

Daarom sprak ik ook niet van informatie, want die is er heel veel, maar van het informeren. Dat is een activiteit waarbij je de beschikbare informatie toegankelijk brengt naar grote delen van de bevolking, zodat zij weten wat er speelt in Europa — Europa, dat zo van groot belang is voor iedereen. Is de heer Van Ballekom het met mij eens dat die activiteit zou moeten worden opgevoerd?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ook dat ben ik met u eens, meneer Koole.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Ballekom. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Minister, bent u in de gelegenheid om direct te reageren op de vragen uit de Kamer? Dat is het geval. We wachten even tot het spreekgestoelte geplaatst is.

Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Zaken.