Plenair Koffeman bij behandeling Wijziging van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie in verband met beperking van de CO2-emissie



Verslag van de vergadering van 29 juni 2021 (2020/2021 nr. 43)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 19.32 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter. Dank u wel. Het Nederlandse spreekwoord "door de bomen het bos niet meer zien" heeft eigenlijk een nieuwe betekenis gekregen in deze hele biomassadiscussie. Er wordt gesproken over contingenten, over laagwaardig en hoogwaardig, maar het wordt er niet heel veel duidelijker op. Het is wel zo — en dank daarvoor — dat deze staatssecretaris de eerste bewindspersoon is die toegeeft dat er bomen in het buitenland gekapt worden om in Nederland opgestookt te worden. Dat is door de heer Wiebes altijd ontkend. Ook minister Schouten heeft gezegd: nou, ik weet daar helemaal niets van. Maar ik meende dit nu toch gehoord te hebben en als ik dat verkeerd verstaan heb, dan hoor ik het graag in de volgende termijn.

Dan het punt van het streven naar meer helderheid. Er zijn afspraken gemaakt over wat we wel en niet aan CO2-uitstoot meetellen op het gebied van biomassa. Wij zijn als fractie enthousiast over het feit dat er geen nieuwe subsidies afgegeven worden, maar het is nog onvoldoende duidelijk of die oude subsidies niet gewoon verlengd gaan worden. Het gaat om een bedrag van 9,5 miljard euro. Dus niet alleen de CO2-boekhouding moet op orde zijn maar ook de subsidieboekhouding. Om die reden wil ik de volgende motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Koffeman, Faber-van de Klashorst, Gerkens, Raven, Otten, Dessing, De Vries en Van der Linden wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet een voorlopige subsidiestop heeft aangekondigd op houtige biomassa;

overwegende dat het stoken van houtige biomassa schade veroorzaakt aan de natuur en vervuilender is dan het stoken van kolen;

verzoekt de regering definitief geen nieuwe of verlengde subsidies te geven op het stoken van houtige biomassa,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter F (35668).

De heer Koffeman (PvdD):

Een vraag die nog niet beantwoord is door de staatssecretaris, is die over de zorg die we hebben over nieuwe subsidies, namelijk die voor het ter beschikking stellen van flexibel vermogen. Kan de staatssecretaris garanderen dat gebruik van biomassa wordt uitgesloten van deze nieuwe subsidie? Ook in het kader daarvan dien ik een motie in; ik denk als ondersteuning van beleid, wat dus geweldig zou zijn.

De voorzitter:

Door de leden Koffeman, Gerkens en Raven wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een beperking op het stoken van kolen in energiecentrales tot 2024 onvoldoende uitzicht biedt op het behalen van de klimaatdoelen van 2030;

verzoekt de regering de voorgestelde reductie van kolenstook te verlengen tot 2030 en het vervangen van kolenstook door het stoken van houtige biomassa te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter G (35668).

Dank u wel, meneer Koffeman. Wenst een van de leden in de tweede termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Staatssecretaris, bent u in de gelegenheid om direct te reageren op de vragen van de Kamer? Nee? Dan wenst u een schorsing. Ongeveer hoeveel minuten wenst u een schorsing? Een kwartier?

Staatssecretaris Yeşilgöz-Zegerius:

Twintig minuten.

De voorzitter:

Twintig minuten. Dan schors ik de vergadering tot 20.00 uur.