Plenair Pijlman bij voortzetting behandeling Burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs



Verslag van de vergadering van 15 juni 2021 (2020/2021 nr. 41)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.50 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Pijlman i (D66):

Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording. U begon met "diep in mij schuilt de geschiedenisleraar". Nou, dat hebben we dan gemeen. Ik herinner mij dat toen ik net begonnen was als leraar maatschappijleer, ik op een vrijdagmiddag les mocht geven aan een 4 havo-klas, tussen half drie en half vijf. Ik moet u zeggen, dat was even een opgave. Gelukkig is de status veranderd, zoals u ook zei. Maar er is één ding wat in dit kader toch echt nog moet veranderen: het moet een vak zijn dat je niet kunt compenseren. Ik denk dat de curriculumcommissie daarop terugkomt. Je moet er zeker van zijn dat ook kinderen voor juist die basiswaarden van onze samenleving gaan.

Deze wet is inderdaad een grote verbetering. Als je ziet wat er sinds 2006 is gebeurd, wat de onderwijsinspectie en de Onderwijsraad erover hebben gezegd en wat het themaonderzoek heeft opgeleverd, dan moet je vaststellen dat deze wet een grote verbetering is. Ik ben blij dat u voor een brede benadering hebt gekozen, zoals ik al eerder heb gezegd. Maar we weten ook allemaal: we zijn er nog niet. Ook in de handhaving, in het toezicht, heb je een curriculumverandering nodig en dat gaat nog een paar jaar duren.

In het verband van de curriculumverandering verwijs ik nogmaals — u hebt op Beatrice de Graaf gewezen — naar de universiteit van Utrecht, die prachtig materiaal heeft ontwikkeld om de Grondwet en de doorleving van de Grondwet door kinderen in de hele doorlopende leerweg centraler te stellen in het curriculum. Waarom? Omdat de hele wordingsgeschiedenis van onze rechtsstaat mooi laat zien hoe je artikelen binnen de Grondwet moet wegen.

Voorzitter. Ik heb vorige week een oproep gedaan aan profielorganisaties om zich niet alleen maar te verzetten tegen deze wet, maar eerder vanuit een positieve grondhouding na te denken hoe ook zij scholen kunnen ondersteunen die worstelen met dit onderwerp. Ik vond het verheugend dat VGS zich ook bij mij heeft gemeld met "laten we er eens over praten hoe dat zou kunnen". Ik heb nog niet teruggemaild, maar dat gesprek gaan we zeker aan. U zei het heel mooi: bij vrijheid van onderwijs hoort wederkerigheid. Ik weet dat vrijheid van onderwijs voor u een groot goed is. Van mij mag die vrijheid worden bijgesteld, zonder de vrijheid van onderwijs helemaal weg te gooien. Maar er hoort ook verantwoordelijkheid bij voor de staat en de opvattingen van de rechtsstaat zoals we die kennen.

Voorzitter. Ik heb erop aangedrongen om een aantal scholen nader onder de loep te nemen. Ik heb de orthodoxe scholen genoemd van Joodse, islamitische en reformatorische huize. Dat wordt ondersteund door het themaonderzoek dat er is geweest. De incidenten in de media waren vooral op deze drie schooltypes gericht, maar het themaonderzoek laat zien dat er in de breedte best nogal wat aan de hand is. Ik dank de minister voor de toezegging dat wij een rapportage over het toezicht zullen krijgen. Dat lijkt mij heel erg belangrijk. Ik proefde bij de minister handelingsverlegenheid toen het over de achterliggende vraag ging hoe we ouders kunnen aanspreken op hoe zij de leraar recht doen; mevrouw Sent heeft er mooie, behartigenswaardige woorden over gesproken. Het gaat je natuurlijk door merg en been als je bij de geschiedenisles niet meer de holocaust aan de orde durft te stellen. Dan is er wel wat aan de hand. Natuurlijk is dat relatief gezien maar op een aantal scholen het geval, maar zo'n leraar staat wel alleen. En aangifte doen … Ja, je weet ook hoe dat soms gaat en dat de druk op die leraar alleen maar groter wordt. Ik heb in mijn eerste instantie gevraagd of de inspectie bij handelingsverlegenheid meer bevoegdheden zou moeten krijgen. De minister zegt dat hij hierover met een aantal partners in gesprek is. Ik weet zeker dat de minister de intentie heeft om daar iets aan te doen, maar dat hij ook zoekt naar wat hij in handen heeft. Ik zou de minister willen vragen om de Kamer eens wat meer informatie te geven over wat dan de zoekrichting is, want dit willen we met elkaar niet en hier moet paal en perk aan worden gesteld.

Ten slotte, voorzitter. Zoals ik net zei zijn we er nog niet met deze wet. Het zal ook nog enige tijd duren voordat de inspectie dat toezicht volledig voor elkaar heeft. Daarom wil ik graag een motie indienen om in de tussentijd bij een aantal risicoscholen te beginnen met dat toezicht.

De voorzitter:

Door de leden Pijlman, Sent, Backer en Van der Voort wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat burgerschapsonderwijs een wettelijke verplichting is voor scholen sinds 2006;

overwegende dat veel scholen er tot nu toe onvoldoende invulling aan hebben gegeven;

overwegende dat het genoemde wetsvoorstel nog ingevuld gaat worden door wijziging van het curriculum, maar dat dit nog enige jaren zal duren;

overwegende dat zich incidenten hebben voorgedaan op orthodoxe scholen, waaronder islamitische en reformatorische scholen;

overwegende dat daarbij de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat niet werden onderwezen en dat de schoolcultuur in strijd was met de in het wetsvoorstel en de memorie van toelichting genoemde waarden;

spreekt als oordeel uit dat de Inspectie van het Onderwijs bij voorrang toeziet op de uitvoering van genoemd wetsvoorstel op deze risicoscholen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter G (35352).

Dank u wel. Vervolgens geef ik het woord aan de heer Doornhof namens de fractie van het CDA.